Gouvernement Tiflis

Тифлисская губерния
Gouvernement Tiflis
Goebernija in Keizerrijk Rusland
 Gouvernement Georgië-Imeretië 1846  1917
Wapen van gouvernement
Kaart
Locatie en omvang (1867-1917) gouvernement Tiflis in het onderkoninkrijk van de Kaukasus.
Locatie en omvang (1867-1917) gouvernement Tiflis in het onderkoninkrijk van de Kaukasus.
Algemene gegevens
Hoofdstad Tiflis
Oppervlakte 38.302,7 km²
35.904,3 werst²
Bevolking 1.183.300 (1913)
Religie(s) Oosters-Orthodox, Armeens-apostolisch, islam
Bestuurlijke en etnografische kaart uit 1902 van gouvernement Tiflis (census 1886), inclusief Zakatala (uiterst rechts).
Bestuurlijke en etnografische kaart uit 1902 van gouvernement Tiflis (census 1886), inclusief Zakatala (uiterst rechts).
Portaal  Portaalicoon   Rusland

Het gouvernement Tiflis (Russisch: Тифлисская губерния, Tiflisskaja goebernieja, Oud-Russisch: Тифлисская губернія; Georgisch: ტფილისის გუბერნია, Tfilisis goebernia) was van 1846 tot 1917 een gouvernement (goebernija) van het Russische Rijk in het centrale deel van het onderkoninkrijk van de Kaukasus. Tbilisi (Tiflis) was de hoofdstad.

Geografie

Het gouvernement strekte zich in de oorspronkelijke omvang uit van de Grote Kaukasus via Armenië en Nachitsjevan tot de Perzische grens in het zuiden en vanaf het Meschetigebergte tot aan het westen van Azerbeidzjan. Het was daarmee ongeveer zo groot als de Benelux. Door herindeling van de bestuurlijke eenheden in Transkaukasië halveerde het gouvernement tot 1867 in omvang.

In 1913 was de oppervlakte van het gouvernement 38.302 vierkante kilometer,[1] ongeveer zo groot als Nederland. Dit gebied kwam overeen met het oostelijke deel van het moderne Georgië, of anders gezegd het voormalige koninkrijk Kartli-Kachetië en de hedendaagse regio's Kacheti, Mtscheta-Mtianeti, Sjida Kartli, Samtsche-Dzjavacheti en hoofdstad Tbilisi.

De fysieke geografie van het gebied werd bepaald door verschillende bergketens, die onderdeel zijn van de Grote- en Kleine Kaukasus, en rivieren, zoals de Koera en haar zijrivieren de Alazani, Iori en Liachvi, die vooral voor irrigatie dienden. De verschillende valleien waren in deze periode agrarische gebieden. In de lagere delen in het oosten van het gouvernement lagen de waterloze steppen Sjiraki en Karajaz, die voornamelijk werden bewoond door nomadische Tataren (Azerbeidzjanen). Ongeveer een kwart van het gebied was bedekt met bos.[2]

Geschiedenis

Toen het Russische Rijk in 1801 het Oost-Georgische koninkrijk Kartli-Kachetië annexeerde, werd de Russische bestuurlijke indeling ingevoerd. Het koninkrijk transformeerde daarmee tot het gouvernement Georgië. Nadat Rusland in daaropvolgende decennia het West-Georgische koninkrijk Imeretië en andere gebieden in Transkaukasië annexeerde, werden deze gebieden in 1840 samengevoegd tot het gouvernement Georgië-Imeretië.

In 1846 werd Georgië-Imeretië gesplitst in de gouvernementen Koetais en Tiflis.[3] Tbilisi (Tiflis) was behalve hoofdstad van het gouvernement Tiflis ook de zetel van de onderkoning van de Kaukasus. De stad was daarmee het centrum van de gehele Kaukasus en met name Transkaukasië.

Infrastructuur

Het gouvernement kreeg een centrale plaats in het spoornetwerk van Transkaukasië.

De aanleg en verbetering van infrastructuur was een speerpunt van de Russische expansie in Transkaukasië, waarin het gouvernement Tiflis een belangrijke schakel was. Dat begon al rond 1800 met de uitbouw van de historische karavaanroute Georgische Militaire Weg tussen Vladikavkaz en Tiflis door het centrale deel van de Grote Kaukasus naar een volwaardige weg. De route was cruciaal voor de uitbreiding van de Russische macht.

