Melilitiet

Lapillisteen waarin de klasten uit olivijn-melilitiet bestaan, een Laat-Mioceen vulkanisch gesteente bij Höwenegg in de Hegau (Zuidwest-Duitsland). Foto ca. 18 mm breed. De matrix bestaat uit cement van calciet.

Melilitiet is een fijnkorrelig stollingsgesteente met een ultramafische, silica-onderverzadigde samenstelling. Melilitiet bestaat voornamelijk uit de mineralen meliliet en clinopyroxeen, vaak aangevuld met perovskiet en olivijn. Melilitiet is de vulkanische (afanitische) variant van het plutonische gesteente melilitoliet.

Volgens de IUGS-classificatie is melilitiet een fijnkorrelig stollingsgesteente dat geen kalsiliet bevat en waarvan de modale mineralogie uit meer dan 10% meliliet, minder dan 10% olivijn, en minder dan 90% veldspaatvervangers bestaat.[1] Als er veldspaatvervangers zijn gaat het meestal om nefelien of leuciet. Bij gesteente dat tussen 0-10% meliliet bevat is de naam geen melilitiet, maar kan men "meliliethoudend" aan de naam toevoegen, bijvoorbeeld "meliliethoudend pyroxeniet". Als olivijn meer dan 10% van de mineralen uitmaakt heet het gesteente "olivijn-melilitiet". Als het gesteente meer dan 90% veldspaatvervanger bevat is het een type meliliet-foidiet, bijvoorbeeld meliliet-nefeliniet als de dominante veldspaatvervanger nefelien is.

In een QAPF-diagram valt meliliet als silica-onderverzadigd gesteente in de onderste driehoek (APF). Als de modale mineralogie niet vast te stellen is kan de normatieve samenstelling gebruikt worden. Melilitiet is gesteente in het F-veld van het TAS-diagram met meer dan 10% normatief larniet en minder kalium- dan natriumoxide.[1]

Melilitiet wordt geassocieerd met intracontinetale rifts zoals de Grote Slenk in het oosten van Afrika of de Boven-Rijnslenk in Zuid-Duitsland. Het komt ook voor in oceanische eilanden zoals in Hawaï. Melilitiet komt vaak samen voor met andere silica-onderverzadigde types vulkanisch gesteente zoals nefeliniet, fonoliet of carbonatiet, en met veel grotere volumes tholeiitische basalt.

Zie ook