Tweede Koerlandslag
| Tweede Koerlandslag | ||||
|---|---|---|---|---|
| Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog, Slag om Koerland | ||||
![]() | ||||
| Datum | 27 oktober – eind november 1944 | |||
| Locatie | Koerland, Letland | |||
| Resultaat | Onbeslist | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
| ||||
| Leiders en commandanten | ||||
| ||||
Het Tweede Koerlandslag was een militaire veldslag tussen het Rode Leger en de Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog in het gebied Koerland in Letland. Hier speelde zich van 15 oktober 1944 tot 9 mei 1945 de Slag om Koerland af. De offensieven van de Sovjettroepen verdeelden zich over zes slagen, genaamd de Eerste t/m Zesde Koerlandslag.
Inleiding
Het Rode Leger lanceerde op 5 oktober 1944 het Memeloffensief (deel van de Baltische operatie) met het doel Heeresgruppe Nord te isoleren door de Oostzeekust te bereiken, hetgeen op 10 oktober 1944 lukte. Intussen waren de Sovjets ook door Estland naar Riga opgerukt en was deze stad op 13 oktober gevallen. Daarmee waren het 18e Leger en het 16e Leger samen ingesloten in Koerland.
Aan de andere zijde lagen twee Sovjet fronten, het 1e en het 2e Baltische Front. In de Eerste Koerlandslag hadden beide fronten geprobeerd vanuit de beweging het Duitse Koerland bruggenhoofd op te rollen. Dat was mislukt. Dus na een korte adempauze – drie dagen – probeerden ze het opnieuw in de Tweede Koerlandslag.
Slagorde in geheel Koerland
Rode Leger 1 november 1944

- 1e Baltische Front – Legergeneraal Ivan C. Bagramjan
- 4e Stoottroepenleger – Luitenant-generaal Pjotr F. Malysjev
- 14e, 60e, 83e en 84e Infanteriekorps
- 6e Gardeleger – Kolonel-generaal Ivan M. Tsjistjakov
- 19e Tankkorps, 2e, 22e en 23e Garde Infanteriekorps, 103e Infanteriekorps
- 51e Leger – Luitenant-generaal Jakov G. Krejtser
- 1e Garde Infanteriekorps, 10e en 63e Infanteriekorps
- 5e Garde Tankleger – Kolonel-generaal Vasili T. Volski
- 3e Garde Tankkorps, 29e Tankkorps
- 61e Leger – Kolonel-generaal Pavel A. Belov
- 9e Garde Infanteriekorps, 80e en 89e Infanteriekorps, 3e Garde Gemechaniseerde Korps
- 4e Stoottroepenleger – Luitenant-generaal Pjotr F. Malysjev
- 2e Baltische Front – Legergeneraal Andrej I. Jerjomenko
- direct onder bevel
- 5e en 10e Tankkorps, 12e Garde Infanteriekorps
- 3e Stoottroepenleger – Generaal-majoor Nikolaj P. Simonjak
- 14e Garde Infanteriekorps, 7e en 79e Infanteriekorps
- 10e Gardeleger – Kolonel-generaal Michaïl I. Kazakov
- 7e, 15e en 19e Garde Infanteriekorps
- 22e Leger – Luitenant-generaal Gennadi P. Korotkov
- 93e en 100e Infanteriekorps
- 42e Leger – Luitenant-generaal Vladimir P. Sviridov
- 110e,123e en 124e Infanteriekorps
- 1e Stoottroepenleger – Luitenant-generaal Vladimir N. Razoevajev
- 112e en 119e Infanteriekorps
- direct onder bevel
Wehrmacht 21 oktober 1944

- Heeresgruppe Nord – Generaloberst Ferdinand Schörner
- 18e Leger – General der Infanterie Ehrenfried Böge
- direct onder bevel
- Feld Ausbildungs-divisie Nord, Divisionsstab z.b.V. 300
- 14e Pantserdivisie, 61e Infanteriedivisie
- 10e Legerkorps – General der Infanterie Hermann Foertsch
- 4e Pantserdivisie, 30e Infanteriedivisie, 563e Volksgrenadierdivisie
- III (Germaanse) SS Pantserkorps – SS-Obergruppenführer Felix Steiner tot 30 oktober 1944, daarna SS-Obergruppenführer Georg Keppler
- 1e Legerkorps – Generalleutnant Theodor Busse
- 11e, 87e en 126e Infanteriedivisies
- 2e Legerkorps – General der Infanterie Wilhelm Hasse
- 12e Pantserdivisie, 132e en 263e Infanteriedivisies, 31e Volksgrenadierdivisie
- direct onder bevel
- 16e Leger – General der Infanterie Carl Hilpert
- 43e Legerkorps – Generalleutnant, vanaf 1 november General der Gebirgstruppen Kurt Versock
- 23e, 83e, 218e Infanteriedivisies, 12e Luftwaffen-Felddivisie en 207e Sicherungsdivisie, Feld Ausbildungs-divisie Nord
- VI SS Korps SS-Obergruppenführer und General der Waffen-SS Walter Krüger
