Reactieve lymfocyt

Reactieve lymfocyten zijn lymfocyten die groot worden als gevolg van antigeenstimulatie. Ze kunnen doorgaans een diameter van meer dan 30 μm hebben en variëren in grootte en vorm.
Reactieve lymfocyten werden oorspronkelijk in 1907 beschreven door W. Türk in het perifeer bloed van patiënten met klierkoorts. Later, in 1923, werden de kenmerken van de reactieve lymfocyten gedetailleerder omschreven door Hal Downey en C.A. McKinlay, die ook de associatie met het epstein-barrvirus en cytomegalovirus ontdekten.[1][2]
Reactieve lymfocyten worden gewoonlijk in verband gebracht met virusinfecties, maar ze kunnen ook aanwezig zijn als gevolg van reacties op medicijnen (zoals fenytoïne), vaccinaties, straling en hormonale oorzaken (zoals stress en de ziekte van Addison), evenals sommige auto-immuunziekten (zoals reumatoïde artritis).[3]
Morfologie
Downey en McKinlay beschreven voor het eerst de atypische (afwijkende) lymfocyten die worden gezien bij klierkoorts. Vervolgens categoriseerden ze de atypische lymfocyten van verschillende etiologieën onder drie subtypen:[4]
- Type I als sterk gedifferentieerde "leukocytoïde lymfocyt", een ronde tot gelobde kern, volgroeid klonterig chromatine met of zonder nucleoli en met een wisselende mate van basofiel cytoplasma.
- Type II als grotere cellen met een ronde tot gelobde kern, chromatine dat lijkt op dat van plasmacellen, een matige hoeveelheid cytoplasma met milde basofilie.
- Type III-cellen zijn grote cellen met een ronde tot licht ingedeukte celkern, chromatine dat grotendeels onvolgroeid is met diffuse zeefachtige structuren en nucleoli.
Type II-downeycellen zijn het meest voorkomende type reactieve lymfocyten. Over het algemeen kunnen deze cellen variëren in morfologische details en oppervlaktemarkerkenmerken, aangezien dit het resultaat is van een polyklonale immuunrespons op antigene stimulatie. Alle drie de typen downeycellen werden waargenomen, samen met enkele andere varianten, zoals grotere cellen met een diep gekronkelde celkern, cellen met kristallijne staafjes en korrels in het cytoplasma, vlamcellen, mott-cellen en enkele tussenvormen.[5]
De gemeenschappelijke kenmerken van reactieve lymfocyten zijn:[6]
- groter dan normaal, soms met een diameter van meer dan 30 micron;
- de celkern kan rond, elliptisch, ingedeukt, gespleten of geplooid zijn;
- het cytoplasma is vaak overvloedig en kan basofiel zijn – meestal is het cytoplasma grijs, lichtblauw of diepblauw van kleur;
- vacuolen en/of azurofiele korrels zijn soms ook aanwezig;
- histochemie toont verhoogde concentraties van zure fosfatase, fosforylase en niet-specifieke esterase;
- prominente clusters en rozetten van vrije ribosomen;
- aanwezigheid van kleine vacuolen nabij de rand van het cytoplasma, evenals instulpingen in het celoppervlak.
Moleculaire markers
Atypische lymfocytenpopulaties vertonen vaak kenmerken van geactiveerde cytotoxische T-cellen, zoals CD29, CD38, HLA-DR, CD45RO en CD95. De expressie van CD25 was daarentegen verlaagd.[7]
Het tot expressie komen van moleculaire markers kan variëren, afhankelijk van vele factoren. Zo lijkt de CD57-expressie alleen significant verlaagd te zijn bij patiënten met epstein-barrvirus-infecties.[7]
Functie
De atypische lymfocyten zijn het best bestudeerd in het bloed van patiënten met klierkoorts. Eerdere studies vermoeden dat atypische lymfocyten zowel T- als B-celkenmerken kunnen hebben; nu wordt meer gesuggereerd dat reactieve lymfocyten geactiveerde T-cellen zijn die worden geproduceerd als reactie op geïnfecteerde B-cellen.[3][6]
Reactieve lymfocyten blijken zich op te hopen in ontstekingsgebieden zoals de lever en de keelholte van personen met klierkoorts en huidvensterpreparaten. De huidvenstertechniek wordt gebruikt in de immunologie, waarbij de bovenste huidlaag wordt afgeschraapt, waardoor het mogelijk wordt de immuunreactie te identificeren die zou optreden bij een verminderde fysieke barrière in de gastheer en de mobilisatie van leukocyten te observeren.[8]
Bij klierkoorts zijn de atypische lymfocyten een onderdeel van een normaal immuunsysteem dat helpt bij de bestrijding van potentieel dodelijk epstein-barrvirusgeïnduceerde B-cellymfoom bij de mens.
