Centrohelida
| Centrohelida | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Raphidiophrys contractilis | ||||
| Taxonomische indeling | ||||
| ||||
| Klasse | ||||
| Centrohelida Kühn, 1926 | ||||
| Synoniemen | ||||
| ||||
| Afbeeldingen op | ||||
| Centrohelida op | ||||
| ||||
Centrohelida, in recente classificaties Centroplasthelida genoemd,[1] zijn een groep van protisten. Het zijn eencellige eukaryoten met straalsgewijs uitlopende armen (axopodiën) die intracellulair ondersteund worden door microtubuli. De cellen zijn meestal rond en variëren sterk in grootte, van 3–150 micrometer. In tegenstelling tot andere Heliozoa hebben Centrohelida geen flagellen. De meeste soorten vormen een stevige 'schubben' die het celmembraan omgeven. Verschillende soorten kunnen kleine kolonies vormen.
Centrohelida komen wereldwijd voor. Ze voeden zich met bacteriën, andere protisten en larven van ongewervelde dieren door fagocytose. Bij grote prooien kunnen meerdere cellen samenwerken en zich rond één prooi verenigen. Ze zijn vooral bekend in aquatische omgevingen, met name zoetwater, maar ook in bodems zijn ze zeer soortenrijk.
Evolutionair gezien zijn centroheliden de naaste verwanten van de Haptophyta; samen vormen zij de clade Haptista. Beide groepen zijn te herkennen aan de gemineraliseerde schubben. Er zijn ongeveer 130 soorten beschreven, waarschijnlijk maar een klein deel van de werkelijke diversiteit. Ze worden ingedeeld in elf families, die samen twee hoofdgroepen vormen: Pterocystida en Panacanthocystida.[2]
Beschrijving
Centroheliden zijn eencellige Heliozoa ("zonnediertjes") met intrekbare, straalsgewijze uitlopers genaamd axopodiën. Dit zijn filamenteuze pseudopodia die intern door microtubuli ondersteund worden en dienen voor prooivangst via kinetocysten.[3] In tegenstelling tot andere heliozoa hebben ze geen flagellen en een specifieke ultrastructuur van de mitochondriale cristae. De cellen bevatten een microtubulus-organiserend centrum, de centroplast. De microtubuli in de axopodiën zijn gerangschikt in zeshoekige en driehoekige patronen.[3]
De meeste centroheliden zijn rondom bedekt met organische naaldjes (spiculae) of kiezelhoudende schubben met een soortspecifieke morfologie; enkele zijn naakt of hebben een slijmlaag.[4] Sommige soorten vormen kolonies of hechten zich met een slijmsteel aan het substraat. Hoewel ze normaal gesproken één celkern hebben, kunnen meerdere centroheliden tijdelijk fuseren om grotere prooien te verteren, waarbij een meerkernige cel ontstaat.[5]
Voedingswijze

Centroheliden voeden zich met bacteriën, andere protisten en zelfs larven van ongewervelde dieren via fagocytose (fagotrofie). De voedingswijze is meestal passief: ze vangen prooien die toevallig langs hun axopodiën bewegen. Experimenteel onderzoek naar het voedingsgedrag heeft duidelijk gemaakt dat ze ecologisch belangrijke cyanobacteriën consumeren. Dit is relevant omdat deze cyanobacteriën schadelijke algenbloei kunnen veroorzaken; predatie door centroheliden zou zulke bloei mogelijk helpen reguleren.[6]
Een marien geslacht van centroheliden, Meringosphaera, vertoont kleptoplastie: deze soorten "stelen" de chloroplasten uit hun prooien en gebruiken deze tijdelijk voor fotosynthese. Het gaat hierbij vooral om plastiden afkomstig van heterokonte algen. Hoewel de opname van de chloroplasten een tijdelijk verschijnsel is, zijn sommige genen die bij deze plastiden horen overgedragen naar de kern van de centrohelide-gastheer. Deze zogenoemde endosymbiotische genoverdracht wordt gezien als een belangrijke evolutionaire stap richting het verwerven van permanente plastiden.[7]
Ecologie
Centroheliden zijn vrijlevende protisten met een wereldwijde verspreiding.[8] Ze komen zeer algemeen voor in zoetwatermilieus, met name in de bentische zone, hun belangrijkste niche. Ook in mariene habitats en bodems zijn deze protisten aangetoond (zowel vrijzwevend in de waterkolom als vastgehecht aan het substraat), maar deze soorten zijn minder goed bestudeerd en de diversiteit is nog onvolledig in kaart gebracht. Op basis van milieu-DNA-analyses blijkt dat bodembewonende centroheliden ongeveer twee keer zo soortenrijk zijn als zoetwatersoorten en zelfs tien keer zo divers als mariene soorten.[9] Geschat wordt dat wel 90% van de diversiteit nog niet is ontdekt en beschreven.[10]
Zie ook
Bronnen
- ↑ (en) Adl SM, Bass D, Lane CE, Lukeš J, Schoch CL, Smirnov A, Agatha S. (2019). Revisions to the Classification, Nomenclature, and Diversity of Eukaryotes. Journal of Eukaryotic Microbiology 66 (1): 4-119. DOI: 10.1111/JEU.12691.
