Oetsjastok

Oetsjastok
Участок
District van Keizerrijk Rusland
Kaart van Oetsjastok
Voorbeeld in gouvernement Tiflis: oejezd Tioneti (dikke rode lijn) met daarbinnen oetsjastokken (dunne rode lijn en I, II, III). Deze zijn onderverdeeld in dorps-gemeenschappen (zwarte stippellijn en zwarte cijfers 1,2,3..).

Een oetsjastok (Russisch: Участок) of politieprefectuur (полицейский участок, politsejski oetsjastok) was een territoriale-bestuurlijke eenheid van het derde niveau in het Russische Rijk en de vroege jaren van de Sovjet-Unie. Meestal was een oetsjastok een subeenheid van een oejezd, dat zelf een deeleenheid was van een goebernija, oblast of okroeg.[1] De functie was het meest te vergelijken met een gemeentelijk district.

Geschiedenis

Bij de Russische bestuurlijke hervormingen van 1708-1710 door tsaar Peter de Grote werd Rusland onderverdeeld in goebernija (gouvernementen). De onderverdeling in oejezden werd in eerste instantie afgeschaft, maar werd bij de bestuurlijke hervormingen van 1727-1728 onder Catharina I opnieuw ingevoerd. Oblasten (regio's) bestonden uit okroegen (militaire districten) of otdels (Kozakkendistricten).

Deze laatste eenheden werden meestal onderverdeeld in oetsjastokken of volosten.[2] Binnen het Onderkoninkrijk van de Kaukasus correspondeerde het bestuurlijke niveau van oetsjastokken met het niveau van volosten in de meeste andere delen van het Russische Rijk.[3] In het oblast Dagestan was tot ongeveer 1900 naibate in gebruik, het equivalent van een oetsjastok.[4]

Bij de bestuurlijke hervormingen van 1923-1929 van de Sovjet-Unie werden veel oetsjastokken omgevormd tot rajons (districten) en werden direct ondergeschikt aan hun sovjetrepubliek (SSR) in plaats van aan een grotere provincie of district.[5]

Bestuur

Een Azerbeidzjaanse pristav.

Een oetsjastok bestond meestal uit een aantal plattelandsgemeenschappen (сельское общество, selskoje obsjtsjestvo),[6] die op hun beurt uit een of meer dorpen bestonden. Aan het hoofd van een oetsjastok stond een zogeheten pristav (пристав), de prefect van het district, die zetelde in de hoofdplaats van het district. Deze positie is te vergelijken met de baljuw in de Lage Landen.

De pristav was een vertegenwoordiger van het koninklijk gezag en leidde een kleine politie- en administratieve eenheid.[7] Dit model van bestuur en het bestendigen van de keizerlijke macht over alle delen van het rijk via de politiedistricten dicht op de lokale gemeenschappen werd gedurende de 18e en 19e eeuw verder ontwikkeld.

Territoriale reikwijdte

Er werd bij de indeling van de districten in eerste instantie geen rekening gehouden met geografische, nationale of economische kenmerken. Er gold uitsluitend een kwantitatief criterium in de gouvernementshervormingen van 1775, namelijk dat het aantal inwoners in gouvernementen tussen de 300.000 en 400.000 mannen moest zijn en in een oetsjastok rond de 30.000 mensen.[8]

Deze aanpak leidde in met name het dunbevolkte oosten en noorden van het Russische Rijk tot disproportionele en onwerkbare grote gebieden, wat versterkt werd toen aanvullende wetgeving in de 19e eeuw een verhouding vastlegde van de hoeveelheid politieagenten ten opzichte van het aantal inwoners en niet het oppervlak. Een wet uit 1866 schreef voor dat op het platteland een verhouding gold van een agent op 2500 inwoners en in de steden een op de 1500.[9]

Zie ook

Referenties