Technische Hoogeschool te Bandoeng

de Campus van de Technische Hoogeschool aan het IJzermanpark met op de achtergrond de vulkaan Tangkuban Parahu

De Technische Hoogeschool Bandoeng is de eerst opgerichte technische universiteit en de eerste hogeschool van Nederlands-Indië en dus ook van het huidige Indonesië.[1] Deze universiteit in Bandung is de voorlopen van het Institut Teknologi Bandung en opgericht als particulier initiatief in 1920. Het werd officieel ook genoemd het Koninklijk Instituut voor Hooger Technisch Onderwijs in Nederlandsch-Indië.

Doordat Nederlands-Indië in de Eerste Wereldoorlog moeilijk bereikbaar was en door de grote behoefte aan technici in dat land werd de druk steeds groter op de conservatieve regering om hiervoor ter plekke een opleiding mogelijk te maken. Onder leiding van Dr J.W. IJzerman lukte dit ten slotte als door het Nederlandse bedrijfsleven gefinancierde universiteit. De instelling was eigenlijk alleen bestemd voor civiele technici. Andere vakken zoals mijnbouw kwamen pas later. Het curriculum werd gelijkwaardig opgezet aan dat van de Technische Hogeschool Delft. Studenten konden hierdoor doorstromen.[2] Op 18 oktober 1924 werd de particuliere universiteit door de regering overgenomen. In datzelfde jaar waren op 1 juli de eerste ingenieursdiploma's uitgereikt.

Uitreiking eerste ingenieurs diploma's in Bandoeng op 1 juli 1924

Er zijn dus in Bandoeng tot de Tweede Wereldoorlog alleen diploma's civiel ingenieur uitgereikt. Over het aantal afgestudeerden is wat onduidelijkheid, dit komt omdat in 1942 de registratie niet goed bijgehouden is. Het totale aantal studenten in 1940 bedroeg ruim 200. Het totale aantal studenten dat zich tussen 1920 en 1942 inschreef, bedroeg 1014 personen. Het totale aantal afgestudeerden in civiele techniek bedroeg 232 personen, waarvan 61 Indonesiërs (26%), 40 Chinezen (17%) en 131 Europeanen (56%).Er is duidelijkheid over 224 afgestudeerden. De meeste afgestudeerden in die periode waren Nederlanders, slechts 43% was van Indonesische afkomst (waarvan 14% van Chinese origine). De meeste Indonesische studenten waren afkomstig van adellijke Javaanse families. Er zat een enkeling bij van Molukse afkomst. Pas na 1933 begon het aantal Indonesische studenten te groeien. In deze periode zijn bekende afgestudeerden ir. Soekarno (afgestudeerd in 1926 als architect bij prof Charles P. Wolff Schoemaker) en ir. Manusama (afgestudeerd in 1940). Er waren 2 vrouwelijke afgestudeerden (Elisabeth Antoinette Odenthal in 1924[3] en Que Djok Lien of met haar Indonesische naam Nyonya Tjoa Hong Liem in 1941).

Na de capitulatie van het KNIL in Kalidjati bij Bandoeng aan de Japanse bezetters in maart 1942 hield de Technische Hoogeschool de facto op met bestaan.

Na de tweede wereldoorlog is gepoogd een nieuw instituut op te richten, zowel door Nederland als door de Indonesiërs, maar door de onafhankelijkheidsperikelen kwam dat niet goed van de grond. Na de onafhankelijkheid is de Universiteit van Indonesië opgericht, en daarvan is het huidige ITB (Insitut Teknologi Bandung) in 1959 een afsplitsing.

Voorgeschiedenis

Tot in de jaren 1910 was vrijwel iedereen het erover eens dat er geen noodzaak was om een instelling voor hoger onderwijs in Nederlands-Indië op te richten. Op 8 maart 1910 keurde de regering de oprichting van de Indische Universiteit Vereeniging (IUV) goed – de Vereniging van Universiteiten van Nederlands-Indië. De statuten bepaalden dat de IUV tot doel had het bevorderen, oprichten en beheren van instellingen voor hoger onderwijs in Nederlands-Indië.

