4e Pantserdivisie (Wehrmacht)

4e Pantserdivisie
Embleem 4e Pantserdivisie
Embleem 4e Pantserdivisie
Oprichting 10 november 1938
Ontbinding 8 mei 1945
Land Vlag van nazi-Duitsland nazi-Duitsland
Krijgsmacht­onderdeel Wehrmacht
Organisatie Heer
Specialisatie Pantsertroepen
Veldslagen Tweede Wereldoorlog
Poolse Veldtocht
Fall Gelb
Fall Rot
Operatie Barbarossa
Operatie Taifun
Operatie Citadel
Operatie Bagration
Operatie Doppelkopf
Koerlandslagen
West-Pruisen
Commandanten zie commandanten

De 4e Pantserdivisie (Duits: 4. Panzer-Division) was een Duitse pantserdivisie in de Tweede Wereldoorlog. Deze pantserdivisie was een van de oorspronkelijke Duitse pantserdivisies en kwam al vanaf het begin in actie, tijdens de Invasie van Polen in 1939. De divisie nam deel aan de Slag om Frankrijk en de Invasie van de Sovjet-Unie en vocht verder aan het Oostfront tot het einde van de oorlog. De divisie capituleerde in Oost-Pruisen in 1945.

Gebruik van divisie-insigne
19391940 en 1943/44tijdens Citadel1944-1945

Oprichting

De 4e Pantserdivisie werd opgericht op 10 november 1938 in Würzburg in Wehrkreis XIII als vervanging voor de 2e Pantserdivisie, die na de Anschluss van Oostenrijk in het voorjaar van 1938 naar Wenen was verplaatst. Vervangend personeel voor de eenheid werd geleverd door Wehrkreise XIII en VII tot en met IX.

De structuur van deze nieuwe divisie was nog ruim opgezet, zoals al de eerste Duitse pantserdivisies. Het gepantserde deel bestond uit een volledige Panzerbrigade (de 5e) met twee Panzerregimenten (Panzerregiment 35 en 36). Daarnaast was er de Schützenbrigade 4 met slechts een Schützenregiment (het 12e).

Krijgsgeschiedenis

Bij het uitbreken van de oorlog was de divisie een van de zes pantserdivisies die tot dan toe waren opgericht. Op 22 augustus werd de eenheid gemobiliseerd. De 3e en 7e compagnie van Panzerregiment 36 werden ontbonden en het regiment werd ingezet met zes compagnieën.

Veldtocht in Polen

Aan het begin van de aanval was de divisie ondergeschikt aan het 16e Gemotoriseerde Korps van het 10e Leger in Heeresgruppe Süd. Met rechts naast zich de 1e Pantserdivisie, rukte de divisie vanuit het gebied Rosenpark/Opper-Silezië, via Krzepice noordoostwaarts op richting Radomsko. Meteen de eerste dag al raakte de divisie in zware gevechten gewikkeld, bekend als de Slag bij Mokra. De Poolse troepen vochten hard en toen de slag ten einde was, had de divisie echt zware verliezen geleden: zo'n 100 tot 150 tanks en verkenningsvoertuigen waren uitgeschakeld, waarvan ongeveer 50 totale verliezen plus ongeveer 800 slachtoffers aan doden, gewonden, gevangenen en vermisten.

Vanuit het gebied van Radomsko rukte de divisie verder op in het gebied ten zuiden van Łódź. Van daaruit trok ze verder naar de Weichsel. De divisie brak door de Poolse verdediging en was de eerste Duitse eenheid die na zeven dagen de westelijke buitenwijken van Warschau bereikte. Pogingen om de stad binnen te dringen mislukten opnieuw, waarbij ze zware verliezen leden vanwege de Poolse tegenstand. Om de Poolse hoofdstad te omsingelen, ging de divisie over tot de verdediging langs de Bzura, een zijrivier van de Weichsel. Er volgde een gevecht, bekend als de Slag om de Bzura, dat resulteerde in verdere zware verliezen voor de divisie. De gevechten om Warschau en het fort van Modlin duurden tot eind september.

De divisie keerde daarop terug naar de kazernes en had 504 gesneuvelden en 547 gewonden te betreuren. Verder waren 94 tanks beschadigd of vernietigd. De divisie werd na afloop van deze veldtocht overgebracht naar het westen en werd op 27 november ingedeeld bij Heeresgruppe B aan de Nederrijn als reserve van het 6e Leger.

