Vrijmetselarij in Frankrijk

Bronzen beeld van Marianne met maçonnieke symbolen (Jacques France, 1879). Collectie Vrijmetselarijmuseum Parijs

De vrijmetselarij in Frankrijk kent een lange geschiedenis vanaf het eind van de 17e eeuw. Zij is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van de vrijmetselarij wereldwijd.

Anno 2025 kent de vrijmetselarij in Frankrijk een veelheid aan obediënties - koepelorganisaties van vrijmetselaarsloges -, zowel uitsluitend voor mannen, voor vrouwen of gemengd. De grootste en oudste is het Grand Orient de France. Naar schatting zijn er 170 - 180.000 vrijmetselaars in Frankrijk[1].

De meerderheid van de obediënties in Frankrijk behoort tot de zogenaamde liberale of adogmatische strekking binnen de vrijmetselarij. Dat betekent dat zij elk dogma of verplicht geloof in een opperwezen afwijst. Het staat de leden vrij te geloven of niet, de gewetensvrijheid van de leden gaat echter boven alles.

Beknopte geschiedenis

Ontstaan

De vrijmetselarij is na haar ontstaan in Engeland eind zeventiende eeuw overgewaaid naar het Europese continent. Algemeen wordt aangenomen dat de eerste loge in Frankrijk werd opgericht in Parijs in 1725 door Engelse vluchtelingen, die 'the Old Pretender', James Francis Edward Stuart steunden in zijn aanspraken op de Engelse troon.

Het aantal loges nam daarna snel toe en in 1728 verenigden zij zich in een grootloge waarbij Philip Wharton, 1e hertog van Wharton (1698 -1731) en voormalig grootmeester van de Premier Grand Lodge of England, als eerste onofficiële grootmeester wordt genoemd. Rond 1738 was voor het eerst sprake van de Grande Loge de France waarbij Louis de Pardaillan de Gondrin, 2e hertog van Antin (1707 - 1743), tot grootmeester werd verkozen.

Relevant in dit kader is ook de rede die Andrew Ramsay in maart 1737 voor de grootloge hield. Ramsay, een Schot die in Engeland was ingewijd in de vrijmetselarij en in de Franse grootloge de functie van grootredenaar bekleedde, stelde dat de vrijmetselarij stamde uit de oudheid en door de kruisvaarders in Jeruzalem opnieuw tot leven was gebracht. Deze rede leidde er toe dat er een groot aantal hogere graden ontstond in Frankrijk.

In 1773 kwam het tot een intern conflict en werd de Grande Loge de France opgeheven. In datzelfde jaar ontstond het Grand Orient de France en de Grande Loge Nationale, deze laatste stond ook bekend als Grande Loge de Clermont.

Nadat in 1789 de Franse Revolutie uitbrak, verdween de vrijmetselarij initieel grotendeels, om vervolgens onder Napoleon Bonaparte weer tot bloei te komen. De Franse revolutionairen wilden echter slechts één obediëntie toestaan op Franse bodem, onder controle van de overheid. In 1799 fuseerde de Grande Loge Nationale met het Grand Oriënt de France, waarbij de laatste naam bleef behouden.

Negentiende eeuw

Verschillende vrijmetselaars die behoorden tot de Grande Loge Nationale waren hiermee niet akkoord, en richtten hun eigen loge op, de Loge Mére Écossaisse de France, ook wel Loge Saint-Alexandre d'Écosse genoemd. Deze vormde zich in 1804 om tot Grande Loge Génerale Écossaise de France. Tegelijkertijd werd de Suprême Counseil de France pour le Rite Écossais Ancien et Accepté opgericht, de eerste opperraad in Europa voor de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus (A.A.S.R.). Deze obediënties bleven echter in de schaduw van het Grand Oriënt de France werken.

Nog in datzelfde jaar wilde het Grand Orient de France ook de hogere graden volgens de A.A.S.R. gaan beoefenen en trad daarmee in concurrentie met beide andere obediënties. Dit leidde tot een conflict, dat in 1805 voorlopig werd opgelost door een compromis: het Grand Oriënt de France werkte in de basisgraden van leerling, gezel en meester en oefende daarnaast voortaan de jurisdictie uit over de 4e tot en met de 18e graad van de A.A.S.R. Aan de andere kant bleef de Grande Loge Génerale Écossaise de France eveneens verder in de drie basisgraden werken en oefende de Suprême Counseil de France de jurisdictie uit over de 19e tot en met de 33e en laatste graad van de A.A.S.R.