In 1918 stelde Dr. Abdul Rivai, samen met 14 leden van de Volksraad, de oprichting van een universiteit in Nederlands-Indië voor. Bij die gelegenheid was een debat over de definitie van de begrippen "universiteit" en "hooger onderwijs" onvermijdelijk. Volgens de Hooger onderwijswet van het Koninklijk Nederlands Statuut nr. 181, uitgevaardigd op 6 juni 1905, moet een universiteit vijf faculteiten hebben (artikel 76): de Faculteit der Godgeleerdheid, de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, de Faculteit der Geneeskunde, de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, en de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte.

Deze eis was streng omdat de oprichting van deze vijf faculteiten aanzienlijke middelen zou vergen. Bovendien was tot die tijd de HBS (Hoogere Burgerschool) de enige middelbare school en zelfs toen waren er maar weinig, hoewel universiteiten en hoger onderwijs HBS-afgestudeerden als bron van leerlingen eisten. Tot aan de Japanse bezetting in 1942 waren er geen universiteiten gevestigd in Nederlands-Indië.

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) verstoorde echter de contacten tussen Nederland en zijn koloniën in de Indonesische archipel. Hoewel Nederland en zijn koloniën niet betrokken waren bij de oorlog, was hun economische situatie ernstig gespannen. Handelsbetrekkingen, die zich destijds beperkten tot de zee, werden moeilijk. Zo ontstond het oorspronkelijke idee voor de oprichting van de Technische Hogeschool.

Nadat de IUV geen voorstel deed om een universiteit op te richten, werd de Technisch Onderwijs Commissie opgericht. De conclusie was dat Nederlands-Indië, naast de bestaande technische scholen (Ambachtsschool of Lagere Technische School (LTS) met een vierjarige studieperiode), voldoende voorwaarden bood om 'technisch' onderwijs te bieden met de volgende programma's:

  • Diploma A ingenieur Middelbare Technische School (MTS) met een vierjarige studieperiode die MULO-afgestudeerden accepteerde (destijds equivalent aan de middelbare school).
  • Diploma B ingenieur met een zesjarige studieperiode die MULO-afgestudeerden accepteerde. Het idee was om middelbare school (3 jaar) en academie (3 jaar) onderwijs te combineren, aangezien het aantal HBS-opleidingen beperkt was, waardoor het moeilijk was om HBS-afgestudeerden te werven.
  • Bovendien adviseerde een minderheidsstandpunt in de commissie een vierjarige ingenieursopleiding (die HBS-afgestudeerden zou accepteren), en uiteindelijk werd voor dit minderheidsstandpunt gekozen, niet voor een halfslachtige opleiding, maar voor een volwaardig hoger onderwijs.

Omdat de koloniale overheid terughoudend leek te zijn met de oprichting van een instelling voor hoger onderwijs, namen ondernemers de leiding over en richtten het Koninklijk Instituut voor Hoger Technisch Onderwijs in Nederlands-Indië op. Deze particuliere instelling leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Technische Hogeschool in Nederlands-Indië – de tweede na de Technische Hogeschool Delft.

Voorbereidingen voor de oprichting van de Technische Hogeschool

In 1918 arriveerde een Indonesische delegatie in Nederland, waaronder Karel Albert Rudolf Bosscha. Zij steunden de oprichting van het Koninklijk Instituut voor Hoger Technisch Onderwijs in Nederlands-Indië (KIHTONI) in Nederland (30 mei 1917), een organisatie die de oprichting van een Technische Hogeschool voorbereidde.[4] In korte tijd werd 3,5 miljoen gulden opgehaald, genoeg om een opleiding Weg- en Waterbouwkunde op te zetten.[5] (ƒ 3.333.333,33 in 1919, of € 20.000.000 in 2013)

Prof. ir. Jan Klopper, hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft, kreeg de opdracht een onderwijsprogramma/curriculum te ontwikkelen conform de doelstellingen van KIHTONI. De Commissie voor Technisch Onderwijs, onder voorzitterschap van ir. Rudolf Adriaan van Sandick en gedetacheerd bij KIHTONI, plande ingenieursopleidingen voor civiel en chemisch ingenieurs. De bron van studenten waren HBS-B-afgestudeerden die zich al in Indië bevonden en van de voorbereidende middelbare school (AMS-B), die in 1919 in Yogyakarta werd gepland en geopend.

