Geschiedenis van Ghana

De geschiedenis van Ghana omvat de prekoloniale, koloniale en postkoloniale geschiedenis in het gebied van de huidige republiek Ghana.

Salaga in 1892

Het huidige Ghana ontstond op 6 maart 1957 toen de twee Britse kolonies Gold Coast en Brits-Togoland, die een jaar eerder waren samengevoegd, een onafhankelijk land vormden onder de naam Ghana. Het was het eerste land ten zuiden van de Sahara dat, in de periode van de dekolonisatie na de Tweede Wereldoorlog, de onafhankelijkheid verkreeg. De huidige grenzen werden bepaald in de periode 1874-1919 als onderdeel van koloniale afspraken tussen de Europese mogendheden en de afwikkeling van de Eerste Wereldoorlog.

Prehistorie

Het gebied van Ghana werd voor zover bekend ongeveer 150.000 tot 200.000 BP voor het eerst door moderne mensen bewoond. Een lange droge periode begon 135.000 BP en duurde tot ongeveer 75.000 BP, zoals opgravingen bij het Bosumtwi-meer in het zuiden van het land hebben aangetoond. Vanuit een cultuurhistorisch perspectief behoorden deze eerste bewoners van Ghana tot de Sangoan-cultuur, een cultuur die de overgang van de Middle naar de Later Stone Age kenmerkt. Belangrijke vindplaatsen zijn Asokrochona en Tema II, waar de Sangoan-lagen respectievelijk gedateerd is op tussen de 13.000 en 20.000 BP.

Het begin van een extreme droogte, die ongeveer 25.000 BP begon en duurde tot 13.000 BP, dwong deze Sangoan-mensen echter om de steeds onherbergzamer wordende vlaktes te verlaten.

Het begin van de herbevolking van het land is onbekend. De oudste aardewerkvondsten in het gebied van het huidige Ghana zijn gedateerd op ongeveer 5800 BP. Over het algemeen wordt het verschijnen van aardewerk gelijkgesteld aan het begin van voedselproductie door middel van landbouw.

Ongeveer 4000 tot 3500 BP kende het klimaat in West-Afrika en het westelijke deel van Centraal-Afrika een korte maar intense droogteperiode met sterke winden. De vegetatie op de vlaktes kreeg savanne-achtige kenmerken en het voorheen dichte regenwoud kromp enigszins, met een toenemende ontbossing aan de randen. Rond 3800 tot 3700 BP was er een enorme toename te zien in het voorkomen van de oliepalm (Eleas guineensis). In dezelfde periode bestond er aan de noordelijke rand van de regenwoudgordel een andere prehistorische cultuurfase, de Kintampocultuur. Er zijn op 30 verschillende sites in Noord-Ghana ongeveer 3400 jaar oude stenen gebouwen, bijlen en aardewerk gevonden. Deze cultuur werd gekenmerkt door een complex economisch systeem, dat akkerbouw in de bosgebieden combineerde met veeteelt op de savanne. Het houden van ovicapriden (schapen/geiten) kan met zekerheid worden vastgesteld voor de periode van vóór 3550 tot 3750 BP, en het is waarschijnlijk dat er in de latere stadia ook rundvee werd gehouden. Het steeds schaarser wordende regenwoud als gevolg van de droogte en de plotselinge toename van oliepalmen, die voedsel, vezels en bouwmaterialen leverden, bevorderden waarschijnlijk de ontwikkeling van boslandbouw. Desondanks lijkt het erop dat de mensen op het hoogtepunt van de droogte de steeds onherbergzamer wordende gebieden opnieuw hebben verlaten.

Terwijl het Sangoan-volk in het noorden van Ghana en langs de kust woonde, was de Kintampocultuur beperkt tot het noorden van Ghana.

Tot 2010 werd aangenomen dat het centrale bosgebied van Ghana tot 800 BP dunbevolkt was. Er is echter sindsdien aangetoond dat er al in de eerste eeuwen na Christus nederzettingen bestonden.

