T-geheugencel
Een T-geheugencel is een lymfocyt, die ontstaat door deling van een T-cel, nadat deze gekoppeld is aan een antigeen-presenterende cel.
T-geheugencellen worden gevormd bij de eerste afweerreactie, bij een herhaalde infectie herkennen ze het antigeen. Hierdoor wordt de immuunrespons sneller op gang gebracht. Op deze manier ontstaat immuniteit voor het antigeen. Individuele T-geheugencellen hebben een levensduur van ongeveer 6 maanden of minder. Langdurige immuniteit wordt waarschijnlijk behouden doordat T-geheugencellen zich delen door middel van klonering.[1]
Functie
Antigeenspecifieke T-geheugencellen, specifiek voor virussen of andere microbiële moleculen, zijn te vinden in zowel de subgroepen centrale T-geheugencellen (TCM) als effector-T-geheugencellen (TEM). Hoewel de meeste informatie momenteel gebaseerd is op waarnemingen in de subgroep cytotoxische T-cellen (CD8-positief), lijken vergelijkbare populaties te bestaan voor zowel de T-helpercellen (CD4-positief) als de cytotoxische T-cellen. De primaire functie van geheugencellen is het versterken van de immuunrespons na reactivering van deze cellen door herintroductie van de betreffende ziekteverwekker in het lichaam. Het is belangrijk op te merken dat dit onderzoeksgebied intensief wordt bestudeerd en dat sommige informatie mogelijk nog niet beschikbaar is. Tussen haakjes de Engelstalige afkorting.
- Centrale T-geheugencellen (TCM): Ze hebben verschillende eigenschappen gemeen met stamcellen, waarvan de belangrijkste het vermogen tot zelfvernieuwing is, voornamelijk vanwege de hoge mate van fosforylering van de belangrijke transcriptiefactor STAT5. Bij muizen bleek TCM een krachtigere immuniteit te bieden tegen virussen, bacteriën[2] en kankercellen,[3] vergeleken met TEM in verschillende experimentele modellen.
- Effector-T-geheugencellen (TEM): TEM en TEMRA (terminaal gedifferentieerde effector-geheugencellen) zijn voornamelijk actief als de CD8-varianten en zijn dus hoofdzakelijk verantwoordelijk voor cytotoxische actie tegen pathogenen.[4]
- Weefselgebonden T-geheugencellen (TRM): Omdat ze gedurende lange perioden in weefsels aanwezig zijn, of belangrijker nog, in barrièreweefsels (bijvoorbeeld epitheel), zijn ze cruciaal voor een snelle reactie op een barrièrebreuk en op elk relevant pathogeen dat aanwezig is. Een mechanisme dat TRM gebruikt om pathogenen te bestrijden, is de secretie van granzyme B.[5][6]
- T-geheugenstamcellen (TSCM): Deze cellen zijn in staat tot zelfvernieuwing, net als de TCM en kunnen ook zowel de TCM- als de TEM-subpopulaties genereren.[7] De aanwezigheid van deze populatie bij mensen wordt momenteel onderzocht.
