Daciet

Daciet
Daciet met fenocrysten van o.a. kwarts, plagioklaas en biotiet. Tertiair uit de Mojavewoestijn, Californië
Daciet met fenocrysten van o.a. kwarts, plagioklaas en biotiet. Tertiair uit de Mojavewoestijn, Californië
Indeling der stollingsgesteenten
% SiO2 uitvloeings-
gesteente
gang-
gesteente
diepte-
gesteente
felsisch >~70 ryoliet granofier graniet
~70-63 daciet granodioriet
intermediair 63-52 andesiet dioriet
mafisch 52-45 basalt doleriet gabbro
ultramafisch <45 komatiiet peridotiet

Daciet is fijnkorrelig stollingsgesteente met een felsische, subalkaliene samenstelling. Het is rijk aan plagioklaas en bevat ook kwarts, hoornblende, pyroxeen en biotiet.

Daciet is genoemd naar Dacia, de Romeinse provincie tussen de Donau en de Karpaten (deel van het huidige Roemenië), waar het in 1863 voor het eerst beschreven werd door de Oostenrijkse geoloog Guido Stache.

QAPF-diagram waarin de samenstelling van daciet staat aangegeven (geel).
In het totaal alkali-silicadiagram voor de IUGS-classificatie van afanitisch stollingsgesteente neemt daciet veld O3 in, tussen ryoliet (R, rijker in silica), trachiet (T, rijker in alkali's) en andesiet (O2, armer in silica).

Eigenschappen

Daciet is een fijnkorrelig gesteente dat zich qua samenstelling tussen het felsischere ryoliet en het mafischere andesiet bevindt. De textuur kan afanitisch zijn, waarbij alle kristallen zeer klein zijn, of porfiritisch, waarbij de meeste kristallen zeer klein zijn maar enkele kristallen een met het blote oog zichtbare grootte hebben (fenocrysten).

Daciet is gevormd uit minder viskeus magma dan ryoliet. Het is meestal extrusief: aan het oppervlak gestolde lava. Daciet kan ook hypabyssaal zijn, dan is het op geringe diepte in dykes of sills ontstaan door het stollen van magma.

Doorgaans heeft daciet een modale mineraalsamenstelling van plagioklaas, biotiet, de amfibool hoornblende en de pyroxenen augiet en/of enstatiet. Kwarts komt voor als kleine kristallen in de grondmassa of als fenocrysten.

Volgens de IUGS-classificatie van stollingsgesteente is daciet een gesteente met tussen 20-60% kwarts en meer dan 65% plagioklaas.[1] Dit plaatst het in een veld aan de linkerkant van de bovenste (silicaverzadigde) driehoek van het QAPF-diagram. Daciet bevat meer kwarts dan andesiet en basalt en meer plagioklaas dan ryoliet.

Faneritisch gesteente met dezelfde samenstelling is granodioriet of in geval van meer dan 90% plagioklaas tonaliet.

Bij afantisch stollingsgesteente is het vaak onmogelijk de mineraalfracties nauwkeurig te bepalen. In zulke gevallen volgt de naam uit de chemische samenstelling. De IUGS classificeert gesteente op basis van het gewichtsaandeel silica en alikali-oxiden. In een TAS-diagram valt daciet in het O3-veld, met een silica-aandeel van 63-77% en een massapercentage van alkali-oxiden dat niet boven de 8% komt.[1] Een gesteente met meer silica heet ryoliet, een gesteente met minder silica andesiet, en een gesteente met meer alkali's kan een trachiet, trachydaciet of ryoliet zijn.

Voorkomen

Dacieten komen voor in die gebieden waar, door de geologische geschiedenis heen, tamelijk zuur vulkanisme is ontstaan. Voorbeelden zijn de Cabo de Gata (nabij Almería, Spanje), Argyll en andere delen van Schotland, de Andes, Martinique, Nevada, Griekenland (bijvoorbeeld het schiereiland Methana) en andere gebieden.

Zie ook

Zie de categorie Dacite van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.