- 290e en 389e Infanteriedivisies , 19e SS Grenadierdivisie
- Korps z.b.V. Kleffel General der Kavallerie Philipp Kleffel, vanaf 20 oktober 1944 Generalleutnant Horst von Mellenthin (dit korps werd 30 oktober 1944 omgedoopt in 16e Legerkorps)
- 205e en 227e Infanteriedivisies, 281e Sicherungsdivisie
- 43e Legerkorps – Generalleutnant, vanaf 1 november General der Gebirgstruppen Kurt Versock
- Armee-Abteilung Grasser – General der Infanterie Anton Grasser, vanaf 29 oktober 1944 Armee-Abteilung Kleffel – General der Kavallerie Philipp Kleffel
- direct onder bevel
- 93e en 215e Infanteriedivisies
- 121e Infanteriedivisie en 52e Sicherungsdivisie
- 38e Legerkorps General der Artillerie Kurt Herzog
- 81e, 32e en 225e Infanteriedivisies, 201e Sicherungsdivisie en 21e Luftwaffen-Felddivisie
- 50e Legerkorps – General der Gebirgstruppe Friedrich Jobst Volckamer von Kirchensittenbach
- 24e, 121e, 122e en 329e Infanteriedivisies
- direct onder bevel
- 18e Leger – General der Infanterie Ehrenfried Böge
Verloop van de strijd
Op 27 oktober 1944, rond 6:00 uur 's ochtends, vuurde Sovjetartillerie (rond 2000 stuks artillerie) gedurende 90 minuten op de posities van het 18e Leger en de Armee-Abteilung Grasser. Zo’n 60 Sovjetdivisies namen deel aan de aanval op Heeresgruppe Nord. De belangrijkste aanvalsgebieden lagen aanvankelijk op de rechtervleugel van het 18e Leger, bij het 10e Legerkorps en het III (Germaanse) SS Pantserkorps, tussen Vaiņode en Skuodas. Hier viel het 1e Baltische Front aan met het 4e Stoottroepenleger, het 6e Gardeleger (met 19e Tankkorps) en het 51e Leger, met het 5e Garde Tankleger (met 400 tanks) klaar om een doorbraak uit te buiten. De Sovjettroepen braken door de frontlinie van de Duitse 87e Infanteriedivisie ten westen van Skuodas, waar hevige gevechten losbraken. Slechts enkele voorhanden zijnde Panzer-Abteilungen en Pantsergrenadierregimenten van de 4e, 12e en 14e Pantserdivisies konden af en toe tegenaanvallen, maar konden hierdoor wel de Sovjetaanvallen op verschillende frontpunten tot stilstand brengen.
Een ander aanvalspunt van het Rode Leger lag op de posities van het 38e Legerkorps in het gebied van Auce. De 32e, 81e, 215e en 329e Infanteriedivisies, evenals de en 21e Luftwaffen-Felddivisie, vochten daar tegen de aanvallen van het Sovjet 10e Gardeleger. Het 10e Gardeleger viel aan met drie Garde Infanteriekorpsen (7e, 15e en 19e), dat ondersteund werd door twee additionele Tankkorpsen (de 5e met 30 tanks en 15 gemechaniseerde kanonnen en 10e met 96 tanks en 42 gemechaniseerde kanonnen) en haar organieke 78e Tankbrigade. Na een artilleriebeschieting van 80 minuten, lukte het de Sovjettroepen de verdedigingsposities van de 21e Luftwaffen-Felddivisie te breken, waarop ook de 329e Infanteriedivisie enkele kilometers terrein moest opgeven. Als gevolg daarvan drongen Sovjet infanterie- en tankformaties tussen de 329e en 81e Infanteriedivisies door. Het hele korps trok zich terug naar de oostelijke rand van de stad Auce.
Op de tweede dag van de slag raakten opnieuw de soldaten van de Armee-Abteilung Grasser en die van het 18e Leger verwikkeld in felle verdedigingsgevechten. De stad Auce en het omliggende gebied lag onder zwaar artillerievuur van de Sovjets. Ondanks felle tegenstand van de Duitse divisies die daar vochten, kon de stad echter niet worden gehouden. Op 28 oktober 1944 werd Auce ingenomen door het 7e Gardekorps van het 10e Gardeleger, bestaande uit de 7e en 119e Garde Infanteriedivisies.
Op veel plaatsen aan het Koerlandfront ontbrak een doorlopende en samenhangende Duitse hoofdgevechtslinie. In het heetst van de strijd werden regimenten en bataljons voortdurend gevormd tot gevechtsgroepen, die vervolgens onder vreemde divisies werden geplaatst. Slecht weer en een gebrek aan brandstof maakten de situatie nog moeilijker. Daarom moesten deze gevechtsgroepen vaak dagenlang door modderig terrein marcheren naar hun opstellingsplaatsen.
