Kelders van de Avenue de Champagne

Kelders van de Avenue de Champagne, Épernay
Onderdeel van de werelderfgoedinschrijving:
Heuvels, huizen en wijnkelders van de Champagnestreek
De Grote galerij bij Mercier
De Grote galerij bij Mercier
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
Coördinaten 49° 3 NB, 3° 58 OL
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria iii, iv, vi (Uitleg)
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 1465
Inschrijving 2015 (39e sessie)
Kaart
Kelders van de Avenue de Champagne (Frankrijk)
Kelders van de Avenue de Champagne
UNESCO-werelderfgoedlijst

De kelders van de Avenue de Champagne zijn een uitgestrekt netwerk van ondergrondse galerijen die in de krijtrotsen onder de Avenue de Champagne in de Franse stad Épernay zijn uitgegraven. Ze worden al eeuwenlang voor verschillende doeleinden gebruikt en vormen een historisch, cultureel en industrieel erfgoed van de regio, met name voor de productie van champagne en hun rol tijdens gewapende conflicten.

Sinds 2015 zijn de kelders onder de beroemde laan een onderdeel van het UNESCO-werelderfgoedHeuvels, huizen en kelders van de Champagne”.[1] De kalkrijke bodem zorgt van nature voor een constante temperatuur tussen tien en twaalf °C en behoudt een hoge luchtvochtigheid; ideale omstandigheden voor de rijping van Champagne.

De lengte van de kelders in Épernay (laan en omliggende straten) wordt geschat op ca. 110 km,[2] met het huis Moët & Chandon met kelders van 28 km en het huis Mercier met kelders van achttien km als de twee grootste. De gemiddelde diepte van de kelders bedraagt ca. twintig meter, alleen de kelders van het huis de Castellane halen een maximum diepte tot 40 meter.[3] In deze kelders liggen ca. 200 miljoen flessen (2025).[2][4]

Overzicht

Op de plannen uit de aanvraag tot herkenning als werelderfgoed[5] stellen de gekleurde lijnen de kelders voor die op verschillende diepten zijn uitgegraven onder de laan en die zich min of meer met elkaar verweven, vooral aan de linkerkant. Op de kaart staan twee duidelijk te onderscheiden complexen die met elkaar verbonden zijn door een verbindingstunnel gebouwd in 1970 van bijna 900 meter lang. In 1970, nam het huis Moët & Chandon het champagnehuis Mercier over.

Het complex links behoort vooral toe aan Moët & Chandon en is met 28 km het grootste keldercomplex ontstaan uit het samenvoegen van verschillende gegraven of gekochte kelders. Naast de kelders van Moët & Chandon, zijn er ook de kelders van Perrier-Jouët, Pol Roger, Boizel en andere champagnehuizen.

Het rechtse complex op het plan is een monument uit het industriële tijdperk (orthogonaal plan, rechte, brede en hoge galerijen). Het is het werk van Eugène Mercier, de eigenaar van het gelijknamige champagnehuis, die de galerijen liet uitgraven tussen 1871 en 1878. Ongeveer 42.525 m² aan galerijen liggen haaks op het spoorwegemplacement. Op een enkel niveau zijn er 47 galerijen en kelders die samen een lengte van achttien km bereiken. Het groene deel behoort toe aan Mercier, het rose deel aan het huis de Castellane.

Geschiedenis

Kelders van Moët & Chandon

Zie Moët & Chandon#Kelders voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De oudste secties van de kelders van Moët & Chandon dateren uit de achttiende eeuw, kort na de oprichting van het huis in 1743, toen de eerste gangen werden uitgegraven onder de Engelse tuin van het Hôtel Moët en onder de Avenue de Champagne. In de tweede helft van de achttiende eeuw bereikte dit netwerk reeds een lengte van ongeveer twee kilometer.

