Jon Ekerold
| Jon Ekerold | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Jon Ekerold in 2018 | ||
| Volledige naam | Jonathan Ekerold | |
| Geboren | Johannesburg, 8 oktober 1949[1] | |
| Nationaliteit | ||
| Kampioenschappen | 350 cc seizoen 1980 | |
| Overwinningen | 7 | |
| Aantal podia | 19 | |
| Aantal polepositions | 2 | |
| Aantal snelste rondes | 3 | |
Jonathan "Jon" Ekerold (Johannesburg, 8 oktober 1949[1]) is een Zuid-Afrikaans voormalig motorcoureur. Jon Ekerold had een Noorse vader en een Italiaanse moeder en begon zijn sportcarrière als bokser, maar onder invloed van een oom van moeders kant ging hij motorracen. Hij werkte als autohandelaar en automonteur in zijn woonplaats Durban. In 1977 vestigde Ekerold zich met zijn vrouw Sandra in Wierden. Hun zoons Gary (1971, genoemd naar Gary Hocking) en Jon (1974) bleven bij Sandra's ouders in Durban. Toen Ekerold naar Sindelfingen verhuisde ging ook Sandra naar Durban terug.
Carrière
Hij racete in Zuid-Afrika met een 250cc-Yamaha YDS-3 die hij ook als dagelijks vervoer gebruikte in heuvelklimwedstrijden en productieraces en na twee jaar sparen in 1970 met een Yamaha TD 2, die total loss raakte bij een verkeersongeval waarbij de machine op een aanhangwagen stond. In 1971 werd hij tweede in het Zuid-Afrikaanse kampioenschap. Tijdens de Zuid-Afrikaanse TT van 1973 raakte hij zwaar geblesseerd met een dubbele polsbreuk. In 1974 werd hij 350cc-kampioen van Zuid-Afrika. In zijn jaren in Europa kreeg hij steun van goede tuners als Helmut Fath en Harald Bartol. Dat was na het seizoen 1977, want toen verklaarde hij nog dat zijn machines volkomen standaard waren.
Jon Ekerold was altijd privécoureur, maar voor het seizoen 1979 kreeg hij een fabrieks-aanbod van Morbidelli, dat hij afwees. In de seizoenen 1982- en 1983 werkte hij voor Cagiva dat nog werkte aan de ontwikkeling van haar 500cc-racers en geen resultaten kon boeken.
1975
Toen hij in 1975 eindelijk naar Europa kon was hij al 28 jaar oud. Hij won zijn eerste race op Mallory Park en startte daarna met zijn 350cc-Yamaha in een 750cc-race in Rouen. Dankzij de regen werd hij daar tweede. Begin april kwam hij op Magny-Cours zwaar ten val, waarna een duim moest worden geamputeerd. In het seizoen 1975 debuteerde hij in het wereldkampioenschap wegrace met een Yamaha TZ 350 B. In zijn eerste Grand Prix, de GP van Oostenrijk, werd hij achter de Japanse fabrieksrijder Hideo Kanaya tweede. In de TT van Assen eindigde hij als tiende. Hij sloot het seizoen met dertien punten als zestiende af. Na Assen ging hij terug naar Zuid-Afrika, waar hij een fabriekscontract van Kawasaki zou krijgen, maar toen de Britse dealer Padgett's uit Batley (West Yorkshire) hem een contract aanbood om in Europa te komen rijden sloeg hij het Kawasaki-contract af. Dat ging naar Mick Grant.
