Geschiedenis van Rwanda

Koning Yuhi Musinga (1920s)

De geschiedenis van Rwanda omvat de periode vanaf de vroege steentijd, de vroege historische periode en koloniale periode, en de onafhankeijkheid van de huidige republiek Rwanda.

Prehistorie

De Urewe-cultuur is een fase van de Vroege IJzertijd in het gebied rond het Victoriameer, namelijk de Kivu-streek in Congo-Kinshasa, Rwanda, Burundi, Oeganda, Noordwest-Tanzania en Zuidwest-Kenia.

Duits-Oost-Afrika

Aan het einde van de 19e eeuw werd het Koninkrijk Rwanda geannexeerd door Duitsland. Het werd een onderdeel van de Duitse kolonie Duits-Oost-Afrika. De Duitsers hadden een kleine aanwezigheid in het gebied.

Eerste Wereldoorlog

Kolonel Molitor schouwt zijn troepen in Kigali.

In april 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog, waren drie brigades van de Force Publique (FP) vanuit Belgisch-Congo Duits-Oost-Afrika binnengedrongen.[1] De noordelijke brigade, onder leiding van kolonel Philippe Molitor, vertrok vanuit het noorden van het Kivumeer en veroverde Rwanda. Op 9 mei, na een lange, moeilijke tocht en zware gevechten in de buurt van Nyansa, ten zuiden van Kigali, veroverden ze Kigali en koning Yuhi Musinga van Rwanda gaf zich over aan kolonel Molitor.

De zuidelijke brigade onder leiding van luitenant-kolonel Olsen vertrok uit het gebied tussen het Kivumeer en het Tanganyikameer en veroverde Urundi. De troepen van Olsen rukken op naar Usumbura (ex-Bujumbura) en veroveren de stad op 6 juni. De derde brigade, onder leiding van luitenant-kolonel Georges Moulaert, was actief op het Tanganyika-front (nu Tanzania) en moest daar vechten tegen de troepen van generaal Paul von Lettow-Vorbeck. Op 28 juli viel Kigoma, de grootste Duitse basis aan het Tanganyikameer en het eindstation van de spoorlijn die via Tabora naar Dar es Salaam loopt.

Daarna volgde de slag om Tabora. De strijd werd beslist op 19 september. Kapitein Pieren leidde de spits van de gevechtscolonne en bereikte als eerste Tabora. Hij ontdekte daar 129 gevangen FP-soldaten, waaronder twee blanken. Een van beiden had Belgische vlag verborgen gehouden. Die werd gehesen in plaats van de witte vlag die de Duitsers aan hun hoofdkwartier hadden opgehangen als teken van overgave. De Belgische vlag hing vijf maanden boven Tabora, tot de stad op 25 februari 1917 werd overgedragen aan de Britten.

Belgisch mandaatgebied

Zie Ruanda-Urundi voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de Eerste Wereldoorlog, bij het Verdrag van Versailles, werden de Duitse koloniën in Afrika over verscheidene landen verdeeld. België hoopte na de Afrikaanse militaire successen op een gebiedsuitbreiding (het had ook al de Oostkantons gekregen), maar moest zich tevreden stellen met Ruanda-Urundi, ten oosten van Belgisch-Congo. In 1924 kreeg België definitief een mandaat over dit gebied van de Volkenbond, dat bestuurd werd vanuit Belgisch-Congo.

De Belgen waren veel actiever in het gebied dan de Duitsers, vooral in Rwanda. De Belgen konden grote winsten uit het gebied putten, meestal ten koste van de lokale bevolking. Het grootste gedeelte van de winsten was afkomstig van koffieplantages in de streken met rijke vulkanische bodems. De bevolking werd ook verplicht belastingen te betalen.

De Belgen gebruikten de al aanwezige machtsstructuur, die bestond uit een regerende Tutsiklasse, met een bevolking die vooral bestond uit Hutu's. De Belgen verdedigden deze structuur, berustend op de rassentheorieën dat de Tutsi's superieur zouden zijn aan Hutu's. Vanaf 1931 werd op Rwandese identiteitskaarten vermeld tot welke volksgroep men behoorde: Tutsi, Hutu of de inheemse Twa (Pygmeeën).

Na de Tweede Wereldoorlog

Het gebied werd na de oprichting van de Verenigde Naties in 1946 een trustgebied. Dit betekende officieel dat de Belgen het gebied klaar zouden maken voor onafhankelijkheid. De Belgen dachten echter dat dit nog vele decennia zou duren.