In 1813 bedroeg de totale lengte van de gangen nog steeds circa twee kilometer,[6] maar in de loop van de negentiende eeuw volgden aanzienlijke uitbreidingen. Het huis verwierf aangrenzende kelders, waaronder die van Museux en Gobin, waardoor de ondergrondse oppervlakte in 1862 opliep tot ongeveer 30.000 m². Tussen 1868 en 1872 werden nieuwe “tirage”-kelders aangelegd, ontworpen voor een grotere opslagcapaciteit en een efficiënter productieproces.

Tegen 1880 was het gangenstelsel uitgegroeid tot ruim elf kilometer,[6] verdeeld over hoge en lage galerijen. In 1889 werd er elektrische verlichting geïnstalleerd, wat zowel het werk als het bezoek aan de kelders aanzienlijk vergemakkelijkte. Verdere uitbreidingen in de daaropvolgende decennia brachten het totale netwerk in 1902 op een lengte van ongeveer 28 kilometer, met drie niveaus die zich tot dertig meter diepte uitstrekken. Daarmee werden de kelders van Moët & Chandon het grootste kelderstelsel van Épernay. De kelders onder het voormalige Hôtel Auban-Moët werden in 1919 voor een periode van 99 jaar aan het huis verhuurd.[3]

De gangen, uitgehouwen in de krijtsteen, vertonen nog steeds de sporen van de oorspronkelijke pikwerkers. Ze variëren in hoogte en breedte, van smalle, lage passages tot ruime caveaux met gewelfde plafonds. Ventilatieschachten zorgen voor natuurlijke luchtcirculatie, terwijl strategisch geplaatste nissen dienden voor kaarsen en later voor elektrische lampen. Elke partij flessen is zorgvuldig gemarkeerd met houten plankjes waarop locatie, millésime en aantal staan vermeld, een systeem dat enkel door de keldermeester kan worden ontcijferd.

Binnen het netwerk bevinden zich verschillende historisch benoemde secties. De Galerie Impériale, genoemd naar de vriendschap tussen Jean-Rémy Moët en Napoleon Bonaparte, ligt op dertig meter diepte en herbergt een marmeren gedenksteen ter herinnering aan Napoleons bezoek op 26 juli 1807.[7][8] Een andere belangrijke ruimte is de Réserve des Grands Millésimes, waar ongeveer 70 millésimes[6] worden bewaard, waaronder een fles uit 1892. In enkele passages bevinden zich ook standbeelden, waaronder dat van de Maagd en Kind, die het devotionele karakter van de plek benadrukken.

Voor bezoekers is tegenwoordig een ongeveer een kilometer lange route toegankelijk. Deze rondleiding illustreert de ontwikkeling van het ambacht door de eeuwen heen — van het werk bij fakkel- en kaarslicht tot elektrisch verlichte gangen met bakstenen en kalkstenen gewelven. Tijdens het bezoek worden de technieken van remuage, dégorgement en degustatie toegelicht, alsook de knowhow die sinds de achttiende eeuw van keldermeester tot keldermeester wordt overgeleverd.

Kelders van Pol Roger

Zie Pol Roger voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het champagnehuis Pol Roger, opgericht in 1849, ontwikkelde zich in de tweede helft van de negentiende eeuw tot een gerespecteerde producent binnen de Champagnestreek. De onderneming beschikte over uitgestrekte ondergrondse kelders waarin grote voorraden wijn en flessen werden opgeslagen.

In de nacht van 22 op 23 februari 1900 werd het huis getroffen door een zware ramp. Een aanzienlijk deel van de kelders stortte in, waarbij de bovenliggende gebouwen en opslagruimten werden verwoest. Volgens tijdgenoten, onder wie verslaggevers van Le Vigneron Champenois[9], hoorden Maurice Roger en zijn keldermeester Leclerc omstreeks twee uur ’s nachts een dof gerommel, gevolgd door een heviger instorting enkele uren later. Toen zij ter plaatse gingen, zagen zij dat de grond in het midden van de nieuwe kelders volledig was ingezakt. De muren waren gebroken, de aangrenzende bebouwing beschadigd, en het wegdek van de Rue Henri-le-Large en de Rue Godart-Roger was tot vier meter diep verzakt.