1976
In het seizoen 1976 kwam Ekerold zowel in de 250- als de 350cc-klasse uit. Het geld van sponsor Padgett's bleef echter uit, waarna Jon's broer David een Yamaha TZ 350 D voor hem naar Europa bracht. Jon zou voor Padgett's alleen in de TT van Man rijden. Hij wist zich niet te kwalificeren voor de Franse Grand Prix, zoals wel meer toprijders, die in de weg werden gereden door het veel te grote aantal deelnemers. Ook in de GP van Oostenrijk startte hij niet. De organisatie daar ging ervan uit dat de coureurs na hun verre reis ook wel genoegen zouden nemen met minder startgeld dan was afgesproken. Desondanks smeekte Ekerold wedstrijdleider Bauer tevergeefs om een startplaats. Hij ging wel naar de TT van Man, die al door verreweg de meeste toprijders geboycot werd vanwege het gevaarlijke stratencircuit. Ekerold schreef zich voor niet minder dan vijf klassen in. Dat kon, omdat de races over een week verdeeld werden. Door veel races te rijden had hij de mogelijkheid de 60km-lange Snaefell Mountain Course te leren kennen. Hij startte in de 250cc-klasse van de Production TT, die hij reed samen met de Brit Kevin Cowley. Ze werden vierentwintigste in de totaalstand[2], maar dertiende in hun klasse. In de Classic TT viel hij uit. Dat waren de klassen die niet meetelden voor het wereldkampioenschap. Ook in de Lightweight 250 cc TT viel hij uit, net als in de 350cc-Junior TT. Met een licht opgeboorde versie van een Yamaha TZ 350 C werd hij zesde in de 500cc-Senior TT. Zoals gezegd: in afwezigheid van de hele top tien uit die klasse. Tijdens de TT van Assen werd hij twaalfde in de 250cc-race. In de 250cc-GP van Zweden werd hij elfde. In de Finse Grand Prix werd hij veertiende in de 250cc-race en zevende in de 350cc-race. Na de 250cc-race van de GP van Duitsland stonden er twee Zuid-Afrikanen op het podium: Kork Ballington op de tweede plaats en Jon Ekerold op de derde. In de 350cc-race werd Ekerold slechts veertiende. Ekerold sloot zijn seizoen af als vijftiende in de 250cc-klasse, als dertigste in de 350cc-klasse en als negenentwintigste in de 500cc-klasse. Hij had dan ook lang niet alle GP's gereden; voor een privérijder waren kleinere internationale wedstrijden lucratiever.
1977
Ekerold begon het seizoen 1977 met een groot risico: hij kocht onderdelen op afbetaling bij de Zwitsere handelaar Hostettler. Na een mislukte race in Hilvarenbeek had hij geen cent meer. Door een tweede plaats in de 250cc-race in Hengelo, een vijfde plaats in de Moto-Journal 250 en een tweede plaats in Mettet klaarde de financiële situatie wat op. Bovendien kreeg hij na de GP van Oostenrijk sponsoring van dakplatenproducent Opstalan uit Oisterwijk. Voor internationale races in Nederland kon hij beschikken over machines van de sponsor van zwager Alan North, Henny ten Dam (Wilddam) uit Almelo. De Oostenrijkse 350cc-Grand Prix werd afgebroken na het dodelijke ongeval van de Zwitser Hans Stadelmann, een goede vriend met wie Ekerold nog in Zuid-Afrika geracet had. In de 350cc-GP van Duitsland viel hij uit met koppelingsproblemen. In de GP des Nations kwalificeerde hij zich niet voor de 350cc-race, maar in de 250cc-race werd hij zesde. In de Spaanse Grand Prix viel hij de 250cc-race uit, in de 350cc-race werd hij zesde. In de 250cc-race in de Franse Grand Prix haalde Ekerold zijn eerste overwinning in het WK. Het feest werd nog groter omdat zwager Alan North naast hem op het podium stond. In de 350cc-race werd Ekerold tweede achter Takazumi Katayama. Ook in de 350cc-GP van Joegoslavië werd hij tweede achter Katayama, in de 250cc-race werd hij slechts achtste. Hij stond in de WK-tussenstand inmiddels op de derde plaats in de 350cc-klasse en op de zesde plaats in de 250cc-klasse. In de TT van Assen werd Ekerold zevende in de 250cc-race en zesde in de 350cc-race. In de Belgische Grand Prix startte de 350cc-klasse niet. Ekerold werd in de 250cc-race slechts tiende. In de 250cc-GP van Zweden finishte hij als derde, waardoor hij naar de vijfde plaats in het WK steeg (gedeeld met zwager Alan North en met Walter Villa met een Bakker-Harley-Davidson). In de 350cc-race werd hij vierde. In de 250cc-GP van Finland werd hij slechts twaalfde, in de 350cc-race derde. In het 350cc-klassement zakte hij twee plaatsen maar in het 250cc-klassement klom hij naar de tweede plaats, maar Katayama was al zeker van de wereldtitel. In de GP van Tsjecho-Slowakije werd hij in de 250cc-race zevende en in de 350cc-race negende. Omdat Tom Herron tweede werd ging die Ekerold in de WK-stand voorbij. In de Britse Grand Prix viel Ekerold in beide races uit. Hij sloot zijn seizoen af als zesde in de 250cc-klasse en als derde in de 350cc-klasse.
