Transitionele B-cel

Transitionele B-cellen zijn B-cellen in een tussenstadium van hun ontwikkeling tussen onrijpe cellen in het beenmerg en rijpe B-cellen in de milt. De primaire ontwikkeling van B-cellen vindt plaats in het beenmerg, waar onrijpe B-cellen een functionele B-celreceptor moeten genereren en de negatieve selectie moeten overwinnen die wordt veroorzaakt door reactiviteit met auto-antigenen.[1] Transitionele B-cellen kunnen worden gevonden in het beenmerg, het perifeer bloed en de milt, en slechts een fractie van de onrijpe B-cellen die de transitionele fase overleven, worden rijpe B-cellen in secundaire lymfe-organen zoals de milt.
Kenmerken van transitionele B cellen
De term "transitionele B-cel" werd voor het eerst gebruikt in 1995 voor cellen die zich in een ontwikkelingsstadium bevinden tussen onrijpe B-cellen uit het beenmerg en volledig rijpe naïeve B-cellen in het perifeer bloed en secundaire lymfeweefsels, zoals die voorkomen bij muizen. Bij mensen wordt verondersteld dat de transitionele B-cellen, nadat ze het beenmerg hebben verlaten, onderworpen worden aan perifere controles om de productie van auto-antilichamen te voorkomen.[2] Transitionele B-cellen die de selectie tegen autoreactiviteit overleven, ontwikkelen zich uiteindelijk tot naïeve B-cellen.[3] Gezien het feit dat slechts een klein deel van de onrijpe B-cellen de overgang naar het rijpe naïeve stadium overleeft, wordt algemeen aangenomen dat het transitionele B-celcompartiment een belangrijk negatief selectiepunt vormt voor autoreactieve B-cellen.[4][5] Alle transitionele B-cellen hebben een hoge concentratie van het hittebestendig antigene, celadhesiemolecuul (CD24) in vergelijking met hun rijpe tegenhangers en brengen de fenotypische oppervlaktemarker AA4 tot expressie.[6]
Celtypen
Er zijn twee overgangsstadia voor B-cellen bij muizen, T1 en T2. Het T1-stadium vindt plaats vanaf de migratie vanuit het beenmerg naar de milt, en het T2-stadium vindt plaats in de milt, waar ze zich ontwikkelen tot volwassen B-cellen.[7] Net als bij muizen kunnen menselijke transitionele B-cellen worden gevonden in het beenmerg, het perifeer bloed en de milt. In tegenstelling tot de genuanceerde modellen die bij muizen zijn voorgesteld, hebben studies bij mensen tot nu toe over het algemeen een vrij homogene populatie van transitionele-B-cellen (T1/T2) beschreven, gedefinieerd door de expressie van hoge niveaus van CD24, CD38 en CD10.[1][8]
Over het algemeen is er overeenstemming over de markers die worden gebruikt om de subpopulaties te scheiden, hoewel er enkele verschillen bestaan in het aantal subgroepen en in de functionele kenmerken van de T2-populatie. T1 B-cellen onderscheiden zich van de andere subgroepen door de volgende kenmerken van de oppervlaktemarkers: ze zijn IgMhoogIgD−CD21−CD23−, terwijl T2 B-cellen hoge niveaus van oppervlakte-IgM behouden, maar ook IgD+CD21+ en CD23+ zijn.[8] De verschillen in functionele kenmerken van de T2-subpopulatie die door verschillende laboratoria zijn gerapporteerd, zijn onverklaard, hoewel ze mogelijk te wijten zijn aan verschillen in isolatiestrategieën. In ieder geval is er consensus dat T2 B-cellen functioneel duidelijk verschillen van T1 B-cellen.[9]
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Transitional B cell op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Referenties
- 1 2 Sims GP, Ettinger R, Shirota Y, Yarboro CH, Illei GG, Lipsky PE (1 June 2005). Identification and characterization of circulating human transitional B cells. Blood 105 (11): 4390–8. PMID 15701725. PMC 1895038. DOI: 10.1182/blood-2004-11-4284.
- ↑ Wardman H, Yordanov S, Schaefer A, Young JW, Meffre E, Nussenzweig MC (2003). Predominant autoantibody production by early human B cell precursors. Science 301 (5638): 1374–1377. PMID 12920303. DOI: 10.1126/science.1086907.
- ↑ Suryani S, Fulcher DA, Santner-Nanan B (2010). Differential expression of CD21 identifies developmentally and functionally distinct subsets of human transitional B cells. Blood 115 (3): 519–529. PMID 19965666. DOI: 10.1182/blood-2009-07-234799.
- ↑ Carsetti R, Köhler G, Lamers MC (1 June 1995). Transitional B cells are the target of negative selection in the B cell compartment. J Exp Med 181 (6): 2129–40. PMID 7760002. PMC 2192072. DOI: 10.1084/jem.181.6.2129.
- ↑ Loder F, Mutschler B, Ray RJ, Paige CJ, Sideras P, Torres R, Lamers MC, Carsetti R (5 July 1999). B cell development in the spleen takes place in discrete steps and is determined by the quality of B cell receptor-derived signals. J Exp Med 190 (1): 75–89. PMID 10429672. PMC 2195560. DOI: 10.1084/jem.190.1.75.
- ↑ Allman D, Li J, Hardy RR (1999). Commitment to the B lymphoid lineage occurs before DH–JH recombination. J. Exp. Med. 189 (4): 735–740. PMID 9989989. PMC 2192940. DOI: 10.1084/jem.189.4.735.
- ↑ James B. Petro, Rachel M. Gerstein, John Lowe (December 2002). Transitional Type 1 and 2 B Lymphocyte Subsets Are Differentially Responsive to Antigen Receptor Signaling. J. Biol. Chem. 277 (50): 48009–19. PMID 12356763. DOI: 10.1074/jbc.M200305200.
- 1 2 Cuss AK, Avery DT, Cannons JL, Yu LJ, Nichols KE, Shaw PJ, Tangye SG (1 February 2006). Expansion of functionally immature transitional B cells is associated with human-immunodeficient states characterized by impaired humoral immunity. J. Immunol. 176 (3): 1506–16. PMID 16424179. DOI: 10.4049/jimmunol.176.3.1506.
- ↑ Chung JB, Sater RA, Fields ML, Erikson J, Monroe JG (2002). CD23 defines two distinct subsets of immature B cells which differ in their responses to T cell help signals. Int. Immunol. 14 (2): 157–166. PMID 11809735. DOI: 10.1093/intimm/14.2.157.