Rodney Gould
| Rodney Gould | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Rodney Gould's huldiging na zijn overwinning in de 250cc-race van de TT van Assen van 1970 | ||
| Geboren | Banbury, 10 maart 1943 | |
| Overleden | Cheltenham, 16 april 2024 | |
| Nationaliteit | ||
| Team | Yamaha | |
| Kampioenschappen | wereldkampioen 250 cc seizoen 1970 | |
| Overwinningen | 10 | |
| Aantal podia | 34 | |
Rodney "Rod" Gould (Banbury, 10 maart 1943 – Cheltenham, 16 april 2024) was een Brits motorcoureur. In 1970 werd Gould op Yamaha wereldkampioen in de 250cc-klasse van het wereldkampioenschap wegrace.
Carrière
Rodney Gould begon met motoren te racen in 1961. Hij reed onder meer met 350- en 500cc-Nortons en 250cc-Bultaco's.
Wereldkampioenschap wegrace
1967
In het seizoen 1967 debuteerde hij in het wereldkampioenschap wegrace. Met een Norton 30M Manx viel hij uit in de Duitse Grand Prix. Zijn eerste WK-punten scoorde hij toen hij in de 500cc-GP van de DDR vijfde werd. Met die twee punten eindigde hij als achttiende in de WK-stand van de 500cc-klasse.
1968
In het seizoen 1968 startte Gould met zijn Norton nog wel in de 500cc-klasse, maar behalve een zesde plaats in de Duitse Grand Prix scoorde hij daar geen punten. In de 250cc-klasse ging het veel beter. Hij had een Yamaha TD 1 C-blok in zijn Bultaco-frame gemonteerd en daarmee scoorde hij in elke race punten, waaronder drie derde plaatsen. Hij sloot het 500cc-klassement af als vierentwintigste, maar hij werd vierde in de 250cc-klasse. Daarmee was hij de beste privérijder, achter de Yamaha-fabrieksrijders Phil Read in Bill Ivy en MZ-rijder Heinz Rosner.
1969
![]()
Gould voor de start van de 250cc-race van de Asser TT van 1969 |
![]()
Gould tijdens de 350cc-race van de Asser TT van 1969 |
![]()
250cc-Yamaha TD 2 uit 1969 |
![]()
Gould tijdens de 250cc-race in Assen 1971. Hij zou uitvallen door een gebroken beugel van zijn stroomlijnkuip |
In het seizoen 1969 stopte Yamaha met de peperdure fabrieksracers. De Yamaha RD 05 A van het vorige jaar was dan ook een watergekoelde viercilindertweetakt, een groot verschil met de luchtgekoelde tweecilinder-productieracers. Gould schafte twee Yamaha-productieracers aan: een 250cc-Yamaha TD 2 en een 350cc-Yamaha TR 2. Gould kreeg wel problemen met de betrouwbaarheid van zijn machines. Hij viel vaak uit, maar scoorde ook regelmatig punten, waaronder drie tweede plaatsen in beide klassen. Hij eindigde het seizoen als zesde in de 250cc-klasse en als vijfde in de 350cc-klasse.
1970: wereldtitel
In het seizoen 1970 waren de ontwikkelingen in het voordeel van Rodney Gould. Phil Read was bij Yamaha in ongenade gevallen en Benelli (met Kel Carruthers wereldkampioen in 1969) was In de 250cc-klasse uitgeschakeld omdat viercilinders daar verboden waren. Hoewel Yamaha officieel geen fabrieksracers meer had, kregen Kent Andersson en Rodney Gould wel degelijk steun van de fabriek. In de 350cc-klasse waren de Yamaha's kansloos tegen Giacomo Agostini met zijn MV Agusta 350 3C en Carruthers en Pasolini met hun Benelli 350 4C's. In de 250cc-klasse kwam de concurrentie aanvankelijk van Ossa-coureur Santiago Herrero, die als WK-leider naar de TT van Man ging, maar daar dodelijk verongelukte. Na een overwinning in de TT van Assen kwam Gould aan de leiding van de WK-stand. Die verstevigde hij met een overwinning in de Belgische Grand Prix en een overwinning in de Oost-Duitse Grand Prix. In de GP van Tsjecho-Slowakije viel hij uit door een defecte versnellingsbak, maar hij had nog steeds vijfentwintig punten voorsprong op Jarno Saarinen en Kent Andersson. Gould won vervolgens de GP van Finland. Voor de Ulster Grand Prix kreeg hij van Yamaha een nieuwe zesversnellingsbak, die tegen het einde van de race in de vijfde versnelling vast ging zitten. Gould werd desondanks tweede achter Kel Carruthers. In de Nations GP versloeg hij Carruthers met slechts 0,3 seconde verschil, maar het was genoeg om met nog een race te gaan al zeker te zijn van zijn wereldtitel. Hij hoefde de Spaanse GP niet meer te rijden. Hij ging er toch naartoe, maar stopte voortijdig vanwege het vele stof op de baan. Het 350cc-seizoen sloot hij af als zesde.