De opleiding werd in principe goedgekeurd, maar aanvankelijk werd de opleiding chemische technologie geschrapt en was de opleiding uitsluitend bedoeld als voorbereiding op civiele techniek. De opleiding imiteerde in wezen het curriculum van de TH Delft, zij het met aanpassingen.

Intussen had ir. Henry MacLaine Pont in Indonesië een gebouw in Minangkabau-stijl gepland, maar de stad waar de campus zou komen was nog niet vastgesteld. De Nederlanders overwogen de opties Solo/Yogyakarta of Batavia/Bandoeng. De Commissie Technisch Onderwijs stelde Jakarta voor, maar de burgemeester van Bandoeng, Bertus Coops, verklaarde stellig dat zijn stad bereid was de TH te accepteren en gaf ook aan dat de campus in Bandoeng zou liggen.[6]

Voorzitter van de Raad van Beheer, Jan Willem IJzerman, arriveerde samen met prof. ir. Jan Klopper op 19 april 1919 in Indië. Samen met andere Indonesische leiders hielden ze op 1 mei 1919 een conferentie/audiëntie bij gouverneur-generaal, de heer Johan Paul van Limburg Stirum, in het paleis. De gouverneur-generaal keurde de oprichting van de technische hogeschool in Bandoeng goed, in de hoop dat deze in 1920 zou openen. Zo begon de bouw van de TH-campus, gemarkeerd door een ceremonie voor het planten van vier banyanbomen op vrijdag 4 juli 1919 om 14.00 uur.

Organisatie en status

TH Bandoeng zou worden aangewezen als bijzondere school die een overheidssubsidie zou ontvangen ter hoogte van de helft van de exploitatiekosten. Afgestudeerden van TH Bandoeng zouden op gelijke voet worden erkend als afgestudeerden van TH Delft.

J. W. IJzerman en prof. Klopper zorgden er tevens voor dat er twee docenten beschikbaar waren voor het doceren van wiskunde en natuurkunde. Prof. ir. Jan Klopper, die tot eerste rector magnificus zou worden benoemd, werd officieel geïnstalleerd op 16 september 1919.

Op 6 januari 1920 was het hoogleraarschap van de TH Bandoeng, dat in juli van start zou gaan, voltooid. Het betrof ir. Walther Henri Anton van Alphen de Veer voor Kennis van het Bouwstoffenonderzoek, dr. Willem Boomstra voor Wiskunde, dr. Jacob Clay voor Natuurkunde, ir. Jan Klopper voor Toegepaste Mechanica en Richard Leonard Arnold Schoemaker (de jongere broer van Charles Prosper Wolff Schoemaker). Ir. van Alphen de Veer en Schoemaker verbleven op dat moment tijdelijk in Nederland. Dr. Boomstra en dr. Clay zouden binnenkort arriveren.

Opening van de Technische Hoogeschool te Bandoeng

Opening van de TH te Bandung in 1920
Oorkonde ter gelegenheid van de opening van de TU Bandung

De openingsceremonie van de Technische Hoogeschool van Bandoeng vond plaats op zaterdag 3 juli 1920 om 9.00 uur in het oostelijke hoofdgebouw. Onder de gasten bevonden zich prominente figuren uit Nederlands-Indië, leden van de Raad van Indië, afdelingsdirecteuren, leden van de Volksraad, diverse regeringsfunctionarissen en andere hoogwaardigheidsbekleders, zoals de sultan van Yogyakarta, de Soesoehoenan van Solo, de vorst van het Paku Alaman Paleis en de vorst van het Mangkunegaran Paleis. Opgemerkt dient te worden dat deze dag tot een nationale feestdag werd verklaard, met alle scholen en banken gesloten.[7]

Toespraken werden gehouden door diverse functionarissen, waaronder:[8]: 691–699

Ir. R. A. van Sandick stelde dat deze gebeurtenis een belangrijk historisch moment was in de ontwikkeling van Nederlands-Indië, namelijk de oprichting van de eerste instelling voor hoger onderwijs in deze uitgestrekte archipel. In principe zouden ingenieurs die afstudeerden aan de Technische Hoogeschool te Bandoeng gelijkwaardig zijn aan ingenieurs van de beste technische hogescholen in de westerse wereld, maar dit betekende niet dat het curriculum een blinde kopie was van het curriculum van de TH Delft.

