Geschiedenis van Gambia

Steencirkels van Wassau

De geschreven geschiedenis van Gambia begon in de 15e eeuw, als de Portugezen een handelspost op een eiland in de Gambia stichten. Van de tijd die daaraan voorafgaat, is weinig bekend. Ongeveer 500 jaar v.Chr. maakt de Carthaagse admiraal Hanno voor het eerst melding van de Gambia.

Vroege bewoning

Vanaf de 3e eeuw v.Chr. tot aan de invallen van de Europeanen in de 16e eeuw werden in Senegal en Gambia, in het gebied tussen de Sénégal en de Gambia, meer dan duizend megalitische cirkels geconstrueerd. Deze geheiligde bouwwerken staan in een strook van honderd kilometer breed en driehonderdvijftig kilometer lang ten noorden van de Gambia. Dit duidt op een stabiele, welvarende en goed georganiseerde samenleving,[1] maar over de datering en de betekenis zijn nog veel vragen. Vier grote groepen met in totaal 93 steencirkels zijn in 2006 aangewezen als het Unesco Werelderfgoed van de Steencirkels van Senegambia. De twee Gambiaanse groepen staan in Wassu en Kerbatch.

Veroveringen en twisten

Omstreeks het jaar 700 trokken de Arabieren door de Sahara en veroverden langzamerhand Noord-Afrika. De Berbers werden naar het zuiden gedreven en op hun beurt werden de lokale stammen Wolof en Mandinka gedwongen zuidwaarts te trekken, naar het gebied van het huidige Gambia. Er begonnen zich volkeren en stammen te vormen, die rond 1100 werden veroverd door het koninkrijk Ghana, destijds gesitueerd op de plaats van het huidige Mali en Mauritanië. Hierna vielen Berberstammen Gambia binnen, en met hen kwam de islam.

Aan het begin van de 14e eeuw viel de keizer van Mali binnen en weer werd Gambia veroverd. Ook de keizer was een afstammeling van Berbers. Gedurende de 16e eeuw ontstonden er handelsbetrekkingen tussen in Gambia wonende Berbers en stammen uit het grensgebied van Mali en Nigeria. Er ontstonden weer nieuwe stammen, Songhai genaamd. Ondertussen kwamen de Europeanen in Afrika aan en de Berbers trokken zich terug naar Mali vanuit het gebied van de Gambia. Hierna ontstonden onderlinge twisten in het Songhairijk, waardoor dit een gemakkelijke prooi werd voor de Spanjaarden en Portugezen. Het waren Spaanse en Portugese moslims, uit Europa verdreven door christelijke troepen, die voor de kust van Gambia verschenen.

Koloniale periode

In 1456 voeren de Portugezen op initiatief van Hendrik de Zeevaarder de Gambia op. Op een eiland in de rivier werd een handelspost, Ilha de San André, ingericht en de Portugezen heersten over het hele gebied langs de rivier. Vanaf 1501 werden de eerste slaven verkocht naar met name Spanje. De Britten pakten het groot aan en het eerste grote slaventransport dateert van 1562 naar Groot-Brittannië. Meteen daarna begonnen de slaventransporten naar Amerika en het Caraïbisch gebied. Men schat dat tussen 1501 en 1856, het jaar waarin Amerika de slavernij afschafte, ruim 3.000.000 slaven vanuit Senegambia naar Amerika werden getransporteerd. Dit gebeurde onder mensonterende omstandigheden en waarschijnlijk stierf ongeveer 15% van de slaven al tijdens de reis. Eind 17e eeuw waren er in het Senegambiaanse gebied meer dan tien forten en posten voor de slavenhandel.

Gedurende de periode van de trans-Atlantische slavenhandel werden miljoenen mensen uit de regio als slaaf naar Amerika gebracht. Hoeveel slaven door Arabieren zijn verhandeld via de route door de Sahara is onbekend. De slaven werden door Afrikanen aan Europeanen verkocht. Sommigen waren gevangengenomen in stammenoorlogen, anderen werden verkocht wegens schulden, of waren ontvoerd. In 1807 werd de slavenhandel door de Britten afgeschaft. Zij probeerden ook een eind te maken aan de slavenhandel in Gambia zelf, aanvankelijk tevergeefs. De slavernij werd hier pas in 1906 afgeschaft.

Gambia en de slavenhandel kwamen uitgebreid aan bod in de bestseller van schrijver Alex Haley, “Roots”. Ook de televisieserie die naar aanleiding van het boek werd gemaakt maakte veel indruk.

In 1651 liet de hertog van Koerland het eerste fort op het Ilha de San André bouwen. Deze kolonie Koerlandse Gambia bestond van 1651 tot 1659.

In 1661 werd Ilha de San André door de Britten bezet en ze bouwden een nieuw fort dat Fort James genoemd werd, naar de Engelse koning Jacobus II van Engeland. De Britten kwamen echter veelvuldig in conflict met vijandige stammen en Franse soldaten. In 1681 stichtten de Fransen op de noordelijke oever van de Gambia de enclave Albadarr, tegenwoordig Albreda. Na een grote brand in 1686 verlieten de Fransen Albadarr.

In 1689 werd het weer veroverd door de Britten en in 1695 eisten de Fransen het gebied weer op en verwoestten Fort James. Ook aan het begin van de 18e eeuw was het steeds stuivertje wisselen wat Fort James betrof. iteindelijk is gedurende de 300 jaar durende bezetting het eiland minstens 10 keer van eigenaar verwisseld. Het Verdrag van Parijs in 1763 leek uitkomst te bieden. Gambia zou Brits worden, terwijl de Fransen in Albadarr mochten blijven. Nu werden de Britten echter weer verdreven door de inheemse bevolking en grepen de Fransen weer hun kans. In 1779 werd het eiland door de Fransen bezet, maar uiteindelijk werd Gambia in 1783 door het Verdrag van Versailles toegekend aan de Britten, en buurland Senegal was voor de Fransen. De grenzen van het gebied stonden echter nog lang niet vast. Deze werden pas in 1884 vastgesteld tijdens de Conferentie van Berlijn. De hoofdstad Bathurst werd een Britse kroonkolonie, het achterland vanaf 1894 een Brits protectoraat.

