Slag om Koerland

Slag om Koerland
Onderdeel van Oostfront
Het slagveld gedurende 7 maanden in Koerland
Het slagveld gedurende 7 maanden in Koerland
Datum 9 oktober 1944 - 10 mei 1945
Locatie Koerland
Resultaat Sovjet overwinning
Strijdende partijen
Vlag van Sovjet-Unie Sovjet-Unie Vlag van nazi-Duitsland Duitsland
Leiders en commandanten
Ivan Bagramjan
Leonid Govorov
Andrej Jeremenko
Ferdinand Schörner
Lothar Rendulic
Heinrich von Vietinghoff
Carl Hilpert
Walter Krüger
Verliezen
160.948 189.112

De Slag om Koerland was een reeks gevechten tussen oktober 1944 en mei 1945 tussen de afgesneden Duitse troepen op het schiereiland Koerland en het Rode Leger. De gevechten maakten deel uit van het oostfront van de Tweede Wereldoorlog.

De Duitse troepen werden afgesneden tijdens het Baltische Offensief van het Rode Leger, toen troepen van het 1e Baltische Front de Oostzee bij Memel bereikten. Deze operatie isoleerde de Duitse Heeresgruppe Nord van de rest van de Duitse troepen tussen Tukums en Liepāja (Duits: Libau) in Letland. Op 25 januari werden de Duitse troepen omgedoopt tot Heeresgruppe Kurland en men bleef tot het einde van de oorlog geïsoleerd. De Duitse troepen in het Koerland waren enkele van de laatste Duitse eenheden die zich overgaven.

Achtergrond

Zie Operatie Bagration voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Koerland werd in 1941, samen met de rest van de Baltische oostkust, overlopen door Heeresgruppe Nord. In de daaropvolgende twee jaar probeerde Heeresgruppe Nord zonder succes Leningrad in te nemen. In januari 1944 slaagde het Sovjetleger erin Leningrad te ontzetten.

Op 22 juni 1944 lanceerde het Rode Leger het Wit-Russische Strategische Offensief, met de codenaam Operatie Bagration. Het doel van dit offensief was de bevrijding van Wit-Rusland. Operatie Bagration, dat op 29 augustus ten einde kwam, was zeer succesvol en leidde tot de bijna volledige vernietiging van Heeresgruppe Mitte. In de laatste fases van het offensief stootten Sovjettroepen door tot aan de Oostzeekust, daarbij sneden ze de verbinding door tussen Heeresgruppe Nord en de overblijfselen van Heeresgruppe Mitte.

Na het einde van Operatie Bagration gingen de Sovjettroepen door met het zuiveren van de Baltische kust, ondanks Duitse pogingen de frontlinie te herstellen tijdens Operatie Doppelkopf. Het Rode Leger lanceerde het Memeloffensief met het doel Heeresgruppe Nord te isoleren door de stad Memel in te nemen.

De Slag om Koerland

De frontlinie op 1 mei (roze = door geallieerden bezet gebied; rood = betwist gebied. Het Koerland is te zien in de rechter bovenhoek van deze kaart, afgesneden van de gevechten in Duitsland

Op 9 oktober 1944 bereikten de Sovjettroepen de Oostzee nabij Memel, nadat ze het hoofdkwartier van het 3e Pantserleger hadden overlopen. Als gevolg hiervan was Heeresgruppe Nord afgesneden van Oost-Pruisen. Hitlers militaire adviseurs - met name Heinz Guderian, chef van de Duitse generale staf - drongen aan op evacuatie en de inzet van de troepen om het front in Midden-Europa te stabiliseren. Hitler weigerde hier echter gehoor aan te geven en gaf aan de Duitse troepen in Koerland en de Estste eilanden Hiiumaa en Saaremaa het bevel om vol te houden, omdat hij vond dat het noodzakelijk was om de Duitse onderzeeërbases aan de Baltische kust te beschermen. Hitler dacht dat de oorlog nog steeds gewonnen kon worden en hoopte dat de nieuwe Type XXI U-boot technologie Duitsland alsnog een overwinning zou bezorgen in de Slag om de Atlantische Oceaan, wat tot het noodzakelijke vertrek van de geallieerden uit West-Europa zou leiden. Dit zou de Duitse troepen in staat stellen zich te richten op het Oostfront en kon Koerland gebruikt worden als springplank voor een nieuw offensief.