1978
Aan het begin van het seizoen 1978 liet Ekerold duidelijk blijken een voorkeur te hebben voor de 500cc-klasse. Omdat de grote merken Yamaha, Suzuki en Kawasaki nooit een contract zouden aanbieden aan iemand die nooit in die klasse gereden had, vestigde hij aanvankelijk zijn hoop op de 500cc-tweetaktmotor die Helmut Fath had ontwikkeld voor de zijspanklasse en waarmee Werner Schwärzel tamelijk succesvol was. Hoewel Fath adviseerde bij de tuning van zijn Yamaha TZ 350 E schafte Ekerold een Suzuki RG 500-productieracer aan. Hoewel hij aangaf zich op de 500- en de 350cc-klassen te concentreren kwam er ook een Yamaha TZ 250 E. In de 250cc-GP van Spanje werd hij vijde, in de 500cc-race viel hij uit met ontstekingsproblemen. Hij finishte de 350cc-race van de Oostenrijkse Grand Prix als vierde, in de 500cc-klasse viel hij opnieuw uit. In de 350cc-GP van Frankrijk werd hij derde, maar in de GP des Nations viel hij in de 250- en de 350cc-race uit. In de TT van Assen viel hij in de 250cc-race uit, maar in de 350cc-race werd hij derde. In de GP van België startte hij weer eens met zijn 500cc-Suzuki, om opnieuw uit te vallen. Hierna kwam hij niet meer in de 500cc-klasse uit. In de 250cc-klasse werd hij slechts elfde. In de Zweedse Grand Prix ging het beter: vierde in de 250cc-race en in de 350cc-race. Voor de 250cc-Finse Grand Prix kreeg hij een fabrieks-Morbidelli. Mario Lega en Paolo Pileri hadden veel klachten over deze machine. Ekerold finishte er als tiende mee. In de 350cc-race werd hij met zijn Yamaha vijfde. In de Britse Grand Prix viel hij in beide klassen uit. Hierna hield hij het Morbidelli-experiment voor gezien en reed hij de rest van het seizoen weer met zijn Yamaha. In de Duitse Grand Prix werd hij in de 250cc-race zesde en in de 350cc-race vierde. In de GP van Tsjecho-Slowakije werd hij in de 250cc-race vijfde en in de 350cc-race vierde. In de GP van Joegoslavië werd hij in de 250cc-race en de 350cc-race vijfde. Hij sloot het seizoen af als vijfde in de 350cc-klasse en als negende in de 250cc-klasse.
