Oejezd Ratsja

Рачинский уезд
Oejezd Ratsja
Oejezd in Keizerrijk Rusland
1846  1930
Kaart
Locatie in het gouvernement Koetais in het onderkoninkrijk van de Kaukasus.
Locatie in het gouvernement Koetais in het onderkoninkrijk van de Kaukasus.
Algemene gegevens
Hoofdstad Oni
Oppervlakte 2.819 km²
2.477 werst²
Bevolking 87.012 (1912)
Religie(s) Oosters-Orthodox
Uitsnede van Ratsja van bestuurlijke en etnografische kaart van het gouvernement Tiflis uit 1902 (census 1886).
Uitsnede van Ratsja van bestuurlijke en etnografische kaart van het gouvernement Tiflis uit 1902 (census 1886).
Portaal  Portaalicoon   Rusland

Het oejezd Ratsja (Russisch: Рачинский уезд, Ratsjinski oejezd; Georgisch: რაჭის მაზრა, Ratsjis mazra) was een bestuurlijke eenheid en provincie (oejezd) in het gouvernement Koetais van het onderkoninkrijk van de Kaukasus van het Russische Rijk. De provincie lag in het noordwestelijk berggebied van het moderne Georgië en komt overeen met het cultuurgebied Ratsja.

Geschiedenis

Na de Russische annexatie van het koninkrijk Imeretië werd het koninkrijk in 1810 omgevormd in het oblast Imeretië en ingedeeld in zes districten (okroeg), waaronder het okroeg Ratsja.[1] Ratsja werd in 1840 als district onderdeel van het oejezd Koetais van het gouvernement Georgië-Imeretië, dat West- en Oost-Georgië bestuurlijk verenigde.[2]

Oprichting

Op 14 december 1846 werd het gouvernement Georgië-Imeretië gesplitst in Tiflis (oost) en Koetais (west), en werd het district Ratsja omgevormd tot het oejezd Ratsja als een van de zeven provincies van het gouvernement Koetais.[3] Het bestuurlijk centrum werd Oni.[4] Kort na de oprichting werden de dorpen in de Mamison-vallei, ten noorden van de Mamisonpas en de waterscheiding van de Grote Kaukasus, overgeheveld van het okroeg Ossetië naar Ratsja. In 1859 werd dit gebied aan het Russische oblast Terek toegekend.

Na de val van het tsaristische bewind hield het gouvernement Koetais op te bestaan, maar de provincies bleven tot de bestuurlijke hervorming van de Sovjet-Unie in 1929-1930 bestaan, ook tijdens de republiek Georgië (1918-1921). In 1928 werd de provincie Ratsja kortstonding samengevoegd met Letsjchoemi onder de naam Ratsja-Letsjchoemi, maar in 1930 werd dit opgeheven toen de nieuwe Sovjet-districten werd opgericht.[5]

Economie

De belangrijkste economische activiteit in Ratsja was destijds agrarisch van aard, met name landbouw, veeteelt en seizoensarbeid. De belangrijkste verbouwde gewassen waren gerst, tarwe, gierst, gomi (trosgierst), maïs en rogge. Ongeveer 4,5% van het totale oppervlak van Ratsja was in gebruik voor de landbouw. Door het milde klimaat werden in Beneden-Ratsja (Ambrolaoeri) druiven en perziken geteeld, terwijl in Boven-Ratsja (Oni) vooral veeteelt en seizoensarbeid de boventoon voerden. Van de akkerbouwgewassen werd daar alleen gerst en af en toe tarwe gezaaid. Er was in Boven-Ratsja een jaarlijks tekort aan granen voor voedsel.[6]

In het dorp Oetsera langs de Rioni waren mineraalwaterbronnen. De Osseetse Militaire Weg voerde hier langs (1903).

De wijnbouw en wijnproductie in het gebied waren van groot belang voor de provincie en vond alleen plaats in de lagere en warmere delen. Er was ongeveer 3000 hectare wijngaard, waarvan in gunstige jaren tot 600.000 vaten wijn worden geoogst. De druiventeelt vond plaats tot 950 meter boven zeeniveau. De tuinbouw was er daarentegen slecht ontwikkeld.