Een belangrijke verandering was dat op 18 oktober 1939 het 33e Gemotoriseerde Infanterieregiment onder bevel van de divisie kwam, waarmee er dus meer balans tussen gepantserde troepen en infanterie werd gebracht. Na het afronden van de opfris vertrok de divisie in februari 1940 naar de Eifel. Kort voor het begin van de veldtocht in het westen, verzamelde de divisie zich in de omgeving van Aken.

Westen 1940: 1e fase

Tanks van de divisie steken bij Maastricht de Maas over

Vanaf 10 mei 1940 nam de divisie deel aan de inval in het westen, Fall Gelb, als onderdeel van het 16e Gemotoriseerde Korps. Van 12 tot 14 mei vond er een botsing met geallieerde tanks plaats in de omgeving van Hannuit. De divisie vocht deze slag uit aan de zijde van de 3e Pantserdivisie. General der Kavallerie Hoepner en zijn troepen vormden een zwaartepunt voor de aanval en braken door de Franse frontlinie, om op 14 mei Perwijs te bereiken . Op 15 mei viel de divisie de Franse Dijle-stelling bij GembloersErnage aan. De eenheid achtervolgde vervolgens de terugtrekkende Franse troepen tot aan het Kanaal Charleroi-Brussel. De gevechten duurden voort ten zuidwesten van Maubeuge rond het Bos van Mormal tot 20 mei. Voor de verdere aanval werd de divisie ondergeschikt gemaakt aan het 39e Gemotoriseerde Korps ten westen van Cambrai, in de omgeving van Arras. Een doorstoot over het Canal d'Aire richting Béthines / Armentières omsingelde sterke Franse troepen in de omgeving van Lille.

Frankrijk 1940: 2e fase

Voor de 2e fase stelde de divisie zich op rond Abbeville. Ze stootte door de Weygand-Linie rond Forges-les-Eaux en rukte op naar de Seine. Na de inname van Rouen volgde van 10 tot 13 juni de omsingelingsslag om Saint-Valery-sur-Somme. Daarna volgde een snelle opmars via Alençon Bretagne in. De veldtocht eindigde voor de divisie met de inname van Brest op 19 juni 1940. Tijdens de veldtocht had de divisie 518 gesneuvelden en 1531 gewonden te betreuren en gingen 86 tanks verloren.

Na de Wapenstilstand van 22 juni 1940 bleef de divisie als bezettingsmacht rond Brest en in Bretagne aanwezig en keerde rond 5 juli 1940 naar de Heimat terug. Op 4 september 1940 moest de divisie het Panzerregiment 15 afgeven aan de nieuwe 11e Pantserdivisie. Meteen daarna vertrok de divisie naar de Beskiden. In de Slag om Frankrijk (Fall Rot) viel de divisie vanaf 5 juni aan vanuit het Duitse bruggenhoofd aan de Somme in het gebied van Péronne richting Roye. Bij Fonches-Étalon brak de divisie door de Weygandlinie en bereikte Roye op 8 juni. Van daaruit ging het naar het gebied ten zuiden van Saint-Quentin, waar de divisie vervangingen kreeg en reparaties onderging. Op 12 juni begon het een verdere opmars naar het zuiden, waarna het na het oversteken van de Marne nog 20 km verder oprukte richting SézanneRomilly-sur-Seine. Er werd een bruggenhoofd gevestigd over de Seine bij Romilly-sur-Seine. Vanaf 14 juni volgde de divisie de Franse troepen in zuidoostelijke richting en bereikte het gebied Dijon-Pontarlier- Dole nabij de Zwitserse grens. Met het 16e Gemotoriseerde Korps rukte de divisie verder naar het zuiden op tussen 20 en 26 juni, passeerde Lyon en bereikte uiteindelijk het gebied ten noorden van Valence op 24 juni 1943.

Na de wapenstilstand werd de divisie aanvankelijk ingezet als bezettingsmacht aan de Isère. In juli 1940 verhuisde de eenheid naar het gebied rond Auxerre, waar de trainingen en oefeningen begonnen voor een verwachte aanval op Engeland, Unternehmen Seelöwe.

Op 11 november 1940 werd Panzerregiment 36 overgeplaatst naar de 14e Pantserdivisie als onderdeel van de reorganisatie van de pantserdivisies.

Invasie in de Sovjet-Unie

In mei 1941 verhuisde de divisie naar Oost-Pruisen en begin juni werd ze gestationeerd in het oostelijke generaal-gouvernement.

