Vijfde Koerlandslag
| Vijfde Koerlandslag | ||||
|---|---|---|---|---|
| Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog, Slag om Koerland | ||||
![]() | ||||
| Datum | 20 februari – 11 maart 1945 | |||
| Locatie | Koerland, Letland | |||
| Resultaat | Onbeslist | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
| ||||
| Leiders en commandanten | ||||
| ||||
Het Vijfde Koerlandslag was een militaire veldslag tussen het Rode Leger en de Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog in het gebied Koerland in Letland. Hier speelde zich van 15 oktober 1944 tot 9 mei 1945 de Slag om Koerland af. De offensieven van de Sovjettroepen verdeelden zich over zes slagen, genaamd de Eerste t/m Zesde Koerlandslag.
Inleiding
Het Rode Leger had op 5 oktober 1944 in het het Memeloffensief (deel van de Baltische operatie) Heeresgruppe Nord geïsoleerd in Koerland. Het Duitse 18e Leger en het 16e Leger waren samen ingesloten.
Aan de andere zijde lagen eerst twee Sovjet fronten, maar tegen eind februari 1945 nog maar een: het 2e Baltische Front. In de Eerste, Tweede en Derde Koerlandslag in 1944 hadden beide fronten vergeefs geprobeerd het Duitse Koerland bruggenhoofd op te rollen. Aangezien het Rode Leger intussen in Polen en Oost-Pruisen vol in het offensief was gegaan, was het zaak zoveel mogelijk Duitse troepen te binden. Hiervoor was daarom eind januari 1945 de Vierde Koerlandslag opgezet. Natuurlijk was ook de bedoeling om, indien mogelijk, het Duitse bruggenhoofd geheel te elimineren. Wel waren aan Sovjetzijde aanmerkelijk minder troepen beschikbaar, omdat vele eenheden weggehaald waren voor eerder genoemde offensieven. Eind februari werd nogmaals besloten een soortgelijke poging te ondernemen, de Vijfde Koerlandslag.
Slagorde in geheel Koerland
Rode Leger 1 maart 1945

- 2e Baltische Front – Maarschalk Leonid A. Govorov
- direct onder bevel
- 3e Garde Gemechaniseerde Korps, 8e (Estse) Infanteriekorps, 14e en 122e Infanteriekorps
- 10e Gardeleger – Kolonel-generaal Michaïl I. Kazakov
- 7e, 15e, 19e en 22e Garde Infanteriekorps, 84e Infanteriekorps
- 22e Leger – Luitenant-generaal Gennadi P. Korotkov
- 14e Garde Infanteriekorps, 100e en 130e (Letse) Infanteriekorps
- 42e Leger – Luitenant-generaal Vladimir P. Sviridov
- 83e en 110e Infanteriekorps
- 1e Stoottroepenleger – Luitenant-generaal Vladimir N. Razoevajev
- 112e, 119e en 123e Infanteriekorps
- 4e Stoottroepenleger – Luitenant-generaal Pjotr F. Malysjev
- 19e en 92e Infanteriekorps
- 6e Gardeleger – Kolonel-generaal Ivan M. Tsjistjakov
- 19e Tankkorps, 2e, 23e en 30e Garde Infanteriekorps
- 51e Leger – Luitenant-generaal Jakov G. Krejtser
- 1e Garde Infanteriekorps, 1e, 10e en 63e Infanteriekorps
- direct onder bevel
Op 24 februari 1945 werd het 1e Baltische Front opgeheven en werd de staf onder de naam "Samland Groep van Strijdkrachten" overgedragen aan het 3e Wit-Russische Front.