General der Infanterie Anton Grasser werd op 29 oktober 1944 van zijn taken ontheven als leider van zijn Armee-Abteilung. Hij werd vervangen door General der Kavallerie Philipp Kleffel, naar wiens naam de Armee-Abteilung sindsdien werd genoemd.
Bij Priekule intensiveerden de Sovjet-offensieve inspanningen in de laatste twee dagen van oktober. Het 10e Legerkorps (30e en 263e Infanteriedivisies, de 31e en 563e Volksgrenadierdivisie, evenals de 4e en 14e Pantserdivisies) waren betrokken bij zeer zware verdedigingsgevechten. Het korps verloor in deze periode meer dan 4012 man (officieren, onderofficieren en manschappen)!
Het gebied rond Auce (Autz) werd ook getroffen. Het 38e Legerkorps (81e, 83e, 225e, 329e Infanteriedivisie, evenals de 21e Luftwaffen-Felddivisie) moest zware defensieve gevechten doorstaan tussen de twee meren Lielauces Ezers en Zebrus Ezers, waar de divisie terug konden in de “Brunhilde-Stelling”. Op 2 november gaven de Sovjettroepen voorlopig op.
Beide zijden hadden zware verliezen geleden en een korte adempauze in de strijd was noodzakelijk. Beide zijden groepeerden ook om. Besloten werd aan Duitse zijde om de gehele frontlijn in Koerland op te delen over twee legers, het 18e en het 16e Leger. De staf van Armee-Abteilung Kleffel was daarom niet meer nodig en werd teruggetrokken op 6 november 1944 en de staf werd verplaatst naar Nederland. De Sovjets hadden nog een extra leger toegevoegd, het 2e Gardeleger, komend van het Memel-front.
Op 19 november laaide de gevechten opnieuw op. Zwaar artillerievuur viel vanaf 10.30 u op de posities van het 18e Leger – de tweede fase van de slag was begonnen. Na slechts twee dagen vechten scheurden de Sovjets van het 4e Stoottroepenleger een vijf kilometer breed stuk uit het front van het 2e Legerkorps over de Venta, met een doordringdiepte van 2 kilometer. Maar daarna stopte dit. De gevechten verspreidden zich daarna naar het 16e Leger. Het Rode Leger probeerde nu Saldus (Duits, historisch: Frauenburg) in te nemen en richtte zijn offensieve inspanningen op het front van het Duitse 38e Legerkorps. Hoge verliezen aan beide zijden waren de logische gevolg. Begin december namen de gevechten af – beide partijen waren aan het einde van hun kracht.
De Duitsers hadden in deze Tweede Koerlandslag veel terrein moeten prijsgeven, maar het was de Sovjets nergens gelukt om echt door de Duitse linies te breken.
Nasleep en verliezen
Het Rode Leger verloor volgens Duitse opgaven 4410 getelde en 12.550 geschatte gesneuvelden, 25.100 geschatte gewonden en 961 krijgsgevangenen, naast 166 tanks. Volgens eigen opgaven verloor Heeresgruppe Nord in de maand november 33.181 man aan gesneuvelden, gewonden en vermisten en totaal in de eerste twee slagen tot eind november waren 68.000 man gedood en gewond. Op 19 december 1944 werd het 2e Gardeleger al weer weggenomen en naar Oost-Pruisen verplaatst. Ook het 5e Garde Tankleger, het 3e Stoottroepenleger en het 61e Leger werd daarheen verplaatst. De Duitse 23e en 61e Infanteriedivisies werden eind december 1944 per schip naar Oost-Pruisen overgebracht.
- Werner Haupt – Kurland 1944/45 - Die vergessene Heeresgruppe
- Franz Kurowski – Todeskessel Kurland, Kampf und Untergang der Heeresgruppe Nord 1944/1945
- Werner Haupt – Army Group North: The Wehrmacht in Russia 1941-1945
- Werner Haupt – Kurland: Bildchronik der vergessenen Heeresgruppe, 1944/1945
- Duitse website kurland-kessel.de, geraadpleegd op 7 december 2025
- Georg Tessin – Verbände en Truppen der Duitse Wehrmacht en Waffen-SS im Zweiten Weltkrieg 1939-1945. Vierter Band: Die Landstreitkräfte 15-30.
- Russische website „Index van eenheden en formaties van het Rode Leger 1941-1945“, geraadpleegd op 7 december 2025
- Website van John Calvin, het oude wwii-photos-maps.com, met talloze OKH Lagekarten , geraadpleegd op 7 december 2025
- 5e Tankkorps op tankfront.ru, geraadpleegd op 24 december 2025
- 5e Tankkorps op rkkawwii.ru, geraadpleegd op 24 december 2025
- 10e Tankkorps op tankfront.ru, geraadpleegd op 24 december 2025
- 10e Tankkorps op rkkawwii.ru, geraadpleegd op 24 december 2025
- 19e Tankkorps op rkkawwii.ru, geraadpleegd op 25 december 2025