Tijdens Operatie Barbarossa, vanaf 22 juni 1941, was de divisie ondergeschikt aan het 24e Gemotoriseerde Korps, dat weer ondergeschikt was aan Panzergruppe 2 onder Heinz Guderian, dat op zijn beurt ondergeschikt was aan Heeresgruppe Mitte. Meteen de eerste dag van de veldtocht stak de divisie de Westelijke Boeg over bij Kodeń, ten zuiden van de vesting Brest-Litovsk, samen met de 3e Pantserdivisie , en rukte via Sloetsk op naar de Berezina bij Bobruisk. Daarna werd er deelgenomen aan de omsingelingsslag om Kiev in augustus/september 1941. De divisie rukte van oktober tot begin december 1941 als onderdeel van Panzergruppe 2 tijdens de opmars naar Moskou en de Slag om Moskou op via Orel. Van 6 tot 24 oktober volgden zware gevechten rond Mtsensk. Daarna ging het weer verder naar de regio Toela, maar net noordoostelijk van deze stad bleef de divisie steken en kwam niet verder. Nadat de Sovjets in de tegenaanval gingen, moest de divisie terug naar het gebied zuidelijk van Soechinitsji. Hier kon de divisie het front houden en bleef dar tot zomer 1942. Vanaf juni 1942 lag de divisie iets zuidelijker, rond Mtsensk langs de Oka en bleef hier op dezelfde tot februari 1943. Gedurende het gehele jaar 1942 beschikte de divisie over slecht een klein aantal tanks.

Oostfront 1943

Eind januari 1943 kreeg Panzerjäger-Abteilung 49 zo’n 27 Marder II tankjagers geleverd en aan de divisie werd Sturmgeschütz-Abteilung 904 toegevoegd. Hiermee werd eindelijk weer slagkracht toegevoegd. Tussen 29 januari en 25 februari 1943 vocht de divisie hard rondom Koersk, maar moest deze stad opgeven en terugtrekken. Begin maart volgden gevechten bij Romny en van 8 tot 27 maart tussen Novgorod-Severski en Sevsk. Na deze gevechten werd de divisie teruggetrokken van het front voor rust en herbouw.

Bij de start van Operatie Citadel op 5 juli 1943, was de divisie legerreserve, maar het pantserregiment was wel meteen in actie bij het 47e Pantserkorps. De hele divisie kwam in actie op 8 juli en daarop volgden twee zware dagen van gevechten rond Ol'khovatka en Temploe. Op 10 juli volgde nog een laatste krachtsinspanning, toen Pantsergrenadierregiment 33 samen met Schwere Panzer-Abteilung 505 oprukte vanuit Temploe. Maar ook deze aanval strandde en dat min of meer het einde van de Duitse aanval in de noordelijke sector van de Koersk-saillant. Twee dagen later begon het Sovjet tegenoffensief (Operatie Kutuzov) waarna de divisie gestaag moest terugtrekken.

Na de Duitse terugtrekking uit de Orel-salliant werd de divisie ondergeschikt gemaakt aan het 2e Leger en verdedigde de Desna-sector in het gebied van Brjansk. Nadat de Sovjets begin oktober bij Kiev de Dnjepr waren overgetrokken, kwam de divisie gedurende de rest van het jaar in actie langs de Pripjat. Eerst gedurende enkele weken bij Tsjernobyl tot deze stad op 16 november opgegeven moest worden. Daarna volgde een terugtrekking en een tegenaanval bij Parichi en later bij Ozarichi. Tegen 25 december 1943 flauwden deze gevechten af.

Oostfront 1944

Halfrupsvoertuigen (op de voorgrond met divisie-insignes) en tanks van de divisie op mars, Sovjetunie, 21 maart 1944
Beelden van dezelfde eenheid,, ook op 21 maart 1944

