Geschiedenis van Kameroen

De geschiedenis van Kameroen omvat de voor-koloniale en koloniale geschiedenis, en de periode van de onafhankelijkheid van de republiek Kameroen.
Voor-koloniale geschiedenis
Archeologisch onderzoek in Kameroen was relatief schaars vanwege een gebrek aan hulpbronnen en transportinfrastructuur. Historisch gezien werd het warme, natte klimaat in veel delen van het land beschouwd als ongunstig voor het behoud van overblijfselen, maar recente vondsten en de introductie van nieuwe technieken hebben die aanname in twijfel getrokken. Bewijs uit opgravingen in Shum Laka in de regio Nord-Ouest toont menselijke bewoning die teruggaat tot 30.000 jaar geleden, terwijl in de dichte wouden van het zuiden het oudste bewijs van bewoning ongeveer 7000 jaar oud is. Recent onderzoek in het zuiden van Kameroen geeft aan dat de ijzertijd daar mogelijk al in 1000 v.Chr. begon en uiterlijk rond 100 v.Chr. goed gevestigd was.
Taalkundige analyse, ondersteund door archeologisch en genetisch onderzoek, heeft aangetoond dat de Bantoe-expansie, een reeks migraties die de Bantoe-cultuur over een groot deel van Sub-Sahara Afrika verspreidde, hoogstwaarschijnlijk rond 1000 v.Chr. in de hooglanden aan de grens tussen Nigeria en Kameroen ontstond. Met deze mensen verspreidden zich de Bantoetalen, samen met landbouwmethoden en mogelijk ijzeren werktuigen, eerst naar het oosten en vervolgens naar het zuiden. Hierdoor vormde zich een van de grootste taalfamilies in Afrika. In Kameroen verdrongen de Bantoes grotendeels de Centraal-Afrikaanse pygmeeën, zoals de Baka, die jager-verzamelaars waren en nu in veel kleinere aantallen overleven in het dichtbeboste zuidoosten. Ondanks dat Kameroen het oorsprongsland van de Bantoes was, ontstonden de grote middeleeuwse Bantoe-sprekende koninkrijken elders, zoals wat nu Kenia, Congo, Angola en Zuid-Afrika is.
Noord-Kameroen
De vroegst bekende beschaving op het grondgebied van het moderne Kameroen die duidelijke sporen heeft achtergelaten was de Sao-cultuur. Bekend om hun uitgebreide terracotta en bronzen kunstwerken en ronde, ommuurde nederzettingen in het Tsjaadbekken, is er verder weinig met zekerheid bekend vanwege het gebrek aan historische gegevens. De cultuur ontstond mogelijk al in de 4e eeuw v.Chr., maar zeker was hun aanwezigheid tegen het einde van het 1e millennium v.Chr. goed gevestigd rond het Tsjaadmeer en in de buurt van de Chari. De stadstaten van de Sao bereikten hun hoogtepunt ergens tussen de 9e en 15e eeuw na Christus. De Sao werden in de 16e eeuw verdreven of geassimileerd.
Na de islamitische verovering van Noord-Afrika in 709 begon de invloed van de islam zich naar het zuiden te verspreiden met de groei van de transsaharahandel, inclusief in wat nu Noord-Kameroen is. Het Kanem-Bornu-rijk begon in wat nu Tsjaad is en kwam waarschijnlijk in conflict met de Sao. Het Kanemrijk begon in Tsjaad in de 8e eeuw en breidde zijn invloed geleidelijk uit naar het noorden, naar Libië en naar het zuiden, naar Nigeria en Kameroen. Slaven van rooftochten in het zuiden waren hun belangrijkste handelswaar, samen met mijnzout. Het rijk was vanaf minstens de 11e eeuw islamitisch en bereikte zijn eerste hoogtepunt in de 13e eeuw, waarbij het het grootste deel van het huidige Tsjaad en kleinere regio's in omliggende landen beheerste. Na een periode van interne instabiliteit verschoof het machtscentrum naar Bornu met als hoofdstad Ngazargamu, in wat nu Noordwest-Nigeria is, en werd geleidelijk aan gebied heroverd en ook nieuw gebied in het huidige Niger veroverd. Het rijk begon in de 17e eeuw in verval te raken, hoewel het een groot deel van Noord-Kameroen bleef beheersen.