- Virtuele T-geheugencellen (TVM): Tot nu toe is de enige functie die bij TVM wordt waargenomen de productie van verschillende cytokinen,[8][9] maar er wordt gespeculeerd over hun invloed op het onderdrukken van ongewenste immunologische toestanden en hun gebruik bij de behandeling van auto-immuunziekten.[10]
Homeostatisch behoud
Klonen van T-geheugencellen die een specifieke T-celreceptor tot expressie brengen, kunnen tientallen jaren in ons lichaam blijven bestaan. Omdat T-geheugencellen een kortere halfwaardetijd hebben dan naïeve T-cellen, is continue replicatie en vervanging van oude cellen waarschijnlijk betrokken bij het instandhoudingsproces. Het mechanisme achter het in stand houden van T-geheugencellen is nog niet volledig begrepen. Activering via de T-celreceptor speelt mogelijk een rol. Er is vastgesteld dat T-geheugencellen soms kunnen reageren op nieuwe antigenen, mogelijk veroorzaakt door de intrinsieke diversiteit en breedte van de bindingsdoelen van de T-celreceptor. Deze T-cellen zouden kruisreageren op omgevings- of residente antigenen in ons lichaam (zoals bacteriën in onze darmen) en prolifereren. Deze gebeurtenissen zouden bijdragen aan het in stand houden van de populatie T-geheugencellen. Het kruisreactiviteitsmechanisme is mogelijk belangrijk voor T-geheugencellen in de slijmvliezen, aangezien deze plaatsen een hogere antigeendichtheid hebben. Voor degenen die zich in het bloed, beenmerg, lymfeweefsels en de milt bevinden, kunnen homeostatische cytokinen (waaronder IL-17 en IL-15) of signalering via MHCII belangrijker zijn.[4]
Levensfasen overzicht
T-geheugencellen ondergaan verschillende veranderingen en spelen verschillende rollen in verschillende levensfasen bij mensen. Bij de geboorte en in de vroege kindertijd zijn de T-cellen in het perifere bloed voornamelijk naïeve T-cellen.[11] Door frequente blootstelling aan antigenen neemt de populatie T-geheugencellen toe. Dit is de geheugengeneratiefase, die duurt van de geboorte tot ongeveer 20-25 jaar, wanneer ons immuunsysteem het grootste aantal nieuwe antigenen tegenkomt.[4][11] Tijdens de daaropvolgende geheugenhomeostasefase stabiliseert het aantal T-geheugencellen zich door homeostatisch onderhoud. In deze fase verschuift de immuunrespons meer naar het handhaven van homeostase, omdat er weinig nieuwe antigenen worden aangetroffen. Tumorbewaking wordt in deze fase ook belangrijk.[11] Op latere leeftijd, rond de 65-70 jaar, treedt de immunosenescentiefase op, waarin immuundysregulatie, een afname van de T-celfunctie en een verhoogde vatbaarheid voor pathogenen worden waargenomen.[4][11]
Afstammingsmodellen

In april 2020 was de afstammingsrelatie tussen effector- en T-geheugencellen onduidelijk.[12][13][14] Er bestaan drie modellen.
- Een daarvan wordt het Aan-Uit-Aan-model genoemd.[13] Wanneer naïeve T-cellen worden geactiveerd door de binding van de T-celreceptor aan een antigeen en de daaropvolgende signaalroute, prolifereren ze actief en vormen ze een grote kloon van effectorcellen. Effectorcellen ondergaan actieve cytokine-secretie en andere effectoractiviteiten.[12] Na de eliminatie van het antigeen vormen sommige van deze effectorcellen T-geheugencellen, hetzij op een willekeurig bepaalde manier, hetzij geselecteerd op basis van hun superieure specificiteit.[12] Deze cellen zouden van hun actieve effectorrol terugkeren naar een toestand die meer lijkt op die van naïeve T-cellen en zouden bij de volgende blootstelling aan een antigeen weer "aangezet" worden.[13] Dit model voorspelt dat effector-T-cellen kunnen overgaan in T-geheugencellen en overleven, waarbij ze het vermogen tot proliferatie behouden. Het voorspelt ook dat bepaalde genexpressieprofielen het aan-uit-aan-patroon volgen tijdens de naïeve, effector- en geheugenstadia.[12] Bewijs ter ondersteuning van dit model omvat de vondst van genen gerelateerd aan overleving en homing die het on-off-on expressiepatroon volgen, waaronder IL-7Rα, Bcl-2, CD26L en andere.[14] Homing is het fenomeen waarbij cellen migreren naar het orgaan waar ze oorspronkelijk vandaan komen.