Postzegel die in het Koerland werd gebruikt (1945)
Armband Kurland

Hitlers weigering de legergroep te evacueren leidde tot de opsluiting van 200.000 Duitse troepen van voornamelijk het 16e Leger en het 18e Leger in een gebied dat voor de Duitsers bekend stond als het "Bruggenhoofd Koerland". 32 divisies van Heeresgruppe Nord - onder bevel van veldmaarschalk Ferdinand Schörner - waren afgesneden van Oost-Pruisen en lagen verspreid langs een front dat liep van Riga naar Liepāja. Tijdens de tweede fase van het Sovjet Baltische Offensief (14 september - 24 november 1944) trokken de Duitsers zich terug uit Riga naar een beter verdedigbare linie.

Tijdlijn

Eerste Koerlandslag

Zie Eerste Koerlandslag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

15 tot 24 oktober 1944 De Sovjets lanceerden op 15 oktober 1944 om 10:00 met een zware artilleriebeschieting de Eerste Koerlandslag, waarbij de ze met het 2e Baltische Front oprukten vanuit het gebied rond Dobele, via Tukums, richting Ventspils. Daarnaast probeerde het 1e Baltische Front door te breken vanuit het gebied van Vaiņode naar Liepāja (Duits, historisch: Libau) om deze belangrijke bevoorradingshaven te veroveren en zo de bevoorrading van de hele legergroep te onderbreken. Deze aanvallen, waren eigenlijk ingezet “uit de beweging” en mislukten allen in hun opzet.

Tweede Koerlandslag

Zie Tweede Koerlandslag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

24 oktober tot eind november 1944 De Sovjettroepen lanceerden na een korte onderbreking van slechts drie dagen een nieuw offensief om door het front te breken in de richting van Skrunda en Saldus. Daarnaast viel men ook ten zuidoosten van Liepāja aan om deze havenstad in te nemen. In totaal namen 80 divisies tussen 27 oktober en 1eind november deel aan de aanval, die zich uitstrekte over een front van 12 kilometer. De Sovjetdoorbraak kwam na ongeveer 4 kilometer tot stilstand. Ook werd er gevochten rond Priekule, Vaiņode en werd Auce ingenomen. Ondanks flink wat terreinwinst, wisten de Sovjets nergens de Duitse linie te breken.

Derde Koerlandslag

Zie Derde Koerlandslag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

21 tot 31 december 1944 Deze derde slag werd ingezet in het gebied bij Saldus, op de naar tussen het 18e en 16e Leger. Toen daar geen doorbraak lukte, breidden de Sovjettroepen hun aanvallen uit naar het gebied van Dobele richting Džūkste en op vele andere plaatsen. Opnieuw konden de Sovjets nergens een doorbraak forceren. Opvallend was dat tijdens deze gevechten het Letse 130e Infanteriekorps, onderdeel van het 22e Leger, tegenover hun landgenoten van de Letse 19e SS Divisie stonden. Na deze slag, en voor de Sovjets als voorbereiding op hun nieuwe offensieven in Polen en Oost-Pruisen, werden vele Sovjet- en Duitse eenheden weggehaald van het Koerland-front.

Vierde Koerlandslag

Zie Vierde Koerlandslag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

24 januari tot 3 februari 1945 Aangezien het Rode Leger intussen in Polen en Oost-Pruisen vol in het offensief was gegaan, was het zaak zoveel mogelijk Duitse troepen te binden. Hiervoor werd daarom eind januari 1945 de Vierde Koeslandslag opgezet. Natuurlijk was ook de bedoeling om het Duitse bruggenhoofd geheel te elimineren indien mogelijk. Wel waren aan Sovjetzijde aanmerkelijk minder troepen beschikbaar. Toch waren de gevechten niet minder heftig. Dit keer lag de grootste concentratie rond Priekule. De Sovjets slaagden erin bruggenhoofden te vestigen over de Bārta en Vārtāja rivieren, maar werden al snel verdreven door de Duitsers. Toen het niet lukte daar door te breken, volgden verdere pogingen bij o.a. Saldus. Ook in deze slag lukte het de Sovjets niet om de Duitse linies te doorbreken. Op 25 januari 1945 werd Heeresgruppe Nord omgedoopt tot Heeresgruppe Kurland en werd het bevel overgedragen aan Generaloberst Lothar Rendulic.

