QAPF-diagram

QAPF-diagram dat de naamgeving toont voor grofkorrelig ("magmatisch", gemiddelde kristalgrootte > 1 mm) stollingsgesteente op grond van modale mineralogie. Bij een samenstelling die in een gekleurde balk valt dient een voorvoegsel aan de naam te worden toegevoegd, bv. "kwarts-monzoniet" of "foïdehoudend gabbro".

Een QAPF-diagram of Streckeisen-diagram is een diagram om stollingsgesteenten in te delen op basis van de belangrijkste mineralen, zoals in de IUGS-classificatie. Het diagram is samengesteld uit twee tegenoverliggende driehoeken. Het acroniem QAPF komt uit het Engels en staat voor de mineraalgroepen Q (kwarts), A (alkaliveldspaat), P (plagioklaas) en F (foïdes of veldspatoïdes). De volumepercentages van de vier groepen zijn genormaliseerd zodat hun som altijd 100% geeft.

Gebruik

QAPF-diagrammen worden vooral gebruikt om grofkorrelig (magmatisch) gesteente te classificeren. Omdat dieptegesteenten faneritisch zijn (dat wil zeggen ze bestaan uit kristallen groot genoeg om met het blote oog te kunnen onderscheiden), zijn onderlinge mineralen makkelijk te determineren. Bij de classificatie van fijnkorrelig (afanitisch) gesteente kan het diagram ook gebruikt worden. Maar als de onderlinge mineralen niet met te onderscheiden zijn, of het gesteente een aanzienlijke fractie glas bevat, raadt de IUGS aan op grond van de chemische samenstelling in te delen. Als er veel fenocrysten in uitvloeiingsgesteente voorkomen kan soms een wel naamgeving toegepast worden aan de hand van een QAPF-diagram. Dit is riskant omdat de mineraalfracties van de fenocrysten vaak niet goed overeenkomen met de mineraalfracties van het totale gesteente.

De naamgeving op grond van chemische samenstelling kan met een TAS-diagram (Total-Alkali-Silica) worden getoond. Bij de naamgeving van ultramafisch gesteente, waar mafische mineralen meer dan 90% van het gesteente vormen, wordt het QAPF-diagram ook niet gebruikt.

Omdat bij veldobservaties de exacte mineralogische samenstelling niet is te bepalen, worden er vaak vereenvoudigde indelingen gebruikt (figuur 3 en 4), die afgeleid zijn van de meer nauwkeurige laboratoriumindelingen (figuur 1 en 2).

De diagrammen zijn in de jaren 70 van de twintigste eeuw opgesteld door de Zwitserse petroloog Albert Streckeisen in opdracht van de International Union of Geological Sciences (IUGS). Het doel was tot een internationaal gebruikte eenduidige indeling voor stollingsgesteenten te komen.

Samenstellingen

Mineralen

De vier eindleden (algemene samenstelling) van het diagram en de gesteentetypen die ze gezamenlijk vormen zijn:

Belangrijkste gesteenten

dieptegesteenten uitvloeiingsgesteenten
Figuur 4. Vereenvoudigde indeling voor uitvloeiingsgesteenten.
Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina QAPF diagram op Wikimedia Commons.