Oejezd Doesjeti

Душетский уезд
Oejezd Doesjeti
Oejezd in Keizerrijk Rusland
1801  1930
Kaart
Locatie in het gouvernement Tiflis in het onderkoninkrijk van de Kaukasus (1867-1917).
Locatie in het gouvernement Tiflis in het onderkoninkrijk van de Kaukasus (1867-1917).
Algemene gegevens
Hoofdstad Doesjeti
Bevolking 70.418 (1913)
Religie(s) Oosters-Orthodox
Uitsnede van Doesjeti van bestuurlijke en etnografische kaart van het gouvernement Tiflis uit 1902 (census 1886).
Uitsnede van Doesjeti van bestuurlijke en etnografische kaart van het gouvernement Tiflis uit 1902 (census 1886).
Portaal  Portaalicoon   Rusland

Het oejezd Doesjeti (Russisch: Душетский уезд, Doesjetski oejezd; Georgisch: დუშეთის მაზრა, Doesjetis mazra) was een bestuurlijke eenheid en provincie (oejezd) in het gouvernement Tiflis van het onderkoninkrijk van de Kaukasus van het Russische Rijk.

Geschiedenis

De stad Doesjeti in de 19e eeuw, het bestuurlijk centrum van de provincie.

Het oejezd werd op 12 september 1801 opgericht, als een van de vijf bestuurlijke deeleenheden van het eerder dat jaar gevormde gouvernement Georgië dat de Russische bestuurlijke opvolger was van het Georgische koninkrijk Kartli-Kachetië. Het bestuurlijke centrum werd de plaats Doesjeti.

De centrale toegangsweg van de Russen tot Transkaukasië lag door de provincie, de Georgische Militaire Weg, waarmee het gebied als eerste te maken kreeg met de Russische expansie. In de periode 1803 tot 1821 heette de provincie Ananoeri en was het bestuurscentrum in het gelijknamige dorp Ananoeri, waarna de oude situatie tot 1840 hersteld werd.[1]

Met de fusie in 1840 van het gouvernement Georgië met het oblast Imeretië tot het gouvernement Georgië-Imeretië werd de provincie opgeheven en werd het gebied verdeeld over oejezd Gori (dictrict Doesjeti) en oejezd Tiflis (district Ksani). Op 9 december 1867 werden deze twee districten weer uit deze oejezden gehaald en samengevoegd tot het oejezd Doesjeti. Hieraan werden ook toegevoegd het opgeheven district Gorski (Berg) en een deel van het okroeg Tianeti.

Na de val van het tsaristische bewind hielden de gouvernementen op te bestaan, maar de provincies bleven tot de bestuurlijke hervorming van de Sovjet-Unie in 1929-1930 bestaan, ook tijdens de republiek Georgië (1918-1921). Het gebied van het oejezd valt grotendeels samen met de moderne Georgische gemeenten Mtscheta, Achalgori, een groot deel van Doesjeti en Kazbegi.

Bestuurlijke indeling

De provincie was ingedeeld in gemeentelijke districten (oetsjastok), ook wel politiedistricten genoemd. Na de herintroductie van de provincie in 1867 kreeg ze vier districten, namelijk Achalgori (hernoemd in Ksani in 1890), Bazaleti, Kvesjeti en Mtscheta. De nummers I-IV in de tabel verwijzen naar de nummers op de etnografische kaart in de infobox en de bijbehorende census van 1886.

Bestuurlijke onderverdeling oejezd Doesjeti
DistrictCentrumOpp.[2]
(werst²)
Inwoners
18861912
Doesjeti (stad)2.0272.057
IBazaletiBazaleti57915.59814.812
IIMtschetaMtscheta51514.81915.930
IIIAchalgori (Ksani)Achalgori80019.62814.732
IVKvesjetiKvesjeti151817.94522.882
Totaal341270.01770.418
Verantwoording data: Volkstelling Transkaukasus 1886;[3] Kaukasische kalender 1913;[4]

Demografie

Volgens de Russische volkstelling van 1897 woonden er op dat moment 67.719 mensen in de provincie.

Demografie van het oejezd Doesjeti
JaarTotaalGeorgiërs[5]ArmeniërsTatarenOssetenGriekenJodenAssyriërsKistenRussen
1886 70.01749.009
(70,0%)
4.032
(5,8%)
6
(0%)
16.293
(23,3%)
17
(0%)
26
(0%)
144
(0,2%)
347
(0,5%)
125
(0,2%)
1897 67.71949.758
(73,5%)
1.680
(2,5%)
405
(0,5%)
14.523
(21,4%)
8
(0%)
24
(0%)
121
(0,2%)
2
(0%)
1.033
(1,5%)[6]
1913 70.418
Verantwoording data: Volkstelling Transkaukasus 1886;[7] Russische volkstelling van 1897;[8][9] Kaukasische kalender 1913;[4]

Etniciteit en religie

In de provincie Doesjeti woonden voornamelijk Georgiërs (74%) en Osseten (21%). Een deel van de provincie vormde eerder het Ossetisch district en kwam later in Zuid-Ossetië te liggen. De Armeniërs en Russen waren de derde en vierde bevolkingsgroep in de provincie. Andere gemeenschappen waren in minimale mate aanwezig. Een opvallende kleine minderheid waren de Assyriërs.

In de volkstelling van 1897 gaf bijna 94 procent aan tot een orthodoxe kerk te behoren (Russisch en Georgisch). Bijna vijf procent behoorde tot de Armeens-Katholieke Kerk. Andere geloofsovertuigingen ware minimaal aanwezig.[10]

Zie ook

Referenties