De hoogleraren die de opening van de TH Bandoeng bijwoonden, waren prof. ir. Jan Klopper en prof. dr. Jacob Clay.[8] Jacob Clay werd op 1 januari 1920 benoemd tot hoogleraar natuurkunde en secretaris van de faculteit.


1e jaar (1920-1921)

Op maandag 5 juli 1920 begon het eerste studiejaar met 22 studenten, wat later uitgroeide tot 28 reguliere studenten, bestaande uit 22 Europeanen (waaronder 2 vrouwen), 2 inheemse Indonesiërs en 4 Chinezen. Daarnaast waren er vijf toehorende studenten (luisteraars die geen examen mochten doen), drie voor wiskunde en twee voor natuurkunde.

De inschrijving voor de eerste lichting studenten vond plaats op vrijdag 2 juli 1920, van 8.00 tot 10.00 uur. Het collegegeld voor reguliere studenten bedroeg voor één jaar ƒ 200 (ƒ 200 in 1920 was vergelijkbaar met ruim € 3000 in 2025.[9]

Tot aan de kerstvakantie werden de colleges gehouden van 8.00 tot 11.00 tot 12.00 uur, terwijl er 's middags practica werden gehouden om studenten de gelegenheid te geven de andere onderdelen uit te proberen. Na de kerstvakantie vonden de colleges en practica echter gelijktijdig plaats van 7.00 tot 13.00 uur.

Op donderdag 29 juli 1920 werd een excursie georganiseerd om een put te boren voor grondwaterontwikkeling aan de Riouwstraat (nu Jl. R.E. Martadinata) in Bandoeng. Deze excursie werd geïnitieerd door de planner, ir. C.A. de Jongh, een mijningenieur[8]

Op donderdag 18 november 1920 werd een excursie georganiseerd voor studenten naar de werkplaats van de Staatsspoorwegen. Ze bezochten ook een rubberverwerkingsfabriek, gebouwen en waren getuige van de eerste testdemonstratie van de waterkrachtcentrale Bengkok aan de Tji Kapoendoeng te Dago bij Bandoeng.

Bandoengsch Studenten Corps

Op donderdag 2 september 1920 werd het Bandoengsch Studenten Corps (BSC) opgericht, de oudste officiële studentenorganisatie aan de TH Bandoeng en tevens de oudste studentenorganisatie in Nederlands-Indië. De erkenning van het BSC door de faculteit, onder voorzitterschap van president van de senaat, toonde tevens aan dat het afleveren van goede ingenieurs een verdere voorbereiding vereiste dan die welke voortvloeide uit leerboeken en collegezalen.[10]

Een andere tastbare vorm van steun voor de oprichting van de BSC was de schenking van ƒ 1000 (€ 26000 in 2025)ruim door de Raad van Beheer voor de oprichting van het corps. De eerste activiteit van de BSC betrof de voorbereidingen voor de bouw van een studentenhuis, waarvoor overheidssubsidie was gepland. Ter voorbereiding werd een commissie gevormd bestaande uit de resident van de Preanger, prof. ir. Jan Klopper, prof. dr. Jacob Clay, prof. dr. Willem Boomstra en de voorzitter van de BSC.[7]


Docenten

Op 5 juli 1920 arriveerde prof. dr. Willem Boomstra in de haven van Tanjung Priok en gaf op 7 juli 1920 zijn eerste wiskundecollege.[8]

Per 11 oktober 1920 werd ir. Richard Leonard Arnold Schoemaker, kapitein van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), na zijn terugkeer van verlof in het buitenland benoemd tot buitengewoon hoogleraar Bouwkunde. Tijdens deze onderbreking gaf zijn oudere broer, architect Charles Prosper Wolff Schoemaker. tijdelijk les in de bouwkunde (die later zijn jongere broer definitief zou vervangen als hoogleraar Bouwkunde). Vervolgens werd ir. Richard Schoemaker op 29 april 1921 benoemd tot vast hoogleraar Bouwkunde.[8]

Met ingang van 1 januari 1921 werd ir. W. H. A. van Alphen de Veer, hoofd van het Laboratorium voor Materiaalonderzoek van de afdeling Bouwstoffen, bij zijn terugkeer uit het buitenland benoemd tot bijzonder hoogleraar Kennis en Onderzoek van Bouwstoffen. De colleges voor de opleiding Bouwstoffen begonnen daarom in januari 1921. In totaal waren er dat academisch jaar vijf hoogleraren.

