Oejezd Koetais

Кутаисский уезд
Oejezd Koetais
Oejezd in Keizerrijk Rusland
1840  1930
Kaart
Locatie in het gouvernement Koetais in het onderkoninkrijk van de Kaukasus.
Locatie in het gouvernement Koetais in het onderkoninkrijk van de Kaukasus.
Algemene gegevens
Hoofdstad Koetaisi
Oppervlakte 3.463 km²
3.043 werst²
Bevolking 256.218 (1912)
Religie(s) Oosters-Orthodox
Uitsnede van Koetais van bestuurlijke en etnografische kaart van het gouvernement Koetais uit 1902 (census 1886).
Uitsnede van Koetais van bestuurlijke en etnografische kaart van het gouvernement Koetais uit 1902 (census 1886).
Portaal  Portaalicoon   Rusland

Het oejezd Koetais (Russisch: Кутаисский уезд, Koetaisski oejezd; Georgisch: ქუთაისის მაზრა, Koetaisis mazra) was een bestuurlijke eenheid en provincie (oejezd) in het gouvernement Koetais van het onderkoninkrijk van de Kaukasus van het Russische Rijk. De provincie lag in het westen van het moderne Georgië.

Geschiedenis

Historisch was Koetaisi de politieke en culturele hoofdstad van West-Georgië. Feitelijk bleef dat onder Russische heerschappij ook zo. Afgebeeld het gymnasium van Koetaisi.

Het Russische Rijk annexeerde vanaf 1810 het westen van Georgië, te beginnen met het koninkrijk Imeretië en de omzetting ervan naar de Russische bestuurlijke structuur als het oblast Imeretië op 20 februari 1810 (O.S.).[1] Dit oblast werd ingedeeld in zes speciale districten (okroeg), waaronder Koetais. Op 10 april 1840 werd Imeretië gefuseerd met het Oost-Georgische gouvernement Georgië tot het gouvernement Georgië-Imeretië en werd de interne bestuurlijke indeling herzien.

In het gouvernement werden op datzelfde moment elf provincies gevormd (oejezd), waaronder het oejezd Koetais.[2] Al na zes jaar werd dit gouvernement op 14 december 1846 gesplitst in de gouvernementen Tiflis en Koetais. Het oejezd Koetais bleef gehandhaafd als een van de provincies in het nieuwe gouvernement,[3] zij het kleiner door de afsplitsing van de oejezden Sjorapani en Ratsja. De stad Koetaisi was de hoofdstad van zowel het gouvernement als het oejezd.

Na de val van het tsaristische bewind in 1917 hield het gouvernement Koetais op te bestaan, maar de provincies bleven tot de bestuurlijke hervorming van de Sovjet-Unie in 1929-1930, ook tijdens de republiek Georgië (1918-1921). In 1930 werd de provincie Koetais opgeheven toen de nieuwe Sovjet-districten werden opgericht.[4]

Economie

Station Samtredia rond 1900. De opening van de spoorlijn Tbilisi-Poti in 1872 was belangrijk voor de economische ontwikkeling.

De belangrijkste economische activiteit in Koetais was destijds agrarisch van aard, met name maïsteelt, de wijnbouw en veeteelt (buffels). Bijna 14 procent van het grondgebied was in gebruik voor de landbouw, in grote meerderheid voor de productie van maïs. De wijnbouw en wijnproductie in het gebied waren van groot belang, met een areaal van 7500 hectare aan wijngaarden en een productie van ruim een miljoen vaten wijn aan het eind van de 19e eeuw.

Zijdebouw was vooral in het westelijke deel van de provincie in het district Choni ontwikkeld, waarbij een deel van de zijde werd verwerkt tot textiel. Deze werd ook geëxporteerd. Katoen werd op sommige plaatsen op kleine schaal verbouwd. In de omgeving van de stad Koetaisi vond groenteteelt plaats. De beste oogsten waren in het centrale laagland van de provincie, terwijl in de bergachtige gebieden relatief slechte oogsten waren door het wegspoelen van de grond. Hier vond wel tabaksteelt plaats.

Andere economische activiteiten waren seizoensarbeid in de havensteden Batoemi en Poti als ondersteuning voor de landbouwinkomsten en transport per koets vanuit plaatsen als Choni en Koetaisi. De maakindustrie was uitsluitend geconcentreerd in Koetaisi. Andere ambachtelijke activiteiten waren de productie van handwerk zoals zijde en wollen stoffen, aardewerk en wijnpersen. Tevens vond er mijnbouw plaats van lood-, koper-, mangaan- en ijzererts, steenkool en de winning van olie. Met name de steenkoolwinning bij Tkiboeli was belangrijk.[5]

Infrastructuur

De opening van de eerste Transkaukasische spoorlijn in 1872 tussen Tbilisi en Poti via Samtredia gaf een belangrijke economische impuls aan de provincie Koetais. Kort na deze opening werd vanaf Samtredia een aftakking naar Batoemi gebouwd en er werden in dezelfde periode nog aftakkingen gebouwd naar hoofdstad Koetaisi en naar Tkiboeli voor het vervoer van steenkool uit het gebied. Ook werd Koetaisi via de weg door het gebergte van de Grote Kaukasus met Rusland verbonden, middels de Osseetse Militaire Weg over de Mamisonpas.

