Vrijmetselarij in Luxemburg (land)

Zetel Grande Loge de Luxembourg, Rue de la Loge 5, Luxemburg stad.

De vrijmetselarij in Luxemburg is sedert de 18e eeuw aanwezig. De maçonnieke activiteiten in Luxemburg zijn overwegend francofoon en zeer internationaal wegens de aanwezigheid van internationale instellingen.

De oudste en grootste obediëntie - ofwel koepelorganisatie van vrijmetselaarsloges - is de Grande Loge de Luxembourg, gezeteld in Luxemburg-stad. Deze is alleen toegankelijk voor mannen en arbeidt ter ere van de Opperbouwmeester van het Heelal, en behoort daarmee tot de reguliere vrijmetselarij. Zij wordt als zodanig erkend door de United Grand Lodge of England (U.G.L.E.) en andere reguliere obediënties.[1]

Daarnaast zijn er nog verschillende kleinere obediënties, overwegend gemengd. In 2004 waren er een 900-tal vrijmetselaars actief in Luxemburg.[2]

Beknopte geschiedenis

Ontstaan

In de achttiende eeuw maakte het groothertogdom Luxemburg deel uit van de Oostenrijkse Nederlanden. Vanaf 1763 komen er verschillende militaire veldloges voorbij in Luxemburg, de officieren in deze loges kwamen veelal uit Engeland en Schotland.

François Bonaventure Joseph du Mont, markies de Gages (1739-1787) richtte in 1770 de loge La Parfaite Union op, welke vanaf 1776 viel onder de Grande Loge Provinciale des Pays-Bas Autrichiens, een provinciale grootloge van de Premier Grand Lodge of England. Nadat Jozef II in 1780 alleenheerser werd over de Oostenrijkse Nederlanden, hervormde hij echter de vrijmetselarij dramatisch. Zo beperkte hij in 1785 het aantal vrijmetselaarsloges tot drie loges te Brussel. Na het overlijden van de markies de Gages in 1787 verdween de vrijmetselarij vrijwel volledig uit de Oostenrijkse Nederlanden

In de periode 1795 tot 1814 kwam Luxemburg onder Franse heerschappij en maakte deel uit van het Franse keizerrijk. De aanwezigheid van Franse militairen zorgde er voor dat er in 1802 drie militaire veldloges in Luxemburg waren, waarin ook de nodige burgers werden ingewijd. Na het vertrek van deze veldloges werd door de achtergebleven burgers in 1803 loge Les Enfants de la Concorde Fortifiée opgericht, met een constitutiebrief van het Grand Orient de France. Deze loge bestaat anno 2025 nog steeds en is daarmee de oudste actieve loge in Luxemburg.

Met het verdrijven van de Franse bezetter in 1815 en het daaropvolgende Congres van Wenen kwam het groothertogdom Luxemburg in een personele unie met het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I der Nederlanden. De loge Les Enfants de la Concorde Fortifiée kwam daarmee onder auspiciën van het Grootoosten der Nederlanden. Het verzoek om een Nederlandse constitutiebrief werd echter niet gehonoreerd.

Het Groothertogdom maakte van 1814 tot 1830 ook deel uit van de tolunie van de Duitse Bond en kreeg een fort dat werd bezet door Pruisische troepen. Twee Pruisische militaire loges werden in deze periode opgericht, Friedrich zur Vaterlandsliebe en Blücher von Wahlstatt. Beiden kregen een constitutiebrief van de Duitse obediëntie de Große National-Mutterloge 'Zu den drei Weltkugeln'.

Na de Belgische revolutie en het verdrag van Londen (1839) werd Luxemburg een zelfstandige staat. In 1844 besliste de loge Les Enfants de La Concorde Fortifiée dat zij een zelfstandige grootloge werd, onder de naam Loge Central du Grand-Duché de Luxembourg. In 1890 eindigde de personele unie met Nederland met het kinderloos overlijden van koning Willem III. Uit de Loge Central du Grand-Duché de Luxembourg ontstond in 1926 de Grande Loge de Luxembourg.

Nadat er een tweede loge was opgericht werd er in 1845 een Suprême Conseil du Grand-duché de Luxembourg opgericht, voor de beoefening van de hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus. Deze zou blijven bestaan tot 1935.

