Algemeen
Een aantal Nederlandse coureurs was niet blij met de KNMV, die geen afgevaardigde naar Zweden had gestuurd en bovendien had verzuimd hen aan te melden voor de races. Zo kon er geen enkele Nederlander in de 250cc-klasse starten, Peter Looijesteijn kwam voor niets uit Portugal en Jan Huberts en Jack Middelburg konden de organisatie overtuigen hen toch te laten starten. Men was te spreken over de organisatie in Zweden: persmensen konden ongestoord werken, de organisatie luisterde naar de wensen van de coureurs. De vrije training op zaterdag werd een tijdtraining, zodat coureurs die een defecte motorfiets hadden gehad zich nog konden kwalificeren. De coureurs hadden wel nog een lijst met verbeteringen voor het circuit, maar ook die werd welwillend in ontvangst genomen. De 250cc-race werd al op zaterdag gereden, wat erg vreemd was voor een GP met slechts vier raceklassen op het programma. Voor de coureurs maakte het niet veel verschil, maar het publiek dat ook belangstelling had voor de 250cc-race moest twee dagen naar het circuit komen. Het resultaat was dat de hele Grand Prix slechts weinig toeschouwers trok.
500cc-klasse
In de 500cc-klasse ging Philippe Coulon vier ronden lang aan de leiding, ondanks de poleposition van Kenny Roberts. Na vier ronden nam Wil Hartog de leiding en hij liep weg van de rest van het veld. Barry Sheene wist pas in de tiende ronde Kenny Roberts te passeren, waarmee hij de derde plaats pakte. Wil Hartog kreeg problemen met een hangende gasschuif en viel. Coulon was toen al gevallen en Boet van Dulmen en Jack Middelburg drongen door tot de top drie terwijl ze Steve Parrish van zich af schudden. In de 26e ronde ging van Dulmen voorbij Roberts, die weer problemen met zijn achterschokdemper had. Van Dulmen was nu tweede, maar moest die plaats door koppelingsproblemen afstaan aan Middelburg. Die wist Sheene zelfs tot vijf seconden te naderen, terwijl van Dulmen op de streep weer twee seconden achter Middelburg zat.
Uitslag 500cc-klasse
|
|
Top tien tussenstand 500cc-klasse
|
250cc-klasse
In de 250cc-race op zaterdag werd Graziano Rossi bij het uitkomen van de eerste bocht bijna getorpedeerd door Randy Mamola, waardoor Gregg Hansford aan de leiding ging. Rossi stelde echter na een paar ronden orde op zaken en bleef de rest van de race aan de leiding. Achter hem was het ook niet spannend: Gregg Hansford bleef tweede, op behoorlijke afstand gevolgd door Patrick Fernandez.
Top tien tussenstand 250cc-klasse
125cc-klasse
Pier Paolo Bianchi had het hele seizoen diensten moeten verlenen aan eerste rijder Ángel Nieto, maar nu die geblesseerd in het ziekenhuis lag besloot teamchef Jörg Möller (vanuit een ander ziekenhuis, want hij had een voedselvergiftiging) Nieto's machine aan Bruno Kneubühler te geven. Kneubühler reed prompt de snelste trainingstijd, maar na de start gingen Bianchi en Gert Bender aan de leiding van de race. Ze wisselden elkaar aan de leiding enkele malen af, maar uiteindelijk won Bianchi, een jaar na zijn ongeval in de Finse GP, weer eens een race. Ricardo Tormo, Per-Edvard Carlsson en Jean-Louis Guignabodet vochten toen nog om de tweede plaats, gevolgd door Hans Müller en Eugenio Lazzarini. In de vijftiende ronde viel Walter Koschine en hij nam Maurizio Massimiani in zijn val mee. Massimiani moest opgeven door een gebroken schakelpedaal en dat was het moment dat Ángel Nieto wereldkampioen werd. Massimiani was de enige die nog een theoretische kans op de titel had, maar die was nu verkeken. Vijf ronden voor het einde ging het regenen en toen werd het hele klassement nog eens overhoop gegooid. De een na de ander schoof van de baan: Carlsson, Bender, Kneubühler, Müller, Kinnunen, Tormo en in de laatste bocht ook Gianpaolo Marchetti, die vierde lag maar uiteindelijk negende werd. Guignabodet passeerde de finish als tweede en Thierry Noblesse werd derde. Noblesse lag enkele ronden voor het einde nog op de tiende plaats en had niet meer gedaan dan op zijn motor blijven zitten. De rijders voor hem schakelden zichzelf uit.
Top twaalf tussenstand 125cc-klasse
|
|
Zijspanklasse B2A
Rolf Biland had poleposition in Zweden, maar moest na de zevende ronde naar de pit om een nieuwe bougie te laten monteren. Rolf Steinhausen nam de leiding in de race, maar stopte een ronde later met pech. Derek Jones nam nu de leiding, maar in de 20e ronde werd hij gepasseerd door Jock Taylor met zijn gelegenheidsbakkenist[3] Benga Johansson. Hoewel Werner Schwärzel op korte afstand volgde wisten Taylor/Johansson de leiding tot de finish vast te houden. Rolf Biland en Kurt Waltisperg zorgden voor spektakel door vanaf de zestiende plaats toch nog door te dringen tot het podium.
Uitslag zijspanklasse B2A
Top tien tussenstand zijspanklasse B2A
Bronnen, noten en/of referenties
voetnoten
- ↑ In Joegoslavië startte Ballington met zijn Britse licentie omdat Zuid-Afrikaanse coureurs geweigerd werden wegens de Apartheidspolitiek
- ↑ Bruno Kneubühler reed normaal met een MBA, maar kreeg nu de fabrieks-Minarelli van de geblesseerde Ángel Nieto
- ↑ Zijspancoureur Jock Taylor kocht in 1979 een Seymaz-combinatie voor de B2B-klasse, maar kon niet wennen aan de naafbesturing. Nadat zijn bakkenist Jimmy Neil bij een ongeluk een pols brak en stopte met racen reed hij in Oulton Park met vervanger Dave Powell. Die verongelukte tijdens die race. Daarop gebruikte Jock Taylor zijn oude Windle-combinatie in de B2A-klasse. In Zweden vond hij 125cc-coureur Benga Johansson bereid in het zijspan plaats te nemen. Met deze bakkenist zonder enige ervaring won Taylor zijn eerste Grand Prix. Het zou een succesvolle combinatie blijken: ze zouden samen nog vijf GP's winnen, ze werden Brits kampioen in 1980 en 1981 en wonnen de Sidecar TT in 1980 en 1982. In 1982 deden ze dat met een nieuwe ronderecord op de Snaefell Mountain Course.