- Een ander model is het ontwikkelingsdifferentiatiemodel.[13] Dit model stelt dat effectorcellen geproduceerd door de sterk geactiveerde naïeve T-cellen allemaal apoptose zouden ondergaan na antigeenklaring. T-geheugencellen worden in plaats daarvan geproduceerd door naïeve T-cellen die geactiveerd zijn, maar nooit volledig de effectorfase hebben bereikt. De nakomelingen van T-geheugencellen zijn niet volledig geactiveerd omdat ze niet zo specifiek zijn voor het antigeen als de expanderende effector-T-cellen. Onderzoeken naar de geschiedenis van celdeling hebben aangetoond dat de lengte van telomeren en de activiteit van telomerase in effector-T-cellen lager zijn dan in T-geheugencellen. Dit suggereert dat T-geheugencellen minder celdeling ondergaan dan effector-T-cellen, wat niet strookt met het Aan-Uit-Aan-modell. Herhaalde of chronische antigene stimulatie van T-cellen, zoals een hiv-infectie, zou leiden tot verhoogde effectorfuncties, maar tot een vermindering van het geheugen. Er werd ook vastgesteld dat massaal geprolifereerde T-cellen vaker kortlevende effectorcellen genereren, terwijl minimaal geprolifereerde T-cellen juist meer langlevende cellen vormen.[12]
- Het asymmetrische delingsmodel. Dit model stelt dat de vorming van T-geheugen- en effector-T-cellen al vanaf de eerste celdeling vastligt via een asymmetrische verdeling van cruciale transcriptionele en epigenetische modulatoren tussen twee dochtercellen, waarbij de ene dochtercel het vermogen tot geheugen ontwikkelt en de andere haar effectorpotentieel. Dit patroon is wellicht beter te verklaren bij auto-immuunziekten zoals type 1 diabetes (T1D), waarbij het volledige activeringssignaal door één dochtercel wordt ontvangen, terwijl het zwakke stimuleringssignaal door een andere dochtercel wordt opgepikt.[15]
Epigenetische modificaties
Epigenetische modificaties spelen een rol bij de verandering van naïeve T-cellen.[16] In CD4+ T-geheugencellen markeren positieve histonmodificaties bijvoorbeeld belangrijke cytokinegenen die tijdens de secundaire immuunrespons worden upgereguleerd, waaronder IFNγ, IL4 en IL17A. Sommige van deze modificaties blijven bestaan na het verwijderen van het antigeen, waardoor een epigenetisch geheugen ontstaat dat een snellere activering mogelijk maakt bij een nieuwe confrontatie met het antigeen. Bij CD8+ T-geheugencellen worden bepaalde effectorgenen, zoals IFNγ, niet tot expressie gebracht, maar ze zijn transcriptioneel klaar voor snelle expressie bij activering. Bovendien hangt de versterking van de expressie van bepaalde genen ook af van de sterkte van de initiële T-celreceptor-signalering voor de nakomelingen van T-geheugencellen, die gecorreleerd is aan de activering van het regulerende element dat het genexpressieniveau direct verandert.[16]
Subpopulaties
Historisch gezien werd aangenomen dat T-geheugencellen tot de effector- (TEM-cellen) of centrale geheugen- (TCM-cellen) subtypes behoorden, elk met een eigen set onderscheidende celoppervlaktemarkers.[17] Vervolgens werden talrijke extra populaties T-geheugencellen ontdekt, waaronder TRM-weefselgebonden T-geheugencellen, TSCM-stamcelachtige T-geheugencel en TVM-virtuele T-geheugencellen. Het enige gemeenschappelijke kenmerk van alle T-geheugencelllsubtypen is dat ze langlevend zijn en zich snel kunnen vermenigvuldigen tot grote aantallen effector-T-cellen bij herhaalde blootstelling aan hun verwant antigeen. Door dit mechanisme voorzien ze het immuunsysteem van "geheugen" tegen eerder aangetroffen pathogenen. T-geheugencellen kunnen CD4+ of CD8+ zijn en brengen meestal CD45RO tot expressie en missen tegelijkertijd CD45RA.[18]
Subtypen van T-geheugencellen
- Centrale T-geheugencellen (TCM-cellen) brengen CD45RO, C-C chemokine receptor type 7 (CCR7) en L-selectine (CD62L) tot expressie. Centrale T-geheugencellenn hebben ook een gemiddelde tot hoge expressie van CD44. Deze geheugensubpopulatie wordt vaak aangetroffen in de lymfeklieren en in de perifere circulatie (aders en slagaders).