1e dies en studieresultaten

Zaterdag 2 juli 1921 – De 1e dies van de TH Bandoeng werd gehouden in het toen onlangs voltooide Hal/Barakgebouw A. Bij deze gelegenheid hield prof. ir. Richard Leonard Arnold Schoemaker een wetenschappelijke rede getiteld "Constructie, efficiëntie en schoonheid in gebouwen"[11]

Van de 28 reguliere studenten hadden één Europeaan, één inheems - R. Soeria Nata Legawa - en één vrouw de opleiding verlaten, zodat het aantal studenten dat de opleiding tot het einde had gevolgd 25 was. Op basis van de tests en examens slaagden 20 mensen voor niveau 2, terwijl 3 mensen niet aan de eisen voldeden en nog eens 2 mensen een verlengd examen kregen.

2e jaar (1921-1922)

Soekarno op de HBS te Soerabaja
Rede van prof Schoemaker tijden de 1e dies van de TH Bandoeng

Op vrijdag 1 juli 1921 begon het tweede studiejaar met in totaal 60 studenten, waarvan 22 tweedejaarsstudenten,[12] 38 eerstejaarsstudenten (37 nieuwe studenten + 1 student uit de vorige klas die de cursus herhaalde). Onder de nieuwe studenten bevonden zich 6 Indonesische studenten5,[13]:blz 12 waaronder Soekarno, die twee maanden later afhaakte. Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 65.

Er is geen toelatingsexamen voor TH Bandoeng; men hoeft alleen een diploma van de HBS-5-jarige opleiding deel B (Exacte en Natuurwetenschappen) of AMS deel B (Exacte en Natuurwetenschappen) te overleggen. Tot enkele jaren later bestond de meerderheid van de nieuwe studenten aan de TH Bandoeng uit afgestudeerden van de vier HBS'en in Jakarta, Soerabaja, Semarang en Bandoeng). De eerste AMS-studenten kwamen in 1922 van de AMS Yogyakarta, die in 1919 was opgericht.

Voor tweede-, derde- en vierdejaarsstudenten was een bewijs van het behalen van hun diploma van het voorgaande jaar vereist voor herinschrijving. De ingenieursstudie aan de TH Bandoeng duurde tot het academisch jaar 1939 vier jaar.

Op zaterdag 3 september 1921 werd een receptie gehouden ter gelegenheid van het eerste jubileum van het Bandoengsch Studenten Corps (BSC).[14]

Op 15 januari 1922 opende de TH Bandoeng een cursus tot opleiding voor de middelbare acte wiskunde voor leraren in het voortgezet onderwijs. Deze tweejarige opleiding duurde van 17.00 tot 20.00 uur en liep tot december 1923. De volgende instroom begon in januari 1924.[15]

Van 11 tot en met 14 mei 1922 vond op de campus van de TH Bandoeng het Tweede Nederlands-Indisch Natuurwetenschappelijk Congres plaats.[16]

Docenten

In dit academisch jaar werd het hooglerarenkorps verder versterkt met de benoeming in juni 1921 van ir. Hendrik Christiaan Paulus de Vos, ingenieur van de Burgerlijke Openbare Werken (BOW) als vast hoogleraar Waterbouwkunde na zijn terugkeer uit buitenlands verlof.

Per 1 juli 1921 werden drie buitengewoon hoogleraren benoemd: ir. J.H.G. Schepers - Hoofd van de Triangulatiebrigade van de Topografische Dienst – voor Landmeten, Waterpaswerk en Geodesie; Dr. Ir. J.H.A. Haarman - Hoofd van het Bureau Bouw en Bruggenbouw van de Staatsspoorwegen – voor Wegen- en Bruggenbouw en Ir. G.H.M. Vierling- Hoofd van de Indische Centrale Aanschaffingsdienst – voor Werktuigbouwkunde. De gouverneur-generaal gaf vervolgens toestemming voor de benoeming van ir. Jelte Nicolaas van der Ley, waarnemend hoofd van de afdeling Waterkracht en Elektriciteit, werd met ingang van 1 januari 1922 benoemd tot buitengewoon hoogleraar Elektrotechniek.