Wehrmacht 1 maart 1945

- Heeresgruppe Kurland – Generaloberst Heinrich von Vietinghoff, vanaf 10 maart 1945 Generaloberst Lothar Rendulic
- direct onder bevel
- Feld-Ausbildungs-divisie Kurland, staf 201e Sicherungsdivisie
- 18e Leger – General der Infanterie Ehrenfried Böge
- direct onder bevel
- 12e en 14e Pantserdivisies, Staf 52e Sicherungsdivisie = Fest.Kdt Libau, 290e Infanteriedivisie (im Antransport)
- 10e Legerkorps –General der Artillerie Siegfried Thomaschki
- 30e, 87e en 126e Infanteriedivisies, 12e Luftwaffen-Felddivisie
- 1e Legerkorps – Generalleutnant Friedrich Fangohr
- 132e en 218e Infanteredivisies
- 2e Legerkorps – General der Infanterie Wilhelm Hasse, vanaf 21 februari 1945 General der Infanterie Johannes Mayer
- 263e en 290e Infanteriedivisies, 563e Volksgrenadierdivisie
- 50e Legerkorps – General der Gebirgstruppe Friedrich Jobst Volckamer von Kirchensittenbach
- 11e, 205e en 215e Infanteriedivisies
- direct onder bevel
- 16e Leger – General der Infanterie Carl Hilpert tot 10 maart 1945, daarna General der Infanterie Ernst-Anton von Krosigk
- 43e Legerkorps – General der Gebirgstruppen Kurt Versock
- 16e Legerkorps – General der Infanterie Ernst-Anton von Krosigk
- 81e Infanteriedivisie, Divisionsstab z.b.V. 300, Gruppe Barth
- VI SS Korps SS-Obergruppenführer und General der Waffen-SS Walter Krüger
- 24e Infanteriedivisie, 19e SS Grenadierdivisie
- 38e Pantserkorps General der Artillerie Kurt Herzog
- 122e en 329e Infanteriedivisies
- direct onder bevel
Verloop van de strijd
De voorbereidingen voor de Vijfde Koerlandslag werden dag na dag geïntensiveerd aan Sovjetzijde. Hun jacht- en jachtvliegtuigsquadrons vielen steeds vaker de Duitse posities aan. Bij een eerste grote luchtaanval midden februari 1945 werden ongeveer 40 vliegtuigen neergeschoten door de 6e Flakdivisie. Op 14 februari werd opnieuw een zware aanval uitgevoerd op de Oostzeehavens Liepāja (Duits, historisch: Libau) en Ventspils (Duits, historisch: Windau). Hier werden de piloten van de I./Jagd-Geschwader 54 ingezet en schoten nog eens 48 vijandelijke vliegtuigen neer. Vanaf 15 februari werden voorbereidende stoottroep-ondernemingen gemeld, die vaak de Duitse posities in bataljon sterkte aftastten. Niet alleen aan de linkerkant, maar ook aan de rechtervleugel van de legergroep werden de troepen in paraatheid geplaatst.
Op 20 februari, precies om 7:00 uur, vuurden honderden kanonnen van het Rode Leger op de Duitse posities tussen Džūkste in het oosten en Priekule in het westen. De Vijfde Koerlandslag werd geopend...
Net als in de vorige slag lag de eerste focus op Priekule. Aan beide zijden van de stad werden de soldaten van de 121e, 126e, 263e en 290e infanteriedivisies, evenals die van de 12e Luftwaffen-Felddivisie (allen 18e Leger), aangevallen door 21 Sovjet-infanteriedivisies - met passende tankondersteuning (16 tankbrigades). Het Grenadierregiment 426 (126e Infanteriedivisie) verdedigde zich met 2000 man in een grindgroeve gedurende drie volle dagen en fungeerde daarmee als golfbreker. Daarna braken de grenadieren uit naar de eigenlinies. Priekule zelf viel op de tweede dag van de slag na taaie weerstand van Grenadierregiment 422. Tegen die tijd waren de aanvalspunten van de Sovjets al voorbij de stad doorgedrongen. De uiterst taaie en vasthoudende verdediging van de Duitse soldaten eiste vanzelfsprekend zijn tol. Er waren hoge verliezen. De focus van de gevechten lag in deze tijd op de 11e Infanteriedivisie, de 14e Pantserdivisie en de Heeres-Sturmgeschütz-Brigade 912 rond Malini en Berzini. Bunka kan behouden blijven, maar de Sovjets konden de Vārtāja bij Krote bereiken. Als versterkingen werden de 225e en 132e Infanteriedivisies door het 18e Leger ingezet, als vervanging voor de afgematte 121e resp. 126e Infanteriedivisies, wat ertoe leidde dat de aanvallende Sovjet-tank- en infanterie-eenheden vast liepen. Nog eenmaal probeerden Sovjettroepen Bunka te bereiken, maar allerhande samengeraapte Duitse onderdelen versperden de weg.