Vijfde Koerlandslag

Zie Vijfde Koerlandslag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

20 februari tot 11 maart 1945 Om hun offensieven in Polen en Oost-Pruisen te ondersteunen, Duitse troepen vast te houden in Koerland en toch ook te proberen het bruggenhoofd op te ruimen, werd eind februari door de Sovjets een nieuw offensief ingezet. Net als in de vorige slag lag de eerste focus op Priekule. Maar opnieuw bleek de beoogde directe doorbraak naar Liepāja niet mogelijk voor de Sovjets. Dus werd maar weer geprobeerd vervolgens – zoals voorheen – Saldus in te nemen en daar de spoorlijn te bereiken. Van daaruit zou het doorgaan naar Liepāja. Op de naad tussen het 18e en 16e Leger lag het eerste doel van de nieuwe aanvallen. Maar ook die lukten niet. De Sovjets slaagden er wel nog in Džūkste in te nemen. Ook in deze vijfde slag lukte het de Sovjettroepen niet de Duitse verdediging te breken.

Zesde Koerlandslag

Zie Zesde Koerlandslag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

18 tot 31 maart 1945 In maart 1945 werd door de Sovjet legerleiding nogmaals besloten een poging te ondernemen het Duitse bruggenhoofd te kraken, vóórdat de beslissende slag om Berlijn zou plaatsvinden. Met al hun macht wilden de Sovjets westwaarts oprukken via Saldus naar Liepāja. Maar opnieuw lukte dit niet. Vervolgens werd weer, volgens bekend recept, geswitched van zwaartepunt, weer naar het gebied tussen Saldus en Džūkste. Ook met deze laatste grote aanval van de Sovjets langs het bruggenhoofd was het ze niet gelukt de Duitse verdediging te slechten.

Capitulatie

Op 8 mei gaf het Duitse staatshoofd Karl Dönitz aan kolonel-generaal Carl Hilpert - de laatste commandant van de legergroep - opdracht zich over te geven. Hilpert, zijn persoonlijke staf en de staven van de twee legers gaven zich over aan maarschalk Leonid Govorov, commandant van het Leningrad Front. In die tijd bestond de Duitse legergroep nog steeds uit de resten van 27 divisies en een brigade. De dag erna begonnen de Sovjets met het ondervragen van de gevangengenomen stafofficieren van Heeresgruppe Kurland en begon het verzamelen van krijgsgevangenen.

Tegen 12 mei hadden ongeveer 135.000 Duitse troepen zich overgegeven in het Koerland. Op 23 mei was het verzamelen van Duitse troepen in het Koerland voltooid. Een totaal van 42 generaals, 8.038 officieren en 181.032 onderofficieren en soldaten werden in de Baltische gebieden gevangengenomen.

Slagorde

Wehrmacht (maart 1945)

16e LegerGeneral der Infanterie Carl Hilpert tot 10 maart 1945, daarna General der Infanterie Ernst-Anton von Krosigk, vanaf 16 maart General der Gebirgstruppe Friedrich Jobst Volckamer von Kirchensittenbach

18e LegerGeneral der Infanterie Ehrenfried Boege

  • 1e LegerkorpsGeneralleutnant Friedrich Fangohr, vanaf 21 april 1945 Generalleutnant Christian Usinger
    • 218e Infanteriedivisie
    • 132e Infanteriedivisie
  • 2e LegerkorpsGeneral der Infanterie Johannes Mayer, vanaf 1 april 1945 Generalleutnant Alfred Gause
  • 10e LegerkorpsGeneral der Artillerie Siegfried Thomaschki
    • 87e Infanteriedivisie
    • 126e Infanteriedivisie
    • 30e Infanteriedivisie
  • 50e LegerkorpsGeneral der Gebirgstruppe Friedrich Jobst Volckamer von Kirchensittenbach
    • 205e Infanteriedivisie
    • 225e Infanteriedivisie
    • 11e Infanteriedivisie
    • 14e Pantserdivisie