In 1959 overleed Mwami (koning) Mutara III van Rwanda. Hij werd in juli dat jaar opgevolgd door Kigeli V. In januari 1960 brak de zogenaamde 'Hutu-revolutie' uit. De Hutu's kwamen tegen de Tutsi's in opstand, hetgeen uitliep op een bloedbad. In 1960 won de MDR-Parmehutu, de nationalistische Hutu-partij, de door de Belgen gecontroleerde verkiezingen. In juli dat jaar werd koning Kigeli V verdreven. Parmehutu-voorzitter Grégoire Kayibanda werd minister-president van het inmiddels autonome Rwanda. Dominique Mbonyumutwa werd aangesteld als voorlopig president.

Onafhankelijkheid

De onafhankelijkheid was vooral een gevolg van gebeurtenissen buitenaf. In de jaren 1950 ontstond een sterke onafhankelijkheidsbeweging in Belgisch-Congo, waardoor de Belgen hun greep op het gebied begonnen te verliezen. In 1960 werd Congo onafhankelijk. Ook in Ruanda-Urundi werden snelle voorbereidingen gemaakt, waarna het gebied op 1 juli 1962 onafhankelijk werd als de staten Rwanda en Burundi. Als staatshoofd werd Grégoire Kayibanda verkozen. In zijn regering werden geen Tutsi's opgenomen. In 1963 vonden er opnieuw slachtingen plaats tussen de Hutu's en Tutsi's.

In 1965 werd president Kayibanda herkozen. In oktober 1965 werd zijn positie versterkt toen zijn Parmehutu-partij bij de verkiezingen alle zetels in het parlement veroverde. In 1969 werd Kayibanda opnieuw herkozen.

De weinig stabiele economische situatie en de aanhoudende etnische conflicten bereikten in 1972 en 1973 een hoogtepunt. Minister van Defensie, generaal-majoor Juvénal Habyarimana, een Hutu, pleegde op 5 juli 1973 een staatsgreep en bracht de regering Kayibanda ten val. De Parmehutu werd ontbonden. Tot augustus 1973 werd Habyarimana president van het Comité voor Vrede en Nationale Eenheid. Later dat jaar werd Habyarimana tot president van Rwanda gekozen. Hij stelde een regering samen waarin ook een Tutsi was opgenomen.

In 1975 werd de eenheidspartij MRND (Mouvement Démocratique Révolutionnaire National pour le Developpement) opgericht. Hoewel deze stelde de hele bevolking te vertegenwoordigen, was het in werkelijkheid een Hutu-partij.

In 1978 werd Habyarimana door het volk wederom tot president gekozen (hij was de enige presidentskandidaat). Onder Habyarimana was er sprake van een betrekkelijke rust tussen de etnische groepen (Hutu, Tutsi en Twa). Habyarimana weigerde echter de terugkeer van Tutsi-vluchtelingen, die begin jaren 1960 naar Oeganda en Burundi waren gevlucht. In 1988 spraken de westerse landen zich negatief uit over het etnisch beleid van president Habyarimana, omdat hij de Tutsi-vluchtelingen weigerde het land binnen te laten. In hetzelfde jaar waren er botsingen tussen de Hutu's en Tutsi's en kwamen er veel mensen om het leven.

In oktober 1990 vielen Tutsi-milities onder de naam Front Patriotique Rwandais (FPR) Rwanda binnen. Zij waren veelal kinderen van de Tutsi's die in de jaren 1960 Rwanda waren ontvlucht. Het FPR werd gesteund door Oeganda. Met behulp van Zaïrese, Belgische en Franse troepen bleef de regering Habyarimana in het zadel en konden de FPR-milities worden verdreven. President Habyarimana besloot in 1991 gesprekken te gaan voeren met het FPR om tot een vredesregeling te komen. President Habyarimana voerde in 1991 tevens een meer democratische grondwet in en nam meer Tutsi's op in de regering. In 1992 werd een meerpartijenstelsel ingevoerd.

Genocide

Zie Rwandese Genocide voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Skeletten van de Rwandese Genocide in de herdenkingssite in Nyamata

In 1993 waren het FPR en de Rwandese regering nog steeds in gesprek. In september 1993 werd Agathe Uwilingiyimana van de MDR (Mouvement Démocratique Républicain) tot premier benoemd. Op 6 april 1994 werd het vliegtuig van de Rwandese president Habyarimana neergeschoten en kwam de in januari 1994 herkozen president om het leven. Binnen 24 uur begonnen de moordpartijen van Hutu’s op Tutsi’s en gematigde Hutu’s. Théodore Sindikubwabo (MRND) nam de taken van de president waar.

Er was geen sprake meer van enige stabiliteit. Het Hutu-radiostation Radio Télévision Libre des Mille Collines (RTLM), de zogenaamde Hutu Power Radio, riep de Hutu's op tot haat tegen de Tutsi's en de gematigde Hutu's. Vanaf woensdag 6 april 1994 rond 21:00 begonnen er slachtpartijen. Hutu's vermoordden gematigde Hutu's en vooral Tutsi's. De Twa, het pygmeeënvolk (de oorspronkelijke bewoners van Rwanda), werden ook het slachtoffer van moordpartijen. De slecht uitgeruste VN-macht UNAMIR kon weinig meer doen dan humanitaire hulp verlenen.