In de 20e eeuw zakte het Britse wereldrijk ineen en zaten er voor Gambia grote veranderingen aan te komen. Aan het begin van de jaren 1960 stichtte Dawda Kairaba Jawara de People’s Progressive Party. Deze partij won in 1962 de verkiezingen en werd de grootste partij in het pas opgerichte Gambiaanse parlement. Jawara werd vijfmaal herkozen.

Onafhankelijkheid

Koninkrijk

Zie Gambia (1965-1970) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 18 februari 1965 werd Gambia onafhankelijk, zij het nog als onafhankelijk lid van het Britse Gemenebest, met de Britse koning als staatshoofd. Dawda Kairaba Jawara werd de eerste premier van Gambia.

Senegambia

Zie Senegambia (confederatie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1967 werd er door Gambia en Senegal een samenwerkingsverdrag ondertekend dat er toe moest leiden dat de beide landen als één land, Senegambia, verder zouden gaan. In 1976 werden de grenzen tussen beide landen opnieuw vastgesteld en tussen 1982 en 1989 vormden ze een statenbond. Dat verdrag werd in 1989 weer opgezegd omdat Senegal vond dat Gambia zich niet snel genoeg ontwikkelde. Gambia besloot toen om zelfstandig te blijven.

Republiek

In 1970 werd Gambia een republiek met Jawara als eerste president. In 1980 en 1981 werden er samenzweringen tegen Jawara gemeld, waarop krijgsmacht (200 man) en politie (700 man) werden uitgebreid. Enige tijd later werd de krijgsmacht weer uitgebreid en dat leidde uiteindelijk in 1994 tot een staatsgreep door luitenant YahYa Jammeh, die overigens zonder bloedvergieten tot stand kwam. Men beschuldigde Jawara van corruptie. Ook profiteerde de gewone bevolking te weinig van de toenemende inkomsten uit de toeristenindustrie. Jawara vluchtte naar Senegal. Jammeh vormde een militaire regering, maar beloofde wel de democratie te herstellen en schreef verkiezingen uit voor juli 1996.

Ondertussen leed de economie veel schade door alle gebeurtenissen. Met name Engeland en de Scandinavische landen adviseerden toeristen om niet naar Gambia af te reizen. Pas eind 1995 kwam het toerisme weer wat op gang. In de jaren 1996 en 1997 werd de parlementaire democratie weer "hersteld" met een nieuwe grondwet, werd Jammeh als nieuwe president gekozen en vonden er algemene verkiezingen plaats. De nieuwe partij van Jammeh won, onder protesten van zijn tegenstrevers, met 56% van de stemmen. Ook het buitenland was het niet eens met het verloop van de verkiezingen. Toch bleef Jammeh populair onder de gewone bevolking. Hij kondigde vergaande plannen aan met betrekking tot de infrastructuur en de economie. Ook werd er een nieuwe luchthaven gebouwd en werden er ziekenhuizen en scholen in het binnenland beloofd.

Eind 1997 publiceerde het tijdschrift The New African een artikel over miljoenen dollars aan ontwikkelingshulp die op buitenlandse bankrekeningen terecht zouden zijn gekomen. Ook zou met de mensenrechten gesold worden. Ondanks deze negatieve publiciteit leek Jammeh op dat moment de enige die Gambia de broodnodige stabiliteit kon bieden. Mede onder druk van de buitenlandse donoren vonden in 1996 presidents- en in 1997 parlementaire verkiezingen plaats. Jammeh won met 56% van de stemmen en werd op 18 oktober 1996 als president geïnstalleerd. Bij de presidentsverkiezingen van 18 oktober 2001 werd Jammeh met 53% van de uitgebrachte stemmen herkozen. Zijn belangrijkste opponent, Darboe, kreeg 32% van de kiezers achter zich. Hoewel zich in de aanloop naar deze verkiezingen verschillende gewelddadige en intimiderende incidenten richting de oppositie hebben voorgedaan, zijn de verkiezingen ordelijk verlopen, en werden ze door waarnemers als vrij en eerlijk bestempeld.

Op 1 juni 2002 keerde de in 1994 afgezette ex-president Dawda Kairaba Jawara terug in Gambia na een periode van acht jaar ballingschap in het Verenigd Koninkrijk. De terugkeer was mogelijk na een door Jammeh verleende amnestie. Men verwachtte dat president Jammeh bij de presidentsverkiezingen in 2006 veel stemmen zou verliezen. Door de vele wisselingen van ministers en staatssecretarissen, alsook bijvoorbeeld de chef defensiestaf, politiechef, chef veiligheidsdienst en centrale bankdirecteur, hield hij weinig medestanders over. In oktober 2005 werd voormalig minister van Binnenlandse Zaken, Samba Bah, gearresteerd wegens economische misdrijven, spionage en terrorisme. Ook de voorzitter van de verkiezingscommissie, aangesteld om de presidents-, parlements- en gemeenteraadsverkiezingen te organiseren, moest het ontgelden en werd begin juli 2005 uit zijn functie ontheven. Vertrouwen dat ministers en overheidsfunctionarissen hadden in de president en het functioneren van de overheid was daardoor klein. Beslissingen werden enkel op het niveau van de president genomen.

Zie de categorie History of the Gambia van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.