Rode Leger (mei 1945)

2e Baltische Front – Maarschalk Leonid A. Govorov

51e Leger - luitenant-generaal Jakov G. Krejtser

  • 10e Infanteriekorps - generaal-majoor Konstantin P. Neverov
    • 91e, 279e en 347e Infanteriedivisie
  • 1e Infanteriekorps - luitenant-generaal I.F. Fedjoekin
    • 257e, 267e en 347e Infanteriedivisie
  • 63e Infanteriekorps - luitenant-generaal T.K. Kolomnetz
    • 77e, 87e en 417e Infanteriedivisie

6e Gardeleger - kolonel-generaal Ivan M. Tsjistjakov

  • 2e Garde Infanteriekorps - luitenant-generaal A.I. Baksov
    • 71e en 29e Infanteriedivisie
  • 22e Garde Infanteriekorps - generaal-majoor A.I. Roetsjkin
    • 46e en 90e Garde Infanteriedivisie
  • 23e Garde Infanteriekorps - luitenant-generaal A.N. Jermakov
    • 51e en 67e Garde Infanteriedivisie
    • 270e Infanteriedivisie
  • 3e Garde Mechanische Korps - luitenant-generaal Viktor T. Obutsjov
    • 7e, 8e en 9e Garde Mechanische Brigade, 35e Garde Tankbrigade

4e Stoottroepenleger - luitenant-generaal Pjotr F. Malysjev

  • 84e Infanteriekorps - luitenant-generaal J.M. Prokofjev
    • 47e Garde Infanteriedivisie, 164e en 332e Infanteriedivisie
  • 92e Infanteriekorps - luitenant-generaal Nikolaj B. Ibjansksi
    • 156e, 16e en 179e Infanteriedivisie
  • 19e Infanteriekorps - generaal-majoor Dmitri I. Samarov
    • 344e, 70e en 32e Infanteriedivisie

42e Leger - luitenant-generaal Vladimir P. Sviridov

  • 83e Infanteriekorps - generaal-majoor N.I. Soldatov
    • 239e, 119e en 360e Infanteriedivisie
  • 110e Infanteriekorps - generaal-majoor Afanasi S. Grjaznov
    • 168e, 256e, 268e en 11e Infanteriedivisie

Front Reserve-eenheden

  • 145e, 306e en 357e Infanteriedivisie

1e Stoottroepenleger - luitenant-generaal Vladimir N. Razoevajev

  • 112e Infanteriekorps - generaal-majoor Kornej G. Rebrikov
    • 123e en 377e Infanteriedivisie
  • 119e Infanteriekorps - generaal-majoor Nikolaj N. Nikisjin
    • 44e, 360e en 374e Infanteriedivisie
  • 123e Infanteriekorps - luitenant-generaal Filipp J. Solovjov
    • 21e Garde Infanteriedivisie, 37e en 376e Infanteriedivisie
  • 14e Infanteriekorps - generaal-majoor Joedel L. Gorodinski
    • 158e en 378e Infanteriedivisie

10e Gardeleger - kolonel-generaal Michaïl I. Kazakov

  • 7e Garde Infanteriekorps - luitenant-generaal J.T. Tsjerevitsjenko
    • 7e en 8e Garde Infanteriedivisie
  • 15e Garde Infanteriekorps - luitenant-generaal M.A. Isajev
    • 29e, 30e en 85e Garde Infanteriedivisie
  • 19e Garde Infanteriekorps - luitenant-generaal I.W. Gribov
    • 22e, 56e en 65e Garde Infanteriedivisie, 198e Infanteriedivisie

Geschiedschrijving

Sovjet en Russische verslaggeving

De Eerste Slag om Koerland had tot doel de Duitse troepen te vernietigen. Na die mislukking negeerde de officiële verslaglegging Koerland, waarbij enkel werd gezegd dat de Sovjets een Duitse ontsnapping wilden voorkomen.

