Avenue de Champagne

Avenue de Champagne, Épernay
Onderdeel van de werelderfgoedinschrijving:
Heuvels, huizen en wijnkelders van de Champagnestreek
Avenue de Champagne
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
Coördinaten 49° 2 NB, 3° 58 OL
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria iii, iv, vi (Uitleg)
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 1465
Inschrijving 2015 (39e sessie)
Kaart
Avenue de Champagne (Frankrijk)
Avenue de Champagne
UNESCO-werelderfgoedlijst

De Avenue de Champagne (Frans, letterlijk Champagnelaan) is een laan in Épernay, in het Franse departement Marne. De weg is 1,6 kilometer lang en loopt van het centrum in oostelijke richting naar de stadsrand. Langs de laan zijn talloze beroemde champagnehuizen, historische gebouwen, tuinen en parken gevestigd. Eronder zijn zo'n 110 kilometer kelders, waarin circa 200 miljoen flessen champagne worden bewaard. Hierdoor wordt de Avenue de Champagne weleens de "rijkste laan ter wereld" genoemd.

Het is een van de grootste trekpleisters van Épernay. Al in 1910 schreef de reisgids Baedeker over Épernay: "Er is niets bijzonders aan, behalve de rijke huizen in de Faubourg de la Folie, in het oosten". Daarnaast vinden er jaarlijks verschillende evenementen plaats, zoals de Soirée Blanche op de Franse nationale feestdag op 14 juli en de Habits de Lumière in het tweede weekend van december.

In 1994 ontving de Avenue de Champagne de erkenning van Site Remarquable du Goût, een erkenning van Frans nationaal erfgoed waarbij de nadruk ligt op de bijzondere link tussen architectuur, cultuur en gastronomie. Er bevinden zich verschillende historische monumenten, waaronder het stadhuis van Épernay en het Château Perrier. Sinds 2015 is de laan een onderdeel van het UNESCO-werelderfgoed “Heuvels, huizen en kelders van de Champagne”. In 2025 was de Avenue de Champagne het centrum van vieringen vanwege twee jubilea: het honderdjarig bestaan van de laan en het tienjarig jubileum van de opname van de Champagnestreek op de UNESCO-werelderfgoedlijst. De vieringen omvatten culturele en sportieve activiteiten.

Zie Champagne (werelderfgoed) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Naamgeving

Plan van de route d'Allemagne begin 19e eeuw

De straat werd in de hoge middeleeuwen Chemin de l’Hôpital genoemd naar het ziekenhuis, hospice d’Orient, waar arme en zieke buitenlanders werden verzorgd. Het hospice was gesticht in 1145 door Thibaut II, graaf van Champagne en gelegen buiten de middeleeuwse stadsmuren.[1][2]

Ten tijde van Lodewijk XV werd de wijk Faubourg de la Folie (Voorstad of Wijk van Waanzin) genoemd, waarschijnlijk verwijzend naar de rijke eigenaren. De straat begon meer bekendheid te krijgen in de achttiende eeuw, toen de eerste wijnkelders gegraven werden. Toen werd de naam gewijzigd naar Route d'Allemagne aangezien ze op de route lag die Parijs met het Duitse Rijk (of Heilige Roomse Rijk) verbond. De straat werd later omgedoopt in La Voie Royale. Na de Franse Revolutie werd het de Rue du Commerce en toen vestigden zich er de eerste grote champagnehuizen.

De treinroute Parijs-Épernay die op 2 september 1849 werd geopend, bood nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden voor de champagnehandel. Als reactie op de groei nam de gemeenteraad op 27 februari 1925 een resolutie aan, waarbij de Rue du Commerce werd omgevormd tot Avenue de Champagne.[3]

Het Plein van de Republiek, het begin van de Avenue de Champagne

Situering

De Avenue de Champagne begint bij het Plein van de Republiek (Frans: Place de la République), een groot rond punt in het centrum van de stad, en loopt oostwaarts richting Châlons-en-Champagne. De laan is 1,6 kilometer lang en gaat bij het verlaten van de stad over in de departementale weg D3. Ze loopt parallel aan de spoorlijn ParijsStraatsburg.[1]

Ruimtelijk gezien onderscheidt de laan zich van het smalle en over het algemeen meer verstoken stadscentrum aan de westkant, dankzij het zacht glooiende perspectief dat het biedt met zijn neoklassieke kastelen, champagnehuizen en zijn groene parken en tuinen.

