Vleugel (vegetatiekunde)
Met een vleugel wordt in de vegetatiekunde een bepaald deel bedoeld van het ecologisch domein van een syntaxon. Zo wordt de term bijvoorbeeld gebruikt om het deel van een syntaxon aan te duiden waarvan de diagnostische taxa qua amplituden voor de factoren trofie- en zuurgraad samen de hoogste tolerantie (of optimum) hebben.
Voorbeelden
- Binnen de klasse van matig voedselrijke graslanden vormt de pijpenstrootje-orde de meest en natte vleugel; de glanshaver-orde vormt de meest droge vleugel van deze klasse.
- Binnen de pijpenstrootje-orde vormt het dotterbloem-verbond de meest voedselrijke en basische vleugel; het verbond van biezenknoppen en pijpenstrootje vormt daarentegen de meest voedselarme en zure vleugel van deze orde.
- Binnen de struikhei-orde vormt het verbond van struikhei en kruipbrem de minst zouttolerante en meest zure vleugel; het kraaihei-verbond vormt de meest zouttolerante en meest zure vleugel van deze orde.