Klinische betekenis
De aanwezigheid van downeycellen werd waargenomen in veel COVID-19-gevallen, samen met de atypische plasmacytoïde lymfocyten (die mogelijk een van de minder gebruikelijke atypische lymfocyttypen zijn).[9][10]
Sommige waarnemingen suggereren zelfs dat de aanwezigheid van bepaalde reactieve lymfocyten bij sommige geïnfecteerde patiënten een indicator zou kunnen zijn van een betere prognose van de ziekte.[11]
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Reactive lymphocyt op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- ↑ Cabot, Richard C., Scully, Robert E., Mark, Eugene J., McNeely, William F., McNeely, Betty U. (June 1994). Case records of the Massachusetts General Hospital. Weekly clinicopathological exercises. Case 24-1994. A two-year-old boy with thrombocytopenia, leukocytosis, and hepatosplenomegaly. N. Engl. J. Med. 330 (24): 1739–46. PMID 8190136. DOI: 10.1056/NEJM199406163302408.
- ↑ Downey, Hal, McKinlay, C.A. (1 July 1923). Acute Lymphadenosis Compared with Acute Lymphatic Leukemia. Archives of Internal Medicine 32 (1): 82–112. ISSN: 0003-9926. DOI: 10.1001/archinte.1923.00110190085006.
- 1 2 (en) Shiftan, Thomas A., Mendelsohn, John (1 January 1978). The circulating "atypical" lymphocyte. Human Pathology 9 (1): 51–61. PMID 631844. DOI: 10.1016/S0046-8177(78)80007-0.
- ↑ (en) Downey, Hal (1 juli 1923). Acute Lymphadenosis Compared with Acute Lymphatic Leukemia. Archives of Internal Medicine 32 (1). ISSN: 0003-9926. DOI: 10.1001/archinte.1923.00110190085006.
- ↑ (en) Acharya, Shreyam, Ningombam, Aparna, Sarkar, Abhirup, Kumar, Kundan (2022). Diverse atypical lymphocytes in the peripheral blood smear of dengue patients: Crystalline rods, Mott cells, and Downey cells. Journal of Applied Hematology 13 (3). ISSN: 1658-5127. DOI: 10.4103/joah.joah_33_21.
- 1 2 Kalele, Ketki P (2016). Atypical Lymphocytes and Cellular Cannibalism: A Phenomenon, First of its Kind to be Discovered in Chronic Periapical Lesions. Journal of Clinical and Diagnostic Research 10 (4): ZC01-4. PMID 27190937. PMC 4866235. DOI: 10.7860/JCDR/2016/16902.7519.
- 1 2 (en) Hudnall, S. David, Patel, Jyoti, Schwab, Hanna, Martinez, Jose (22 August 2003). Comparative immunophenotypic features of EBV-positive and EBV-negative atypical lymphocytosis. Cytometry 55B (1): 22–28. ISSN: 0196-4763. PMID 12949956. DOI: 10.1002/cyto.b.10043.
- ↑ Definition: Rebuck skin window technique from Online Medical Dictionary.
- ↑ (en) Chong, Vanessa C. L., Lim, Kian Guan Eric, Fan, Bingwen Eugene, Chan, Stephrene S. W., Ong, Kiat H. (5 May 2020). Reactive lymphocytes in patients with COVID-19. British Journal of Haematology 189 (5). ISSN: 0007-1048. PMID 32297330. PMC 7262365. DOI: 10.1111/bjh.16690.
- ↑ (en) El Jamal, Siraj M., Salib, Christian, Stock, Aryeh, Uriarte-Haparnas, Norlita I., Glicksberg, Benjamin S. (10 June 2020). Atypical lymphocyte morphology in SARS-CoV-2 infection. Pathology - Research and Practice 216 (9). PMID 32825937. PMC 7284261. DOI: 10.1016/j.prp.2020.153063.
- ↑ (en) Rodellar, José, Barrera, Kevin, Alférez, Santiago, Boldú, Laura, Laguna, Javier (23 mei 2022). A Deep Learning Approach for the Morphological Recognition of Reactive Lymphocytes in Patients with COVID-19 Infection. Bioengineering 9 (5). ISSN: 2306-5354. PMID 35621507. PMC 9137554. DOI: 10.3390/bioengineering9050229.