Fonoliet

Tinguaiet, een variant van fonoliet met fenocrysten van aegirien, Zweden.

Fonoliet of klanksteen is een intermediair silica-onderverzadigd stollingsgesteente. Fonoliet is zeer rijk in alkali's, wat zich uit in de modale mineraalsamenstelling. Voornamelijk bevat het veel kaliveldspaat en daarnaast meer dan 10% veldspaatvervanger, met name nefelien. Fonoliet is meestal een extrusief gesteente, maar kan ook als ganggesteente voorkomen.

In ruime zin wordt soms elk fijnkorrelig stollingsgesteente met kaliveldspaat, veldspaatvervanger en mafische mineralen een fonoliet genoemd, maar in de IUGS-classificatie is de naamgeving gebaseerd op exacte verhoudingen van mineralen of elementen.

De naam van het gesteente fonoliet is afgeleid van de Griekse woorden phōnē ("klank") en lithos, dat "steen" betekent. Het gesteente werd zo genoemd vanwege de specifieke klank die het soms kan produceren wanneer het bewerkt wordt.

QAPF-diagram waarin de samenstelling van fonoliet (donkergeel) en tefritisch fonoliet (lichtgeel) staat aangegeven.
In het totaal alkali-silicadiagram voor de IUGS-classificatie van afanitisch stollingsgesteente valt fonoliet in het Ph-veld.
Fonoliet uit het Eoceen van Montana. Dit gesteente bevat augiet (pyroxeen), olivijn, analciem, en leuciet (een veldspaatvervanger). De lichtgekleurde gebieden zijn vesicles gevuld met zeoliet.

Eigenschappen

Fonoliet is een fijnkorrelig (afanitisch), doorgaans groenachtig grauw gesteente. Het bestaat hoofdzakelijk uit kaliveldspaat, nefelien en andere veldspaatvervangers, pyroxenen (bijvoorbeeld aegirien), amfibolen en biotiet. De kaliveldspaat kan anorthoklaas of sanidien zijn. Als silica-onderverzadigd gesteente bevat fonoliet geen normatief kwarts. Fonoliet is de afanitische variant van foïde-syeniet.

In de IUGS-classificatie van stollingsgesteente wordt fonoliet zowel op grond van mineraalsamenstelling als op chemische samenstelling gedefinieerd. Voor de mineraalsamenstelling kan het QAPF-diagram als visueel hulpmiddel dienen. Fonoliet bevat per definitie tussen 10-60% veldspaatvervanger (F), 0-10% kaliveldspaat (A) en 30-90% plagioklaas (P). Met minder veldspaatvervanger is gesteente "veldspaatvervangerhoudend kaliveldspaat-trachiet", met meer veldspaatvervanger "fonolitisch foidiet", en met meer plagioklaas "tefritisch fonoliet".

Als de mineraalsamenstelling niet goed vastgesteld kan worden, wat bij extrusief, glasrijk en afanitisch gesteente vaak het geval is, raadt de IUGS classificatie aan de hand van de normatieve chemische samenstelling aan. Daarbij kan stollingsgesteente worden geclassificeerd op grond van het gewichtsaandeel silica en oxiden van alkali's. Een TAS-diagram illustreert de indeling. Fonoliet bevat minstens 11,7% alkali-oxiden en ongeveer 50-60% silica. Het valt als alkalirijk gesteente bovenin het TAS-diagram. Het is rijker in alkali's dan trachiet en trachyandesiet en rijker in silica dan foidiet. De grenzen zijn zo gelegd dat ze overeenkomen met de indeling op grond van normatieve mineralen.

Voorkomen

Fonolieten komen voor in vulkanische gebieden die zeer alkali-rijk vulkanisme kennen. Het gesteente wordt onder andere gevormd in de Oost-Afrikaanse Rift, maar het komt ook voor in de Duitse Eifel, de Azoren en het Centraal Massief in Frankrijk.

Zie ook

Zie de categorie Phonolite van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.