- Effector-geheugen-T-cellen (TEM-cellen) brengen CD45RO tot expressie, maar missen de expressie van CCR7 en L-selectine. Ze hebben ook een gemiddelde tot hoge expressie van CD44. Omdat deze T-geheugencellen de CCR7-lymfeklier-homingreceptoren missen, worden ze aangetroffen in de perifere circulatie en weefsels.[19] TEMRA staat voor terminaal gedifferentieerde effector-geheugencellen die CD45RA opnieuw tot expressie brengen, een marker die gewoonlijk wordt aangetroffen op naïeve T-cellen.[20]
- Het subtype perifere geheugen-T-geheugencellen (TPM-cellen) werd geïdentificeerd op basis van een gemiddelde CX3CR1-expressie. Deze cellen kunnen vanuit het bloed naar de weefsels migreren en op een CD62L-onafhankelijke manier naar de lymfeklieren gaan om de weefsels te onderzoeken.[21]
- Weefselgebonden T-geheugencellen (TRM) bezetten weefsels (huid, longen, maag-darmkanaal, enz.) zonder te recirculeren. Enkele celoppervlaktemarkers die geassocieerd zijn met TRM zijn CD69 en integrine αeβ7 (CD103).[22] Het is echter belangrijk op te merken dat TRM-cellen die in verschillende weefsels worden aangetroffen, verschillende sets celoppervlaktemarkers tot expressie brengen.[22] Terwijl CD103+ TRM-cellen beperkt gelokaliseerd blijken te zijn in epithele en neuronele weefsels, brengen TRM-cellen die gelokaliseerd zijn in speekselklieren, alvleesklier en vrouwelijke voortplantingsorganen bij muizen noch CD69 noch CD103 tot expressie.[22][23] Er wordt aangenomen dat TRM-cellen een belangrijke rol spelen in de beschermende immuniteit tegen pathogenen.[6][24] Studies hebben ook een dubbele rol voor TRM-cellen gesuggereerd in bescherming en regulatie.[11] In vergelijking met TEM-cellen scheiden TRM-cellen hogere niveaus van cytokinen af die verband houden met beschermende immuniteit en drukken ze lagere niveaus uit van de proliferatiemarker Ki67. Er werd voorgesteld dat deze kenmerken kunnen helpen bij het langdurig behoud van TRM-cellen, evenals bij het bewaren van een evenwicht tussen een snelle reactie op antigene invasie en het vermijden van onnodige weefselschade.[11] Dysfunctionele TRM-cellen zijn in verband gebracht met auto-immuunziekten, zoals psoriasis, reumatoïde artritis en inflammatoire darmziekten. Specifiek voor TRM-cellen zijn genen die betrokken zijn bij het lipidenmetabolisme, die zeer actief zijn, ongeveer 20 tot 30 keer actiever dan in andere typen T-cellen.[24]
- Virtuele geheugen-T-cellen (TVM) verschillen van de andere geheugensubtypen doordat ze niet ontstaan na een sterke klonale expansie. Hoewel deze populatie als geheel in overvloed aanwezig is in de perifere circulatie, bevinden individuele virtuele T-geheugencelklonen zich in relatief lage frequenties. Een theorie is dat homeostatische proliferatie aanleiding geeft tot deze T-celpopulatie. Hoewel CD8 virtuele T-geheugencellen als eerste werden beschreven,[25] is nu bekend dat er ook CD4 virtuele geheugencellen bestaan.[26]
Er zijn talloze andere subpopulaties van T-geheugencellen voorgesteld. Onderzoekers hebben stamcelgeheugen-TSCM-cellen bestudeerd. Net als naïeve T-cellen zijn TSCM-cellen CD45RO-, CCR7+, CD45RA+, CD62L+ (L-selectine), CD27+, CD28+ en IL-7Rα+, maar ze brengen ook grote hoeveelheden CD95, IL-2Rβ, CXCR3 en LFA-1 tot expressie en vertonen talrijke functionele kenmerken die kenmerkend zijn voor geheugencellen.[7]
