Archaeplastida

Archaeplastida
Fossiel voorkomen:
Mesoproterozoïcum[1]heden
Diversiteit van de Archaeplastida
Taxonomische indeling
Domein:Eukaryota
Clade:Diaphoretickes
Clade
Archaeplastida
Adl et al., 2005[2]
Synoniemen
  • Plantae Cavalier-Smith, 1981[3]
  • Primoplantae Palmer et al. 2004
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Archaeplastida op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Archaeplastida vormen een grote taxonomische supergroep binnen de eukaryoten. Deze omvangrijke evolutionaire groep bevat naar schatting 450.000–500.000 levende soorten. Tot de Archaeplastida behoren de eencellige glaucofyten, de roodwieren (Rhodophyta) en alle groene planten (Viridiplantae), waaronder vele algen en de landplanten vallen. Het verbindende kenmerk is dat alle vertegenwoordigers chloroplasten bezitten. Deze chloroplasten zijn evolutionair ontstaan uit primaire endosymbiose: de opname van cyanobacterie door een voorouderlijke eukaryote cel. Deze gebeurtenis was fundamenteel voor de totstandkoming van fotosynthese bij eukaryoten.

Niet alle fotosynthetische eukaryoten stammen direct af van Archaeplastida. Verschillende protisten die hun energie uit zonlicht halen, verwierven hun chloroplasten later, via secundaire of zelfs tertiaire endosymbiose, waarbij een eukaryoot een andere fotosynthetische eukaryoot opnam. Voorbeelden van dergelijke organismen zijn dinoflagellaten, diatomeeën, bruinwieren en cryptofyten. Sommige soorten, zoals Prototheca, zijn hun vermogen tot fotosynthese in loop van de evolutie weer kwijtgeraakt.

Plantaardige organismen hebben de Aarde in haar geologische geschiedenis dramatisch veranderd. Door fotosynthese voegden planten en (mariene) algen enorme hoeveelheden energie toe aan de biosfeer. Ze legden de basis voor voedselketens waarvan dieren en andere eukaryoten konden profiteren. Ecologisch gezien introduceerden Archaeplastida nieuwe vormen van complexiteit. Meercellige planten creëerden driedimensionale habitats, veranderden hydrologie en bodems, en maakten langdurige koolstofopslag mogelijk in bossen en veengebieden.

Globale indeling

De gemeenschappelijke voorouder van de Archaeplastida heeft zich ontwikkeld uit een heterotrofe, eencellige eukaryoot die een cyanobacterie opnam en daarmee een stabiele symbiose vormde (primaire endosymbiose). Deze gebeurtenis, die vermoedelijk zo'n 1,2 miljard jaar geleden in het Paleoproterozoïcum plaatsvond, markeerde een grote stap in de evolutie van de eukaryoten.[4] Vanuit dit punt ontwikkelden zich drie hoofdlijnen van fotosynthetische organismen: de Glaucophyta, Rhodophyta en Viridiplantae (groene planten). Deze groepen verschillen in de structuur van hun plastiden en de aanwezige fotosynthetische pigmenten.

Glaucophyta

De glaucofyt Cyanophora paradoxa met twee chloroplasten, gereed voor de deling

Glaucofyten vormen een kleine en evolutionair oude groep eencellige algen, met ongeveer 25 beschreven soorten. Ze worden fylogenetisch vaak dicht bij de basis van de Archaeplastida geplaatst en gelden als een sleutelgroep voor het bestuderen van zowel de oorsprong van primaire plastiden als de vroege evolutie van algen en landplanten.[5] De vroege afsplitsing wordt ondersteund door de unieke structuur van de chloroplast die sterk doet denken aan de cyanobacteriële voorouder.

De chloroplasten van glaucofyten bevatten een rudimentaire peptidoglycaanwand tussen de twee membranen, een sterke aanwijzing voor de bacteriële oorsprong. De thylakoïden liggen concentrisch rond een carboxysoom waar het koolstofbindende enzym Rubisco zit. Net als bij cyanobacteriën bevatten de thylakoïden zogenaamde fycobilisomen, lichtopvangstructuren die helpen bij fotosynthese. Zetmeel wordt niet in het plastide, maar in het cytosol opgeslagen.[6]

Rhodophyta

Diversiteit van roodwieren Met de klok mee vanaf linksboven: Bornetia secundiflora, Peyssonnelia squamaria, Cyanidium, Laurencia, Callophyllis laciniata. Chloroplasten van roodwieren worden gekenmerkt door fycobiline, een pigment dat verantwoordelijk is voor de roodachtige kleur.