Vroege geschiedenis

Rond 1100 trok een deel van de Akanvolken, zoals de Ashanti en de Fante, vanuit de Sahelzone naar het zuiden. Er werden meerdere staten gesticht, zoals de Ashanti-federatie en enkele Fante-staten. Het grootste deel van het gebied werd in de 16e eeuw verenigd onder de Ashanti-confederatie. In eerste instantie was dit een los statenverbond, maar later werd het een gecentraliseerde staat met een hoge mate van bureaucratie rond Kumasi. Deze federatie groeide uiteindelijk uit tot een van de grootste en machtigste koninkrijken in West-Afrika, met militaire kracht, rijkdom, architectuur, een strikte hiërarchie en cultuur. Door de welvaart en economische groei kwam de Akanbeschaving tot bloei.

Vanuit het westen trokken de Ewe in het gebied dat nu als de Volta-regio bekendstaat.

Koloniale periode

Plaatselijke stamhoofden, district Coomassee, omstreeks 1900

Het eerste contact tussen de plaatselijke bevolkingsgroepen en de West-Europeanen vond plaats in 1471 namelijk met de Portugezen. De Europeanen noemden het gebied de "Goudkust" naar de dominante handelswaar ter plaatse. Eind 16e eeuw kwamen ook de Nederlanders naar het land. In 1598 kregen zij toestemming om een handelspost te openen bij Moore, het latere Fort Nassau. In 1637 werd het Fort Elmina veroverd op de Portugezen. Dit was jarenlang het centrum van de Nederlandse aanwezigheid aan de Goudkust.

Slavenhandel

Zie Trans-Atlantische slavenhandel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de 2e helft van de 17e eeuw verschoof de aandacht van goud naar de slavenhandel. De Ghanese kust werd een logistiek centrum van een ingrijpende periode in de geschiedenis.

In 1872 verkochten de Nederlanders hun handelsbelangen, waaronder Fort Elmina, aan de Britten. Die benoemden in 1874 een kuststrook van het huidige Ghana tot de kroonkolonie Gold Coast en trokken ten strijde tegen het koninkrijk Ashanti in het binnenland; de voormalige handelspartner van Nederland. In 1901 werd het Ashanti koninkrijk definitief verslagen. De grenzen van de kroonkolonie werden opgerekt tot de in 1898 tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk overeengekomen west- en noordgrenzen, die sindsdien ongewijzigd zijn gebleven. In 1919 werd de toekomstige oostgrens vastgelegd toen bij het afwikkelen van de Eerste Wereldoorlog Duits Togoland werd gesplitst in twee mandaatgebieden. Het westelijk deel werd als Brits-Togoland bestuurd door het Verenigd Koninkrijk.

Zelfstandigheid

Kwame Nkrumah

Op 6 maart 1957 werden Britse Goudkust, de kroonkolonie Ashanti, de Northern Territories en Brits-Togoland samengevoegd tot dominion onder de naam Ghana, met de Britse vorstin als staatshoofd. Kwame Nkrumah werd de eerste minister-president. Ghana was het eerste gekoloniseerde land in Afrika ten zuiden van de Sahara dat in de periode van dekolonisatie na de Tweede Wereldoorlog zijn zelfstandigheid terugkreeg. De naam Ghana is het hergebruik van de naam van een rijk (het koninkrijk Ghana) dat bestond tussen de 8e en 11e eeuw, maar dat noordelijker lag dan het huidige Ghana.[1]

Republiek

Op 1 juli 1960 werd het land een republiek, met Nkrumah als president. Wel bleef Ghana lid van het Britse Gemenebest. Tijdens zijn afwezigheid wegens een staatsbezoek aan Noord-Vietnam en de Volksrepubliek China werd de niet-gebonden, linksgeoriënteerde Nkrumah echter bij een staatsgreep op 24 februari 1966 door de kolonels Akwasi Afrifa en Emmanuel Kwasi Kotoka ten val gebracht. Afrifa was nog even van 1968 tot 1969 staatshoofd, maar in de jaren zeventig wisselden militaire regimes en weinig succesvolle burgerregeringen elkaar af.