1979
Hoewel sponsor Opstalan had aangegeven eind 1978 te stoppen, bleef ze in het seizoen1979 steun verlenen. Opstalan stelde Ekerold zelfs in staat de dure reis naar de Venezolaanse Grand Prix te maken. Hij startte alleen in de 350cc-race en werd vijfde. In de GP van Oostenrijk werd hij na een bliksemstart tweede in de 350cc-race, in de 500cc-race viel hij uit. In de Duitse Grand Prix werd hij vierde in de 250cc-race en hij won de 350cc-race, waardoor hij aan de leiding van het WK kwam. Tijdens de 350cc-race van de GP des Nations kwam hij ten val waarbij hij een sleutelbeen brak. Tijdens de trainingen voor de races in Raalte brak het sleutelbeen opnieuw, waardoor hij viel en ook zijn andere sleutelbeen brak. Hij moest de GP van Spanje overslaan, maar startte met metalen verstevigingen in zijn schouder wel in de GP van Joegoslavië. Hij werd bijna vierde, maar viel opnieuw waardoor de stalen plaat in zijn schouder verboog en hij bovendien een been brak. Hij miste daardoor de TT van Assen en de GP van België en kon zich niet kwalificeren voor de GP van Zweden. Nog lang niet fit ging hij naar de Finse Grand Prix, waar hij in de 350cc-race zelfs even aan de leiding reed tot hij door een vastloper uitviel. In de Britse GP werd hij tiende in de 350cc-race, in de 250cc-race viel hij uit. In de GP van Tsjecho-Slowakije viel hij in beide races uit en dat gebeurde ook in de GP van Frankrijk. Het was al met al een teleurstellend seizoen, dat hij afsloot als tweeëntwintigste in de 250cc-klasse en als achtste in de 350cc-klasse.
1980: Wereldtitel
![]()
Jon Ekerold onderweg naar de overwinning in de 350cc-race, TT van Assen, 1980 |
Hoewel Ekerold nog steeds zijn zinnen had gezet op de 500cc-klasse en daarvoor een sterk gemodificeerde Yamaha TZ 500 in zijn bezit had, zou hij zich in het seizoen 1980 vooral op de 350cc-klasse concentreren. Nu sponsor Opstalan zich ging richten op de paarden- en de wielersport, verhuisde Ekerold naar Duitsland, waar in Sindelfingen de Solo Kleinmotoren GmbH stond. Daar vond hij ook een nieuwe sponsor bij motorhandelaar Solitude en een werkplaats. Günther Seufert paste de 350cc-Yamaha zodanig aan dat de machine gerust de naam "Solo" mocht dragen. Er zaten nauwelijks nog Yamaha-onderdelen aan. Het frame kwam van Bimota. Door het wegvallen van de GP van Venezuela (financiële problemen) en de GP van Oostenrijk (hevige sneeuwval) bleven er nog slechts zes 350cc-Grands Prix over. In de GP des Nations werd Ekerold in de 350cc-race zesde, in de 500cc-race viel hij uit. Ekerold won de 350cc-race van de GP van Frankrijk, waardoor hij naar de tweede plaats in de tussenstand klom. In de 500cc-race viel hij opnieuw uit. In de TT van Assen won hij ook de 350cc-race en weer viel hij in de 500cc-race uit. Dat was het moment om zijn aspiraties in de 500cc-klasse opzij te zetten en volledig voor de 350cc-titel te gaan. Hij leidde die stand met 35 punten voor Johnny Cecotto (27 punten) en Toni Mang (18 punten). Mang was op zijn beurt goed op weg in de 250cc-klasse, die hij met zijn Krauser-Kawasaki leidde met 64 punten voor Thierry Espié (36 punten). In de GP van Finland reed de 350cc-klasse niet en Ekerold nam dan ook niet deel. Mang stelde daar echter zijn 250cc-wereldtitel zeker en ging vanaf dat moment in de 350cc-klasse jagen op Ekerold en Cecotto. Mang won inderdaad de 350cc-race van de Britse Grand Prix, waar Ekerold geen risico's nam en zich tevreden stelde met de tweede plaats. Ekerold