1971
In het seizoen 1971 kregen Andersson en Gould weer echte 250cc-fabrieksracers, die officieel - net als de productieracers - "Yamaha TD 2 B" heetten, maar in werkelijkheid betrof het de YZ 632, die een zesversnellingsbak, elektronische CDI-ontsteking en 34mm-carburateurs kreeg. Ook voor de 350cc-klasse kwam er een fabrieksracer, de YZ 631. Met deze machine richtte met name Jarno Saarinen zich op de strijd tegen Giacomo Agostini met zijn bijna onverslaanbare MV Agusta. Gould startte er slechts enkele malen mee.
Met de YZ 632 hadden de Yamaha-fabrieksrijders de grootste moeite om de privérijders met de TD 2 B's voor te blijven. In de afgelopen jaren hadden die privérijders, maar ook verschillende tuners, de Yamaha's heel goed leren kennen. Yamaha gaf het vermogen voorzichtig op als "meer dan 44 pk", maar men schatte het werkelijke vermogen op ca. 50 pk. Een goede tuner kon dat vermogen flink verhogen. De TD 2 B van Wil Hartog werd onder handen genomen door Ferry Brouwer en leverde 61 pk, de machine van Cees van Dongen werd getuned door Ferry Swaep en leverde 59 pk, maar aan het einde van het seizoen zelfs 68 pk. Helmut Fath prepareerde ook TD 2 B's, onder andere voor Phil Read. Die machines hadden druksmering voor de big-end lagers en een meervoudige droge platenkoppeling. Ook aan het rijwielgedeelte werd flink gesleuteld. Sommige blokken werden in Seeley-frames gehangen (waardoor de "Yamsel" ontstond). Soms werd er een Quaiff-zesversnellingsbak gemonteerd en ook de voorvorken van Ceriani waren populair. Phil Read ontwierp zelf een nieuw frame, dat hij soms ook van schijfremmen voorzag. De GP van Oostenrijk werd een prooi voor MZ, dat de eerste twee plaatsen scoorde. Andersson werd slechts vierde en Gould viel uit. De Duitse Grand Prix werd gewonnen door Read met zijn TD 2 B, Andersson werd vijfde en Gould viel weer uit. Ook tijdens de TT van Man konden de fabrieksracers geen vuist maken. Gould werd vierde achter drie TD 2 B's. Tijdens de TT van Assen viel Gould uit door een gebroken stroomlijnbeugel. In de 250cc-GP van België werd Gould zesde, waardoor hij tot de top tien (achtste) doordrong. Pas in de GP van de DDR haalde hij met een tweede plaats zijn eerste podium van het jaar. Hij klom naar plaats zes in het klassement. Tijdens de training van de GP van Tsjecho-Slowakije brak WK-leider Read een schouderblad en een sleutelbeen. Gould kwam niet aan de start dus kon toen nog niet profiteren, maar dat kon hij in de Zweedse Grand Prix wel. Hij won zijn eerste race van het seizoen en klom naar de tweede plaats in het WK. Die plaats deelde hij met de Hongaarse privérijder Gyula Marsovszky. Read verscheen weer in de Finse Grand Prix, maar was nog niet fit. Gould won opnieuw, Read werd slechts tiende. Gould stond met 55 punten nog slechts één punt achter Read. In de Ulster Grand Prix werd Gould slechts zesde, maar Read viel uit waardoor Gould met 60 punten aan de leiding van het WK kwam. Read had 56 punten, Dieter Braun (ook met een TD 2 B) had er 55. In de GP des Nations moest Gould het hoofd weer buigen voor een paar TD 2 B's, maar met zijn vierde plaats deed hij het beter dan Read, die slechts zesde werd. In de afsluitende Grand Prix van Spanje had Gould aan een vierde plaats genoeg voor zijn tweede wereldtitel. Toen hij echter kort na de start al uitviel had Phil Read aan de vierde plaats voldoende. Read werd tweede en wereldkampioen met 73 punten, Gould sloot het 250cc-seizoen af als tweede met 68 punten. In de 350cc-klasse werd hij met slechts 16 punten dertiende.