T-celreceptor-onafhankelijke (omstander) activering
T-cellen bezitten het vermogen om onafhankelijk van hun specifieke antigeenstimulatie te worden geactiveerd, d.w.z. zonder T-celreceptor-stimulatie. In de vroege stadia van een infectie worden T-cellen die specifiek zijn voor een niet-gerelateerd antigeen alleen geactiveerd door de aanwezigheid van een ontsteking. Dit gebeurt in het ontstekingsmilieu dat het gevolg is van microbiële infectie, kanker of auto-immuniteit, zowel bij muizen als bij mensen, en vindt zowel lokaal als systemisch plaats.[27][28][29][30][31] Bovendien kunnen door omstanders geactiveerde T-cellen migreren naar de infectiehaard, als gevolg van een verhoogde CCR5-expressie.[28]
Dit fenomeen werd voornamelijk waargenomen in CD8+-T-geheugencellen, die een lagere gevoeligheid voor cytokinestimulatie hebben in vergelijking met hun naïeve tegenhangers en op deze manier gemakkelijker worden geactiveerd.[27] Virtuele CD8+-T-geheugencellen vertonen ook een verhoogde gevoeligheid voor cytokine-geïnduceerde activering in muismodellen, maar dit is niet direct aangetoond bij mensen.[28] Omgekeerd blijft de T-celrceptor-onafhankelijke activering van naïeve cytotoxische T-cellen controversieel.[28][30]
Naast infecties speelt omstander-activering ook een belangrijke rol in de antitumorimmuniteit.[32] In menselijk kankerweefsel werd een groot aantal virusspecifieke, niet tumorspecifieke, cytotoxische T-cellen gedetecteerd.[32] Dit type activering wordt als gunstig beschouwd voor de gastheer wat betreft de efficiëntie van de kankerverwijdering.[28]
Omstander-activering van T-helpercellen
Hoewel T-celreceptor-onafhankelijke activering uitgebreider is bestudeerd in cytotoxische T-cellen, is er duidelijk bewijs dat dit fenomeen ook in T-helpercellen voorkomt. Het wordt echter als minder efficiënt beschouwd, vermoedelijk vanwege een lagere expressie van CD122 (ook bekend als IL2RB of IL15RB).[33][34] Net als hun CD8+ tegenhangers vertonen geheugen- en effector-CD4+ T-cellen een verhoogde gevoeligheid voor T-celreceptor-onafhankelijke activering.[28][34] IL-1β stimuleert, in synergie met IL-12 en IL-23, CD4+ T-geheugencellen en stuurt de Th17-cel-respons aan. Bovendien induceren IL-18, IL-12 en IL-27 de expressie van cytokinen in effector- en CD4+-T-geheugencellen en wordt IL-2 beschouwd als een sterke activator van T-helpercellen die T-celreceptor-stimulatie kan vervangen, zelfs in naïeve cellen. Er is ook gerapporteerd dat TLR2 aanwezig is op geheugen-CD4+-T-geheugencellen, die reageren op hun agonist door IFN-γ-productie, zelfs zonder T-celreceptor-stimulatie.[34]
Rol in pathogeniteit
Omstander-activering speelt een rol bij het elimineren van de verspreiding van de infectie in de vroege stadia en helpt bij het opruimen van tumoren. Dit type activering kan echter ook schadelijke gevolgen hebben, vooral bij chronische infecties en auto-immuunziekten.[28][29][30][31] Leverbeschadiging tijdens chronische hepatitis B-virusinfectie is het gevolg van infiltratie van niet-hepatitis B-virus-specifieke cytotoxische T-cellen in het weefsel. Een vergelijkbare situatie doet zich voor tijdens een acute hepatitis A-virusinfectie[28] en geactiveerde, virus-onafhankelijke T-helpercellen dragen bij aan ooglaesies bij herpes-simplexvirusinfecties.[28][34]
