Algemeen
De trainingen in Joegoslavië werden gehinderd door regen. Dat was vooral een probleem voor de Suzuki-coureurs, die volop aan het experimenteren sloegen met frames, voor- en achtervorken. Het gevolg was dat Wil Hartog zijn verlaagde motorfiets niet kon testen en in de race problemen kreeg door te weinig grondspeling. Bovendien reed de 500cc-klasse hier voor het eerst. Een aantal coureurs ging geblesseerd van start: Jon Ekerold met twee gebroken sleutelbeenderen, Ricardo Tormo met een gebroken vinger, Carlos Lavado was nog herstellende van een beenbreuk en Christian Sarron was nog niet fit na een val in de Formule 750 race op Brands Hatch.
500cc-klasse
Johnny Cecotto was weer voldoende hersteld van zijn knieblessure (opgelopen in april in Oostenrijk), maar Yamaha zette ook Christian Sarron en de Japanner Ikujiro Takaï in om Kenny Roberts te ondersteunen. Roberts had die steun echter helemaal niet nodig. Hij reed naar poleposition, reed de snelste ronde en liep al in het begin van de race ver weg van de concurrentie. Hij had Kel Carruthers als chef-monteur en de Goodyear banden die niemand anders had. Bovendien hadden juist de fabrieksrijders van Suzuki problemen die de privérijders niet kenden: de stuureigenschappen van de Suzuki RG 500's van Barry Sheene, Virginio Ferrari en Wil Hartog waren onder de maat en Barry Sheene monteerde zijn blok zelfs in een frame uit 1976. Hij viel echter al vroeg in de race uit doordat een steen, opgeworpen door de band van Marco Lucchinelli, precies op de twee schroeven die nog in zijn knie zaten terechtkwam. Wil Hartog gebruikte ook een oud frame, maar experimenteerde met de voor- en achterwielophanging waardoor hij een tekort aan grondspeling had. Hartog werd toch nog vierde, achter Ferrari en Franco Uncini. Hartog had vanaf de zesde startrij weer zijn gebruikelijke snelle start gehad en had even aan de leiding gereden.
Uitslag 500cc-klasse
|
|
Niet gestart
| Coureur |
Merk |
Oorzaak |
Antonio García |
Suzuki |
|
Top tien tussenstand 500cc-klasse
|
350cc-klasse
Het feit dat Jon Ekerold in Joegoslavië mocht starten met twee gebroken sleutelbeenderen zette vraagtekens bij de medische keuring. Er ontstond een kopgroep van vijf man, waaronder Ekerold, maar al snel wisten de Kawasaki-rijders Gregg Hansford en Kork Ballington zich los te maken. Zij vochten om de leiding tot Hansford door een gebroken drijfstang uitviel. Achter hen vond een flink gevecht plaats tussen Sadao Asami, Jon Ekerold, Christian Estrosi, Patrick Fernandez, Michel Frutschi, Roland Freymond, Richard Hubin, Toni Mang, Pekka Nurmi en Max Wiener. Nurmi en Asami braken los uit deze groep en Nurmi werd net voor Asami tweede. Ekerold werd bijna vierde, maar viel net voor de finish hard waarbij hij een van de platen in zijn schouder verboog en een been brak.
Top tien tussenstand 350cc-klasse
125cc-klasse
Het scenario van Imola herhaalde zich in Rijeka: Ángel Nieto en Thierry Espié vochten tot de laatste meters om de winst. In de laatste ronde reed Espié nog aan de leiding, maar Nieto passeerde hem als slipstreamend en won nipt. De vraag was wel of Nieto echt moeite had om te winnen of dat hij minder hard reed dan hij zou kunnen om er een show van te maken.
Top tien tussenstand 125cc-klasse
50cc-klasse
Ricardo Tormo had nog geen punten gescoord en in Joegoslavië leek het weer fout te gaan toen hij al in de eerste ronde viel door een fout van een andere rijder. Hij had al ruim een ronde achterstand toen hij de race kon hervatten, maar hij werd toch nog vijfde. Eugenio Lazzarini startte slecht, maar won alsnog, nadat koploper Stefan Dörflinger gevallen was. Peter Looijesteijn volgde Lazzarini nog een tijdje, maar viel ook.
Top elf tussenstand 50cc-klasse
Bronnen, noten en/of referenties