Sinds de werkzaamheden in 2009 zijn afgerond, is de 5,60 meter brede weg van het Plein van de Republiek tot aan de Place de Champagne geasfalteerd.[1][4] De trottoirs zijn elk 5,40 of 5,70 meter breed.[4][5] Op dit gedeelte is de Avenue de Champagne 940 meter lang, met een hoogteverschil van twaalf meter. Er zijn fietspaden aangelegd tot aan de rue Emmanuel Chabrier, richting de wijk Bernon.

Gebouwen en parken

Belangrijkste champagnehuizen in 1895 langs de Rue du Commerce

Stadhuis van Épernay, vroeger Hôtel Auban-Moët (nr. 7bis)

Zie Stadhuis van Épernay voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het stadhuis van Épernay is gevestigd op nummer 7bis in het voormalige herenhuis Auban-Moët, gebouwd in 1858 door Victor Moët (1797-1881) naar het ontwerp van de architect Victor Le Noir, die ook het station Paris-Montparnasse ontwierp. Begin negentiende eeuw liet Jean-Baptiste Isabey het gebouw in klassieke stijl herontwerpen voor Jean-Remy Moët (1758-1841), eigenaar van het Hôtel Auban-Moët en burgemeester van Épernay.[6] De huidige indeling dateert uit 1857 en is het werk van de gebroeders Denis en Eugène Bühler. Het werd in 1919 aan de stad geschonken, die het in 1920 in dienst nam als stadhuis. Het gebouw herbergt luxueuze zalen, waaronder de trouwzaal en de raadzaal.

Tussen 1872 en 1884 werden de conciërgewoning en de oranjerie op de uiterste grens van een uitgestrekt park gebouwd naar de plannen van de architect Alphonse Gosset (1835-1914).[7] In 1920 werd het park samen met het herenhuis Auban-Moët door de gemeente verworven en openbaar gemaakt. Het deel van het park rondom het stadhuis is in Franse stijl aangelegd, om de klassieke en sobere gevel van het gebouw te benadrukken. Het bestaat uit een graspad en twee symmetrische toegangspaden die in de vorm van een hoefijzer rond een fontein zijn geplaatst. Het is versierd met twee bronzen leeuwen, gietijzeren beelden van oude goden en diverse andere beelden. Het andere deel van het park is in Engelse stijl aangelegd: het wordt doorkruist door heuvelachtige paden, bosjes, twee waterpoelen, een kunstmatig eiland en een rotsgrot met een waterval. Aan deze kant van de tuin staat een tempel van de liefde, gebouwd van kalksteen. Deze belvedère met Korinthische zuilen heeft een cassetteplafond. Het is geïnspireerd op de Tempel van de Liefde in het Petit Trianon in Versailles. De Tempel van de Liefde werd in 2004 gerestaureerd en een deel van het park werd tussen 2005 en 2011 heringericht.[8]

Het gebouw is sinds 26 juni 2012 ingeschreven als beschermd historisch erfgoed (Frans: monument historique).[7][9] Het park heeft het label Jardin Remarquable van het Franse ministerie van Cultuur.[8]

Hôtel Chandon en Résidence de Trianon (nr. 9)

De gebouwen van Moët & Chandon, een van de oudste champagnehuizen, zijn gelegen aan het begin van de laan. Claude Moët (1683-1760), oprichter van het huis in 1743, was een van de eerste inwoners die zich buiten de beschermende stadswallen vestigde.[6][10] Op de plek van het huidige Hôtel Moët liet hij kelders graven, alsook een pers installeren en tuinen aanleggen.

Het Hôtel Chandon, gelegen aan nummer 9 tegenover het Hôtel Moët, werd tussen 1805 en 1817 gebouwd door Jean-Rémy Moët voor zijn zoon Victor. Het neoklassieke gebouw is ontworpen in een neoklassieke stijl en vormt samen met de Résidence de Trianon een symmetrisch geheel rondom een centrale binnenplaats. Het ontwerp wordt toegeschreven aan Jean-Baptiste Isabey, een gerenommeerde decorateur uit die tijd. Hoewel het interieur tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar beschadigd raakte en in de jaren 1980 werd herbouwd, is het oorspronkelijke houten trappenhuis behouden gebleven. Tegenwoordig wordt dit gebouw gebruikt voor interne vergaderingen en seminars van Moët & Chandon.

