Nucleolus

Diagram van de celkern. Het bolvormige lichaam in de celkern is de nucleolus.
Celbiologie
De dierlijke cel
Animal Cell
Componenten van een dierlijke cel:
  1. Nucleolus
  2. Celkern
  3. Ribosoom (blauwe puntjes)
  4. Vesikel
  5. Ruw endoplasmatisch reticulum
  6. Golgicomplex
  7. Cytoskelet
  8. Glad endoplasmatisch reticulum
  9. Mitochondrion
  10. Vacuole
  11. Cytosol
  12. Lysosoom
  13. Centrosoom
  14. Celmembraan
Portaal  Portaalicoon  Biologie

De nucleolus (meervoud: nucleoli) is een amorfe structuur in de celkern van eukaryotische cellen. De nucleolus bestaat uit RNA, DNA en eiwitten en bevat de moleculaire machinerie die nodig is voor de vorming van ribosomen.[1] Ribosomen zijn grote complexen die opgebouwd zijn uit ribosomaal RNA (rRNA) en r-eiwitten. In de nucleolus worden deze moleculen gesynthetiseerd en in de juiste structuur samengebracht. De ribosomen verlaten de celkern via kernporiën en verzorgen in het cytoplasma de eiwitsynthese.

Nucleoli vormen zich rond specifieke delen van het chromatine in de celkern, de zogenaamde nucleolus organizer regions. In deze chromatinegebieden bevinden zich rDNA-sequenties: genen die coderen voor de eiwitten en RNA-moleculen waaruit ribosomen zijn opgebouwd. Stoornissen van de nucleolus zijn in verband gebracht met een aantal erfelijke aandoeningen die "nucleolopathieën" worden genoemd. Ribosoomsynthese in de nucleolus is ook in de belangstelling gekomen als mogelijk doelwit voor kankertherapie.[2]

Geschiedenis

Het bestaan van de nucleolus werd ontdekt rond 1835.[1] Er was weinig bekend over de functie van de nucleolus tot er in 1964 een onderzoek van John Gurdon en Donald Brown over verscheen. Eieren van het modelorganisme Xenopus laevis waarin de nucleolus afwezig was, bleken niet in staat om levende kikkervisjes voort te brengen. De onderzoekers concludeerden daaruit dat de nucleolus een essentiële functie had in normale celprocessen.[3] In 1966 werd aangetoond dat het DNA in nucleoli codeert voor ribosomaal RNA, en dus betrokken was bij ribosoomsynthese.[4]

Structuur

Een elektronenmicroscopische opname van een celkern. De donkere vlek is de nucleolus.

De nucleolus is een relatief opvallende structuur in de celkern, en kan al zichtbaar gemaakt worden met behulp van de lichtmicroscoop. Qua structuur is het een groot aggregaat van macromoleculen, waaronder chromatine, ribosomaal RNA, ribosomale eiwitten en andere intranucleaire RNA-moleculen zoals snoRNA's. De rRNA-moleculen en bijbehorende eiwitten organiseren zich in de nucleolus tot functionele ribosoomdelen.

De ultrastructuur van de nucleolus kan bestudeerd worden door middel van elektronenmicroscopie. De nucleolus is zeer dynamisch en de organisatie ervan kan gevolgd worden met onder meer fluorescente labeling en FRAP-technieken. Ook antilichamen tegen het eiwit PAF49 kunnen worden gebruikt als een marker voor de nucleolus (immunofluorescentie).[5]

De drie hoofdcomponenten van de nucleolus zijn het fibrillaire centrum (FC), het dense fibrillaire component (DFC) en het granulaire component (GC). Transcriptie van rDNA vindt waarschijnlijk plaats in de FC.[6] De DFC is voornamelijk opgebouwd uit het eiwit fibrillarine, dat betrokken is bij de processing van rRNA. De GC bevat het eiwit nucleofosmine, dat eveneens een belangrijke rol speelt in ribosoomvorming.[6]

Functie

De functie van de nucleolus is de biosynthese van ribosoomdelen. Het assembleren van ribosomaal RNA met ribosomale eiwitten is een complex proces waarbij veel enzymen en functionele RNA-moleculen zijn betrokken (met name snoRNA). Naast ribosomen worden ook andere niet-coderende RNA-moleculen in de nucleolus gevormd en verwerkt, zoals transfer RNA (tRNA). Telomerase is een eiwit-RNA-complex dat eveneens in de nucleolus wordt samengesteld.

Vorming ribosomen

Meer informatie: Ribosoom

De synthese van ribosomen in de nucleolus begint met transcriptie van rDNA door het enzym RNA-polymerase I. Om de transcriptie te laten plaatsvinden, zijn verschillende pol I-geassocieerde factoren en DNA-specifieke factoren vereist. Nadat de transcriptie voltooid is ontstaat een lange rRNA-keten (45S pre-rRNA) dat nog veel onnodige sequenties bevat. De keten wordt in een aantal delen (subunits) gesplitst door enzymen. Dit proces wordt begeleid door korte RNA-moleculen genaamd small nucleolar RNA (snoRNA). Nadat de rRNA-subunits zijn verwerkt, kan assemblage plaatsvinden tot ribosoomdelen.

In planten en hogere eukaryoten worden de ribosomale eiwitten in het cytoplasma gevormd en via kernporiën naar de nucleolus getransporteerd. Assemblage van rRNA en r-eiwitten levert de 40S (kleine) en 60S (grote) ribosoomdelen van het complete ribosoom. Deze worden geëxporteerd via de kernporiën naar het cytoplasma, waar ze vrij in het cytoplasma blijven of een binding aangaan met het endoplasmatisch reticulum.[7]

Zie ook

Zie de categorie Cell nucleolus van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.