De divisie bleef rond Ozarichi tot eind maart 1944, toen ze haastig werd verplaatst om deel te nemen aan het ontzet van de belegerde stad Kovel. Sterke Duitse eenheden zaten hier ingesloten. Op 4 april 1944 werd met een ontzettingsaanval van de 131e Infanteriedivisie, de 4e en 5e Pantserdivisie en de 5e SS-Pantserdivisie Wiking verbinding gemaakt met de Duitse linies. Binnen twee dagen waren alle troepen en tanks bevrijd uit de omsingeling. De divisie bleef in dit gebied totdat op 22 juni 1944 Operatie Bagration losbarstte. Kort daarvoor had de divisie eindelijk zijn I. (Panther) Abteilung teruggekregen. De divisie werd na enkele dagen op treintransport gezet om te pogen gaten in het front te dichten. De divisie kwam in actie rond Timkovitsji en Baranovitsji vanaf eind juni 1944 en moest in de maand juli terug via Slonim, Svisloch naar Bielsk Podlaski. Medio juli 1944 kreeg de divisie versterking van (opnieuw) Sturmgeschütz-Abteilung 904 met 17 StuG III’s en Schwere Panzer-Abteilung 507 met 12 Tiger I’s. Dit bracht het totaal aan tanks en gemechaniseerde kannonnen in de divisie op een totaal van 234 stuks, waarmee de divisie een van de sterkste in de WEhrmacht wa sop dat moment. Eind van de maand kon de divisie succesvol een tegenaanval plaatsen bij Kleszczele, waardoor daar de situatie geklaard werd. Van 1 tot 4 augustus 1944 nam de divisie succesvol deel aan de Tankslag bij Wołomin, waarbij vier Duitse pantserdivisies het Sovjet 3e Tankkorps vernietigden. Op 3 augustus 1944 werden het 1071e Grenadierregiment gebruikt om de divisie aan te vullen, waarna deze eenheid werd ontbonden. Vanaf 11 augustus volgde een verplaatsing noordelijker (naar Litouwen) en de divisie nam meteen deel aan Operatie Doppelkopf van 16 - 27 augustus 1944 en vervolgens medio september aan Operatie Cäsar. Beide operatie hadden als doel de terugtochtroute door Riga open te maken/houden.

Nadat op 9 oktober 1944 de Sovjets met hun Memeloffensief de Heeresgruppe Nord in Koerland hadden ingesloten, was de divisie deel van deze legergroep. De divisie was een belangrijke “brandweer” tijdens de eerste drie Koerlandslagen. De divisie kwam daarbij telkens de onder druk staande infanteriedivisies ondersteunen bij de zware Sovjetaanvallen.

De laatste gevechten in West-Pruisen in 1945

Op 8 januari 1945 kreeg de divisie bevel zich uit de frontlijn los te maken en in reserve te gaan. Op 19 januari 1945 begon zeetransport van de divisie naar Danzig, om mee te gaan helpen om het Sovjet Oost-Pruisenoffensief te stoppen. Wel moest de divisie al zijn (73) tanks in Koerland achterlaten. Vrijwel meteen na aankomst werd de onvolledige divisie ingezet bij gevechten westelijk van Graudenz. In de daaropvolgende periode werd ook de tanksituatie langzaam verbetert met nieuwe toevoer en zelfs met een gedeeltelijke aanvoer van de oude tanks uit Koerland. In de daaropvolgende kleine twee maanden werd de divisie door de Sovjet overmacht steeds verder teruggedrongen. Tegen eind maart 1945 woedden hevige gevechten om Danzig en op 30 maart werd de stad opgegeven. De resten van de divisie trokken zich nu terug in de Weichseldelta. De laatste 5 weken van de oorlog was de divisie nog in actie op de Frische Nehrung. Hier was de divisie met zijn laatste tanks het korset voor de resten van enkele infanteriedivisies. Stap voor stap moest hier teruggeweken worden.

Einde

De 4e Pantserdivisie capituleerde op 8 mei 1945 in de Weichseldelta en ging in Sovjet gevangenschap.

Decoraties

Leden van de 4e Pantserdivisie kregen onder andere 84 Ridderkruizen en meer dan 18.000 IJzeren Kruizen toegekend . Daarmee werd de divisie beschouwd als de meest gedecoreerde divisie van het Duitse leger.

Slagorde

1940 Frankrijk

  • Panzerbrigade 5
  • Schützen-Brigade 4
    • Schützen-Regiment 12
    • Schützen-Regiment 33
  • Kradschützen-Bataillon 34
  • Artillerie-Regiment 103
  • Panzer-Aufklärungs-Abteilung 7
  • Panzerjäger-Abteilung 49
  • Pionier-Bataillon 79
  • Nachrichten-Abteilung 79
  • Nachschubtruppen 84

1943 Oostfront

  • Panzerregiment 35
  • Panzer-Grenadier-Regiment 12
  • Panzer-Grenadier-Regiment 33
  • Panzer-Artillerie-Regiment 103
  • Heeres-Flak-Artillerie-Abteilung 290
  • Panzer-Aufklärungs-Abteilung 4
  • Panzerjäger-Abteilung 49
  • Panzer-Pionier-Bataillon 79
  • Panzer-Nachrichten-Abteilung 79
  • Panzer-Versorgungstruppen 84
  • Feldersatz-Bataillon 103

Vanaf 24 september 1943 werd de I. Abteilung van Panzerregiment 35 in de Heimat omgevormd naar de Panther en kwam pas medio juni 1944 terug bij het regiment.