De Résidence de Trianon, eveneens op nummer 9 en gebouwd op hetzelfde moment als Hôtel Chandon, was bedoeld voor Jean-Rémy Moëts dochter, Adélaïde. Dit neoklassieke gebouw heeft zijn historische charme behouden en fungeert sinds 1967 als ontvangstlocatie voor speciale gasten van het champagnehuis. Een kenmerk van de Résidence is de muziekzaal, waar componist Richard Wagner in 1858 inspiratie vond voor zijn opera "Tristan und Isolde" terwijl hij speelde op een achttienstemmig Cavaillé-Coll orgel.

De tuin van de Résidence de Trianon is aangelegd in een formele Franse stijl, met een centraal gelegen vijver van 50 meter in de vorm van een champagnefles, omgeven door zorgvuldig onderhouden bloemperken en gazons. Aan het einde van de tuin bevindt zich een elegante orangerie, die nog steeds exotische planten en palmbomen herbergt.

Maison Belle Époque (nr. 11)

Het gebouw tijdens "Habits de lumière" in 2024
Zie Maison Belle Époque voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Maison Belle Époque is een gebouw uit de late negentiende eeuw dat verbonden is met het champagnemerk Perrier-Jouët. Het staat bekend om zijn art-nouveau-interieur en collectie toegepaste kunst. Het pand werd in 1902 gekocht door de familie Perrier-Jouët, die het gebruikte als privéresidentie. In de tweede helft van de twintigste eeuw onderging het huis een zorgvuldige restauratie, waarbij vakmensen en kunstenaars de oorspronkelijke art-nouveau-elementen herstelden. Het herenhuis werd in 2017 opnieuw geopend na restauratie als een ontvangst- en belevingsruimte voor het champagnehuis.[11] In 2021 stelde Maison Belle Époque voor het eerst haar deuren open voor het grotere publiek.

Museum in Château Perrier (nr. 13)

Zie Kasteel Perrier voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Château Perrier, op nummer 13, werd gebouwd van 1852 tot 1857 door de architect Pierre-Eugène Cordier, in een eclectische Lodewijk XIII-stijl.[12] In 1854 gaven het in 1811 getrouwde koppel Pierre-Nicolas Perrier, een kurkfabrikant, en Adèle Jouët (de stichters van champagnehuis Perrier-Jouët) de opdracht tot de bouw van dit kasteel.[13] De vier gevels zijn geïnspireerd op de architectuur van de Franse renaissance, tot het Parijse beeld van het Palais du Luxembourg, het Palais des Tuileries of de Lescot van het Louvre. De gevels zijn een kleurenspel met materialen zoals baksteen, natuursteen, leisteen en glas.

In 2011 ontstond het idee voor het huidige Museum voor Champagne en Regionale Archeologie.[12] Het project werd in 2014 goedgekeurd door het Franse Ministerie van Cultuur, waarna in 2016 de renovatiewerkzaamheden toevertrouwd werden aan het architectenbureau Frenak + Jullien. Deze werken gingen in 2018 van start, onder toezicht van de hoofdarchitect van de historische monumenten, Lionel Dubois. Château Perrier is nu gerestaureerd en bevat een van de belangrijkste archeologische tentoonstellingen in Frankrijk, met ongeveer 80.000 regionale artefacten (daterend uit het Paleolithicum tot de Vroege Middenperiode) en 4.000 artefacten met betrekking tot de geschiedenis van de champagnewijn (sinds 1960).[13]

Het gebouw is een geklasseerd historisch monument sinds 2 oktober 2013.[14]

Hoofdkantoor Moët & Chandon (nr. 18)

Op nummer 18 is het hoofdkantoor van Moët & Chandon gevestigd.[15] In de jaren 1920 wilde het huis, onder leiding van voorzitter Jean-Rémy Chandon-Moët, een aantal oude gebouwen vervangen die door de bombardementen van de Eerste Wereldoorlog waren beschadigd. De architecten Henri Piquart (1860-1946) en Brunoy de Maigret (1888-1966) leidden dit werk, dat duurde van 1928 tot 1932.[16][17][18] Het nieuwe gebouw is een vierhoek van gewapend beton, gebouwd in art-decostijl, die contrasteert met de andere naoorlogse reconstructies qua omvang en de teruggetrokken ligging ten opzichte van de laan.[16] Het beton is doorboord met grote openingen en versierd met gele bakstenen en gehouwen steen aan de voet van het gebouw. Het gebouw is versierd met een kroonlijst en heeft een plat dak. Het gebouw, dat verbonden was met de kelders van Moët & Chandon onder de laan, bracht oorspronkelijk alle activiteiten van het huis samen, van de productie van champagne tot de verzending. In het midden bevindt zich een grote binnenplaats die gebruikt wordt om champagne te vervoeren. Deze binnenplaats werd echter opgevuld en vervangen door administratieve ruimten. In de 21e eeuw huisvest het terrein het hoofdkantoor van het bedrijf, een bezoekers- en verkoopruimte en een deel van de productie.[15]

