Streptophyta
| Streptophyta | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||
| Diversiteit van de Streptophyta | ||||||
| Taxonomische indeling | ||||||
| ||||||
| Clade | ||||||
| Streptophyta Jeffrey, 1967 | ||||||
| Synoniemen | ||||||
| ||||||
| Streptophyta op | ||||||
| ||||||
Streptofyten (Streptophyta) vormen een clade van groene plantaardige organismen, waartoe zowel de landplanten (Embryophyta) als een aantal groene algengroepen behoren. De samenstelling van de clade wisselt, maar de meeste auteurs omvatten de landplanten en alle groene algen met uitsluiting van de Chlorophyta en de basale afsplitsing Prasinodermophyta.[2][3] De streptofyten verschillen van de Chlorophyta door de meer afgeleide cellulaire kenmerken (zoals de fragmoplast) en diverse genoomkenmerken.
Binnen de streptofyten bevinden zich naast de landplanten een klein aantal relatief complexe, in zoetwater levende groene algen, zoals de kranswieren (Charophyceae), Zygnematophyceae en Coleochaetophyceae. Deze algengroepen worden gemakshalve ook wel charofyten genoemd, maar een fylogenetisch correctere naam is streptofyt-algen.[4][2] In deze groepen kwamen verschillende evolutionaire innovaties tot stand die de overgang naar het land mogelijk maakten, onder andere gespecialiseerde voortplantingsstructuren, plasmodesmata, mechanismen tegen uitdroging, interacties met microbiota in de bodem, en enkele fysiologische aanpassingen zoals nieuwe fotorespiratiesystemen.[2] Hierdoor worden ze vaak gebruikt om de oorsprong van landplanten te reconstrueren.[5]
De basale streptofyt-algen leven voornamelijk in zoetwater of vochtige omgevingen, bijvoorbeeld in vochtige bodems, op rotsoppervlakken, diep in het sediment van meren en beken (Charophyceae) of aan het oppervlak als algenmatten (Zygnematophyceae). De landplanten vormen veruit het meest diverse deel van de Streptophyta en hebben zich aangepast aan uiteenlopende terrestrische omgevingen. De evolutie van de latere landplanten werd gekenmerkt door de ontwikkeling van een gelaagde weefselstructuur, een beschermende cuticula, gespecialiseerde vaatweefsels voor transport en later ook de opkomst van zaadvorming.
Taxonomie

Tot de streptofyt-algen worden zes klassen gerekend, met daaronder in totaal twaalf ordes.[3]
- Mesostigmatophyceae Marin & Melkonian, 1999
- Mesostigmatales Cavalier-Smith, 1998
- Chlorokybophyceae Irisarri et al., 2021
- Chlorokybales Irisarri et al., 2021
- Klebsormidiophyceae C. Jeffrey ex Guiry, 2023
- Klebsormidiales Bierenbroodspot et al., 2024
- Entransiales Bierenbroodspot et al., 2024
- Hormidiellales Bierenbroodspot et al., 2024
- Coleochaetophyceae Bessey ex Woods, 1894
- Coleochaetales Bessey, 1907
- Charophyceae Rabenhorst, 1863
- Charales Dumortier, 1829
- Zygnematophyceae Round ex Guiry, 2013
- Serritaeniales S. Hess & J. de Vries in Hess et al., 2022
- Zygnematales Bessey
- Spirogyrales Clements, 1909
- Spirogloeales Melkonian, Gontcharov & Marin in Cheng et al., 2019
- Desmidiales Bessey, 1907
Evolutie
Ongeveer 1 miljard jaar geleden splitste een vroege voorouder van de groene planten (Viridiplantae) zich in twee hoofdlijnen: de Chlorophyta en de Streptophyta. Deze laatste groep omvat de monofyletische landplanten en een reeks algengroepen die samen een parafyletische grade vormen. Die algen worden in de plantentaxonomie soms opgedeeld in een vroege, basale KCM-grade (Klebsormidiophyceae, Chlorokybophyceae en Mesostigmatophyceae) en een meer afgeleide ZCC-grade (Zygnematophyceae, Coleochaetophyceae en Charophyceae). Deze streptofyt-algen worden in ecologische of beschrijvende literatuur ook wel charofyten genoemd.
Fylogenie
Er tekent zich sinds de jaren 2020 een consensus af omtrent de verwantschappen binnen de groene algen, voornamelijk op basis van moleculaire gegevens. De Mesostigmatophyceae, Chlorokybophyceae en Spirotaenia staan aan de basis van de Streptophyta.[6] Onderstaand cladogram geeft de op basis van genoomonderzoek algemeen aanvaarde fylogenetische relaties weer.[7][8][9]
| Streptophyta |
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Bronnen
- ↑ (en) Kenrick P, Crane P. (1997). The Origin and Early Diversification of Land Plants: A Cladistic Study. Smithsonian Institution Press. ISBN 978-1-56098-729-1.
- 1 2 3 (en) de Vries J, Archibald JM. (2018). Plant evolution: landmarks on the path to terrestrial life. New Phytologist 217 (4): 1428–1434. DOI: 10.1111/nph.14975.
- 1 2 (en) Bierenbroodspot M, Pröschold T, Fürst-Jansen J. (2024). Phylogeny and evolution of streptophyte algae. Annals of Botany 134 (3): 385–400. PMID 38832756. DOI: 10.1093/aob/mcae091.
- ↑ (en) Gitzendanner M, Soltis P, Wong G, Ruhfel B, Soltis D. (2018). Plastid phylogenomic analysis of green plants: A billion years of evolutionary history. American Journal of Botany 105 (3): 291–301. DOI: 10.1002/ajb2.1048.
- ↑ (en) de Vries J, Stanton A, Archibald JM, Gould SB. (2016). Streptophyte Terrestrialization in Light of Plastid Evolution. Trends in Plant Science 21 (6): 467–476. DOI: 10.1016/j.tplants.2016.01.021.
- ↑ (en) Leebens-Mack M, Barker M, Carpenter E, Deyholos MK, Gitzendanner MA, Graham SW, Grosse I, Li Z. (2019). One thousand plant transcriptomes and the phylogenomics of green plants. Nature 574 (7780): 679–685. PMID 31645766. DOI: 10.1038/s41586-019-1693-2.
- ↑ (en) Li L. (2020). The genome of Prasinoderma coloniale unveils the existence of a third phylum within green plants. Nature Ecology & Evolution 4 (9): 1220–1231. PMID 32572216. DOI: 10.1038/s41559-020-1221-7.
- ↑ (en) Puttick M, Morris J, Williams T. (2018). The Interrelationships of Land Plants and the Nature of the Ancestral Embryophyte. Current Biology 28 (5): 733–745.e2. PMID 29456145. DOI: 10.1016/j.cub.2018.01.063.
- ↑ (en) Sánchez-Baracaldo P, Raven JA, Pisani D, Knoll A. (2017). Early photosynthetic eukaryotes inhabited low-salinity habitats. Proceedings of the National Academy of Sciences 114 (37): E7737–E7745. PMID 28808007. DOI: 10.1073/pnas.1620089114.
