Diaphoretickes

Diaphoretickes
Fossiel voorkomen:
Paleoproterozoïcumheden[1]
Bloemplanten (Archaeplastida)
Paramecium
(Alveolata)
Centroheliden (Haptista)
Kelp (Stramenopila)
Taxonomische indeling
Domein:Eukaryoten
Clade
Diaphoretickes
Adl et al., 2012[2]
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Diaphoretickes (van het Griekse διαφορετικές (diaforetikés) ‘divers’) is een omvangrijke evolutionaire groep (clade) van eukaryoten, waartoe naar schatting meer dan 600.000 soorten behoren. De clade omvat een grote diversiteit aan levensvormen, van eencellige protisten tot meercellige planten en talrijke soorten algen. De clade werd ontdekt door middel van fylogenetische analyses in de 21e eeuw, die een nauwe verwantschap aan het licht brachten tussen vier supergroepen: Archaeplastida (planten en roodwieren), Haptista, Cryptista en de SAR-clade (Stramenopila, Alveolata en Rhizaria).

Organismen binnen de Diaphoretickes hebben zeer verschillende evolutionaire routes afgelegd en zijn dan ook heel anders in bouw en levenswijze, maar de vier supergroepen delen enkele ancestrale kenmerken. Bij de voorouders van deze groep lag de morfologie dicht bij die van Excavata, met twee flagellen en een ventrale voedingsgroeve. Sommige kenmerken zijn in meerdere groepen convergent ontstaan, zoals het ontstaan van chloroplasten via endosymbioses en de aanwezigheid van axopodiën in Heliozoa en Radiolaria. Chloroplasten met chlorofyl c zijn typerend voor Diaphoretickes. De andere grote clade in het domein eukaryoten is Amorphea, waartoe de schimmels en de dieren behoren.

Geschiedenis

Ver voordat moleculair onderzoek de clade Diaphoretickes onthulde, was al een evolutionaire verwantschap geconstateerd tussen planten en andere groepen protisten, onder meer door evolutiebioloog Thomas Cavalier-Smith. Hij bedacht voor deze organismen de term fotokaryoten, omdat ze vrijwel alle fotosynthetische eukaryoten omvatten.[3][4] In latere literatuur noemde hij de groep corticaten, een verwijzing naar het feit dat veel vertegenwoordigers zogenaamde 'corticale alveoli' bezitten (vesikels onder het celmembraan), zoals bij glaucofyten en alveolaten. Deze namen raakten echter in onbruik nadat bleek dat deze fotosynthetische protisten, destijds Chromalveolata genoemd, geen monofyletische groep zijn: deze organismen hebben onafhankelijk van elkaar een fotosynthetische endosymbiont opgenomen.[5]

In 2012 stelde de International Society of Protistologists (ISOP) een nieuwe taxonomische naam voor deze clade voor: Diaphoretickes.[2] In de jaren daarna toonden verbeterde fylogenetische analyses aan dat nog meer protistengroepen binnen deze definitie vallen (zoals Telonemia, Centroheliozoa). Dit leidde tot de erkenning van nieuwe clades binnen Diaphoretickes, te weten Haptista (centroheliden en haptofyten) en Cryptista (cryptomonaden en verwanten).[6]

Evolutie

De evolutionaire relaties binnen de Diaphoretickes zijn onderwerp van discussie. De twee grote subclades, Archaeplastida en SAR, zijn relatief goed gekarakteriseerd en robuust monofyletisch.[7] Haptista en Cryptista, twee groepen waarvan aanvankelijk werd gedacht dat ze verwanten van elkaar waren, bleken later verder van elkaar af te staan.[8] Er zijn sterke aanwijzingen dat de Cryptista (cryptomonaden) evolutionair verwant zijn aan de Archaeplastida.[6] Onderstaande fylogenie is gebaseerd op genoomanalyses van de jaren 2020.[9][10][11]

Diaphoretickes

Zie ook