Het gebouw heeft sinds 2015 het label “Opmerkelijke Hedendaagse Architectuur” gekregen.[16][19]

Hôtel Moët (nr. 20)

Hôtel Moët (nr. 20)

In 1793 gaf Jean-Remy Moët, kleinzoon van de oprichter, opdracht tot de bouw van het neoklassieke Hôtel Moët aan wat toen bekendstond als de Faubourg de la Folie. Hij nam zijn intrek in het herenhuis met één verdieping en een valse zolder, waardoor de constructie lichter lijkt. Het werd een centrum voor gastvrijheid, waar vooraanstaande gasten zoals Napoleon Bonaparte en keizerin Joséphine werden ontvangen.

Hoewel het interieur na de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog is herbouwd, blijft de buitenkant een toonbeeld van elegantie. De gevel, opgetrokken uit witte steen en leisteen, wordt gekenmerkt door een centraal hoofdgebouw met twee zijvleugels die een U-vormige binnenplaats omsluiten. Dit ontwerp is representatief voor de 18e-eeuwse architectuur.

Achter het gebouw strekt zich een uitgestrekte Engelse tuin uit, ontworpen met kronkelende paden, een sierlijke vijver en zorgvuldig onderhouden groen, wat bijdroeg aan de allure van het pand. Een bijzonder element in deze tuin is de "Boom van de Drie Keizers", een oude Japanse pagodeboom waaronder op 21 maart 1814 tsaar Alexander I van Rusland, keizer Frans I van Oostenrijk en koning Frederik Willem III van Pruisen samen champagne dronken.[20]

Hôtel Papelard (nr. 22)

Hôtel Papelard (nr. 22)

Het Hôtel Papelard, aan nummer 22, is een ander voorbeeld van de architectuur van een particulier herenhuis en de aanhoudende wens van de champagnehandelaren om zich aan de laan te vestigen.[21]

In 1794 liet Jean Guyot, een wijnhandelaar, een privéwoning met meerdere kelders bouwen om zijn beroep uit te oefenen. Het gebouw, dat nog niet af was, werd in 1795 verkocht aan François-Gratien Camiat, eveneens een wijnhandelaar. Zo kreeg het hotel zijn oorspronkelijke naam, totdat het in 1856 werd overgenomen door het champagnehuis Papelard en de naam Hôtel Papelard kreeg. In 1920 werd Moët & Chandon eigenaar en vestigde er haar commerciële diensten en richtte er haar personeelsverblijven in.[22]

Perrier-Jouët (nr. 24-26)

Het gebouw op nummer 26 werd eind 18e eeuw gebouwd. Door de eeuwen heen kreeg het huis met zijn wijnkelders, tuinen en collectie kunstwerken een heel eigen karakter.

In 1850 wordt Eugène Gallice, de schoonbroer en zakenpartner van Charles Perrier (zoon van de oprichters) eigenaar van dit stijlvolle huis. Als grote kunstliefhebber en oprichter van de Société d’histoire et d’art français verzamelt Eugène Gallice schilderijen en tekeningen. Hij geeft zijn passie door aan zijn zonen, Henri en Octave. De eerste neemt de leiding van Maison Perrier-Jouët over, terwijl zijn broer zijn tijd grotendeels in Parijs doorbrengt, waar hij een zorgeloos leven leidt, volledig in de stijl van de belle époque. Octave is bovendien bevriend met tal van kunstenaars en vraagt in 1902 aan Emile Gallé, een van de pioniers van de art nouveau, om een unieke fles te creëren voor Champagne Perrier-Jouët. Het resultaat: vier magnumflessen versierd met witte Japanse anemonen, die uitgroeien tot het embleem van het huis.[23]

Hôtel Gallice van De Venoge (nr. 33)

Het champagnehuis De Venoge, gevestigd op nummer 33, werd opgericht in 1837 door Henri-Marc de Venoge. Het is een van de eerste huizen die een Blanc de Noirs introduceerde. Het Hôtel Gallice (ook Maison Gallice genoemd) werd tussen 1898 en 1899 gebouwd door Charles Blondel op verzoek van Marcel Gallice, de toenmalige president van Perrier-Jouët.[24] Het landhuis werd door de laatste telg van de familie Gallice verkocht aan de overheid.[25] In 1986 richtte de regio Champagne-Ardenne het Regionaal Cultureel Bureau Champagne-Ardenne (ORCCA) op. In 2014 werd het landhuis door de regio verkocht aan het champagnehuis Venoge.[24] Na een jaar renovatie herbergt het gebouw het hoofdkantoor van het champagnehuis, suites en een bar.