Staatsgreep

Op 4 juni 1979 volgde een linkse staatsgreep van het leger onder leiding van de 31-jarige luchtmachtluitenant Jerry Rawlings. Het leger hield aanvankelijk slechts toezicht op de burgerlijke regering, maar in 1981 trok het de macht geheel naar zich toe en werd Rawlings president. Zijn beleid had een positief effect op het economisch herstel en hij was populair bij de gewone Ghanezen ondanks zijn gebrek aan respect voor de mensenrechten. Rawlings zorgde voor een grondwet en een herstel naar een democratisch stelsel. Vanaf 29 december 1992 was Ghana een democratie, met Rawlings als gekozen president.

In 2000 kon Rawlings niet meedoen aan de verkiezingen omdat hij al twee termijnen president was.

Na 2000

Na ruim 19 jaar aan de macht te zijn geweest, werd Rawlings begin 2001 opgevolgd door de leider van de grootste oppositiepartij, John Agyekum Kufuor, die twee presidentiële termijnen van elk vier jaar zou uitdienen. Deze opvolging werd indertijd geprezen vanwege de ordelijke opvolging van de ene gekozen leider door de andere, wat in postkoloniaal Afrika nog altijd vrij zeldzaam is.

Op 7 januari 2009 werd John Atta Mills de nieuwe democratisch gekozen president van Ghana na een nek-aan-nek race tussen zijn NDC (National Democratic Congress) en de NPP (New Patriotic Party) van Nana Akufo-Addo. Atta Mills kampte al enkele jaren met keelkanker. Op 24 juli 2012 werd hij met spoed opgenomen in een ziekenhuis te Accra. Enkele uren later werd het overlijden van de president officieel bevestigd. Zoals de Ghanese grondwet voorschrijft, werd vicepresident John Dramani Mahama dezelfde dag nog benoemd tot president van de Republiek Ghana.

Op 9 december 2012 werden in Ghana nieuwe verkiezingen gehouden. President Mahama slaagde erin deze te winnen met 50,7 procent van de stemmen, aldus de door de Electoral Commission (het Ghanese kiescollege) bekendgemaakte uitslag. Mahama's belangrijkste concurrent, Nana Akufo-Addo, bleef achter met 47,7 procent van de stemmen. De oppositiepartij NPP stelde dat het tellen van de stemmen na de verkiezingen niet eerlijk zou zijn verlopen en klaagde de Electoral Commission en de president aan voor het Ghanese Hooggerechtshof. Mahama, inmiddels al opnieuw geïnstalleerd als president, ontkende deze beschuldigingen, maar moest zich weren tegen een berg aan gedetailleerd bewijsmateriaal. Internationale toezichthouders hebben verklaard dat de verkiezingen zelf eerlijk zijn verlopen, ondanks een vertraging die werd opgelopen in verband met technische mankementen aan verscheidene machines die bij de biometrische identificatie van de kiezers werden gebruikt. Deze waarnemers zijn echter niet bij de tellingen aanwezig geweest.

Bij de presidentsverkiezingen van 2016 werd zittend president Mahama alsnog verslagen door Nana Akufo-Addo, die vanaf januari 2017 president van Ghana werd.

2019 werd uitgeroepen tot Year of Return. Het initiatief herdenkt 400 jaar slavernij van Ghanezen in Amerikaanse kolonies en is daarnaast een uitnodiging aan de diaspora om terug te komen naar Afrika om er te wonen en te investeren.[2]

In 2020 werden er verkiezingen gehouden voor het Parlement van Ghana. De NDC en de NPP behaalden daarbij elk 137 zetels. De overige zetel ging naar een partijloze kandidaat.

Na het verlopen van de ambtstermijn van Akufo-Addo in januari 2025 werd Mahama opnieuw president.

Zie de categorie History of Ghana van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.