Cryptophyta

Cryptophyta
Cryptofyten onder de lichtmicroscoop
Taxonomische indeling
Domein:Eukaryota (Eukaryoten)
Clade:Cryptista
Superklasse
Cryptophyta
Silva, 1962[1]
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Cryptophyta op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Cryptophyta, ook wel Cryptomonada, zijn een groep van kleine, eencellige algen waarvan de meeste soorten plastiden bezitten. Cryptomonaden komen vooral voor in zoetwater, maar ook in zee en in brak water zijn ze aangetoond. De cellen zijn ongeveer 5–50 micrometer groot en hebben een afgeplatte morfologie, met aan de voorkant een groeve (gullet).[2] Aan de rand van deze groeve zijn twee flagellen (zweepharen) ingeplant die ongelijk zijn van lengte.

Enkele van de best bestudeerde cryptomonaden zijn fotosynthetisch en leveren daardoor een bijdrage aan de primaire productie, vooral in omgevingen met weinig licht. Andere soorten hebben het vermogen tot fotosynthese verloren, en hebben alleen nog een rudimentair plastide. Weer andere soorten hebben helemaal geen plastiden en leven heterotroof.[2] Cryptomonaden hebben een lange geschiedenis in de wetenschappelijke literatuur: het naamgevende geslacht Cryptomonas werd al in 1831 door Ehrenberg beschreven.

Cryptophyta wordt globaal onderverdeeld twee klassen: de heterotrofe Goniomonadea en de fototrofe Cryptophyceae. Alle vertegenwoordigers worden gekenmerkt door een periplast, ejectosomen en mitochondriën met afgeplatte cristae. Op basis van genoomanalyses wordt aangenomen dat de gemeenschappelijke voorouder van cryptomonaden een hetertrofe eukaryoot was zonder plastiden.[3] De Cryptophyceae hebben hun secundaire plastide pas na de afsplitsing van Goniomonadea verworven.

Kenmerken

Rhodomonas salina

Cryptomonaden hebben karakteristieke organellen, zogeheten ejectosomen, bestaande uit twee spiraalvormige structuren onder spanning. Bij mechanische, chemische of lichtprikkels worden ze uitgestoten, waardoor de cel in een zigzagbeweging wegschiet.[4]

Met uitzondering van de klasse Goniomonadea (zonder plastiden) en Cryptomonas paramecium (met leukoplasten), hebben alle cryptomonaden één of twee chloroplasten met chlorofyl a en c, inclusief fycobiliproteïnen (fycoërytrine of fycocyanine). Ze kunnen bruin, rood of blauwgroen van kleur zijn. De plastiden hebben vier membranen en een nucleomorf, wat wijst op een secundaire endosymbiose met een roodwier.[5]

Sommige soorten, zoals Cryptomonas, kunnen in koloniale stadia of rustcysten verkeren maar keren makkelijk terug naar een vrijlevende vorm. De twee flagellen staan parallel, zijn voorzien van mastigonemen (haartjes), en soms van schubjes. De mitochondriën hebben platte cristae, de mitose is open en geslachtelijke voortplanting is beschreven.[6]

Classificatie

Cryptomonaden hebben chloroplasten die qua structuur sterk lijken op die van stramenopilen en haptofyten. Om deze reden werden de drie groepen door Thomas Cavalier-Smith in het verleden samen ingedeeld onder de naam Chromista.[7] Ultrastructurele kenmerken en moleculaire analyses wijzen echter op aparte evolutionaire herkomst van de chloroplasten van deze groepen.[3] Nieuwer onderzoek plaatst de cryptomonaden als zuster­groep naast de groenwieren [8] of naast de groene algen samen met de glaucofyten.[9] De meest waarschijnlijke naaste verwanten van cryptomonaden zijn de Katablepharida, een groep geflagelleerde protisten die net als cryptomonaden ejectosomen bezitten.

  • Klasse Cryptophyceae Fritsch in West & Fritsch, 1927
  • Klasse Goniomonadea Cavalier-Smith, 1993

Zie ook