Het Hôtel Gallice is gebouwd in neoklassieke stijl, met gehouwen steen en leisteen. De ramen zijn versierd met petten van gendarmes. De voorgevel wordt gekenmerkt door een luifel en een balkon van gepantserd ijzer, ondersteund door twee griffioenen rondom de initialen van de eigenaar. Aan de achterzijde van het gebouw bevindt zich een balkon op vier consoles in de vorm van een leeuwenkop en een terras, in het midden afgerond met een stenen balustrade. Het hotel ligt achter een binnenplaats die afgesloten is door een poort. Aan de voorzijde van deze binnenplaats bevinden zich de bijgebouwen en hoofdgebouwen, terwijl aan de achterzijde van het gebouw het park in Engelse stijl ligt.

Het Hôtel Gallice staat bekend om de open haard met houtsnijwerk in de eetkamer, van Charles Blondel, en om de trap, die verlicht wordt door een glas-in-loodraam van Jacques Gruber. Dit glas-in-loodraam uit 1921 stelt een Vrijheidsengel voor, een allegorie van de Overwinning en een herdenking van de marteldood van Épernay tijdens de Eerste Wereldoorlog, vertegenwoordigd door de verwoeste kerk Notre-Dame d'Épernay. Het glas-in-loodraam staat sinds 1991 op de monumentenlijst als meubelstuk.[25]

Pol Roger (nr. 34)

Dit familiebedrijf, opgericht in 1849, heeft een reputatie voor kwaliteit en traditie. Het huis, op nummer 34, is vooral bekend als de favoriete champagne van Sir Winston Churchill. De gebouwen werden gebouwd volgens de plannen van architect F. Gallot in 1930 en 1931. Op 23 februari 1900 werd een deel van de kelders van Pol Roger, samen met de flessen die zich daar bevonden, bedolven onder een zware aardverschuiving, vlakbij de rue Godart-Roger.

Huis Elizabeth Vollereaux of Hôtel de Billy (nr. 37)

Huis Elizabeth Vollereaux (nr. 37)

Huis Elizabeth Vollereaux, vroeger Hôtel de Billy, op nummer 37 is een woning in neonrenaissancestijl, vermoedelijk gebouwd aan het einde van de negentiende eeuw. Begin twintigste eeuw was deze woning eigendom van Alphonse de Billy, directeur van de gasfabriek van Épernay. In 1987 verhuisde de eigenaar van Champagne Vollereaux naar Hôtel de Billy. Sinds 2004 is dit gebouw opgenomen in de inventaris van Franse monumenten.[26]

Villa Rose (nr. 39)

Villa Rose (nr. 39)

De bouw van Villa Rose dateert uit 1894. Het lijkt erop dat het niet voor commerciële doeleinden is gebruikt. In 1904 werd de villa verkocht door de familie François-Wachter. Frédéric François-Wachter, die in 1904 op 70-jarige leeftijd overleed, was een champagnewijnhandelaar en was rechter geweest bij de handelsrechtbank. Hij was nog steeds lid van de Hospice Administrative Commission. Het huis werd vervolgens bewoond door de koopman Lucien Charles Durand, schoonzoon van Eugène Mercier, en in 1928 door René François Lallier, echtgenoot van Hélène Marie Deutz, die sinds 1904 het huis Deutz beheerde, dat in 1938 in Aÿ was opgericht. In 1984 werd de villa verkocht aan Toit Champenois. Het huis is verdeeld in zeven appartementen.

De naam, de “Villa Rose”, komt van de naam van de bloemen die op het terrein aanwezig waren vóór de bouw van de villa en niet van de kleur van de gevel.

Boizel (nr. 46)

Op nummer 46 bevindt zich het familiebedrijf Boizel, opgericht in 1834.[27] Rond 1847 verdeelde de koopman Isidore Godart het land dat hij bezat aan de rue du Commerce onder zijn twee zonen. Isidore-Bertrand kreeg de locatie van het huidige nummer 46 toegewezen en liet er onmiddellijk kelders graven en het gebouw aan de straat rechts van de poort bouwen. Zijn broer Melchior erfde het aangrenzende perceel, waarop hij een ander handelshuis bouwde. In 1852 verkocht Melchior Godart zijn eigendom aan Georges Wachter en verhuisde naar het huis van zijn broer. Daar liet hij een grote kelder bouwen aan de achterkant van de binnenplaats, boven nieuwe kelders. Vervolgens liet hij een gebouw aan de straatkant bouwen, identiek aan het eerste gebouw dat Isidore-Bertrand had gebouwd. Frédéric François-Wachter, schoonzoon van Georges Wachter, voegde de twee eigendommen in 1884 samen.