Met ingang van 1 januari 1922 werd Charles P. Wolff Schoemaker benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden Architectuurgeschiedenis en Decoratieve Kunsten, Bestek- en Ramingtechniek en Stadsplanning (Geschiedenis der Bouw- en Versierkunst, Bekken, Begrotingen en Stadsaanleg). Het totale aantal hoogleraren voor dit academisch jaar bedroeg elf, bestaande uit vijf vaste hoogleraren en zes buitengewone hoogleraren.

Tweede dies en studieresultaten

Bij de tweede dies op zaterdag 1 juli 1922 gaf Rector Magnificus Prof. Ir. Jan Klopper een overzicht van het afgelopen jaar, inclusief de aanstaande opleiding tot zwakstroom-ingenieur van de Post, Telegraaf en Telefoondienst (PTT), waaraan zes marineofficieren en vijf artillerie- en genieofficieren zouden deelnemen.[17] Na de rede van de rector hield prof. dr. Willem Boomstra een wetenschappelijke voordracht getiteld "De betekenis der meetkundige axioma's".[18] In het academiejaar 1921-1922 slaagden van de 59 studenten er 19 voor niveau 3 (3 zakten); en 21 slaagden voor niveau 2.[19] Tegelijkertijd slaagden vier autochtone studenten.

Derde jaar (1922-1923)

Op maandag 3 juli 1922 begon het derde studiejaar met in totaal 92 studenten, waarvan 19 derdejaars, 22 tweedejaars en 52 eerstejaars (42 nieuwe studenten plus 10 studenten uit eerdere klassen die moesten overdoen). Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 107.

In het studiejaar 1922-1923 werd op verzoek van de overheid een opleidingsprogramma geopend voor voormalige militaire officieren in de technische dienst, voormalige marineofficieren en voormalige technische officieren, die vervolgens werden aangesteld als ingenieurs bij de Post-, Telegraaf- en Telefoondienst.

Studententijdschrift Ganeça

Vanaf 1922 publiceert het studentencorps een tweemaandelijks tijdschrift, "Ganeça", met een logo dat een god met een menselijk lichaam en een olifantenkop uit de hindoeïstische mythologie afbeeldt. Dit studententijdschrift werd beheerd door redacteuren die ook student waren aan de TH Bandoeng: E.P.H. Joon, A.C. de Wilde en A.P.V. Kist.[20] Met dit tijdschrift werden studenten getraind in wetenschappelijk en overzichtelijk schrijven, naast het leren van organisatorische vaardigheden en het indelen van hun tijd in academische activiteiten.

Docenten

Hoogleraren in Bandoeng in 1924

Er waren problemen met het vinden van de juiste docenten voor de opleidingen Staatsrecht en Bestuursrecht. Toen de heer A.C.H. Graafland op het punt stond te worden benoemd, bleek zijn gezondheidstoestand ongunstig. De heer L.A. de Waal, docent aan de "Opleiding School Voor Inlandsche Ambtenaren" in Bandoeng, was zeer behulpzaam in de laatste maanden van het schooljaar 1922-1923 door een reeks vervangende colleges te verzorgen. Voor het schooljaar 1923-1924 werd deze vacature opgevuld met de benoeming van de heer A.H. Walkate, rechter bij de Hoge Raad van Nederlands-Indië, tot buitengewoon hoogleraar Staatsrecht en Staatsbestuursrecht.[21] Met nog twee te benoemen hoogleraren in afwachting van benoeming, bedroeg het totale aantal hoogleraren voor dat schooljaar dertien, bestaande uit zes vaste hoogleraren en zeven buitengewone hoogleraren.

In 1923 ontving de TH Bandoeng, als bijzondere school, een overheidssubsidie van de helft van de exploitatiekosten, namelijk ƒ 185.000 (bijna €3 miljoen in 2025).