Tanksterkte

De tanksterkte van de Panzerregimenten 35 en 36 naar datum geeft een goed beeld van startsterktes bij offensieven, verliezen en aanvullingen over de jaren.

Datum PzKw I PzKw II PzKw III
(kort)
PzKw III
(lang)
PzKw III
(75)
PzKw IV
(kort)
PzKw IV
(lang)
PzKw V StuG PzBefw Totaal
1 september 1939 183 130 - - - 12 - - - 16 341
1 januari 1940 155 113 12 - - 20 - - - 26 326
10 mei 1940 135 105 40 - - 24 - - - 10 314
22 juni 1941 - 44 31 74 - 20 - - - 8 177
1 juli 1942 - 13 28 - - 5 - - - 2 48
18 november 1942 - 2 12 - - 5 - - - - 19
13 maart 1943 - 36 - - - 36
1 juli 1943 - - - - 15 1 79 - - 6 101
31 mei 1944 - - - - - - 70 (68) - - - 70 (68)
21 juli 1944** - - - - - - 84 (21) 67 (13) 20 (0)* 6 (6) 177 (40)
27 juli 1944** - - - - - - 75 (29) 68 (32) 19 (5)* 6 (6) 168 (72)
1 augustus 1944** - - - - - - 63 (28) 67 (19) 18 (10)* 4 (4) 152 (61)
17 oktober 1944 - - - - - - ? (5) ? (21) ? (2)* - ? (28)
19 januari 1945 - - - - - - 73 - - 73
15 maart 1945 - - - - - - 5 (2) 15 (7) 3 (2) - 23 (11)

Details over de in de tabel genoemde tank-types:

Als twee getallen genoemd worden, betekent dit: aanwezig (inzetbaar), bijvoorbeeld 61 (20).

Bovenliggende bevelslagen

Legerkorps Leger Legergroep Plaats/regio Begin Eind
16e Gemotoriseerde Korps10. ArmeeHeeresgruppe SüdPolen1 september 19399 september 1939
16e Gemotoriseerde Korps8. ArmeeHeeresgruppe SüdPolen10 september 193913 september 1939
16e Gemotoriseerde Korps10. ArmeeHeeresgruppe SüdPolen13 september 1939oktober 1939
direct onder bevel6. ArmeeHeeresgruppe BNederrijn27 november 193929 januari 1940
4e Legerkorps4. ArmeeHerresgruppe BEifel, België30 januari 194010 mei 1940
16e Gemotoriseerde Korps6. ArmeeHeeresgruppe BMaastricht, Lille, Peronne, Grenoble11 mei 194013 juli 1940
28e Legerkorps2. ArmeeHeeresgruppe CFrankrijk13 juli 194025 juli 1940
15e Gemotoriseerde Korps2. ArmeeHeeresgruppe CFrankrijk25 juli 1940november 1940
39e Gemotoriseerde Korps1. ArmeeHeeresgruppe DFrankrijknovember 1940
47e Gemotoriseerde Korps11. ArmeeHeeresgruppe CHeimatdecember 1940
direct onder bevelHeeresgruppe CHeimatjanuari 1941
39e Gemotoriseerde Korps7. ArmeeHeeresgruppe DFrankrijkfebruari 1941
direct onder bevelHeeresgruppe BOstpreußenmei 1941
24e Gemotoriseerde KorpsPanzergruppe 2Heeresgruppe MitteGomel, Kiev26 mei 19415 oktober 1941
24e Gemotoriseerde Korps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteToela5 oktober 194125 december 1941
53e Legerkorps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteToela25 december 194126 december 1941
24e Gemotoriseerde Korps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteToela26 december 194127 december 1941
53e Legerkorps22. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteToela, Orel27 december 19418 januari 1942
24e Gemotoriseerde Korps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteOrel8 januari 194223 januari 1942
47e Gemotoriseerde Korps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteOrel23 januari 194231 mei 1942
35e Legerkorps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteOrel31 mei 194228 januari 1943
direct onder bevel2. ArmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk28 januari 194310 februari 1943
13e Legerkorps2. ArmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk10 februari 194311 februari 1943
direct onder bevel2. ArmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk11 februari 194317 februari 1943
13e Legerkorps2. ArmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk17 februari 194325 februari 1943
direct onder bevel2. ArmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk25 februari 19438 maart 1943
55e Legerkorps2. ArmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk8 maart 194316 maart 1943
20e Legerkorps2. ArmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk16 maart 194330 maart 1943
47e Pantserkorps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk30 maart 19431 april 1943
20e Legerkorps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk1 april 19434 april 1943
47e Pantserkorps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk4 april 194322 april 1943
20e Legerkorps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk22 april 194330 april 1943
47e Pantserkorps2. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koersk30 april 1943
direct onder bevelHeeresgruppe MitteOrel, Koerskjuli 1943
??9. ArmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koerskbegin juli 1943medio juli 1943
direct onder bevel9. ArmeeHeeresgruppe MitteOrel, Koerskaugustus 1943
56e Pantserkorps2. ArmeeHeeresgruppe MitteDesna, Gomel, Pripjeteind augustus 1943
56e Pantserkorps9. ArmeeHeeresgruppe MitteBobruiskfebruari 1944
41e Pantserkorps9. ArmeeHeeresgruppe MitteBobruiskmaart 1944
56e Pantserkorps2. ArmeeHeeresgruppe MitteKovelapril 1944
direct onder bevel4. PanzerarmeeHeeresgruppe NordukraineKovelmei 1944eind juni 1944
Korps Harteneck2. ArmeeHeeresgruppe MitteBoeg, Nareveind juni 1944
39e Pantserkorps3. PanzerarmeeHeeresgruppe MitteLitouwen, Koerland12 augustus 194427 september 1944
39e PantserkorpsArmee-Abteilung GrasserHeeresgruppe NordLetland27 september 19446 oktober 1944
39e Pantserkorps18. ArmeeHeeresgruppe NordKoerland7 oktober 1944medio oktober 1944
10e Legerkorps18. ArmeeHeeresgruppe NordKoerlandmedio oktober 1944
VI SS-Korps16. ArmeeHeeresgruppe NordKoerlandjanuari 19459 januari 1945
??2. ArmeeHeeresgruppe WeichselWest-Pruisen23 januari 1945
7e Pantserkorps2. ArmeeHeeresgruppe WeichselWest-Pruisenfebruari 1945
46e Pantserkorps2. ArmeeHeeresgruppe WeichselWest-Pruisenmaart 1945
23e Legerkorps2. ArmeeOKHWest-Pruisen7 april 1945
23e LegerkorpsArmee OstpreußenOKHWest-Pruisen7 april 1945