In 1984 werd het terrein verkocht aan huis Boizel, dat het momenteel exploiteert.[27] De site bestaat uit twee afzonderlijke eenheden. Aan de Avenue de Champagne omlijsten twee paviljoens de toegangspoort. De muren zijn gepleisterd en de kozijnen zijn van baksteen, wat ze in de lokale bouwstijl plaatst. De halfronde erkers op de begane grond en de oculusvormige dakramen sluiten aan bij de Italiaanse bouwstijl.

De Castellane (nr. 63)

Zie De Castellane voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het gebouw van Champagne de Castellane, gelegen op nummer 63, is een iconisch architecturaal en historisch monument, van ver herkenbaar aan de 66 meter hoge toren in een neorenaissance-stijl. Het werd opgericht in 1895 door graaf Florens de Castellane. De toren, ontworpen door de architect M. Tournaire, werd opgericht als een herkenningspunt voor het champagnehuis en fungeert als een symbool van prestige en traditie. De rode en witte bakstenen gevel met decoratieve motieven en het wapenschild van de familie de Castellane benadrukken de elegante en historische uitstraling van het gebouw.

Het huis bevat tevens een museum gewijd aan de geschiedenis van Champagne, met een verzameling oude etiketten, reclameposters en traditionele productiemiddelen. Vanuit de toren krijgt men een panoramisch uitzicht over Épernay en de omliggende wijngaarden.

Mercier (nr. 68-70)

Zie Mercier (champagne) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het huis op nummers 68-70 werd opgericht in 1858.[28] Eugène Mercier kocht geleidelijk een aantal percelen om er een modern en functioneel complex te bouwen. Hij liet achttien kilometer aan kelders graven tot een diepte van 30 meter, bouwde gebouwen voor kantoren en huisvesting voor de bazen. Het etablissement valt op door de rationele opzet. De keldergalerijen, ontworpen volgens een rasterplan met één verdieping, komen uit op hetzelfde niveau als de spoorlijn, waarmee ze via een zijspoor verbonden zijn. Hun werk zal 6 jaar duren (1871-1877). In 1885 werden ze opengesteld voor het publiek en in 1891 bezocht de president van de republiek, Sadi Carnot, ze in een door paarden getrokken koets.

Mercier staat bekend om zijn toegankelijke benadering van champagne. In de inkomhal staat een groot wijnvat uit 1889 met een inhoud van 150.000 liter (equivalent van 200.000 flessen).[29][30] Mercier presenteerde het op de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs. Een hoogtepunt van het bezoek is een rit met een lasergeleide trein door de indrukwekkende kelders.

Château de Pékin (nr. 79)

Zie Kasteel van Peking voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Château de Pékin is gelegen aan 79 Avenue de Champagne. Dit kasteel werd in 1859 gebouwd voor de wijnhandelaar François Abelé. In 1873 werd het overgenomen door Eugène Mercier, die het gebruikte als hoofdkwartier voor zijn champagnehuis. Het kasteel combineert residentiële en industriële functies en valt op door zijn luxueuze architectuur door het gebruik van speciale materialen zoals gesneden kalksteen en leien daken. Na een periode van verwaarlozing werd het in 2000 volledig gerestaureerd en dient het nu als het hoofdkantoor van Champagne Comtesse Lafond.

Villa Eugène (nr. 84)

De Villa Eugène is een negentiende-eeuws herenhuis, gelegen op nummer 84 en gebouwd in 1860 in opdracht van Eugène Mercier. Het gebouw is ontworpen in een negentiende-eeuwse architecturale stijl die de elegantie en grandeur van die periode weerspiegelt. Het was oorspronkelijk de residentie van de familie Mercier. Het herenhuis is in 2015[31] volledig gerenoveerd en omgevormd tot een luxe 5-sterrenhotel, waarbij de architectuur en inrichting zorgvuldig zijn behouden om de stijl en traditie van dit historische familiehuis te weerspiegelen.