Volgens deze versie namen de Sovjets defensieve blokkadeposities in. Gevechten bestonden uit Duitse uitbraakpogingen en het Rode Leger deed geen enkele poging het gebied in te nemen, dat van geringe strategische betekenis was na de isolatie van Heeresgruppe Nord en het zwaartepunt verschoof naar de offensieven richting Berlijn. Sovjettroepen leden daarom maar weinig slachtoffers. Het recente onderzoek van Grigori Krivosjeev komt uit op een totaal van 160.948 Sovjetslachtoffers tussen 16 februari en 8 mei 1945.

Volgens de Russische historicus Aleksei Isaev was het Koerland voor zowel de Sovjets als de Duitsers een bijzaak. De Sovjets wilden voorkomen dat de Duitsers over zee naar Berlijn getransporteerd zouden worden. Verdere Sovjetoperaties hadden tot doel de Duitse troepen verder te isoleren en te vernietigen, maar er waren te weinig troepen aan het front om voortgang te boeken in het moeilijke terrein. Over het algemeen leverden de Sovjet commandanten goed werk en als gevolg daarvan waren er maar weinig slachtoffers.

Westerse bronnen

Stalin wilde in eerste instantie de Duitse troepen in het Koerland te vernietigen. In september 1944 liet hij weten dat hij aan het "opruimen" was in de Baltische gebieden en in november dat "de Duitse troepen vrijwel verslagen" waren. Eind maart 1945 verzekerde Stalin nog steeds dat de Duitse troepen in het Koerland bijna verslagen zouden worden. Deze overwinning was in Stalins ogen noodzakelijk om de Sovjet dominantie, gevestigd na de annexatie van 1941, in het Baltische gebied te herstellen.

De Sovjets lanceerden zes offensieven om de Duitse Heeresgruppe Kurland te vernietigen. Gedurende de veldtocht tegen het Koerland wisten de Sovjets nergens verder dan 40 kilometer op te rukken, waarbij men zich na zeven maanden slechts enkele kilometers van hun oorspronkelijke posities bevonden. De Sovjetoperaties waren verder bemoeilijkt door het moeilijke terrein en het slechte weer.

Evacuatie in Ventspils (Windau), 19 oktober 1944

De Duitse legergroep rapporteerde dat ze de Sovjets zware verliezen toebrachten. Maar vanwege de afwezigheid van zware wapens en de afwezigheid van luchtsteun, was het totaal aan Duitse slachtoffers in Koerland ook hoog; ongeveer 150.000.

De terugtrekking van Sovjettroepen begon in december 1944 wat erop wijst dat de Sovjets het Koerland niet als een belangrijke sector zagen. Het vernietigen van de Duitse troepen aldaar was niet de moeite waard en het doel was nu om een uitbraak te voorkomen. De volgende drie offensieven waren vooral bedoeld om de evacuatie van Duitse troepen te voorkomen. Tegen het begin van april 1945 zagen de Sovjets de Duitse troepen in Koerland als zichzelf onderhoudende krijgsgevangenen.

Nasleep

Op 9 mei 1945 nam generaal Ivan Bagramjan de capitulatie van Duitse troepen in ontvangst in het Landhuis Ezere in het zuidwesten van Letland. Volgens Russische gegevens werden er 146.000 Duitse en Letse troepen gevangen genomen, waaronder 28 generaals en 5.083 officieren, en werden ze voor een jarenlange opsluiting naar gevangenkampen meegenomen. Recent onderzoek schat het aantal krijgsgevangenen op meer dan 200.000: 189.112 Duitsers, waaronder 42 generaals - waaronder de Duitse commandant, Carl Hilpert, die in 1947 stierf in gevangenschap - en ongeveer 14.000 Letten.

De Sovjets zetten alle mannen tussen de 16 en 60 jaar gevangen en staken bossen in brand om eventuele achterblijvers te ontdekken.

Bronnen