had nog 14 punten voorsprong op Mang. Hij zou zich niet overmatig hoeven in te spannen om in de laatste twee races zijn WK-kansen veilig te stellen, maar het ging mis in de GP van Tsjecho-Slowakije, waar Mang won maar Ekerold's machine op één cilinder ging lopen. Hij werd tiende en nu stonden hij en Toni Mang in de WK-stand gelijk met 48 punten elk. De beslissing moest komen in de Duitse Grand Prix. Na de kwalificatietraining op de 22km-lange Nordschleife bleek Toni Mang 8 volle seconden sneller te zijn dan Jon Ekerold. Dat gaf Ekerold weinig hoop, want in Tsjecho-Slowakije (11 km) was het verschil slechts 0,01 seconde geweest. Beide coureurs moesten 1 punt meer scoren dan de ander om zich wereldkampioen te mogen noemen. Ekerold was als eerste weg, terwijl Mang al voor de eerste bocht negen plaatsen verloor. Na de eerste van zes ronden lag Ekerold nog steeds aan de leiding, gevolgd door Toni Mang. In de tweede ronde verbeterde Toni Mang het ronderecord met 10 seconden en hij kwam als eerste door, maar in de voorlaatste ronde reed Ekerold nog eens 4 seconden sneller. Zijn recordronde van 8'25"9 zou hem in de kwalificatie van de 500cc-klasse een tweede startplaats hebben opgeleverd. Mang had daar geen antwoord op. Bij de finish had hij 1,25 seconde achterstand en was de wereldtitel voor privérijder Jon Ekerold. Beide coureurs zouden met hun racetijd in de 500cc-klasse vierde en vijfde zijn geworden en Kenny Roberts op een achterstand van 11 seconden hebben gereden.
1981
Zo begon het seizoen 1981 met twee coureurs met een duidelijke opdracht: Toni Mang zou als fabrieksrijder voor Kawasaki de wereldtitels in de 250- en de 350cc-klasse willen veroveren, Jon Ekerold wilde als privérijder zijn 350cc-titel bestendigen. Zijn machines weken nu zo veel af van de originele Yamaha's dat ze gewoon als "Solo" werden ingezet. Hij kreeg ook een Solo-teamgenoot: Gustav Reiner. Jon Ekerold probeerde zijn collega's over te halen de Argentijnse Grand Prix te boycotten, vanwege de hoge reiskosten. Een aantal coureurs vreesde ook dezelfde taferelen die zich tijdens de GP van Venezuela hadden voorgedaan: hoge temperaturen, geen hotelkamers, corruptie, bureaucratie en allerlei belastingen. Toni Mang de grootste concurrent van Ekerold, moest vanwege zijn contract met Kawasaki wel naar Argentinië reizen en daardoor kon Ekerold het zich ook niet veroorloven weg te blijven. Toch stelde Ekerold het FIM-bestuur in maart op de hoogte van het feit dat alle toprijders uit de 250- en de 350cc-klassen zouden wegblijven. Uiteindelijk gingen alle toprijders naar Buenos Aires, waar de organisatie uitstekend bleek te zijn. Bovendien kwamen er 40.000 toeschouwers. Argentinië moest wel dispensatie van de FIM krijgen omdat men niet voldeed aan het minimumaantal van vier startende klassen. Ekerold won de 350cc-race, maar maakte zich na de race niet geliefd bij zijn collega's door te roepen dat niemand hem dit jaar zou kunnen verslaan. Bovendien sprak hij nogal minachtend over Toni Mang, die in tegenstelling tot Ekerold in Argentinië wilde rijden naar slechts zevende werd. In de GP van Oostenrijk werd Ekerold derde achter Patrick Fernandez en Toni Mang. Tijdens de race raakten Mang en Ekerold elkaar, wat de sfeer tussen beiden niet verbeterde. In de GP van Duitsland waagde Ekerold weer een poging in de 500cc-race, maar hij viel weer uit. In de 350cc-race vocht hij om de eerste plaats met Mang, maar Ekerold viel over de olie die