- ↑ (en) Shishkin Y, Drachko D, Klimov VI, Zlatogursky VV. (2018). Yogsothoth knorrus gen. n., sp. n. and Y. carteri sp. n. (Yogsothothidae fam. n., Haptista, Centroplasthelida), with Notes on Evolution and Systematics of Centrohelids. Protist 169 (5): 682-696. DOI: 10.1016/j.protis.2018.06.003.
- 1 2 (en) Gast RJ. (2017), 'Centrohelida and Other Heliozoan-Like Protists in: Handbook of the Protists, 2nd, Springer International Publishing, 955–971. ISBN 978-3-319-28149-0. Geraadpleegd op 12 januari 2026.
- ↑ (en) Cavalier-Smith T, Chao EE. (2012). Oxnerella micra sp. n. (Oxnerellidae fam. n.), a Tiny Naked Centrohelid, and the Diversity and Evolution of Heliozoa. Protist 163 (4): 574-601. DOI: 10.1016/j.protis.2011.12.005.
- ↑ Gaponova L, Suzaki T, Islam MS, Kolosiuk A. (2021). Interaction between centrohelid and actinophryid heliozoans: Field and laboratory studies. Journal of Protistology 53 (Japan Society of Protistology). DOI: 10.18980/jop.e004.
- ↑ (en) Zagumyonnyi DG, Gong Y, Huo D, Tikhonenkov DV. (2025). Morphology and phylogeny of the centrohelid heliozoans Raphidocystidae and their ability to consume cyanobacteria. PLOS One 20 (5): e0322585. DOI: 10.1371/journal.pone.0322585.
- ↑ (en) Sørensen ME, Zlatogursky VV, Onuţ-Brännström I, Walraven A, Foster RA, Burki F. (2023). A novel kleptoplastidic symbiosis revealed in the marine centrohelid Meringosphaera with evidence of genetic integration. Current Biology 33 (17): 3571-3584.e6. DOI: 10.1016/j.cub.2023.07.017.
- ↑ (en) Gerasimova EA, Mindolina YV, Tikhonenkov DV, Kataev VY, Balkin AS, Mikhailov KV, Zagumyonnyi DG. (2023). Unexpected ubiquity of heart‐shaped scale morphotype in Centroplasthelida (Haptista): Ancestral trait or multiple acquisitions?. Journal of Eukaryotic Microbiology 70 (6). DOI: 10.1111/jeu.12992.
- ↑ (en) Singer D, Seppey CV, Lentendu G, Dunthorn M, Bass D, Belbahri L, Blandenier Q. et al. (2021). Protist taxonomic and functional diversity in soil, freshwater and marine ecosystems. Environment International 146: 106262. DOI: 10.1016/j.envint.2020.106262.
- ↑ (en) Cavalier-Smith T, Von Der Heyden S. (2007). Molecular phylogeny, scale evolution and taxonomy of centrohelid heliozoa. Molecular Phylogenetics and Evolution 44 (3): 1186-1203. DOI: 10.1016/j.ympev.2007.04.019.