Op 28 februari 1945 stopten de Sovjets hun aanvallen in dit gebied. Ondanks de hoge verliezen van ongeveer 5400 officieren, onderofficieren en manschappen, wist het 18e Leger zich staande te houden. Het doel van de Sovjets om Liepāja in te nemen werd opnieuw niet bereikt. Dit was de eerste fase van de Vijfde Koerlandslag. Intussen was op 24 februari 1945 het 1e Baltische Front van Legergeneraal Ivan C. Bagramjan opgeheven en nu was de gehele frontlijn onder bevel gekomen van het 2e Baltische Front onder Maarschalk Leonid A. Govorov.
Aangezien de beoogde directe doorbraak naar Liepāja niet mogelijk was voor de Sovjets, probeerde hun opperbevel nu – zoals voorheen – en Saldus (Duits: Frauenburg) in te nemen om daar de spoorlijn te bereiken. Van daaruit zou het doorgaan naar Liepāja. Op de naad tussen het 18e en 16e Leger lag het eerste doel van de nieuwe aanvallen. De Panzerbrigade Kurland en de Gruppe Barthwerden onmiddellijk gealarmeerd en naar het bedreigde front gestuurd. In de tussentijd waren de Sovjetaanvallen ook gericht op het naburige VI SS Korps. Begin maart 1945 vielen zes Sovjet-infanteriedivisies, ondersteund door sterke tankformaties, aan tussen de Duitse 24e en 122e Infanteriedivisies ten oosten van Saldus, waarbij de Duitse linies daar werden doorbroken. De tankeenheden van de 12e Pantserdivisie wisten echter een nieuwe doorbraak te voorkomen. Door snel bataljons, tankvernietigerdetachementen en geniecompagnieën te verplaatsen, kreeg het legerhoofdkwartier eindelijk de situatie weer onder controle. De offensieve inspanningen van het Rode Leger vertraagden steeds sterker.
De Sovjets slaagden er wel nog in Džūkste in te nemen, dat ten oosten van Saldus ligt, maar toen er op 11 maart een verrassende dooi inzette, zonk het land binnen zeer korte tijd in modder en moeras. Alle aanvalspogingen liepen letterlijk vast in de aanval. De Vijfde Koerlandslag was daarmee ten einde gekomen.
Nasleep en verliezen
Het Rode Leger had volgens Duitse opgaven 70.000 man verloren aan gesneuvelden, gewonden en vermisten, naast 608 tanks en 178 vliegtuigen. Volgens Sovjet-opgaven waren de verliezen van het 2e Baltische Front tussen 20 en 28 februari 7.701 doden en 30.533 gewonden.
- Werner Haupt – Kurland 1944/45 - Die vergessene Heeresgruppe
- Franz Kurowski – Todeskessel Kurland, Kampf und Untergang der Heeresgruppe Nord 1944/1945
- Werner Haupt – Army Group North: The Wehrmacht in Russia 1941-1945
- Werner Haupt – Kurland: Bildchronik der vergessenen Heeresgruppe, 1944/1945
- Duitse website kurland-kessel.de, geraadpleegd op 7 december 2025
- Georg Tessin – Verbände en Truppen der Duitse Wehrmacht en Waffen-SS im Zweiten Weltkrieg 1939-1945. Vierter Band: Die Landstreitkräfte 15-30.
- Russische website „Index van eenheden en formaties van het Rode Leger 1941-1945“, geraadpleegd op 7 december 2025
- Website van John Calvin, het oude wwii-photos-maps.com, met talloze OKH Lagekarten , geraadpleegd op 7 december 2025