Fernandez bij een val verloren had. Mang won waardoor hij het WK leidde. Tijdens de GP des Nations kwalificeerde Ekerold zich niet voor de 500cc-race, maar hij won de 350cc-race voor Mang. In de 500cc-GP van Joegoslavië haalde hij de finish weer niet. In de 350cc-race werd hij achter Mang tweede. Mang leidde het WK met 58 punten, Ekerold stond op de tweede plaats met 52 punten. Hierna kon Ekerold eindelijk weer eens naar zijn geliefde Isle of Man TT. Hij werd daar ook vorstelijk voor beloond met een startgeld van 20.000 pond. Hij viel uit in de Classic TT en werd dertiende in de Senior TT. Voor de 250cc-Junior TT kreeg hij de beschikking over een CCM-Rotax[3]. Daarmee reed hij in de voorste gelederen mee, maar hij wilde geen risico's nemen omdat de Mountain Course in de ochtend zeer verraderlijk was: het was bijna niet te zien of de schaduwplekken nat of droog waren. In de tweede ronde werd hij ingehaald door Steve Tonkin, die een volle minuut later gestart was. Ekerold haalde Tonkin op de weg wel weer in, maar hij wist op dat moment dat hij 20 seconden per ronde moest goedmaken om kans op de winst te maken. In de vierde ronde maakte een kapotte inlaatschijf een einde aan zijn race. Tijdens de races in Raalte brak hij een enkel op zeven plaatsen, waardoor hij zijn seizoen moest beëindigen. Hij sloot het seizoen desondanks af als tweede in de 350cc-stand.
1982
Ekerold begon berooid aan het seizoen 1982. Zijn sponsor Solitude was failliet en eigenaar George Paflik was (volgens Ekerold) verdwenen met 292.000 Duitse mark aan sponsorgeld die aan Ekerold zouden toebehoren. Ekerold droeg zijn 350cc-racers over aan Gustav Reiner, die hem ook onderdak bood. Zo begon hij met 7.031 mark op de bank, een gezin in Durban en twee nog niet betaalde Suzuki RGB 500's aan het seizoen. Voor die Suzuki's stond de Solo Kleinmotoren GmbH in elk geval garant. Solo stelde hem zelfs in staat naar de GP van Argentinië te gaan, waar hij slechts achttiende werd. In de GP van Oostenrijk werd hij twaalfde. In de Franse Grand Prix die door de toprijders geboycot werd, startte Ekerold wel maar hij finishte slechts als achttiende. Hij sloeg de GP des Nations over om naar de Isle of Man TT te gaan. Daar was hij tamelijk succesvol. Hoewel hij zijn schakelpedaal doormidden had getrapt wist hij toch tweede te worden in de Classic TT. In de Junior 250 cc TT viel hij uit, maar in de Senior 500 cc TT werd hij opnieuw tweede. Vervolgens viel hij in de TT van Assen uit en in de GP van België finishte hij als zestiende. In Spa-Francorchamps bestond wel enige onzekerheid, vooral bij Boet van Dulmen. Die had voor de TT van Assen en de Belgische Grand Prix een fabrieks-Yamaha YZR 500 gekregen, maar was officieel ook nog testrijder voor Cagiva. Maar tijdens het seizoen reed hij toch meestal op een Suzuki RG 500-productieracer. Van Dulmen wist niet hoe de rest van zijn seizoen er uit zou zien, maar Jon Ekerold verklaarde daar dat hij de nieuwe testrijder voor Cagiva was. Ekerold ging inderdaad naar Varese om de Cagiva's te testen, maar had voortdurend last van vastlopers. Ook in de Joegoslavische Grand Prix haalde hij de finish niet. In de Britse GP reed hij de tiende trainingstijd, maar hij eindigde als dertiende. In de GP van San Marino viel hij uit met koppelingsproblemen. In de GP van Duitsland scoorde hij zowaar een punt, hij finishte als tiende. Met dat ene punt sloot hij zijn seizoen af als achtentwintigste in de 500cc-klasse.