Er was geen fabrieksindustrie in de provincie, maar wel ambachtelijke productie van onder andere grof textiel, katoenen stoffen, hoeden, zeven en manden. Veel inwoners hielden zich bezig met de zogeheten migrerende bedrijvigheid en waren werkzaam in steden in heel Transkaukasië in het dragen van zware lasten, het zagen van hout, timmerwerk, smeden maa ook als huishoudelijk personeel. In heel Ratsja was de geletterdheid zeer laag.[6]

Vervoer

In de tweede helft van de 19e eeuw werd de Osseetse Militaire Weg gebouwd door de provincie Ratsja, die voerde vanaf de stad Koetaisi stroomopwaarts langs de Rioni over de 2820 meter hoge Mamisonpas naar het Ossetisch district van het oblast Terek aan de noordkant van de Kaukasus. Dit werd een belangrijke route tussen de Noordelijke Kaukasus en West-Georgië.[6]

Geografie

De provincie Ratsja lag in het noodoosten van het gouvernement Koetais.[6] De provincie grensde binnen het gouvernement in het westen aan de provincie Letsjchoemi, in het zuidwesten aan Koetais en in het zuiden aan Sjorapani. In het oosten grens de provincie aan de provincie Gori van het gouvernement Tiflis. Ten noorden van Ratsja lag het okroeg Vladikavkaz van de oblast Terek. In 1912 was het gebied afgerond 2.477 vierkante werst groot (2.819 km²).[7] Ratsja komt overeen met de streek Ratsja, een van de historische Georgische cultuurgebieden, en valt grotendeels samen met de moderne Georgische gemeenten Ambrolaoeri en Oni.

Brug over de Rioni bij Ambrolaoeri (1875).

De provincie Ratsja werd aan alle kanten begrensd door bergen, waardoor het gebied orografisch gezien een bijna gesloten bekken vormde met talrijke secundaire uitlopers en heuvelruggen. In het noorden werd de provincie op natuurlijke wijze begrensd door de Grote Kaukasus, met bergtoppen van meer dan 4000 meter boven zeeniveau. De bodem van het bekken werd gevormd door de diepe vallei van de bovenloop van de Rioni, de belangrijkste rivier van west-Georgië, die in Ratsja haar oorsprong heeft. Ratsja betekent "wat een bron".[6] In Oetsera langs de bovenloop van de Rioni waren mineraalwaterbronnen met medicinale werking.[8]

Meer dan de helft van het totale oppervlak van Ratsja bestond uit bossen met bomen als beuken, haagbeuken, sparren, dennen, eiken en naaldbomen. Beren kwamen veelvuldig voor en richtten grote schade aan de maïsvelden. Het klimaat was zeer gevarieerd vanwege het grote hoogteverschil in de provincie van 450 tot 4500 meter boven zeeniveau. In Beneden-Ratjsa (Ambrolaoeri) was het klimaat mild, met zeer hete zomers, terwijl de bergachtige strook van dit deel van het gebied en heel Boven-Ratsja gekenmerkt werden door een streng klimaat.[6]

Bestuurlijke indeling

De provincie was oorspronkelijk ingedeeld in vier gemeentelijke districten (oetsjastok), ook wel politiedistricten genoemd, namelijk Bugeoeli, Koedaro-Mamisoni, Oetseri en Chotevi. Vanaf 1888 waren er twee districten, Ambrolaoeri en Oni.[5] De nummers I en II in de tabel verwijzen naar de nummers op de etnografische kaart in de infobox en de bijbehorende census van 1886.

Bestuurlijke onderverdeling oejezd Ratsja
DistrictCentrumOpp.[9]
(werst²)
Inwoners
18861912
IAmbrolaoerskiAmbrolaoeri934,334.05541.638
IIOnskiOni1.542,330.20045.374
Totaal2.476,664.25587.012
Verantwoording data: Volkstelling Transkaukasus 1886;[10] Kaukasische kalender 1913;[7]

Demografie

Volgens de Russische volkstelling van 1897 woonden er op dat moment 60.421 mensen in de provincie. In 1912 waren dat er 87.012.

Demografie van het oejezd Ratsja
JaarTotaalGeorgiërs[11]ArmeniërsOssetenJodenRussen
1886 64.25560.189
(93,7%)
116
(0,2%)
3.332
(5,2%)
618
(1,0%)
-
1897 60.42156.010
(92,7%)
173
(0,3%)
3.514
(5,8%)
609
(1,0%)
64
(0,1%)[12]
Verantwoording data: Volkstelling Transkaukasus 1886;[13] Russische volkstelling van 1897;[14][15] Kaukasische kalender 1913;[7]

Etniciteit en religie

De overgrote meerderheid in de provincie Ratsja bestond uit Georgiërs (93 procent), waarvan 80 procent Imeretianen. Het grootste deel van de overige zeven procent waren Osseten (bijna zes procent), die in met name het uiterste oosten van de provincie woonden, wat sinds 1922 in Zuid-Ossetië ligt. In Oni woonde een grote Georgisch Joodse gemeenschap en verder waren er kleine gemeenschappen Armeniërs (0,3 procent) en Russen. Alle Osseten in de provincie woonden in het dorp Tedeleti. Dit ligt sinds 1922 in Zuid-Ossetië.[16]

In lijn met de bevolkingssamenstelling gaf bijna 99 procent in de volkstelling van 1897 aan tot een orthodoxe kerk te behoren (Russisch en Georgisch). Het merendeel van de rest was Joods en Armeens-Apostolisch.[17]

Zie ook

Referenties