Als gevolg van de voor Rusland slecht verlopen Krimoorlog (1853-1856) zag men ook een militaire noodzaak spoorwegen versneld aan te leggen naar nieuw verworven gebieden, niet in het minst Transkaukasië. In 1872 opende de spoorweg tussen Tbilisi en havenstad Poti. Kort daarna volgde de oostelijke verlenging naar Bakoe, waardoor olie van de Kaspische olievelden naar de Zwarte Zee vervoerd kon worden, en opende rond 1900 de spoorlijn Tiflis-Alexandropol-Jerevan-Julfa.[4] Hierdoor werd Tiflis de centrale spil van de Transkaukasische spoorwegen, wat bijdroeg aan de economische en industriële ontwikkeling.

De zomerresidentie Likani van grootvorst Nicolaas Romanov bij Bordzjomi.

Om regio's in het gouvernement te ontsluiten ten behoeve van de economische ontwikkeling werden wegen aangelegd. Zo werd het okroeg Toesjino-Psjavo-Chevsoerski van het gouvernement Tiflis ontsloten voor de koets door onder meer de inspanning van de Russische assistent Arnold Zisserman van prins Tsjolokasjvili, het hoofd van het okroeg.[6] Hij was verantwoordelijk voor de aanleg van de wegen uit Tioneti naar Tbilisi, Kacheti en Ananoeri aan de Georgische Militaire Weg om het vervoer van wijn per wagen vanuit Kacheti naar Rusland te verbeteren.

Het Georgische klimaat en de aanwezigheid van mineraalwater en schone berglucht bracht de ontwikkeling van verschillende kuuroorden voor de Russische elite, zoals in Tbilisi, Abastoemani en Bordzjomi,[3] waar de Russisch tsaristische familie een zomerresidentie liet bouwen. Het mineraalwater van Bordzjomi werd een belangrijk handelsproduct in het Russische Rijk.

Maatschappelijke ontwikkelingen

De socialistisch revolutionaire stemming begin 19e eeuw was ook in Tiflis aanwezig. Bestorming van het stadhuis van Tiflis in augustus 1905.

Een van de belangrijkste maatschappelijke gebeurtenissen in het gouvernement Tiflis was de afschaffing van het lijfeigenschap in 1864, het eerste Georgische gebied dat hiermee te maken kreeg. Dit bracht vrijheid voor het gewone volk, maar tegelijkertijd zorgde dit net als elders in Rusland voor frictie. De adel en landeigenaren verloren inkomsten en aanspraken, de boeren kregen het moeilijk doordat ze leningen moesten afbetalen voor de grond die ze nu bezaten. Het gevolg was bankroete boeren en verarmde adel die naar de stad trokken en daarmee sociale spanningen.[7]

Deze ontwikkeling bracht nieuwe dynamiek in de politieke en culturele ontwikkeling van Georgië, waar Tiflis het centrum van was. Het was tevens de voedingsbodem van opkomend socialisme, maar daarnaast ook Georgisch nationaal zelfbewustzijn, aangejaagd door liberale intellectuelen als Ilia Tsjavtsjavadze. De revolutie van 1905 had ook in Tiflis invloed, met stakingen en revolte,[8] maar waar in Rusland de bolsjewieken de overhand kregen, waren dat de vrijzinniger mensjewieken in Tiflis en de rest van Georgië met de oprichting in Tiflis van de Sociaaldemocratische Partij die in 1917 de macht zou overnemen en Georgië naar de onafhankelijkheid bracht.

In eerste instantie raakte het gouvernement Tiflis niet direct betrokken bij gevechten tussen Ottomaanse en Russische strijdkrachten en tijdens de Kaukasusveldtocht van de Eerste Wereldoorlog. Als gevolg van de Russische Revolutie van 1917 en de bolsjewistische coup viel het tsaristische bewind en hield het gouvernement op te bestaan. Als gevolg van de Russische terugtrekking van het Kaukasusfront drongen de Turken in 1918 door tot de provincies Achalkalaki en Achaltsiche van het gouvernement Tiflis. Kort daarna riepen de Georgiërs de Democratische Republiek Georgië uit, met de gouvernementen Tiflis en Koetais als kern en daarbij het oblast Batoemi en de okroegen Soechoemi en Zakatala. De republiek hield de bestuurlijke onderverdeling van de provincies (mazra in het Georgisch) aan.