1983
Voor het seizoen 1983 huurde Cagiva naast Ekerold ook Virginio Ferrari als testrijder in. Voor het eerst reed Ekerold een Grand Prix in zijn geboorteland, de Grand Prix van Zuid-Afrika op het Kyalami Grand Prix Circuit. Hij werd slechts zeventiende. In de Franse Grand Prix werd hij met drie ronden achterstand negentiende en in de GP des Nations wist hij zich niet te kwalificeren. Voor de Duitse Grand Prix nam Cagiva alleen machines mee voor Virginio Ferrari, waardoor Ekerold aan de kant bleef staan en Cagiva ging helemaal niet naar de Spaanse Grand Prix. Toen tijdens de GP van Oostenrijk drie Cagiva's werden uitgeladen die allemaal het startnummer van Ferrari droegen, was voor Ekerold de maat vol. Hij ontbond zijn contract. Hij miste de GP van Joegoslavië, maar kocht een oude Suzuki RG 500 van Boet van Dulmen, waarmee hij in de TT van Assen startte maar door een valpartij uitviel. Hij kwalificeerde zich niet voor de Britse GP en liet de GP van Zweden schieten om voor meer startgeld de rijden in de Ulster Grand Prix. Hij ging naar de GP van San Marino omdat hij zich had voorgenomen daar afscheid te nemen van de motorsport. In de race werd hij vierentwintigste.
Einde carrière
Na zijn actieve carrière begon Jon een Yamaha-dealerschap, Ekerold Yamaha in Pietermaritzbur (KwaZoeloe-Natal). Na enige jaren droeg hij dat bedrijf over aan zijn broer Peter, waarna hij zich enige tijd renpaarden ging fokken. Uiteindelijk verhuisde hij definitief met zijn gezin naar Duitsland.
The Privateer
Zijn weg vanaf het begin in Zuid-Afrika tot aan het winnen van de wereldtitel op de Nürburgring heeft Ekerold zelf in zijn boek The Privateer (ISBN 103932563212) beschreven.
Ekerolds zoon Jon, in de familie Jonnie genoemd, was eveneens motorcoureur en reed in 2000 in het wereldkampioenschap superbike.
Zijn broer Peter werd in 1979 250cc-kampioen van Zuid-Afrika.
Wereldkampioenschap wegrace resultaten
Puntentelling 1969-1987
| 1e | 2e | 3e | 4e | 5e | 6e | 7e | 8e | 9e | 10e | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Punten: | 15 | 12 | 10 | 8 | 6 | 5 | 4 | 3 | 2 | 1 |
(Races in vet zijn polepositions; races in cursief geven de snelste ronde aan, punten (tussen haakjes) zijn inclusief streepresultaten)
Isle of Man TT resultaten
| Jaar | Klasse | Team | Motorfiets | Plaats | Winnaar |
|---|---|---|---|---|---|
| 1976 | Classic TT | Privé | Yamaha TZ 350 C (opgeboord) | DNF | |
| Senior TT | Padgett's-Yamaha TZ 350 C (opgeboord) | 6e | |||
| Junior TT | Yamaha TZ 350 C | DNF | |||
| Lightweight 250 cc TT | Yamaha TZ 250 C | DNF | |||
| Production TT (met Kevin Cowley) | Yamaha TZ 250 C | 24e | |||
| 1981 | Classic TT | Solitude-Solo | DNF | ||
| Junior TT | Onbekend | DNF[16] | |||
| Senior TT | Solitude-Solo | 13e | |||
| 1982 | Classic TT | Solo-Suzuki RGB 500 | 2e | ||
| Junior 250 cc TT | Onbekend | DNF | |||
| Senior 500 cc TT | Solo-Suzuki RGB 500 | 2e | |||
| 1983 | Junior TT | Bimota-Yamaha TZ 250 K | 7e | ||
| Junior 350 cc TT | Bimota-Yamaha TZ 350 H | DNF[4] |
Trivia
Apartheidspolitiek
Als Zuid-Afrikaan had Ekerold regelmatig te maken met politieke tegenstand die hem vanwege de apartheid in Zuid-Afrika het starten probeerde te beletten. Al in 1975 kon hij niet naar Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië omdat hij daar geen visum kreeg. Het probleem manifesteerde zich ook tijdens de Finse Grand Prix van 1976, waar de Sociaaldemocratische Partij van Finland - zonder succes - probeerde hem een visum te ontzeggen. Voor Joegoslavië kregen Zuid-Afrikanen in principe geen visum, maar Jon Ekerold loste dat in 1977 door een Noors paspoort te regelen (dankzij zijn Noorse vader), zoals Kork Ballington dat deed met zijn Britse paspoort. Ekerold's zwager[17] Alan North had geen tweede paspoort en kon daar niet deelnemen. In 1983 speelden de problemen ook in Nederland. Alan North had geen visum gekregen voor de wegraces in Raalte, maar op advies van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur had hij dat vanwege het internationale karakter van de Dutch TT wel gekregen, ondanks een motie van PSP, die werd ondersteund door de PPR en de PVDA maar in de Tweede Kamer geen meerderheid kreeg.
