Lothar Rendulic

Lothar Rendulic
Lothar Rendulic in januari 1945.
Lothar Rendulic in januari 1945.
Geboren 25 oktober 1887
Wiener Neustadt, Oostenrijk-Hongarije
Overleden 18 januari 1971
Eferding, Opper-Oostenrijk, Oostenrijk
Rustplaats Pfarrfriedhof, Leonding, Oostenrijk; sectie: 5, rij: 2, graf: 27[1]
Land/zijde Oostenrijk-Hongarije
Eerste Oostenrijkse Republiek
Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Onderdeel Oostenrijks-Hongaars leger
Bundesheer
(Eerste Oostenrijkse Republiek)
Heer
Dienstjaren 19101938
19381945
Rang
Generaloberst
Eenheid k.u.k. Infanterie-Regiment "Georg I., König der Hellenen" Nr. 99
Bevel Heeresgruppe Nord
27 januari 1945 -
10 maart 1945[2][3]
Heeresgruppe Kurland
10 maart 1945 -
25 maart 1945[4][3]
Heeresgruppe Süd
25 maart 1945 -
2 april 1945[2]
Heeresgruppe Ostmark
2 april 1945 - 8 mei 1945[5][3]
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

Onderscheidingen zie onderscheidingen
Ander werk Advocaat
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Lothar Rendulic (Wiener Neustadt, 25 oktober 1887Eferding, 18 januari 1971) was een Oostenrijkse officier en Kolonel-generaal die vocht in de Tweede Wereldoorlog. Hij was een van de drie Oostenrijkers die opklom tot de rang van Generaloberst in de Wehrmacht.

Opleiding

Lothar Rendulic studeerde rechten en ging in 1907 naar de militaire academie “Maria Theresia” te Wiener Neustadt. Op 8 augustus 1910 werd hij luitenant.

Eerste Wereldoorlog

Kort na uitbraak van de Eerste Wereldoorlog werd hij eerste luitenant. Hij vocht in Galicië, aan het Oostfront en in Italië. Bij het einde van de oorlog was hij als kapitein stafofficier bij het commando van het 31e Legerkorps.

Interbellum

In 1920 behaalde Rendulic zijn doctoraat in de rechten en trad hij toe tot het nieuw opgerichte bondsleger van de 1e republiek. Hij werkte voor het ministerie van landsverdediging. Op 12 mei 1932 werd hij lid 1.084.563 van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. Van september 1933 tot december 1934 was hij militair attaché van Oostenrijk te Parijs. In december 1934 kreeg hij het bevel over de nieuw opgerichte snelle brigade te Wenen.

Omdat hij lid van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij was werd hij in februari 1936 vroegtijdig met pensioen gestuurd.[6] Na de Anschluss van Oostenrijk in maart 1938 werd hij gereactiveerd en op 1 april 1938 als kolonel opgenomen in de Generale staf van de Wehrmacht.

Tweede Wereldoorlog

Hij nam als stafchef van het 17e Legerkorps (Wehrmacht) deel aan de Poolse Veldtocht en werd op 1 december 1939 generaal-majoor. In juni 1940 kreeg hij het bevel over de 14e divisie infanterie. Nadien nam hij met de 52e divisie infanterie deel aan Operatie Barbarossa. Op 1 december 1941 werd hij luitenant-generaal. In november 1942 vocht hij met het 35e Legerkorps (Wehrmacht) aan het Oostfront. Op 1 december werd hij Generaal der Infanterie.

In augustus 1943 kreeg hij het bevel over het 2e Pantserleger in Joegoslavië. Op 1 april 1944 werd hij kolonel-generaal.

Vanaf 28 juni 1944 voerde hij het bevel over het 20e Bergleger in Finland. Bij de terugtocht uit Finland in de Laplandoorlog paste Rendulic de tactiek van de verschroeide aarde toe.

Vanaf januari 1945 voerde hij het bevel over Heeresgruppe Nord in Oost-Pruisen en Heeresgruppe Kurland. Vanaf april 1945 leidde hij Heeresgruppe Süd en Heeresgruppe Ostmark.[7]

Krijgsgevangene

In 1945 werd hij krijgsgevangene van de Verenigde Staten.[8]

In 1948 werd hij op het 7e van de Processen van Neurenberg veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf voor oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid in Joegoslavië. Op 31 januari 1951 verminderde de Amerikaanse hoge commissaris John Jay McCloy zijn straf tot tien jaar. In datzelfde jaar kwam hij vroegtijdig vrij uit de gevangenis van Landsberg, de gevangenis waar ook Adolf Hitler zijn straf na de Bierkellerputsch uitzat en Mein Kampf schreef. Hij scheef na zijn vrijlating boeken.

Rendulic als verdachte tijdens het Proces Generaals in Zuidoost-Europa.

Carrière[3]

Rendulic bekleedde verschillende rangen in zowel de Oostenrijks leger als Heer. De volgende tabel laat zien dat de bevorderingen niet synchroon liepen.

Datums Oostenrijks-Hongaars leger Bundesheer Reichsheer Heer
8 augustus 1910Leutnant k.u.k.
1 augustus 1914Oberleutnant k.u.k.
1 mei 1917Hauptmann k.u.k.
1925Major
1929Oberstleutnant i.G.
1933Oberst
1 april 1938Oberst i.G.
1 december 1939[9]Generalmajor
1 december 1941[9]Generalleutnant
1 december 1942[9]General der Infanterie
1 april 1944[9]Generaloberst
  • Opmerking: de rang van Generalmajor is vergelijkbaar met die van een hedendaagse Brigadegeneraal (OF-6). Het Duitse leger (Heer) kende tijdens de Tweede Wereldoorlog geen rang van een Brigadegeneraal, waardoor de eerste generaalsrang een Generalmajor was. Het naoorlogse Duitse leger kent overigens wel volgens de NAVO schaal een Brigadegeneraal als eerste generaalsrang.

Onderscheidingen[3][10][9][11]

Selectie:

Publicaties

  • Gekämpft, gesiegt, geschlagen. 1952.
  • Glasenbach–Nürnberg–Landsberg. Ein Soldatenschicksal nach dem Krieg. 1953.
  • Gefährliche Grenzen der Politik. 1954.
  • Die unheimlichen Waffen. Atomraketen über uns. Lenkwaffen, Raketengeschosse, Atombomben. 1957.
  • Weder Krieg noch Frieden. Eine Frage an die Macht. 1961.
  • Soldat in stürzenden Reichen. 1965.
  • Grundlagen militärischer Führung. 1967.