Geografie

Het oejezd Koetais besloeg het centrale deel van het gouvernement Koetais. Ze bestond geografisch uit drie verschillende delen, namelijk een noordelijk en zuidelijk bergachtig gebied en een centraal laaglandgedeelte, een vallei van de middenloop van de Rioni en haar aanvoerende rivieren zoals de Kvirila. Dit was tevens het meest vruchtbare en dichtstbevolkte deel van de provincie.

In het noorden lag het Ratsjagebergte, onderdeel van de Grote Kaukasus en de natuurlijke begrenzing vormt met de provincie Letsjchoemi. Het zuidelijke deel van de provincie bestond uit de dicht beboste hellingen van het Achaltsiche-Adzjariëgebergte (Meschetigebergte).[5][6] Het klimaat was er eind 19e eeuw vochtig en warm in het laagland en iets strenger in de zuidelijke en noordelijke hoger gelegen delen van het district. De jaarlijkse neerslag bedroeg ongeveer 1500 millimeter.

De provincie grensde binnen het gouvernement in het zuidwesten aan Ozoergeti, in het westen aan Senaki, in het noorden aan Letsjchoemi en Ratsja en tot slot in het oosten aan Sjorapani. Aan de zuidkant lag het oejezd Achaltsiche van het gouvernement Tiflis. In 1912 was het gebied 3.043 vierkante werst groot (3.463 km²).[7] Koetais viel grotendeels samen met het westelijke deel van de hedendaagse regio Imereti, oftewel de moderne Georgische gemeenten Baghdati, Choni, Samtredia, Tkiboeli, Tskaltoebo, Vani en de westelijke helft van Terdzjola.

Bestuurlijke indeling

De hoofdstad Koetaisi medio jaren 1870.

De provincie Koetais was initieel ingedeeld in zes gemeentelijke districten (oetsjastok), ook wel politiedistricten genoemd, namelijk Vaki, Koetaisi, Saboeki, Sjorapani, Satsjchere en Ratsja.[8] Na de afsplitsing in 1846 van de provincies Sjorapani en Ratsja werd het resterende deel van oejezd Koetais ingedeeld in zeven districten.[9] In latere jaren werd dit heringedeeld naar vijf districten, namelijk Bagdadi, Koetaisi, Samtredia, Tkiboeli en Choni. De nummers I tot en met V in de tabel verwijzen naar de nummers op de etnografische kaart in de infobox en de bijbehorende census van 1886.

Bestuurlijke onderverdeling oejezd Koetais
DistrictCentrumOpp.[10]
(werst²)
Inwoners
18861912
Koetaisi (stad)22.64339.488
IKoetaiski
Кутаисскій участокъ
Koetaisi44931.05237.791
IITkiboelski
Тквибульскій участокъ
Tkiboeli54526.57734.123
IIIBagdadski
Багдадскій участокъ
Baghdati1.25639.89552.770
IVSamtredski
Самтредскій участокъ
Samtredia35536.06849.629
VChonski
Хонскій участокъ
Choni43837.19142.417
Totaal3.043193.426256.218
Verantwoording data: Volkstelling Transkaukasus 1886;[11] Kaukasische kalender 1913;[7]

Demografie

Volgens de Russische volkstelling van 1897 woonden er op dat moment 221.665 mensen in Koetais. In 1912 waren dat er 256.218.

Demografie van het oejezd Koetais
JaarTotaalGeorgiërs[12]ArmeniërsGriekenJodenRussenPolen
1886 193.426184.877
(95,6%)
2.376
(1,2%)
218
(0,2%)
3.828
(2,0%)
1578
(0,2%)
245
(0,1%)
1897 221.665210.064
(94,8%)
1.331
(0,6%)
351
(0,2%)
3.614
(1,6%)
4.727
(2,1%)[13]
531
(0,2%)
Verantwoording data: Volkstelling Transkaukasus 1886;[14] Russische volkstelling van 1897;[15][16] Kaukasische kalender 1913;[7]

Etniciteit en religie

In het oejezd Koetais woonden in overgrote meerderheid maar etnische Georgiërs (bijna 95 procent), waarvan ruim twee derde Imeretianen. De grootste etnische minderheid waren Russen (ruim twee procent), die in meerderheid in de stad Koetaisi woonden, net als andere minderheden zoals de Georgische Joden, Armeniërs, Grieken en de Polen.[17] In het dorp Koelasji (district Samtredia) was ook een grote Joodse gemeenschap gevestigd.[18]

In lijn met de bevolkingssamenstelling gaf ruim 96 procent in de volkstelling van 1897 aan tot een Oosters-orthodoxe kerk te behoren. Het grootste deel van de rest was Joods (twee procent). Kleinere religieuze stromingen waren katholiek (0,8%) en Armeens-Apostolisch (0,6%).[19]

Zie ook

Referenties