Van 1804 tot 1808 werden de Bornu tijdens de Fulani-oorlog noordwaarts uit Kameroen verdreven en nam het kalifaat Sokoto de controle over de regio over, evenals over het grootste deel van Noord-Nigeria en grote delen van Niger en Mali. Noord-Kameroen, een feodaal rijk met lokale heersers die trouw zwoeren en schatting betaalden aan de kalief, maakte waarschijnlijk deel uit van het emiraat Adamawa binnen het kalifaat. Deze structuur bleek vanaf de jaren 1870 vatbaar voor uitbuiting door koloniale machten, die de banden van lokale heersers met het kalifaat probeerden te ondermijnen.
Zuidelijke regio's
De moslimrijken van de Sahara en de Sahel reikten nooit verder naar het zuiden dan de hooglanden van de Kameroenlijn. Verder naar het zuiden is er weinig archeologisch bewijs van grote rijken of koninkrijken en geen historische gegevens vanwege het gebrek aan schrift in de regio. Toen de Portugezen in de 15e eeuw arriveerden, heersten er grote aantallen koningen, stamhoofden en fons over kleine gebieden. Veel etnische groepen, met name sprekers van de graslandtalen in het westen, hebben mondelinge overleveringen van migraties naar het zuiden op de vlucht voor moslimindringers, waarschijnlijk verwijzend naar de Fulani-oorlog en de daaropvolgende conflicten in Nigeria en Noord-Kameroen.
Malaria verhinderde significante Europese nederzetting of exploratie, tot in de late jaren 1870 grote voorraden van het malaria-onderdrukkende kinine beschikbaar kwamen. De vroege Europese aanwezigheid in Kameroen was voornamelijk gericht op de kusthandel en de verwerving van slaven. De Kameroense kust was een belangrijk knooppunt voor de aankoop van slaven die over de Atlantische Oceaan naar Brazilië, de Verenigde Staten en het Caribisch gebied werden gebracht. In 1807 schaften de Britten de slavernij in het rijk af en begonnen militaire inspanningen om de slavenhandel te onderdrukken, met name in West-Afrika. Gecombineerd met het einde van de legale slavenimport in de Verenigde Staten in datzelfde jaar daalde de internationale slavenhandel in Kameroen scherp. Christelijke missionarissen vestigden zich er in de late 19e eeuw. Rond deze tijd breidde de Aro-confederatie haar economische en politieke invloed van zuidoost-Nigeria naar westelijk Kameroen uit. De komst van Britse en Duitse kolonisten maakte echter een einde aan haar groei en invloed.
Koloniale periode
Kameroen werd in 1472 ontdekt door Portugezen onder leiding van Fernão do Pó. Tijdens een van hun vele reizen voeren ze langs de kust van Kameroen en waren ze onder de indruk van de grote garnalen in de rivieren, zodat ze het land "Camarões" noemden, Portugees voor garnalen.
In 1837 stond koning Bimbia een deel van de kuststrook af aan de Britten.
Duits-Kameroen
Na het Congres van Berlijn van 1878 werd Kameroen echter een Duitse kolonie onder de naam Duits Noordwest-Afrika, vanaf 1901 Kamerun genoemd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werd Kamerun door de Fransen en de Britten veroverd.
Frans en Brits Kameroen
Na de oorlog werd Kameroen opgesplitst in een Frans deel en een Brits deel, respectievelijk Cameroun (Frans-Kameroen) en Cameroons (Brits-Kameroen) genaamd. Beide gebieden waren echter geen koloniën maar mandaatgebieden van de Volkenbond.
In 1922 kreeg Cameroun reeds beperkt zelfbestuur. Na de opheffing van de Volkenbond in 1946 werden Frans en Brits Kameroen mandaatgebieden van de VN. In 1954 werd Brits Kameroen onderdeel van de autonome Federatie van Nigeria.
Onafhankelijkheid

In 1959 werd Frans-Kameroen onder de naam République du Cameroun een autonome republiek binnen de Franse Gemeenschap, met nationalistisch leider El Hadj Ahmadou Babatoura Ahidjo van de Union camerounaise (UC) als premier. Een jaar later werd het land onafhankelijk met Ahidjo als president. Tijdens de onafhankelijkheidsviering (1 januari 1960) onderdrukten de nog aanwezige Franse troepen en de Nationale Garde van Frans-Kameroen een communistisch getinte revolte.