Bij de instorting werden naar schatting 1,5 miljoen flessen en 500 tot 600 vaten wijn vernield[3][10] — vrijwel de gehele oogst van 1899. De materiële schade was enorm, maar omdat het ongeval zich midden in de nacht voordeed, vielen er geen slachtoffers. Een poging om door middel van een tunnel nog wijn te bergen werd gestaakt na een tweede verzakking op 20 maart 1900 op een nabijgelegen perceel van de familie Godart-Roger.

Dankzij de solidariteit van andere huizen uit Épernay, in het bijzonder Moët & Chandon en Mercier, wist Pol Roger de productie voort te zetten.[3] De gebroeders Maurice en Georges Roger besloten hun activiteiten te verplaatsen en verwierven een groot perceel met bestaande kelders tussen de Avenue de Champagne en de Rue de Bernon. Vanaf 1900 tot 1920 kochten zij meerdere panden langs de avenue, waaronder die op de nummers 34 tot 46.

De nieuwe kelders, uitgehouwen in de krijtsteen in plaats van gemetseld, bevonden zich op diepten tussen negen en twintig meter. Door deze uitbreidingen kon het huis zijn positie als een van de toonaangevende producenten van Épernay herwinnen. In 1933, na jaren van wederopbouw, opende Pol Roger officieel zijn vernieuwde keldercomplex aan de Avenue de Champagne.

Een verdere modernisering volgde in 1968, toen onder leiding van Christian de Billy en Jean Pol Roger op nummer 32 Avenue de Champagne een nieuw gebouw van 4.200 m² werd opgetrokken.[10] Deze uitbreiding diende om de activiteiten van dégorgement, etikettering en verzending te centraliseren en vormt sindsdien het hart van de hedendaagse productiesite.

In 2018 was Pol Roger bezig met de herbouw van een nieuwe verpakkingsfabriek op het perceel dat in 1900 instortte. Op 15 januari 2018[11] stuitte een boorsessie op een ondergrondse kamer, die een schat aan glasscherven en een intacte fles champagne bevatte. Na verdere opgravingen werden nog eens 19 flessen ongeschonden uit het kamer gehaald. In de loop van de daaropvolgende twaalf maanden haalde men bijna honderd flessen op, die allemaal weer in de rekken zijn gezet en handmatig zijn doorzeefd, alsof ze niet meer dan een eeuw begraven hadden gelegen onder duizend ton krijtachtig puin.[12]

Kelders van Boizel en de Castellane

Het champagnehuis Boizel, opgericht in 1834, vestigde zich in 1871 nabij de avenue de Champagne. De kelders werden tussen 1872 en 1874 gegraven door ondernemer Coulaud, volgens een nauwkeurig contract waarin afmetingen, prijzen en werkomstandigheden waren vastgelegd. De vijf parallelle keldergangen waren elk circa 200 meter lang en vier meter hoog en breed. De kalkafvoer, aanvankelijk een grote kostenpost, werd efficiënt geregeld door hergebruik of verkoop. Boizel stond model voor het ambachtelijke en nauwgezette kelderwerk dat typerend werd voor de champagneregio.[3]

De kelders van het huis De Castellane behoren tot de diepste van de avenue de Champagne en reiken tot wel 40 meter onder de grond. Deze uitzonderlijke diepte getuigt van de technische ambitie van de 19e-eeuwse champagnehuisen. Net als de andere producenten combineerde De Castellane ambacht, innovatie en veiligheid in de aanleg van zijn kelders. De stevige constructies boden bescherming tijdens oorlogen.[3]

Kelders van Mercier

Zie Mercier (champagne) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Eugène Mercier, een vernieuwende ondernemer, introduceerde vanaf 1871 het concept van kelders op gelijk niveau met de buitenwereld, zodat transport per trein (aangesloten op de spoorlijn Parijs-Straatsburg) en wagen direct mogelijk werd.