Verhoogde IL-15-expressie en de daaropvolgende overmatige NKG2D-expressie werden in verband gebracht met de verergering van sommige auto-immuunziekten, zoals diabetes type I, multiple sclerose en inflammatoire darmziekten, bijvoorbeeld de ziekte van Crohn en coeliakie. Bovendien werd een verhoogde TLR2-expressie waargenomen in gewrichten, kraakbeen en botten van patiënten met reumatoïde artritis en werd de aanwezigheid van de ligand ervan, peptidoglycaan, gedetecteerd in hun synoviale vloeistof.[27]
Zie ook
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Memory T cell op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Referenties
- ↑ Table 1: The Single Nucleotide Polymorphisms in cathepsin B protein mined from literature.. dx.doi.org. Geraadpleegd op 19 maart 2021. PMID 16492714
- ↑ Wherry EJ, Teichgräber V, Becker TC, Masopust D, Kaech SM, Antia R, von Andrian UH, Ahmed R (March 2003). Lineage relationship and protective immunity of memory CD8 T cell subsets. Nature Immunology 4 (3): 225–34. PMID 12563257. DOI: 10.1038/ni889.
- ↑ Klebanoff CA, Gattinoni L, Torabi-Parizi P, Kerstann K, Cardones AR, Finkelstein SE, Palmer DC, Antony PA, Hwang ST, Rosenberg SA, Waldmann TA, Restifo NP (July 2005). Central memory self/tumor-reactive CD8+ T cells confer superior antitumor immunity compared with effector memory T cells. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 102 (27): 9571–6. PMID 15980149. PMC 1172264. DOI: 10.1073/pnas.0503726102.
- 1 2 3 4 Farber DL, Yudanin NA, Restifo NP (January 2014). Human memory T cells: generation, compartmentalization and homeostasis. Nature Reviews. Immunology 14 (1): 24–35. PMID 24336101. PMC 4032067. DOI: 10.1038/nri3567.
- ↑ Gebhardt T, Wakim LM, Eidsmo L, Reading PC, Heath WR, Carbone FR (May 2009). Memory T cells in nonlymphoid tissue that provide enhanced local immunity during infection with herpes simplex virus. Nature Immunology 10 (5): 524–30. PMID 19305395. DOI: 10.1038/ni.1718.
- 1 2 Shin H, Iwasaki A (September 2013). Tissue-resident memory T cells. Immunological Reviews 255 (1): 165–81. PMID 23947354. PMC 3748618. DOI: 10.1111/imr.12087.
- 1 2 Gattinoni L, Lugli E, Ji Y, Pos Z, Paulos CM, Quigley MF, Almeida JR, Gostick E, Yu Z, Carpenito C, Wang E, Douek DC, Price DA, June CH, Marincola FM, Roederer M, Restifo NP (September 2011). A human memory T cell subset with stem cell-like properties. Nature Medicine 17 (10): 1290–7. PMID 21926977. PMC 3192229. DOI: 10.1038/nm.2446.
- ↑ White JT, Cross EW, Kedl RM (June 2017). + T cells: where they come from and why we need them. Nature Reviews. Immunology 17 (6): 391–400. PMID 28480897. PMC 5569888. DOI: 10.1038/nri.2017.34.
- ↑ Lee JY, Hamilton SE, Akue AD, Hogquist KA, Jameson SC (August 2013). Virtual memory CD8 T cells display unique functional properties. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 110 (33): 13498–503. PMID 23898211. PMC 3746847. DOI: 10.1073/pnas.1307572110.
- ↑ Drobek A, Moudra A, Mueller D, Huranova M, Horkova V, Pribikova M, Ivanek R, Oberle S, Zehn D, McCoy KD, Draber P, Stepanek O (July 2018). Strong homeostatic TCR signals induce formation of self-tolerant virtual memory CD8 T cells. The EMBO Journal 37 (14). PMID 29752423. PMC 6043851. DOI: 10.15252/embj.201798518.