Commandanten

Enkele van de commandanten

Rang Naam Begin Eind
Generalmajor
vanaf 1 oktober 1939 Generalleutnant
Georg-Hans Reinhardt10 november 193810 februari 1940
GeneralmajorLudwig Ritter von Radlmaier11 februari 19405 april 1940
GeneralmajorJohann Joachim Stever6 april 194015 mei 1940
OberstHans von Boineburg-Lengsfeld15 mei 194019 mei 1940
GeneralmajorJohann Joachim Stever19 mei 194023 juli 1940
OberstHans Freiherr von Boineburg-Lengsfeld24 juli 19407 september 1940
GeneralmajorWillibald Freiherr von Langermann und Erlencamp8 september 194027 december 1941
Oberst
vanaf 1 januari 1942 Generalmajor
Dietrich von Saucken27 december 19416 januari 1942
Oberst
vanaf 1 februari 1942 Generalmajor
Heinrich Eberbach6 januari 194223 november 1942
Oberst
vanaf 1 januari 1943 Generalmajor
Erich Schneider24 november 194231 mei 1943
GeneralleutnantDietrich von Saucken31 mei 194314 januari 1944
GeneralmajorHans Junck21 januari 19447 februari 1944
GeneralleutnantDietrich von Saucken7 februari 19441 mei 1944
Oberst
vanaf 1 juli 1944 Generalmajor
vanaf 1 januari 1945 Generalleutnant
Clemens Betzel1 mei 194427 maart 1945 †
OberstErnst-Wilhelm Hoffmann27 maart 19451 april 1945
GeneralmajorHans Hecker1 april 19458 mei 1945

Generalmajor von Radlmaier moest wegens een verwonding door artillerievuur bij Hannuit het bevel tijdelijk overgeven aan Oberst Hans von Boineburg-Lengsfeld.
Generalmajor von Saucken raakte zwaargewond bij Bolchov.
Generalmajor Junck nam tijdelijk waar voor von Saucken.
Generalleutnant Betzel sneuvelde in Danzig bij een Katjoesjaaanval.