Deze oplossing bleef bestaan tot in 1815, in dat jaar richtte het Grand Oriënt de France haar eigen, alternatieve opperraad of Suprême Counseil op voor de hogere graden van de A.A.S.R. Hierdoor staakte de Suprême Counseil de France haar activiteiten tot in 1821. In dat jaar hervatte ze haar activiteiten, en wilde ook in de drie basisgraden opereren. Onder haar impuls werd er vervolgens een nieuwe obediëntie opgericht, de Grande Loge Centrale.

Omdat een zevental loges deze nieuwe obediëntie niet republikeins genoeg vond, splitsten zij zich af om in 1848 een nieuwe obediëntie op te richten, de Grande Loge Nationale de France. Deze obediëntie werd echter verboden door de Franse overheid in 1851.

Op 14 januari 1882 werd de schrijfster Maria Deraismes ingewijd in Loge Les Libres Penseurs in Pecq, aangesloten bij de Grande Loge Symbolique Écossaise (voorheen de Grande Loge Génerale Écossaise de France). Deze inwijding veroorzaakte controverse binnen de mannelijke vrijmetselarij, die vrouwen tot dan toe categorisch uitsloot. De loge werd tijdelijk geschorst; pas nadat men haar naam had verwijderd uit de ledenlijst, werd de loge weer opgenomen in de Grande Loge Symbolique Écossaise [2]

Na haar initiatie besloot Maria Deraismes om samen met de arts en politicus Georges Martin na te denken over een hervorming van de vrijmetselarij, die ook vrouwen zou toelaten lid te worden. Dit resulteerde in de oprichting in 1893 van een nieuwe liberale en gemengde obediëntie, de Grande Loge Symbolique Écossaise Le Droit Humain. Deze loge zou internationaal gaan opereren, en naast de drie basisgraden ook werken in de hogere graden van de A.A.S.R. In 1899 veranderde ze haar naam in Ordre Maçonnique Mixte International Le Droit Humain.

In 1894 nam de Grande Loge Centrale de historische naam Grande Loge de France aan. De obediëntie deed een toenaderingspoging tot de Grande Loge Symbolique Écossaise, wat leidde tot een fusie van beide obediënties in 1913.

Twintigste eeuw

Vanaf 1901 ontstonden er in de schoot van de Grande Loge de France opnieuw adoptieloges, die toegankelijk waren voor vrouwen. Ook andere obediënties vormden adoptieloges. In 1935 kregen de adoptieloges die behoorden bij de Grande Loge de France bestuurlijke onafhankelijkheid, wat in 1945 leidde tot de vorming van een onafhankelijke obediëntie de Union Maçonnique Féminine de France. In 1952 veranderde de obediëntie haar naam in Grand Loge Féminine de France.

In 1913 verloor het Grand Oriënt de France haar erkenning als reguliere obediëntie door de United Grand Lodge of England. Dit was het gevolg van een lang proces, dat begon in 1877 met het schrappen van de verplichting om te geloven in het bestaan van God en de onsterfelijkheid van de ziel uit haar statuten.

Als gevolg hiervan splitsten een aantal loges en vrijmetselaars zich af en richtten onder de naam Grande Loge Indépendante et Régulière een nieuwe obediëntie op, die wel erkend werd als regulier door de United Grand Lodge of England. De andere Franse obediënties zagen deze nieuwe obediëntie echter als een ongewenste Angelsaksische invloed op de Franse vrijmetselarij en meden contact met haar.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden alle activiteiten rondom de vrijmetselarij verboden door de Duitse bezetter. Na de bevrijding bleek er nog ongeveer een derde deel over te zijn van het ledenaantal van voor de oorlog.

In 1948 veranderde de Grande Loge Indépendante et Régulière van naam en nam de historische naam Grande Loge Nationale Française aan. In 1965 sloot een grote groep loges en vrijmetselaars, afkomstig uit de Grande Loge de France zich aan bij de Grande Loge Nationale Française, in een wens weer aansluiting bij de regulariteit te vinden.

De uitsluiting van de Grand Loge Nationale Française beviel echter niet iedereen even goed. In 1959 splitsten een aantal loges en vrijmetselaars zich af van de Grande Loge Nationale Française en vormden een nieuwe obediëntie, de Grande Loge Nationale Française Opéra. Zij zochten een middenweg tussen de Engelse regulariteit en de Franse vrijzinnigheid als semi-reguliere obediëntie. In 1982 hernoemde de Grande Loge Nationale Française Opéra zichzelf tot Grande Loge Traditionnelle et Symbolique Opéra.

