Zesde Koerlandslag

Zesde Koerlandslag
Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog, Slag om Koerland
Zesde Koerlandslag
Datum 18 – 31 maart 1945
Locatie Koerland, Letland
Resultaat Onbeslist
Strijdende partijen
Sovjet-Unie Duitsland
Leiders en commandanten
Leonid A. Govorov Lothar Rendulic

Het Zesde Koerlandslag was een militaire veldslag tussen het Rode Leger en de Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog in het gebied Koerland in Letland. Hier speelde zich van 15 oktober 1944 tot 9 mei 1945 de Slag om Koerland af. De offensieven van de Sovjettroepen verdeelden zich over zes slagen, genaamd de Eerste t/m Zesde Koerlandslag.

Inleiding

Het Rode Leger had op 5 oktober 1944 in het het Memeloffensief (deel van de Baltische operatie) Heeresgruppe Nord geïsoleerd in Koerland. Het Duitse 18e Leger en het 16e Leger waren samen ingesloten.

Aan de andere zijde lagen eerst twee Sovjet fronten, maar tegen eind februari 1945 nog maar een: het 2e Baltische Front. In de Eerste, Tweede en Derde Koerlandslag in 1944 hadden beide fronten vergeefs geprobeerd het Duitse Koerland bruggenhoofd op te rollen. Aangezien het Rode Leger intussen in Polen en Oost-Pruisen vol in het offensief was gegaan, was het zaak zoveel mogelijk Duitse troepen te binden. Hiervoor waren daarom in 1945 de Vierde en later Vijfde Koerlandslag opgezet. Natuurlijk was ook de bedoeling om, indien mogelijk, het Duitse bruggenhoofd geheel te elimineren. Wel waren aan Sovjetzijde steeds minder troepen beschikbaar, omdat vele eenheden weggehaald waren voor eerder genoemde offensieven. In maart 1945 werd nogmaals besloten een soortgelijke poging te ondernemen, de Zesde Koerlandslag, vóórdat de beslissende slag om Berlijn zou plaatsvinden.

Slagorde in geheel Koerland

Rode Leger 18 maart 1945

Generaal Leonid Govorov leidde het 2e Baltische Front
  • 2e Baltische Front – Maarschalk Leonid A. Govorov
    • direct onder bevel
      • 3e Garde Gemechaniseerde Korps, 1e Infanteriekorps
    • 10e Gardeleger – Kolonel-generaal Michaïl I. Kazakov
      • 7e, 15e en 19e Garde Infanteriekorps, 83e en 110e Infanteriekorps
    • 22e Leger – Luitenant-generaal Gennadi P. Korotkov
      • 14e Garde Infanteriekorps, 100e Infanteriekorps
    • 42e Leger – Luitenant-generaal Vladimir P. Sviridov
      • 23e Garde Infanteriekorps, 8e (Estse) Infanteriekorps, 130e (Letse) Infanteriekorps, 122e Infanteriekorps
    • 1e Stoottroepenleger – Luitenant-generaal Vladimir N. Razoevajev
      • 112e, 119e en 123e Infanteriekorps
    • 4e Stoottroepenleger – Luitenant-generaal Pjotr F. Malysjev
      • 19e en 92e Infanteriekorps
    • 6e Gardeleger – Kolonel-generaal Ivan M. Tsjistjakov
      • 19e Tankkorps, 2e, 22e en 30e Garde Infanteriekorps, 84e Infanteriekorps
    • 51e Leger – Luitenant-generaal Jakov G. Krejtser
      • 1e Garde Infanteriekorps, 10e en 63e Infanteriekorps

Het 2e Baltisch Front werd opgeheven per 1 april 1945 en eenheden ondergebracht in “Koerland Groep van Strijdkrachten” / Leningradfront .

Wehrmacht 18 maart 1945

Generaloberst Lothar Rendulic leidde Heeresgruppe Kurland

Verloop van de strijd

Tijdens de Vijfde Koerlandslag waren de voorbereidingen voor de Zesde Slag al aan Sovjetzijde in volle gang. Heeresgruppe Kurland moest nu definitief worden vernietigd. Daarmee zouden troepen van het Rode Leger vrij komen om deel te kunnen nemen aan het aanstaande offensief tegen Berlijn, dat gepland stond voor april 1945. Met al hun macht wilden de Sovjets westwaarts oprukken via Saldus (Duits: Frauenburg) naar Liepāja (Duits, historisch: Libau). Hiervoor werd het 10e Gardeleger onder Kolonel-generaal Michaïl I. Kazakov aangevuld met tank- en gemotoriseerde eenheden. Het moest de aanvalspunt vormen van het nieuwe offensief tegen de Duitse posities.

