Ryoliet

Ryoliet
Indeling der stollingsgesteenten
% SiO2 uitvloeings-
gesteente
gang-
gesteente
diepte-
gesteente
felsisch >~70 ryoliet granofier graniet
~70-63 daciet granodioriet
intermediair 63-52 andesiet dioriet
mafisch 52-45 basalt doleriet gabbro
ultramafisch <45 komatiiet peridotiet

Ryoliet (uit de Griekse woorden ῤεῖν (rheîn), stromen, en λίθος (líthos), steen; verouderd: rhyoliet of lipariet) is een fijnkorrelig stollingsgesteente met een felsische samenstelling. Het is meestal vulkanisch (extrusief) van oorsprong maar kan ook als ganggesteente voorkomen. Vanwege het hoge gehalte silica is ryolietlava erg viskeus (stroperig). Lava met de samenstelling van ryoliet stroomt zeer langzaam en erupties gaan vaak samen met explosief vulkanisme.

Ryoliet is de fijnkorrelige, vulkanische equivalent van het dieptegesteente graniet. De naam ryoliet werd in 1860 ingevoerd door Ferdinand von Richthofen.

QAPF-diagram voor de IUGS-classificatie van extrusief stollingsgesteente. De velden voor ryoliet (donkergeel) en kaliveldspaat-ryoliet (lichtgeel) zijn aangegeven.
Positie van ryoliet in een totaal alkali-silicadiagram voor classificatie van afanitisch stollingsgesteente. Silicarijker gesteente ligt aan de rechterkant van de diagram, waarin ryoliet veld R inneemt.

Eigenschappen

Ryoliet is meestal een extrusief gesteente dat relatief snel aan het aardoppervlak ontstond door het kristalliseren van lava. Daarom was er onvoldoende tijd voor de groei van grote kristallen en is het gesteente zeer fijnkorrelig. Ryoliet heeft een microkristallijne grondmassa en een afanitische of porfiritische textuur. De grondmassa kan ook veel glas bevatten. De meeste afzonderlijke kristallen zijn met het blote oog niet te onderscheiden. Als het porfiritisch is bestaan de fenocrysten voornamelijk uit de mineralen kwarts en kaliveldspaat. Plagioklaas en mafische mineralen als hoornblende, biotiet en pyroxeen hebben een kleiner aandeel.

De IUGS-classificatie op basis van modale mineraalsamenstelling geeft aan ryoliet 20-60% kwarts, 10-65% plagioklaas en tot 70% kaliveldspaat.[1] Daarmee ligt de samenstelling van ryoliet in een veld linksboven in het QAPF-diagram. Gesteente dat minder rijk is in kwarts is volgens de IUGS-classificering kwarts-trachiet of kwarts-latiet. Heeft het meer plagioklaas dan ryoliet, dan heet het daciet. Als het meer kaliveldspaat heeft wordt het kaliveldspaat-ryoliet (Kfs-ryoliet) genoemd.

Vanwege de fijne korrelgrootte, vaak gecombineerd met de aanwezigheid van glas in de grondmassa, is het vaak ondoenlijk de mineraalfracties goed te bepalen. In plaats daarvan wordt ryoliet meestal op basis van de bulkgesteentesamenstelling herkend. De massa bestaat voor minstens 69% uit silica[1] en ligt in het totaal alkali-silicadiagram uiterst rechts. Gesteente dat minder silica bevat heet daciet (als het minder dan 8% alkali's bevat), trachiet of trachydaciet (als het meer dan 8% silica bevat).

Anders dan de meeste namen uit de IUGS-classificatie, valt een breed spectrum in het alkaligehalte onder ryoliet. Het is mogelijk dit in de naam te laten blijken. "Peralkalien ryoliet" is ryoliet die een grotere stofhoeveelheid alkali-oxiden (Na2O + K2O) bevat dan aluminiumoxide (Al2O3).[1] Bovendien kan peralkalien ryoliet door de hoeveelheid aluminium met ijzer te vergelijken worden onderverdeeld in comenditisch (rijk in Al) en pantelleritisch (rijk in Fe).

Als ryoliet zo snel stolde dat het in plaats van kristallen grotendeels uit glas bestaat, wordt gesproken van een vitrofier, of vulkanisch glas. De bekendste variant hiervan is obsidiaan.

Voorkomen

Bovenste zwarte steen is obsidiaan, daaronder puimsteen en rechtsonder het licht gekleurde ryoliet.

Ryoliet komt overal voor waar hoog viskeuze magma ondanks de stroperigheid toch het aardoppervlak kan bereiken om snel te stollen. De diepere varianten van ryoliet zijn het ganggesteente granofier en het dieptegesteente graniet. Ryoliet komt voor in heuvels van de Schotse vallei Glen Coe zoals de Buachaille Etive Mòr, in Niijima, Japan en het Italiaanse Lipari. Ook op het Nieuw-Zeelandse Noordereiland en in IJsland komen ryoliet-vulkanen voor.

Door de minerale samenstelling is ryoliet veelal licht van kleur. Ook kan deze kleur variëren, van wit via roze tot lichtgroen aan toe. Ryoliet heeft als het maar een sprankje licht ontvangt een zeer heldere kleur in het landschap, soms zelfs zo helder dat het lijkt alsof het licht uitzendt. Mooie voorbeelden hiervan zijn onder meer te vinden op Landmannalaugar, een gebied op IJsland.

Zie ook

Zie de categorie Rhyolite van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.