Het uitgraven van de kelders begon in 1871, aanvankelijk verstoord door de Pruisische inval in Épernay. Het graven van de 42.525 m² aan galerijen duurde zes jaar (1871-1877). In 1872 begon Eugène Mercier met de ontwikkeling van zijn ondergrondse patrimonium en breidde hij de kelders van Abelé de Müller uit met nieuwe gangen. In 1876 was er 6 km aan kelders geboord, goed voor 125.000 m³ kalk uit de aarde.

Het uitgraven van de kelders werd voltooid in 1877. Een andere innovatie was de opdracht die Eugène Mercier gaf om zijn kelders te decoreren door Gustave Navlet, een in Châlons-en-Champagne geboren kunstenaar en leerling van Bonassieux. Navlet maakte zo'n twintig bas-reliëfs in de krijtwanden, wat de kelders tot een waar ondergronds monument maakte.[3] In 1885 worden de kelders opengesteld voor het publiek.

Tussen 1872 en 1889 liet hij een indrukwekkend netwerk van vijftien kilometer aanleggen, waarbij meer dan 450.000 kubieke meter kalk werd verwijderd. Mercier loste het afvalprobleem op door de kalk te verkopen aan suikerfabrieken en andere industrieën.

In 1891 bezoekt Sadi Carnot, president van de Franse Republiek, de kelders per paardenkoets.[13] De galerijen waren breed genoeg om in 1950 door Renault te worden gebruikt voor een 4CV-rally. Vanaf 1952 kunnen de kelders bezocht worden per elektrische trein.[13]

Kunst in de kelders

Mercier met Gustave Navlet

Gustav Navlet (1832-1915) was de beeldhouwer achter de reliëfsculpturen langs de muren van de "Galerie de Pékin" (in de kalkkelders van Mercier) die belangrijke steden in de Champagne afbeelden. Andere zijn allegorisch en beelden het werk in de wijngaard, de oogst, verschillende stadia in de wijnproductie of gewoon de wijn zelf uit.[14][15]

Deze taferelen zijn direct uitgehouwen in de zachte krijtrotsen van de hoge krijtgroeven en zijn soms wel 15 meter lang en 6 meter hoog. Ze zijn nog verbazingwekkender door het clair-obscur dat van de "essorten" afdaalt en illustreren verschillende bacchantische thema's: "Silenus" en zijn hofhouding van waanzinnige maenaden in 1884; het "Feest van Bacchus", de allegorie van de 5 zintuigen in 1883.[16]

Hij is ook de beeldhouwer van de sculpturale decoraties op het beroemde vat, gemaakt voor Mercier, met een capaciteit van 200.000 flessen – een meesterwerk van de vatenmakerij dat de andere inzendingen op de Wereldtentoonstelling van 1889 grotendeels overschaduwde. Het vat, getrokken door een span ossen van Épernay naar Parijs, deed er acht dagen over om zijn reis te voltooien.

Moët & Chandon met Gaudin en Arsham

Een muurschildering van 3 meter lang en 1,3 meter hoog[17] van Daniel Arsham (1980) is te zien in de historische Gallerie Imperial. Dit monumentale werk werd in opdracht gemaakt ter ere van het 280-jarig jubileum van het merk. Het door de kunstenaar gekozen materiaal – witte hars – is tevens een knipoog naar de kalksteenbodems van de Champagnestreek.[18] Het werk is geïnspireerd op het iconische glas-in-loodraam van Felix Gaudin (1851-1930), dat sinds de jaren 1890[19] de ingang van de kelders van het huis siert. Het glasraam heeft een allegorische rijkdom, waarop met goed gekozen symbolen de faam van het huis, de overvloed aan wijngaarden en de expertise van de wijnmakers werd uitgebeeld.[19]

Perrier-Jouët met Glithero

In 2014 werd het werk Lost Time, van het in Londen gevestigde partnerschap Glithero, in de kelders tentoongesteld.[20]

Zie ook

Zie de categorie Moët & Chandon van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Zie de categorie Pol Roger van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Zie de categorie Champagne Mercier van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.