De Sovjetaanval barstte los op 18 maart 1945. Op deze dag, evenals de volgende dag, stond het gehele front van het 16e Legeronder vuur. Honderden Sovjet-lanceer- en artilleriebatterijen vuurden hun raketten en granaten af op de Duitse posities. De Sovjetartillerie spaarde smalle gangen - zogenaamde "quiet zones" - met eigen vuur, zodat de Sovjettanks de Duitse posities via deze zones konden aanvallen. Als gevolg hiervan vonden al snel de eerste doorbraken in de Duitse posities plaats en begonnen oprukkende tankgroepen de Duitse hoofdweerstandslinie aan de rechter- en linkerzijde op te rollen. Om de gaten in het bedreigde front van het 16e Leger te dichten, kregen de 12e en 14e Pantserdivisies door het Legergroepcommando opdracht naar de kritieke punten te gaan. Later werd ook de 11e Infanteriedivisie opgeroepen. De eerste stoplijn werd gevormd door gemotoriseerde eenheden, ondersteund door compagnieën van de Heeres-Panzerjäger-Abteilungen en batterijen van de Heeres-Artillerie-Abteilungen. De verbinding tussen de afzonderlijke eenheden werd vaak verbroken, maar dit veroorzaakte geen paniek. Daardoor konden de Sovjets zelf geen diepe doorbraken noteren.

Het plan van het 10e Gardeleger om het Duitse front in één klap open te scheuren was dus niet geslaagd. Om deze reden vielen de Sovjets nu aan met het 1e Stoottroepenleger en het 22e Leger tussen Saldus en Džūkste, waardoor ook het 16e Legerkorps en het VI SS Korps bij de strijd werden betrokken. Ook het 18e Leger werd niet gespaard. Het 6e Gardeleger en het 51e Leger gingen ook in de aanval. Nu stond het hele Koerlandfront in brand over een lengte van ongeveer 240 km. De Zesde Koerlandslag was in volle gang.

Veel Duitse weerstandspunten ware op zichzelf aangewezen en vochten tot het laatste. Volledig omsingeld, sloegen ze de aanvallen van alle kanten af. De divisies van het 16e Leger, verzwakt door zware verliezen, moesten zich verdedigen in het gebied van Saldus tegen 17 infanteriedivisies en vijf tankbrigades van het Rode Leger. Tussen Saldus en Skrunda verging het 18e Leger niet beter. Hun eenheden waren daar in defensieve gevechten met 14 Sovjet-infanteriedivisies en vier tankbrigades. Hier werd met name in het gebied ten noorden van Pampāļi bijzonder fel gevochten.

Zuidelijk van Skrunda gebeurde iets opvallends in deze dagen. Op 25 maart 1945 viel de 8e (Panfilov) Infanteriedivisie (7e Garde Infanteriekorps, 10e Gardeleger) aan op de naad tussen de 11e en 290e Infanteriedivisies en brak door. De twee divisies sneden de Sovjetdivisie echter af van haar achterwaartse verbindingen en hielden haar daarna omsingeld. Twee dagen van zware gevechten volgde. Pas op 28 maart bereikten de resten van de 8e Infanteriedivisie, nadat ze door de omsingeling was gebroken, de Sovjetlinies.

De laatste grote aanval op Liepāja mislukte op 28 maart 1945, waarna opnieuw een nieuw zwaartepunt ten zuiden en zuidoosten van Saldus gecreëerd werd door de Sovjets. Door de Duitse verdedigers langzaam terug te trekken naar de zogenaamde "Burg-Stellung" en tegelijkertijd de laatste reserves te gebruiken - zoals het Werfer-Regiment 70 en de Heeres-Sturmgeschütz-Brigade 202 – kon een doorbraak in de Duitse linies worden voorkomen.

Nasleep en verliezen

De Duitsers claimden 533 gevangenen gemaakt te hebben en 263 tanks en 27 vliegtuigen vernietigd te hebben.