Gierige opa
Ekerold moest lang sparen om zijn Yamaha TD 2 te kunnen kopen en ook later in Europa had hij in de eerste jaren weinig te besteden. Zijn broer David kwam in 1976 naar Europa met een nieuwe Yamaha TZ 350 D, die voor helft eigendom van Jon was. Maar volgens Ekerold had hij van zijn gierige opa, die een goudmijn bezat, nul op rekest gekregen.
Drie geboortejaren
Ekerold heeft drie geboortejaren. Volgens hemzelf in een interview in 1982 moet het 1949 zijn. In zijn Zuid-Afrikaanse paspoort staat 1946. Hij had die datum in zijn paspoort vervalst omdat hij als huursoldaat onder Mike Hoare in Belgisch-Congo wilde vechten. Zo wilde hij geld verdienen om te kunnen racen, maar bij aankomst stuurde Hoare hem meteen terug naar Zuid-Afrika. In zijn Noorse paspoort staat "1948", volgens Ekerold gewoon een administratieve fout.
Externe link
- (en) Jon Ekerold op de officiële website van het wereldkampioenschap wegrace
- on yer bike
- Ekerold Yamaha
- Moto 73: 1977 nr. 8 (Günther Wiesinger sprak met Jon Ekerold), 1978 nr. 15 (Günter Wiesinger: Jon Ekerold: ik ben de snelste springbok) 1979 nr. 14 (Pechvogel Ekerold), 1982 Nr. 4: (Günter Wiesinger: Jon Ekerold: De 500 cc is een bejaardentehuis)
- Weekblad Motor: 1977 nr. 25 (Hans van Loozenoord: Jon Ekerold, pas op die Springbok!), 1983 nr. 31 (Jon is het beu)
- Voetnoten
- 1 2 Jaartal 1949 volgens Ekerold zelf in een interview, Moto 73 1982 nr. 2 pagina 26
- ↑ De klassen 1.000 cc, 500 cc en 250 cc reden samen.
- 1 2 Eind jaren zeventig werd CCM eigendom van Armstrong, dat in 1980 ook eigenaar werd van Cotton. Men ging 250- en 350cc-racemotoren maken met Rotax-inbouwmotoren, die zowel als "Armstrong-Rotax", "Cotton-Rotax" en "CCM-Rotax" werden ingezet.
- 1 2 3 Versnellingsbak
- ↑ Afgelast
- 1 2 Koppeling
- ↑ Krukas
- 1 2 3 Val
- ↑ Ontsteking
- ↑ Motor
- 1 2 3 4 5 6 7 8 Blessure
- ↑ Val na vastloper
- ↑ Vastloper
- ↑ Jon Ekerold gaf de voorkeur aan de trainingen voor de TT van Man
- 1 2 3 Geen motor
- ↑ inlaatschijf
- ↑ Alan North was getrouwd met Ekerold's zuster Karen.
_cr_-_2018.jpg)