Het interieur van Hotel La Villa Eugène weerspiegelt de elegantie en verfijning van een negentiende-eeuws herenhuis, gecombineerd met modern comfort. De kamers zijn individueel ingericht met Louis XVI-meubilair en hebben decoratieve accenten in zachte, harmonieuze tinten. Centraal in het hotel bevindt zich de historische orangerie met een mozaïekvloer en een glazen dak, dat zowel in de zomer als in de winter een uitzicht geeft op het omliggende beboste park van ongeveer 5000 m² (0,5 hectare, een voetbalveld).

Kelders

Kelders van Moët & Chandon
Zie Kelders van de Avenue de Champagne voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De kelders van de Avenue de Champagne in Épernay vormen een circa 110 kilometer[32] lang netwerk van ondergrondse gangen, uitgehouwen in krijtrotsen die dankzij hun constante temperatuur en vochtigheid ideaal zijn voor de rijping van champagne. Ze huisvesten ongeveer 200 miljoen flessen[32] en behoren sinds 2015 tot het UNESCO-werelderfgoed “Heuvels, huizen en kelders van de Champagne”. De grootste kelders zijn die van Moët & Chandon (28 kilometer) en Mercier (18 kilometer), gelegen tot wel 40 meter diep (gemiddeld 20 meter). Het complex heeft zowel historische als industriële waarde en weerspiegelt eeuwen van champagneproductie en regionaal erfgoed.

Naast Moët & Chandon en Mercier bevinden zich onder de Avenue de Champagne ook de kelders van gerenommeerde huizen als Perrier-Jouët, Pol Roger, Boizel, De Castellane en Charles Mignon. Tijdens oorlogen, met name de Eerste Wereldoorlog, dienden deze kelders als schuilplaatsen voor de bevolking en als opslagplaatsen voor kostbare goederen. De architectuur en decoratie van sommige galerijen, waaronder reliëfs, beelden en verlichte gangen, tonen een nauwe band tussen wijnbouw, vakmanschap en kunst. In de 19e eeuw liet Eugène Mercier bovendien zijn kelders uitgraven volgens een industrieel ontwerp met monumentale proporties, dat sindsdien ook kunstenaars en fotografen heeft geïnspireerd als symbool van de “ondergrondse kathedralen” van Champagne.

Toerisme

Het toeristisch kantoor van Épernay aan het begin van de laan

In 1910 schreef de reisgids Baedeker over Épernay: "Er is niets bijzonders aan, behalve de rijke huizen in de Faubourg de la Folie, in het oosten".[33]

Vanwege de prestigieuze champagnehuizen en de miljoenen flessen champagne die in de kelders liggen opgeslagen, wordt de Avenue de Champagne vaak omschreven als "de meest prestigieuze weg" van de stad of als de "Champs-Élysées" van Épernay. De laan wordt beschouwd als de “meest bezochte toeristische trekpleister van Épernay” en verwelkomt jaarlijks 400.000 (2018) tot 450.000 bezoekers (2023, schatting door het toeristisch kantoor).[34][35]

Een bezoek aan de kelders is een van de toeristische trekpleisters van de Avenue de Champagne. Het eerste huis aan de laan dat zijn kelders voor het publiek openstelde, was Moët & Chandon. Tussen 1807 en 1832 bezochten alle Franse staatshoofden deze kelders. Het huis Mercier had vanaf het einde van de negentiende eeuw medewerkers in dienst die zich toelegden op het bezoeken van de kelders. Eind twintigste eeuw boden alle huizen aan de laan rondleidingen door de kelders aan, gevolgd door proeverijen. De Mercier-ruimte, die eind jaren 1980 werd geopend, is een illustratie van hun verlangen om een toeristische attractie te worden. In 1996 verenigden verschillende champagnehuizen aan de laan zich om het Comité de l’Avenue de Champagne te vormen, om de locatie vanuit cultureel en toeristisch oogpunt te promoten.[36]

Het toeristenbureau van Épernay is sinds 1995 gevestigd op nummer 7 in een voormalig pand van de familie Auban-Moët. In 2017 heeft de stad een gratis mobiele augmented reality-applicatie opgezet om de laan te ontdekken. In 2021 opende een champagnewijn- en archeologiemuseum in Château Perrier. Het Champagnetraditiemuseum van het huis Castellane is eveneens in de buurt van de avenue gevestigd.

Evenementen

Verschillende culturele evenementen in Épernay vinden plaats op of rond de Avenue de Champagne. Het gaat over het zomermuziekfestival “Voi(x)là l’été”, dat in de maand juli georganiseerd wordt in de tuinen van het stadhuis.[37] Verder vinden de “Habits de Lumière” en de “Soirée blanche” plaats, georganiseerd door de stad Épernay en medegefinancierd door verschillende partners en mecenassen verenigd in de “club van partners van de Avenue de Champagne”.[38] Van 2009 tot 2014 vond ook de “Nuits de l’Avenue de Champagne” in de maanden juli en augustus plaats.