- 1 2 3 4 5 6 Kumar BV, Connors TJ, Farber DL (February 2018). Human T Cell Development, Localization, and Function throughout Life. Immunity 48 (2): 202–213. PMID 29466753. PMC 5826622. DOI: 10.1016/j.immuni.2018.01.007.
- 1 2 3 4 5 Restifo NP, Gattinoni L (October 2013). Lineage relationship of effector and memory T cells. Current Opinion in Immunology Special section: Systems biology and bioinformatics / Immunogenetics and transplantation 25 (5): 556–63. PMID 24148236. PMC 3858177. DOI: 10.1016/j.coi.2013.09.003.
- 1 2 3 4 Henning AN, Roychoudhuri R, Restifo NP (May 2018). + T cell differentiation. Nature Reviews. Immunology 18 (5): 340–356. PMID 29379213. PMC 6327307. DOI: 10.1038/nri.2017.146.
- 1 2 Youngblood B, Hale JS, Ahmed R (July 2013). T-cell memory differentiation: insights from transcriptional signatures and epigenetics. Immunology 139 (3): 277–84. PMID 23347146. PMC 3701173. DOI: 10.1111/imm.12074.
- ↑ Fazeli P, Kalani M and Hosseini M (2023) T memory stem cell characteristics in autoimmune diseases and their promising therapeutic values. Front. Immunol. 14:1204231. doi: 10.3389/fimmu.2023.1204231
- 1 2 Schmidl C, Delacher M, Huehn J, Feuerer M (September 2018). Epigenetic mechanisms regulating T-cell responses. The Journal of Allergy and Clinical Immunology 142 (3): 728–743. PMID 30195378. DOI: 10.1016/j.jaci.2018.07.014.
- ↑ Sallusto F, Lenig D, Förster R, Lipp M, Lanzavecchia A (October 1999). Two subsets of memory T lymphocytes with distinct homing potentials and effector functions. Nature 401 (6754): 708–12. PMID 10537110. DOI: 10.1038/44385.
- ↑ Akbar AN, Terry L, Timms A, Beverley PC, Janossy G (April 1988). Loss of CD45R and gain of UCHL1 reactivity is a feature of primed T cells. Journal of Immunology 140 (7): 2171–8. PMID 2965180. DOI: 10.4049/jimmunol.140.7.2171.
- ↑ Willinger T, Freeman T, Hasegawa H, McMichael AJ, Callan MF (November 2005). Molecular signatures distinguish human central memory from effector memory CD8 T cell subsets. Journal of Immunology 175 (9): 5895–903. PMID 16237082. DOI: 10.4049/jimmunol.175.9.5895.
- ↑ Koch S, Larbi A, Derhovanessian E, Ozcelik D, Naumova E, Pawelec G (July 2008). Multiparameter flow cytometric analysis of CD4 and CD8 T cell subsets in young and old people. Immunity & Ageing 5 (6). PMID 18657274. PMC 2515281. DOI: 10.1186/1742-4933-5-6.
- ↑ (en) Gerlach, Carmen, Moseman, E. Ashley, Loughhead, Scott M., Alvarez, David, Zwijnenburg, Anthonie J. (December 2016). The Chemokine Receptor CX3CR1 Defines Three Antigen-Experienced CD8 T Cell Subsets with Distinct Roles in Immune Surveillance and Homeostasis. Immunity 45 (6): 1270–1284. PMID 27939671. PMC 5177508. DOI: 10.1016/j.immuni.2016.10.018.
- 1 2 3 Mueller SN, Mackay LK (February 2016). Tissue-resident memory T cells: local specialists in immune defence. Nature Reviews. Immunology 16 (2): 79–89. PMID 26688350. DOI: 10.1038/nri.2015.3.
