Leucitiet

Leucitiet van de Vesuvius, Italië.

Leucitiet is een fijnkorrelig stollingsgesteente met een silica-onderverzadigde, alkalirijke en ultramafische samenstelling. Het is een soort foidiet die gekenmerkt wordt door de veldspaatvervanger (foïde) leuciet. Daarnaast bevat leucitiet ook het mineraal pyroxeen.

In de IUGS-classificatie is leucitiet een gesteente waarvan de modale mineralogie ten minste voor 90% uit veldspaatvervanger bestaat, waarbij leuciet domineert.[1] De rest van het volume bestaat grotendeels uit clinopyroxeen (vooral augiet). Ook kunnen nefelien, olivijn, meliliet en veldspaat aanwezig zijn. Gesteente dat tussen 60-90% veldspaatvervangers bevat is fonolitisch, tefritisch of basanitisch leucitiet:

  • fonolitisch leucitiet heeft meer sanidien dan plagioklaas;
  • tefritisch leucitiet heeft meer plagioklaas dan sanidien en bevat minder dan 10% olivijn;
  • basanitisch leucitiet heeft meer plagioklaas dan sanidien en bevat meer dan 10% olivijn.

Bij minder dan 60% veldspaatvervanger kan de aanwezigheid van leuciet nog steeds in de naam van gesteente kenbaar worden gemaakt door de mineraalnaam als voorvoegsel te gebruiken, bijvoorbeeld "leuciet-basalt" voor basalt waarin leuciet voorkomt.

Leucitiet heeft een afanitische of porfiritische textuur en daarom een vulkanische of hypabyssale oorsprong: het ontstond door het stollen van magma of lava aan of nabij het aardoppervlak.

Zie ook