Op 7 april 1994 stonden tien Belgische paracommando's van het peloton mortieren onder leiding van luitenant Lotin in voor de beveiliging van eerste minister Agathe Uwilingiyimana. Die dag werd de residentie van Uwilingiyimana omsingeld door Rwandese militairen. De Belgische paracommando's verzekerden de ontsnapping van Uwilingiyimana maar werden bij deze actie zelf omsingeld. Op bevel van hogerhand moesten ze hun wapens afgeven om zo over hun vrijlating te kunnen onderhandelen. Na hun aankomst in het militaire kamp in Kigali werden ze doodgeslagen met de kolf van een geweer. De Bengaalse QRF sloot zich op in haar kwartieren. Op 8 april kregen alle eenheden te horen dat tien Belgen waren vermoord. Tussen 9 en 19 april werden alle aanwezige Belgen geëvacueerd (operatie Silver Back) gevolgd door de volledige terugtrekking van alle nog aanwezige paracommando's (operatie Blue Safari).

Het aantal slachtoffers tijdens de genocide wordt geschat op 500.000 tot 1 miljoen doden[2] (voornamelijk Tutsi's en gematigde Hutu's). Veel Hutu's en Tutsi's sloegen op de vlucht en kwamen in overvolle vluchtelingenkampen in het toenmalige Zaïre (nu Democratische Republiek Congo) en andere Afrikaanse landen. Velen kwamen in die kampen om ten gevolge van uitputting, watergebrek, cholera en andere ziektes.

Het FPR begon met een tegenoffensief en nam veel provincies in en veroverde in juli 1994 de hoofdstad Kigali. President Théodore Sindikubwabo werd afgezet en vervangen door de Hutu Pasteur Bizimungu. Generaal Paul Kagame (FPR), een Tutsi, werd minister-president. De misdaden begaan tijdens de genocide werden later berecht door het Rwandatribunaal in de Tanzaniaanse stad Arusha.

Na de genocide

In augustus 1996 ontstond er ook een conflict binnen de politieke kringen. Oud-premier Faustin Twagiramungu (Hutu) beschuldigde het Rwandese leger van genocide op 600.000 Tutsi's. Eind 1996 leek de situatie weer onder controle. President Bizimungu en het parlement keurden een wet goed waarin werd voorzien in de berechting van 80.000 misdadigers. Hoewel de situatie enigszins stabiel was, was men constant op de hoede voor het opnieuw oplaaien van etnisch geweld.

21e eeuw

In 2000 werd generaal Paul Kagame (Tutsi), de werkelijke machthebber en minister, tot president gekozen. In 2018 werd Rwanda sponsor van de Engelse voetbalclub Arsenal FC.[3]

In 2022 maakte president Kagame afspraken met Israël en de Britse regering-Sunak om hun asielzoekers tegen betaling op te vangen.[4] Na de verkiezingen van 2024 wilde de Labour-regering echter niet doorgaan met de plannen.

Op 18 juli 2024 werd Kagame voor de vierde maal uitgeroepen tot president, na eerdere verkiezingen in 2003, 2010, en 2017, telkens met meer dan 90 procent van de stemmen.

Conflict met Congo

In 2022 begon een conflict met de Democratische Republiek Congo (DRC), nadat Rwandese troepen het land waren binnengetrokken om militaire steun te verlenen aan de M23-beweging, onder andere door aan hun zijde te vechten tegen het Congolese leger (FARDC) en regeringsgezinde milities. Rwanda ontkende de samenwerking, maar een maandenlang onderzoek van NBC News bevestigde in juni 2025 wel degelijk de betrokkenheid van Rwanda. De reportage toonde, aan de hand van vertrouwelijke militaire rapporten, drone- en satellietbeelden, interviews met Congolees en Rwandees militair personeel, functionarissen van VN-organisaties, hulpverleners, diplomaten en inwoners, een zorgvuldig verborgen en hightech operatie van Rwandese strijdkrachten om de controle te krijgen over een grensstrook Congolees grondgebied waar meer dan 5 miljoen mensen wonen.[5]

Op 27 juni 2025 ondertekenden Rwanda en de Democratische Republiek Congo in Washington een door de VS bemiddeld vredesakkoord, dat de uitvoering bevestigde van een eerder gesloten deal uit 2024. Het akkoord omvat de terugtrekking van Rwandese troepen uit Oost-Congo binnen 90 dagen, en voorziet ook buitenlandse, onder meer Amerikaanse, investeringen in de grondstoffenrijke regio.[6]

Zie de categorie History of Rwanda van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.