De twintigste eeuw

In Luxemburg werden de katholieke decreten en encyclieken tegen de vrijmetselarij strikt toegepast. Als reactie hierop werd in 1905, in navolging van Frankrijk en België, het verplichte aanroepen van de Opperbouwmeester van het Heelal afgeschaft en de vrijmetselarij in Luxemburg wordt uitgesproken vrijzinnig. Tussen 1930 en 1933 bestond er een fraternelle of broederkring - een groep vrijmetselaars die regelmatig bij elkaar komt zonder formele status - van atheïsten, Quand Même.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er echter een scheiding der geesten in de Luxemburgse vrijmetselarij. Aan de ene kant een liberale, adogmatische vrijmetselarij die zich verwant voelde met het Grootoosten van België en de Grand Orient de France, en aan de andere kant een aantal vrijmetselaars die zich verwant voelden met de reguliere United Grand Lodge of England.

Op 15 mei 1954 werd de Conventie van Luxemburg[3] in het leven geroepen door de Grande Loge de Luxembourg, samen met het Grootoosten der Nederlanden, de Vereinigte Großlogen von Deutschland, de Großloge von Österreich en de Zwitserse grootloge Alpina. Er werd van de liberale leden vereist dat binnen de vijf jaar na toetreding de Oude Landmerken - belangrijke uitgangspunten in de reguliere vrijmetselarij - werden overgenomen in de interne werking. Hoewel de Conventie geen lang bestaan had, werd de Grande Loge de Luxembourg in 1968 erkend als regulier door de United Grand Lodge of England.

Als reactie hierop werd op 26 november 1959 het Grootoosten van Luxemburg (Frans: Grand Orient de Luxembourg of Duits: Großorient von Luxemburg) opgericht door de leden van de loge l’Espérance. Zij voelden zich verbonden met de principes van neutraliteit en de vrije gedachte,en de loge splitste zich af van de Grande Loge de Luxembourg.

De eerste periode van het bestaan van het Grootoosten van Luxemburg eindigde in 1968 toen de obediëntie haar activiteiten moest opschorten. De loge L’Espérance ging door in de herfst van 1969 als autonome loge, onder de naam Atelier Européen. Op 2 oktober 1982 hervatte het Grootoosten van Luxemburg de werkzaamheden met drie loges: L’Espérance, Liberté en Tolérance als gemengde obediëntie.

Op 17 oktober 1987 ontstond vanuit loge l’Espérance de loge Tradition et Progrès, in 1990 verliet L'Espérance het Grootoosten van Luxemburg en in 1999 sloot ze zich aan bij het Grootoosten van België.

In 1982 werd de eerste loge van de Internationale Orde Le Droit Humain in Luxemburg opgericht, L'Arbre et le Cristal te Frisange.

Obediënties

Een opsomming van alle obediënties die anno 2025 werken in de basisgraden van leerling, gezel en meester in Luxemburg.

Obediëntie Type Omvang
Grande Loge de Luxembourg[4] regulier, mannelijk 6 loges De grootste en oudste obediëntie in Luxemburg. Oorspronkelijk ontstaan in 1803 en als enige erkend als regulier.
Grootoosten van Luxemburg liberaal, gemengd 5 loges De grootste gemengde obediëntie, opgericht in 1959. Zij kent ook loges in Duitsland, België en Nederland
Le Droit Humain liberaal, gemengd 2 loges De vertegenwoordiging in Luxemburg van de Internationale Orde Le Droit Humain bestaat uit twee pioniersloges, de eerste hiervan is in 1982 opgericht
Grootoosten van België liberaal, gemengd 1 loge De grootste en oudste obediëntie in België, deze heeft 1 loge in Luxemburg, L'Esperance welke in 1999 is overgekomen vanuit de Grande Loge de Luxembourg
Grande Loge Feminine de France[5] liberaal, feminien 2 loges Een Franse obediëntie, exclusief voor vrouwen, met twee loges in Luxemburg

Verder worden de hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus beoefend binnen de Suprême Conseil du Rite Ecossais Ancien et Accepté pour le Grand-Duché de Luxembourg. Deze obediëntie is heropgericht in 1975 met ondersteuning van de Opperraad voor België van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus. Zij werft exclusief onder de leden van de Grande Loge de Luxembourg.

Zie ook

Appendix

Zie de categorie Freemasonry in Luxembourg van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.