In 1961 werd in Brits-Kameroen een referendum gehouden onder de bevolking. Het zuiden (Southern Cameroons) sprak zich hierin uit voor een federatie met de République du Cameroun, het noorden sloot zich aan bij de onafhankelijke Federatie van Nigeria. Op 1 oktober 1961 werden de République du Cameroun en Brits-Kameroen samengevoegd tot de Federale Republiek Kameroen. Ahidjo werd federaal president en zowel voormalig Frans-Kameroen (nu Oost-Kameroen genaamd) en voormalig Brits Southern Cameroons (nu West-Kameroen genaamd) werden autonome provincies met eigen premiers.
In 1966 fuseerden Ahidjo's UC en de partij van West-Kameroense John Ngu Foncha – de Kamerun National Democratic Party – tot de Union nationale camerounaise. Andere oppositiepartijen werden verboden. Om zijn positie als president te versterken werd na een referendum in 1972 de federale structuur van Kameroen opgeheven en werd Kameroen onder de naam Republiek Kameroen een gecentraliseerde eenheidsstaat.
Ahidjo's autoritaire bewind steunde vooral op Frankrijk en West-Europese landen. De gevangenissen zaten vol met opponenten en mensen die kritiek op zijn bewind hadden.
Onder Paul Biya
In 1982 trad Ahidjo om onduidelijke redenen als president af. Paul Biya, minister-president sinds 1972, volgde hem als president op. Ahidjo bleef echter als partijleider van UNC een machtsfactor.
In 1984 dwong Biya Ahidjo al zijn functies op te geven. Tijdens het partijcongres van de UNC werd Biya tot partijvoorzitter gekozen. Hij wijzigde de naam van de UNC in Rassemblement Démocratique du Peuple Camerounais/Cameroonian People's Democratic Rally (RDPC/CPDR). Biya werd in hetzelfde jaar tot president gekozen. Noorderlingen, die tot dan toe geen invloed hadden, werden op belangrijke posten benoemd. Niet iedereen was blij met de nieuwe machtspositie. Een groep zuidelijke militairen pleegden nog in 1984 een mislukte coup.
Onder Biya bleven de banden met het Westen en Frankrijk hecht. Na de val van de communistische regimes in Oost-Europa woei een democratische wind over de wereld. Frankrijk, de VS en Europa dwongen Biya om democratische hervormingen door te voeren. Uiteindelijk stond Biya in 1991 de vorming van oppositiepartijen toe. Bij de verkiezingen van 1992 behaalde de RDPC/CPDR 88 van de 180 parlementszetels en bleef de grootste partij. Bij de presidentsverkiezingen werd Biya met 40% van de stemmen herkozen.
Begin 1994 waren er spanningen met Nigeria over een grensgebied. Beide landen claimden het olie- en visrijke gebied. In 1995 doken er afscheidingsbewegingen op die streefden naar afscheiding van Engelstalig Kameroen.
Bij de verkiezingen van 1996 won de oppositie in 13 steden. De president weigerde echter burgemeesters van de oppositie te benoemen en benoemde regeringsgezinde burgemeesters. Ofschoon sindsdien sprake is van burgerlijk ongehoorzaamheid tegen het regime van Biya, weet hij niet van wijken. In 2004 werd hij als president herkozen met meer dan 80% van de stemmen, volgens internationale waarnemers door middel van verkiezingsfraude.
In de zomer van 2005 werd een aantal demonstraties van de oppositie voor eerlijkere verkiezingen door onder andere betere controle en technieken (o.a. inzet van stemcomputers) de kop ingedrukt door het leger en door president Biya illegaal verklaard.
De Nationale Assemblée nam een wet aan waardoor de president ook voor een zesde maal gekozen kon worden. In 2011 werd Biya met 78% van de stemmen gekozen tot president. Het Franstalige deel van het land wordt bevoordeeld t.o.v. het Engelstalige deel. In januari 2017 werd het internet afgesloten en buitenlandse journalisten de mond gesnoerd.[1]
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) afgesplitst vanaf een ander artikel op de Nederlandstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie deze pagina voor de bewerkingsgeschiedenis.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel History of Cameroon op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- ↑ NOS Inwoners bezorgd: Kameroen staat op punt van uitbarsten, 18 maart 2017. Gearchiveerd op 19 januari 2022.