Roodwieren vormen een grote en ecologisch belangrijke groep binnen de Archaeplastida, met meer dan 7000 beschreven soorten, waarvan het merendeel meercellig is. Ze komen voornamelijk voor in mariene omgevingen, waar ze vaak op grotere diepte leven dan groenwieren en andere planten.[7] Dit is mogelijk door de specifieke fotosynthetische pigmentensamenstelling, die voornamelijk blauw en groen licht absorbeert: golflengten die diep in water doordringen.

Bij de plastiden van roodwieren ontbreken de peptidoglycaanwand en de carboxysomen, maar fycobilisomen in de thylakoïdmembranen komen wel voor. Deze fycobilisomen bevatten fycoërytrine en fycocyanine, pigmenten die verantwoordelijk zijn voor de karakteristieke rode kleur. Chlorofyl a is het enige chlorofyltype dat aanwezig is. De thylakoïden zijn niet gegroepeerd in grana, maar liggen los verspreid.[8]

Roodwieren hebben een belangrijke rol gehad in de evolutionaire verspreiding van fotosynthese. In de loop van de evolutie zijn eencellige roodwieren als geheel opgenomen door een andere, niet-fotosynthetische eukaryoot. De opgenomen roodwiercel werd gereduceerd tot een plastide. Het resultaat van deze secundaire endosymbiose is dat veel moderne algengroepen plastiden bezitten die evolutionair afgeleid zijn van roodwieren. Voorbeelden zijn Stramenopila (zoals diatomeeën en bruinwieren), Alveolata (waaronder dinoflagellaten) en haptofyten.

Viridiplantae

Diversiteit van de Viridiplantae Met de klok mee vanaf linksboven: Scenedesmus, Micrasterias, Hydrodictyon, Volvox, Stigeoclonium. Chloroplasten van groenwieren en landplanten worden gekenmerkt door chlorofyl a en chlorofyl b, een combinatie die alleen in deze groep voorkomt.

De Viridiplantae, ook wel Chloroplastida genoemd, omvatten de groenwieren en de landplanten en vormen veruit de meest soortenrijke en ecologisch dominante tak binnen de Archaeplastida. Binnen deze groep ontwikkelden zich diverse algengroepen en ontstonden innovaties die uiteindelijk leidden tot de kolonisatie van het land.[9] Groene planten zijn bepalend geweest voor de vorming van terrestrische ecosystemen en de huidige samenstelling van de atmosfeer.

De chloroplasten van Viridiplantae onderscheiden zich door de aanwezigheid van chlorofyl a en b. Fycobilisomen ontbreken. De lichtopvangcomplexen zijn volledig geïntegreerd in de thylakoïdmembranen, die bij veel taxa georganiseerd zijn in stapels (grana). Zetmeel wordt bij groene planten opgeslagen in de chloroplast zelf, een belangrijk fysiologisch verschil met zowel glaucofyten als roodwieren.[8]

Binnen de Viridiplantae kwamen globaal twee evolutionaire lijnen tot stand: de Chlorophyta (voornamelijk aquatische groene algen) en de Streptophyta, waartoe alle landplanten en enkele verwante algen (bijvoorbeeld kranswieren) behoren. De streptofyt-algen vertonen al kenmerken die wijzen op aanpassingen aan een terrestrische leefwijze, zoals complexe celdeling, gespecialiseerde voortplantingsstructuren en mechanismen die uitdroging tegengaan.[10][11]

Fylogenie

Archaeplastida is een zeer oude evolutionaire clade waarvan vele vertegenwoordigers (vrijwel zeker) nog niet zijn ontdekt.[1] Daarnaast zijn een aantal belangrijke evolutielijnen inmiddels uitgestorven. Hierdoor was het voor evolutiebiologen lange tijd ingewikkeld om een totaalbeeld te krijgen van de onderlinge verwantschappen binnen deze grote groep. Dankzij sterke vooruitgang in fylogenomisch en paleobotanisch onderzoek hebben evolutiebiologen vanaf de jaren 2010 echter een steeds scherpere fylogenie kunnen reconstrueren.[10]

In 2019 werd een fylogenetische stamboom voorgesteld die gebaseerd is op uitgebreide genoom- en transcriptoomgegevens van ruim duizend soorten binnen de Archaeplastida, hieronder samengevat.[12] De plaatsing van de verschillende algengroepen – de zogeheten charofyten – werd in de jaren daarna ondersteund door genoomanalyses van onder meer Mesostigmatophyceae en Chlorokybophyceae.[13][14] De Picozoa, een groep van zeldzame heterotrofe eukaryoten die geen plastiden bezitten, zijn volgens recente analyses verwant aan de roodwieren, en maken dus eveneens deel uit van de Archaeplastida.[15]

Archaeplastida