Economie

Tbilisi werd in deze periode het politieke, economische en culturele centrum van de Kaukasus. Afgebeeld de nieuwe statige Roestavelilaan met links de residentie van de onderkoning van de Kaukasus.

Het gouvernement was net als de meeste andere gebieden in het Russische Rijk een overwegend landbouwgebied met een lage urbanisatiegraad. Tot de belangrijkste landbouwactiviteiten behoorden veeteelt en het verbouwen van graan in berggebieden en verschillende gewassen, wijnbouw, tabaksteelt en tuinbouw in lager gelegen gebieden. Veeteelt vond op grote schaal plaats op de oostelijke steppen. De wijnbouw was vooral in Kacheti aanwezig (oejezden Telavi en Signagi).

In Kacheti werd zijde gemaakt. Bij de dorpen Alaverdi en Achtala in Bortsjalo werd koper gewonnen. In het gouvernement was maakindustrie aanwezig van leer en metaalwaren, vilt, goudborduurwerk en wollen stoffen zoals tapijten en sjaals.[2] Koperwerk werd in Bortjsalo geproduceerd, terwijl in Tbilisi, Achalkalaki en vooral Achaltsiche zilverwerk werd gemaakt.[3]

Demografie

Volgens de Russische volkstelling van 1897 woonden er op dat moment 1.051.032 mensen in het gouvernement, inclusief het okroeg Zakatali. Zonder dit okroeg, dat rond de volkstelling maar kort onderdeel was van het gouvernement, bedroeg het aantal inwoners 966.808. De urbanisatiegraad was 22 procent in 1913, dat vooral kwam door het gewicht van Tbilisi.[9] Er waren zeven plaatsen met een stedelijke (urbane) status, namelijk hoofdstad Tbilisi en de provinciale hoofdsteden Achalkalaki, Achaltsiche, Doesjeti, Gori, Signagi en Telavi.

Demografie van het gouvernement Tiflis[10]
JaarTotaalGeorgiërs[11]ArmeniërsTatarenOssetenGriekenJodenDuitsersKistenRussen
1886 808.143396.673
(49,1%)
193.610
(24,0%)
68.364
(8,5%)
72.420
(9,0%)
22.171
(2,7%)
7.632
(0,9%)
5.065
(0,6%)
2.497
(0,3%)
35.755
(4,4%)
1897 966.808454.692
(47,0%)
194.089
(20,1%)
103.152
(10,7%)[12]
67.262
(7,0%)
27.116
(2,8%)
5.177
(0,5%)
8.329
(0,9%)
2.502
(0,3%)
55.098
(7,7%)[13]
1906 1.081.900
1913 1.183.300
Verantwoording data: Volkstelling Transkaukasus 1886;[14] Ethno Kavkaz 1897;[15] Britannica;[2] Atlas 1913;[9]

Etniciteit en religie

Het gouvernement was multi-etnisch. Afgebeeld een Georgische jood, een Armeniër en twee Imeretiërs.

Het gouvernement Tiflis kende een diverse bevolking, zo blijkt uit de cijfers van de volkstelling van 1897 en eerder. De Georgiërs, inclusief de Georgische etnografische minderheden in Tiflis, de Chevsoeren, Chevi, Mtioeleti, Psjavi en Toesjeten, waren weliswaar de grootste bevolkingsgroep, maar zij waren de helft van de bevolking van het gouvernement. Bijna een kwart van de bevolking was Armeens. Hoofdstad Tiflis bestond voor de helft uit Armeniërs. Ander belangrijke minderheden in Tiflis waren Osseten en Tataren (Azerbeidzjanen). Ondanks dat de Russen het gebied controleerden, koloniseerden zij Tiflis niet massaal.