De “Habits de Lumière” werden in 1999 gecreëerd, geïnspireerd door het Lichtfestival in Lyon.[39] De “Habits de Lumière”, die elk jaar op het tweede weekend van december worden georganiseerd in samenwerking met het Comité van de Avenue de Champagne, bieden verlichting, videomapping, straatshows, champagnebars en vuurwerk op de Avenue de Champagne op vrijdag- en zaterdagavond.[1] De champagnehuizen aan de laan doen mee aan het evenement en openen hun deuren. Op zaterdag worden er activiteiten aangeboden gericht op de gastronomie, “Habits de Saveurs”. Op zondagen paraderen oude voertuigen door de straten van de stad. Het evenement trekt regelmatig meer dan 40.000 toeschouwers, waarmee het het grootste evenement in de stad Épernay is.[1] De editie van 2023 trok 63.000 bezoekers in drie dagen, een record.[40]

In 2009 vonden de eerste “Nuits de l’Avenue de Champagne” plaats, met shows langs de laan.[41] Vanaf 2012 werd het format veranderd in een klank- en lichtspel dat op de gevel van Château Perrier werd geprojecteerd.[41] Er kwamen zo'n 15.000 toeschouwers op dit zomerevenement af, dat eind 2014 om budgettaire redenen werd geannuleerd.

Sinds 2015 en de erkenning als UNESCO-werelderfgoed van de “Heuvels, huizen en kelders van de Champagne”, wordt elk jaar op de Franse feestdag op veertien juli door de stad Épernay de “Soirée Blanche” (Witte Avond) georganiseerd. Voor deze picknick stonden in 2022 250 tafels en 1500 stoelen opgesteld, waarbij de gasten geheel in het wit gekleed zijn.[42] De avond wordt begeleid door muziek en champagnebars en afgesloten door een traditionele vuurwerk. In 2022 werd het aantal aanwezigen geschat op meer dan 13.000 deelnemers, terwijl dit aantal in 2025 al opliep tot 16.000.[42][43]

Sinds 1991 organiseert het Aartsbroederschap Sint-Vincent van de wijnbouwers van de Champagne (Frans: Archiconfrérie Saint-Vincent des Vignerons de la Champagne) elk jaar een parade in traditionele kledij, een paar dagen voor het feest van Sint-Vincentius dat op 22 januari wordt gevierd ter ere van Vincentius van Zaragoza, de patroonheilige van de wijnbouwers. Deze viering vindt twee jaar op rij plaats in Épernay en vervolgens, het derde jaar, in een andere stad in de Champagne-wijngaard (Château-Thierry, Reims of Troyes). Wanneer dit evenement in Épernay plaatsvindt, houden 80 tot 90 broederschappen uit dorpen en champagnehuizen langs de Avenue de Champagne een parade, voorafgaand aan een mis in de Notre-Dame-kerk.

Zie Aartsbroederschap Sint-Vincent van de wijnbouwers van de Champagne voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Naast deze culturele evenementen is de Avenue de Champagne een verzamelpunt voor veel lokale sportevenementen, zoals de tien kilometer van Épernay (georganiseerd door de Racing Club Épernay Athlétisme), de Sparnatrail (georganiseerd door de Joggingclub d’Épernay sinds 1996), de motorparade Défil’Mania (georganiseerd door de Moto Club d’Épernay sinds 1989) en de Rallye Monte-Carlo Historique die vertrekt vanuit Reims. De laan werd ook doorkruist door verschillende edities van de Tour de France: in 2010, 2012, 2014, 2019 en in 2022 voor de derde etappe van de Tour de France Femmes.[44] Op 30 juni 2024 werd op de Avenue de Champagne de estafette met de olympische fakkel georganiseerd ter voorbereiding op de Olympische Spelen in Parijs.

Ook protestdemonstraties vinden langs de laan plaats, zoals bepaalde vakbondsoptochten (met name op 1 mei) of de Pride-mars, sinds 2022 in juni georganiseerd door de LGBT+-vereniging Couleur champenoise.[45][46]

Trivia

  • Er bestaat ook een Avenue de Champagne in Reims, maar deze is minder bekend.

Zie ook

Zie de categorie Buildings on Avenue de Champagne (Épernay) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.