Kokuji

Kokuji voor tasuki, met daarboven furigana.

Kokuji (Japans: 国字 [ko̞kɯ̟ʑi]; Hepburn: kokuji; Nederlands: nationaal karakter), ook bekend als Wasei kanji (Japans: 和製漢字 [wa.seː kaɴ.d͡ʑi]; Hepburn: wasei kanji; Nederlands: Japans gemaakte kanji) zijn kanji die in Japan zijn ontwikkeld, in tegenstelling dat ze zijn ontleend aan de Chinese talen.[1][2][3]

Etymologie

Het woord 国字 (こくじ; kokuji), bestaande uit 3 morae: [ko-ku-ji; こくじ] is de is de rōmaji-transcriptie van de kanji: 国 + 字. Het is een samenstelling van twee zelfstandige naamwoorden. De samenstelling 国 + 字 betreft een kango-lexeem. Het eerste karakter is het zelfstandig naamwoord: 国 [koku] "land" of "staat" in de kun-lezing.[4] Het tweede karakter is het zelfstandig naamwoord: 字 [ji] "karakter" eveneens in de kun-lezing.[5] Gezamenlijk worden zij echter uitgesproken als: kokuji.[6] Kokuji kan letterlijk worden vertaald naar het Nederlands als: landkarakter, maar wordt doorgaans vertaald als: "nationaal karakter" of "karakter van het land".

Achtergrond

De term kokuji wordt gebruikt in zowel lexicografishe, taalkundige, en onderwijscontexten. Veel kokuji zijn semantische samenstellingen en hebben bijna allemaal enkel kun-lezingen. Kokuji zijn gevormd gedurende de gehele periode waarin het Japans wordt geschreven met kanji. Dit is dus vanaf het moment dat man'yōgana werd gebruikt in de Naraperiode tot aan de late Edo- of Meijiperiode.

Voorbeelden

Jōyōkanji

Kokuji uit de Jōyōkanji-lijst.

KanjiHiraganaHepburnBetekenis
はたら(く)hatarakuwerken
にお(い)nioigeur, reuk
へいheimuur, omheining
とうげtōgebergpas, top van een pad
せんsenklier
わくwakukader, raamwerk
とちtochipaardenkastanjeboom
はたけ / はたhatake / hataakker, veld
こ(む)komuerin gaan, vol raken

Jinmeiyōkanji

Kokuji uit de Jinmeiyōkanji-lijst.

KanjiHiraganaHepburnBetekenis
もんめmonmeoude gewichtseenheid (ca. 3,75 g)
またmatasplitsing van paden
たこtakovlieger (kite)
なぎnagiwindstilte, kalmte
く(う) / く(らう)kuu / kuraueten (ongekunsteld)
まさmasa / masakirechte nerf hout
もみじmomijiherfstblad, esdoornblad
さかきsakakisakaki‑boom (Shintō)
かしkashieik (hardhout)
はたけhatakeveld, akker
ささsasabamboescheuten
もみmomiongepelde rijstkorrel
つじtsujikruising (straat)
しずくshizukudruppel
いわしiwashisardine
麿まろmaroarchaïsche naam‑suffix
  • (en) Sci.lang.japan FAQ - A list of kokuji (国字) - Een lijst met kokuji.