In de volkstelling van 1897 gaf 55,6 procent aan tot een orthodoxe kerk te behoren (Russisch en Georgisch), 20 procent tot de Armeens-Apostolische Kerk en 18 procent tot de islam. Kleinere religieuze denominaties waren de Armeens-Katholieke Kerk (1,9%), oudgelovigen (1,5%), Rooms-Katholieke Kerk (1,1%), het jodendom (0,9%) en lutheranisme (0,8%).[16]

Bestuurlijke indeling

Bestuurlijke indeling Kaukasus 1846-1849: Tiflis in het midden.
Bestuurlijke indeling Kaukasus 1846-1849
Tiflis

Bij haar oprichting in 1846 bestond het gouvernement uit acht oejezden (provincies) en drie okroegen (bijzonder district). Dit waren de oejezden Tiflis, Gori, Signagi, Telavi, Jelizavetpol, Aleksandropol, Jerevan en Nachitsjevan, met daarnaast de okroegen Gorski (Berg), Ossetië en Toesjino-Psjavo-Chevsoerski.[3] De oejezden en okroegen waren op hun beurt weer ingedeeld in oetsjastoks, districten die ook wel werden aangeduid als politiedistrict.

Het gouvernement Tiflis wijzigde door de jaren door afsplitsingen, toevoegingen en interne herschikking van bestuurlijke eenheden.[3] Aan het hoofd stond een gouverneur die door de onderkoning van de Kaukasus werd benoemd. Na de val van het tsaristische bewind hield het gouvernement op te bestaan, maar de provincies bleven tot de bestuurlijke hervorming van de Sovjet-Unie in 1929-1930 bestaan, ook tijdens de republiek Georgië (1918-1921).

Belangrijkste wijzigingen

Gouvernement Tiflis werd binnen twee decennia de helft kleiner.

In de eerste twee decennia van het gouvernement wijzigde de omvang van Tiflis door voornamelijk afsplitsingen. In 1849 werden de oejezden Aleksandropol, Jerevan en Nachitsjevan onderdeel van het nieuwe gouvernement Jerevan. In 1867 volgde de afsplitsing van het oejezd Jelizavetpol, dat onderdeel werd van het nieuwe gouvernement Jelizavetpol. In 1867 werd het oejezd Achaltsiche overgeheveld van het gouvernement Koetais naar het gouvernement Tiflis. Het zelfstandige okroeg Zakatali werd tussen 1893 en 1905 tijdelijk ondergebracht bij het gouvernement Tiflis.

Er waren ook interne verschuivingen in het gouvernement. In 1859 werd het okroeg Ossetië opgeheven en ondergebracht bij het oejezd Gori. In datzelfde jaar werd het okroeg Toesjino-Psjavo-Chevsoeretië omgedoopt in okroeg Tioneti, om in 1874 een oejezd te worden. Het oejezd Doesjeti werd in 1867 gevormd uit het okroeg Gorski. In 1874 werd het oejezd Achalkalaki van Achaltsiche afgesplitst. Het oejezd Bortsjalo werd in 1880 opgericht als afsplitsing van het oejezd Tiflis.[3]

Indeling vanaf 1880

Gouvernement Tiflis 1880-1917. De nummers verwijzen naar de tabel.
Gouvernement Tiflis 1880-1917
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10

Na de laatste substantiële verandering in 1880 had Tiflis negen oejezden met in totaal 30 oetsjastoks en was het totale gebied een flink stuk kleiner dan in 1846. Okroeg Zakatala was in de periode 1893-1905 tijdelijk onderdeel van het gouvernement.

Bestuurlijke onderverdeling gouvernement Tiflis vanaf 1880
DeelgebiedBestuurlijk
centrum
Opp.[17]
(werst²)
Inwoners
188618971913
1Oejezd TiflisTiflis400466.37775.04289.900
Tiflis (stad)78.445[18]159.590196.935
2Oejezd AchalkalakiAchalkalaki240763.79972.70984.200
3Oejezd AchaltsicheAchaltsiche323258.79168.83764.600
4Oejezd BortsjaloSjoelaveri6037101.847128.587151.200
5Oejezd GoriGori6008180.194191.091221.400
6Oejezd DoesjetiDoesjeti341270.01767.71987.100
7Oejezd SignagiSignagi529288.830102.313101.400
8Oejezd TelaviTelavi216365.11966.76772.500
9Oejezd TionetiTianeti425034.72434.15350.300
10Okroeg ZakataliZakatala350274.44984.22472.841
Verantwoording data: Volkstelling Transkaukasus 1886;[19] Ethno Kavkaz 1897;[15] Britannica;[2] Atlas 1913;[9] Kaukasische kalender 1913;[20]

Zie ook

Referenties

Zie de categorie Tiflis Governorate van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.