- ↑ Steinert EM, Schenkel JM, Fraser KA, Beura LK, Manlove LS, Igyártó BZ, Southern PJ, Masopust D (May 2015). Quantifying Memory CD8 T Cells Reveals Regionalization of Immunosurveillance. Cell 161 (4): 737–49. PMID 25957682. PMC 4426972. DOI: 10.1016/j.cell.2015.03.031.
- 1 2 Study highlights possible Achilles' heel in key immune memory cells.
- ↑ Lee YJ, Jameson SC, Hogquist KA (February 2011). Alternative memory in the CD8 T cell lineage. Trends in Immunology 32 (2): 50–6. PMID 21288770. PMC 3039080. DOI: 10.1016/j.it.2010.12.004.
- ↑ Marusina AI, Ono Y, Merleev AA, Shimoda M, Ogawa H, Wang EA, Kondo K, Olney L, Luxardi G, Miyamura Y, Yilma TD, Villalobos IB, Bergstrom JW, Kronenberg DG, Soulika AM, Adamopoulos IE, Maverakis E (February 2017). + virtual memory: Antigen-inexperienced T cells reside in the naïve, regulatory, and memory T cell compartments at similar frequencies, implications for autoimmunity. Journal of Autoimmunity 77: 76–88. PMID 27894837. PMC 6066671. DOI: 10.1016/j.jaut.2016.11.001.
- 1 2 3 (en) Whiteside, Sarah K., Snook, Jeremy P., Williams, Matthew A., Weis, Janis J. (December 2018). Bystander T Cells: A Balancing Act of Friends and Foes. Trends in Immunology 39 (12): 1021–1035. PMID 30413351. PMC 6269193. DOI: 10.1016/j.it.2018.10.003.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 (en) Lee, Hoyoung, Jeong, Seongju, Shin, Eui-Cheol (January 2022). Significance of bystander T cell activation in microbial infection. Nature Immunology 23 (1): 13–22. ISSN: 1529-2908. PMID 34354279. DOI: 10.1038/s41590-021-00985-3.
- 1 2 (en) Pacheco, Yovana, Acosta-Ampudia, Yeny, Monsalve, Diana M., Chang, Christopher, Gershwin, M. Eric (September 2019). Bystander activation and autoimmunity. Journal of Autoimmunity 103. PMID 31326230. DOI: 10.1016/j.jaut.2019.06.012.
- 1 2 3 (en) Maurice, Nicholas J., Taber, Alexis K., Prlic, Martin (1 februari 2021). The Ugly Duckling Turned to Swan: A Change in Perception of Bystander-Activated Memory CD8 T Cells. The Journal of Immunology 206 (3): 455–462. ISSN: 0022-1767. PMID 33468558. PMC 7839146. DOI: 10.4049/jimmunol.2000937.
- 1 2 (en) Kim, Tae-Shin, Shin, Eui-Cheol (December 2019). The activation of bystander CD8+ T cells and their roles in viral infection. Experimental & Molecular Medicine 51 (12): 1–9. ISSN: 1226-3613. PMID 31827070. PMC 6906361. DOI: 10.1038/s12276-019-0316-1.
- 1 2 Borras, DM, Verbandt, S, Ausserhofer, M et al. (November 2023). Single cell dynamics of tumor specificity vs bystander activity in CD8+ T cells define the diverse immune landscapes in colorectal cancer. Cell Discovery 9 (114). PMID 37968259. PMC 10652011. DOI: 10.1038/s41421-023-00605-4.
- ↑ (en) Boyman, Onur (April 2010). Bystander activation of CD4 + T cells: HIGHLIGHTS. European Journal of Immunology 40 (4): 936–939. PMID 20309907. DOI: 10.1002/eji.201040466.
- 1 2 3 4 (en) Lee, Hong-Gyun, Cho, Min-Zi, Choi, Je-Min (August 2020). Bystander CD4+ T cells: crossroads between innate and adaptive immunity. Experimental & Molecular Medicine 52 (8): 1255–1263. ISSN: 1226-3613. PMID 32859954. PMC 8080565. DOI: 10.1038/s12276-020-00486-7.