Nucleolus

| Celbiologie |
|---|
| De dierlijke cel |
![]() |
| Componenten van een dierlijke cel: |
| Portaal |
De nucleolus (meervoud: nucleoli) is een amorfe structuur in de celkern van eukaryotische cellen. De nucleolus bestaat uit RNA, DNA en eiwitten en bevat de moleculaire machinerie die nodig is voor de vorming van ribosomen.[1] Ribosomen zijn grote complexen die opgebouwd zijn uit ribosomaal RNA (rRNA) en r-eiwitten. In de nucleolus worden deze moleculen gesynthetiseerd en in de juiste structuur samengebracht. De ribosomen verlaten de celkern via kernporiën en verzorgen in het cytoplasma de eiwitsynthese.
Nucleoli vormen zich rond specifieke delen van het chromatine in de celkern, de zogenaamde nucleolus organizer regions. In deze chromatinegebieden bevinden zich rDNA-sequenties: genen die coderen voor de eiwitten en RNA-moleculen waaruit ribosomen zijn opgebouwd. Stoornissen van de nucleolus zijn in verband gebracht met een aantal erfelijke aandoeningen die "nucleolopathieën" worden genoemd. Ribosoomsynthese in de nucleolus is ook in de belangstelling gekomen als mogelijk doelwit voor kankertherapie.[2]
Geschiedenis
Het bestaan van de nucleolus werd ontdekt rond 1835.[1] Er was weinig bekend over de functie van de nucleolus tot er in 1964 een onderzoek van John Gurdon en Donald Brown over verscheen. Eieren van het modelorganisme Xenopus laevis waarin de nucleolus afwezig was, bleken niet in staat om levende kikkervisjes voort te brengen. De onderzoekers concludeerden daaruit dat de nucleolus een essentiële functie had in normale celprocessen.[3] In 1966 werd aangetoond dat het DNA in nucleoli codeert voor ribosomaal RNA, en dus betrokken was bij ribosoomsynthese.[4]
Structuur

De nucleolus is een relatief opvallende structuur in de celkern, en kan al zichtbaar gemaakt worden met behulp van de lichtmicroscoop. Qua structuur is het een groot aggregaat van macromoleculen, waaronder chromatine, ribosomaal RNA, ribosomale eiwitten en andere intranucleaire RNA-moleculen zoals snoRNA's. De rRNA-moleculen en bijbehorende eiwitten organiseren zich in de nucleolus tot functionele ribosoomdelen.
De ultrastructuur van de nucleolus kan bestudeerd worden door middel van elektronenmicroscopie. De nucleolus is zeer dynamisch en de organisatie ervan kan gevolgd worden met onder meer fluorescente labeling en FRAP-technieken. Ook antilichamen tegen het eiwit PAF49 kunnen worden gebruikt als een marker voor de nucleolus (immunofluorescentie).[5]
De drie hoofdcomponenten van de nucleolus zijn het fibrillaire centrum (FC), het dense fibrillaire component (DFC) en het granulaire component (GC). Transcriptie van rDNA vindt waarschijnlijk plaats in de FC.[6] De DFC is voornamelijk opgebouwd uit het eiwit fibrillarine, dat betrokken is bij de processing van rRNA. De GC bevat het eiwit nucleofosmine, dat eveneens een belangrijke rol speelt in ribosoomvorming.[6]
Functie
De functie van de nucleolus is de biosynthese van ribosoomdelen. Het assembleren van ribosomaal RNA met ribosomale eiwitten is een complex proces waarbij veel enzymen en functionele RNA-moleculen zijn betrokken (met name snoRNA). Naast ribosomen worden ook andere niet-coderende RNA-moleculen in de nucleolus gevormd en verwerkt, zoals transfer RNA (tRNA). Telomerase is een eiwit-RNA-complex dat eveneens in de nucleolus wordt samengesteld.
Vorming ribosomen
De synthese van ribosomen in de nucleolus begint met transcriptie van rDNA door het enzym RNA-polymerase I. Om de transcriptie te laten plaatsvinden, zijn verschillende pol I-geassocieerde factoren en DNA-specifieke factoren vereist. Nadat de transcriptie voltooid is ontstaat een lange rRNA-keten (45S pre-rRNA) dat nog veel onnodige sequenties bevat. De keten wordt in een aantal delen (subunits) gesplitst door enzymen. Dit proces wordt begeleid door korte RNA-moleculen genaamd small nucleolar RNA (snoRNA). Nadat de rRNA-subunits zijn verwerkt, kan assemblage plaatsvinden tot ribosoomdelen.
In planten en hogere eukaryoten worden de ribosomale eiwitten in het cytoplasma gevormd en via kernporiën naar de nucleolus getransporteerd. Assemblage van rRNA en r-eiwitten levert de 40S (kleine) en 60S (grote) ribosoomdelen van het complete ribosoom. Deze worden geëxporteerd via de kernporiën naar het cytoplasma, waar ze vrij in het cytoplasma blijven of een binding aangaan met het endoplasmatisch reticulum.[7]
Zie ook
- Bron en referenties
- (en) Alberts, B. (2015). Molecular Biology of The Cell, 6th edition. Garland Science, New York, 329–331. ISBN 978-0-8153-4464-3.
- 1 2 (en) Pederson T (2011). The nucleolus. Cold Spring Harbor Perspectives in Biology 3 (3): a000638. PMID 21106648. DOI: 10.1101/cshperspect.a000638.
- ↑ Quin JE, Devlin JR. (2014). Targeting the nucleolus for cancer intervention. Biochimica et Biophysica Acta 1842 (6): 802–16. PMID 24389329. DOI: 10.1016/j.bbadis.2013.12.009.
- ↑ (en) Brown DD, Gurdon JB (1964). Absence of ribosomal rna synthesis in the anucleolate mutant of xenopus laevis. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 51: 139–46. PMID 14106673. DOI: 10.1073/pnas.51.1.139.
- ↑ (en) Birnstiel ML, Wallace H, Sirlin JL, Fischberg M (1966). Localization of the ribosomal DNA complements in the nucleolar organizer region of Xenopus laevis. National Cancer Institute Monograph 23: 431–47. PMID 5963987.
- ↑ (en) Hernandez-Verdun D (2006). Nucleolus: from structure to dynamics. Histochemistry and Cell Biology 125 (1-2): 127–37. PMID 16328431. DOI: 10.1007/s00418-005-0046-4.
- 1 2 (en) Sirri V, Urcuqui-Inchima S, Roussel P, Hernandez-Verdun D (2008). Nucleolus: the fascinating nuclear body. Histochemistry and Cell Biology 129 (1): 13–31. PMID 18046571. PMC 2137947. DOI: 10.1007/s00418-007-0359-6.
- ↑ (en) Cooper GM, Hausman RE (2007). The Cell: A Molecular Approach, 4th. Sinauer Associates, 371–9. ISBN 978-0-87893-220-7.