In 1973 splitsten een aantal loges en vrijmetselaars zich af van Le Droit Humain, omdat ze de structuur hiervan te centralistisch vonden. De Grande Loge Mixte Universelle was geboren. In 1982 splitste zich hier weer de Grande Loge Mixte de France van af.

Eenentwintigste eeuw

In 2010 besliste het Grand Oriënt de France - tot dan toe alleen toegankelijk voor mannen - dat haar loges zelf mochten beslissen of zij alleen voor mannen, vrouwen of gemengd wilden werken.

In 2012 richtte een kleine groep loges een nieuwe liberale obediëntie op, de Grande Loge de l'Alliance Maçonnique Française. Deze groeide daarna in korte tijd uit tot een van de grotere obediënties van Frankrijk.

Obediënties

Vanaf 1913 kent de Franse vrijmetselarij drie tradities. Alleen de Grande Loge Nationale Française is volledig regulier en wordt erkend door de United Grand Lodge of England. De grootste groep obediënties is liberaal en uitgesproken vrijzinnig, dit betreft primair het Grand Oriënt de France en daarnaast veelal gemengde obediënties. Ten slotte is er een kleine middengroep die semi-regulier werkt - dat wil zeggen met erkenning van de Opperbouwmeester des Heelals en exclusieve toegankelijkheid voor mannen - maar daarnaast toch aansluiting vindt bij het republikeinse en de vrijzinnige geest. Dit betreft de Grande Loge de France en enkele aanverwante obediënties.

Onderstaand een opsomming van de belangrijkste obediënties in Frankrijk anno 2025, die werken in de symbolieke basisgraden van leerling, gezel en meester. Hiernaast zijn er nog verschillende kleinere obediënties.

ObediëntieTypeJaar oprichtingOmvang
Grand Orient de France liberaal, gemengd 1773 1.400 loges en 55.000 leden
Grande Loge de France liberaal, masculien (semi-regulier) 1738/1894 950 loges en 31.000 leden (2025)
Franse federatie van de Ordre Maçonnique Mixte International Le Droit Humain liberaal, gemengd 1893 740 loges en 15.000 leden (2024)
Grande Loge Nationale Française[3] regulier, masculien 1913 1.400 loges en 33.000 leden (2024)
Grande Loge Féminine de France[4] liberaal, feminien 1945 450 loges en 14.000 leden (2024)
Grande Loge Traditionelle et Symbolique Opéra[5] liberaal, masculien (semi-regulier) 1959 250 loges en 4.600 leden (2024)
Grande Loge Mixte de France[6] liberaal, gemengd 1982 5.000 leden (2024)
Grande Loge de l'Alliance Maçonnique Française[7] liberaal, masculien (semi-regulier) 2012 700 loges en 15.000 leden (2024)

Naast de obediënties die werken in de basisgraden zijn er ook een aantal obediënties die zich richten op de vervolgpaden - ook wel hogere graden - voor meester-vrijmetselaars. In enkele gevallen worden zowel de basisgraden als de hogere graden binnen dezelfde obediëntie verleend, bijvoorbeeld binnen Le Droit Humain. In totaal kent Frankrijk tussen de 40 en 50 verschillende obediënties.

De meest voorkomende riten, zowel qua basisgraden als vervolgpaden:

Nationale samenwerking

In 1974 werd de Confédération Maçonnique Française opgericht, een samenwerkingsverband tussen de Franse obediënties, dat echter een dode letter bleef.

In 2001 werd als opvolger hiervan La Maçonnerie Française opgericht door negen Franse obediënties waaronder het Grand Orient de France, de Grande Loge de France, de Grande Loge Traditionelle et Symbolique Opéra, de Franse federatie Le Droit Humain, de Grande Loge Féminine de France, en de Grande Loge Mixte de France.

La Maçonnerie Française was wel succesvol en in 2002 kwam hieruit het Institut Maçonnique de France[8] (I.M.F.) voort, een organisatie die de vrijmetselarij bij het grote publiek bekend wil maken. Anno 2016 waren zeventien Franse obediënties lid van het I.M.F., waaronder alle hierboven genoemde.

Zie ook

Appendix

Zie de categorie Freemasonry in France van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.