Grootmeester (vrijmetselarij)

Grootmeester is zowel een titel als een functie binnen de vrijmetselarij. Zij wordt toegekend aan de persoon die aan het hoofd staat van een obediëntie (een koepelorganisatie van vrijmetselaarsloges, ook wel orde genoemd).

Binnen sommige obediënties heeft de grootmeester een afwijkende titel, vooral binnen de hogere gradenvrijmetselarij. Zo heeft binnen obediënties die in de hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus de functionaris met het hoogste gezag de titel Soeverein Grootcommandeur.

Prins Frederik als grootmeester, ca. 1870. Schilderij B. de Poorter, collectie Vrijmetselarijmuseum

Ontstaan

De eerste grootmeester van een obediëntie was Anthony Sayer, die in 1717 werd gekozen tot hoofd van de Premier Grand Lodge of England. Hij werd het daarop volgende jaar opgevolgd door George Payne, en vervolgens in 1719 door John Theophilus Desaguliers.

In Frankrijk eerden Franse vrijmetselaars Philip Wharton, 1e hertog van Wharton (1698 -1731) met de titel "Grootmeester van de vrijmetselaars in Frankrijk" tijdens zijn bezoek aan Parijs in 1728. Hij was al in 1723 grootmeester van de Engelse Grand Lodge geweest.

In Nederland werd in 1735 Johan Cornelis Radermacher tot eerste grootmeester gekozen van de Nederlandse Grootloge, een voorloper van het Grootoosten der Nederlanden.

De functionaris met het hoogste gezag binnen een loge, de voorzittend meester, droeg tot eind negentiende eeuw in Nederland de titel grootmeester. De functionaris met het hoogste gezag binnen het Grootoosten der Nederlanden had de titel grootmeester-nationaal. De grootmeester-nationaal vertegenwoordigde het hoogste gezag in meerdere obediënties: prins Frederik der Nederlanden (1797-1881), vanaf 1816 tot aan zijn dood grootmeester van het Grootoosten der Nederlanden, was lange tijd ook grootmeester van de Orde der Hoge Graden en van de Afdeling van de Meestergraad. Na het overlijden van de prins werd deze traditie verlaten.

Functie

De grootmeester vormt het hoogste gezag binnen een obediëntie en wordt doorgaans democratisch verkozen tijdens een bijeenkomst van vertegenwoordigers van alle bij de obediëntie behorende loges. De grootmeester heeft daarna een zittingstermijn van meerdere jaren.

De grootmeester is voorzitter van het bestuur van de obediëntie en wordt daarin bijgestaan door een aantal bestuursleden, ook wel grootofficieren genaamd. Deze hebben dezelfde titels als de officieren in een vrijmetselaarsloge, maar dan met het voorvoegsel 'groot', bijvoorbeeld grootsecretaris en grootthesaurier.

Trivia

In de United Grand Lodge of England is de grootmeester traditioneel een lid van de koninklijke familie. Sinds 1966 is dit prins Edward, hertog van Kent . De grootmeester van de United Grand Lodge of England kan een Pro Grand Master ('Pro' is Latijn voor 'voor') aanstellen als zijn belangrijkste adviseur en om in zijn plaats op te treden wanneer hij vanwege verplichtingen niet aanwezig kan zijn.

Zie ook