1972
In het seizoen 1972 concentreerde Rodney Gould zich aanvankelijk weer op de 250cc-klasse. Pas vanaf de vierde Grand Prix (GP des Nations) begon hij podiumplaatsen te scoren met drie opeenvolgende tweede plaatsen en een overwinning in de TT van Assen. Die bracht hem aan de leiding van het WK, twee punten voor Renzo Pasolini met de tweecilinder tweetakt-Aermacchi. Jarno Saarinen, Ángel Nieto, Renzo Pasolini, Kent Andersson, Börje Jansson, Dave Simmonds en Dieter Braun kwamen niet naar de TT van Man naar aanleiding van zes dodelijke ongevallen in 1970, waaronder die van WK-leider Santiago Herrero en de talentvolle Brian Steenson. Toen in dit jaar Gilberto Parlotti verongelukte besloten ook Giacomo Agostini, Phil Read en Rodney Gould nooit meer op Man te rijden. In de GP van België zette Yamaha Gould en Hideo Kanaya plotseling in in de 500cc-klasse met opgeboorde 350cc-YZ 634's. Privérijders als Christian Bourgeois, Bruno Kneubühler en Chas Mortimer waren al tamelijk succesvol geweest met hun opgeboorde Yamaha's. Kneubühler stond zelfs op de derde plaats in de 500cc-stand. Bovendien hadden de opgeboorde Yamaha's flink huisgehouden in de Daytona 200, waar ze de eerste drie plaatsten bezetten tegen 750cc-machines en Kent Andersson had met een 350cc-Yamaha de Formule 750 in Zweden gewonnen. (zie ook: De Yamaha's in de zwaardere klassen). In België werden Gould en Kanaya derde en vierde, omdat de 500cc-MV Agusta's niet te kloppen waren. In de 500cc-GP van de DDR werd Gould zelfs tweede en in de 250cc-race derde. De leiding in dat WK werd overgenomen door teamgenoot Jarno Saarinen. In de GP van Tsjecho-Slowakije werd Gould in de 250- en de 500cc-klasse vierde. In de GP van Zweden werd hij tweede in de 500cc-race en won hij de 250cc-race. In de Finse Grand Prix werd hij in de 500cc-race derde achter de MV Agusta's van Agostini en Pagani en daardoor stond hij ook derde in de WK-stand. In de 250cc-race viel hij uit met ontstekingsproblemen. In die klasse stond hij nu nog slechts één punt achter teamgenoot Saarinen, maar gelijk met Pasolini.
Einde carrière
Tussen de GP's van Finland en Spanje lagen zeven weken. In zo'n lange periode zaten de coureurs niet stil. Men startte in internationale races waar behoorlijke startgelden werden betaald voor topcoureurs die hoog in de klassementen stonden. Tijdens een race op Brand Hatch kwam Rodney Gould ten val. Hij besloot daarop zijn carrière te beëindigen. In de WK-klassen waarin hij uitkwam waren de wereldtitels immers al vergeven: Agostini in de 500cc-klasse en Saarinen in de 250cc-klasse. Bovendien had Yamaha al gehint op een andere functie voor hem: teammanager. Yamaha zou in het seizoen 1973 immers grote stappen gaan maken. Er zouden heel nieuwe machines voor alle klassen komen: de 125cc-Yamaha OW 15, de 250cc-Yamaha OW 17, de 350cc-Yamaha OW 16 en de 500cc-Yamaha OW 20. Gould sloot het seizoen 1972 af als vierde in de 500cc-klasse, als zesentwintigste in de 350cc-klasse en als derde in de 250cc-klasse.
Gould werd echter geen teammager. Hij ging als public relations manager voor Europa werken bij Yamaha Motor NV in Amstelveen, maar hij bleef wel betrokken bij het fabrieksteam. Dat deed hij tot halverwege 1979, toen hij samen met Mike Hailwood in de buurt van Birmingham een motorzaak begon. Hij bleef ook rijden voor het Yamaha Classic Racing Team van Ferry Brouwer.
Overlijden
Gould overleed op 16 april 2024 na een lang ziekbed op 81-jarige leeftijd.[1]
Wereldkampioenschap wegrace resultaten
Puntentelling 1950-1968
|
Puntentelling 1969-1987
|
(Races in cursief geven de snelste ronde aan, punten (tussen haakjes) zijn inclusief streepresultaten)
Externe link
- (en) Rodney Gould op de officiële website van het wereldkampioenschap wegrace
- Message from Rodney Gould
- Voetnoten
- ↑ (fr) RODNEY GOULD NOUS A QUITTÉS. Autonewsinfo (18 april 2024).
- ↑ Versnellingsbak
- ↑ Protest
- 1 2 Carburatie
- ↑ Stroomlijnkuip
- ↑ Gestopt wegens mist
- ↑ Ontsteking
- ↑ Vastloper
_is_winnaar_in_de_250_cc_klasse%252C_de_beste_Nederlander_Cees_van_%252C_Bestanddeelnr_923-6306.jpg)

_in_actie%252C_Bestanddeelnr_922-5838.jpg)