Derde dies en studieresultaten

Op zaterdag 30 juni 1923 werd de derde dies van de TH Bandoeng gehouden. De rector magnificus prof. ir. Jan Klopper gaf een overzicht van de gebeurtenissen in het academisch jaar 1922-1923. Bij deze gelegenheid hield prof. dr. ir. J.H.A. Haarman zijn wetenschappelijke rede. Zijn wetenschappelijke rede was getiteld "De berekening van een ijzeren brug, en in welke richting deze zich uitbreidt."[22]

In het academiejaar 1922-1923 waren er 93 studenten die de cursus volgden. Op basis van de resultaten van het eindexamen slaagden 15 studenten voor niveau 4; 16 studenten voor niveau 3; en 26 studenten voor niveau 2.Onder deze geslaagde studenten slaagden drie autochtone studenten met succes van niveau 2 naar niveau 3. Ondertussen studeerde R. Soekarno (1921) succesvol af van het eerste naar het tweede niveau.

4e jaar (1923-1924)

Inheemse studenten van de TH Bandoeng in 1923

Op maandag 2 juli 1923 begon het vierde schooljaar met in totaal 88 ingeschreven studenten. In dit schooljaar had TH Bandoeng vier niveaus afgerond: 15 leerlingen in de vierde klas, 18 in de derde klas, 25 in de tweede klas en 30 in de eerste klas. Het totale aantal leerlingen dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe leerlingen) is 126.

Van 16 tot en met 23 september 1923 werd er jaarlijks een excursie/studiereis georganiseerd voor derde- en vierdejaarsstudenten naar Midden-Java om verschillende locaties te bezoeken, waaronder het Bandjar-Tjahjana-irrigatieproject, de suikerfabriek "Gesiekan", de Mendut-tempel en de Borobudur. De volgende dagen werd Semarang bezocht, inclusief de haven, het gebouw van de Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij en andere projectlocaties.[23]

Docenten

Op 17 mei 1924 werd Prof. Ir. R.L.A. Schoemaker benoemd tot hoogleraar aan de TH Delft, een functie die later werd opgevolgd door Wolff Schoemaker, die benoemd werd tot vast hoogleraar. Het totale aantal hoogleraren voor dit academisch jaar was vijftien, bestaande uit zes vaste hoogleraren en negen buitengewone hoogleraren.

4e dies en Studieresultaten

De eerste 12 afgestudeerde civiel ingenieurs van de TH Bandoeng

Op 1 juli 1924 werd de 4e dies van de TH Bandoeng gehouden.In dit academisch jaar studeerde aan de TH Bandoeng haar eerste lichting civiel ingenieurs af, twaalf van de 15 kandidaten die het eindexamen aflegden. De Bandoengse Ingenieurs (een term die gebruikt werd om hen te onderscheiden van hun collega's aan de TH Delft, die Delftse Ingenieurs werden genoemd) bestonden uit acht Europeanen, één Europese vrouw (Elisabeth Antoinette Odenthal)[3] en drie Chinezen.

In 1923-1924 waren van de 88 studenten die de colleges bijwoonden er 12 geslaagd voor niveau 4; 21 voor niveau 3; en 14 voor niveau 2.[24] Een van de drie autochtone derdejaarsstudenten, M. Soetedjo (TH 1921), slaagde met succes voor niveau 4. Ondertussen waren er zes autochtone studenten, namelijk Soekarno (TH 1921), Soemani, M. Soetono, Soetoto, Djoko Asmo (TH 1921), M. Anwari; en één Minahasa-student - J.A.H. Ondang slaagde erin om van het tweede niveau naar het derde niveau te gaan. Onder de studenten van het eerste niveau die erin slaagden om door te gaan naar het tweede niveau waren de namen Djanakoem (TH 1923), Goesti Mohamad Noor (TH 1923) - van Kalimantan, en Martinus Putuhena van de Molukken.

5e jaar (1924-1925)

Opening van het Academisch jaar aan de TH in Bandoeng door Gouverneur Generaal Mr. Dirk Fock

De openingsceremonie van de overdracht van de Technische Hogeschool van Bandoeng aan de staat, werd bijgewoond door gouverneur-generaal Dirk Fock, het hoofd van het College van Directeuren K.A.R. Bosscha en andere functionarissen.

De openingsakte voor de overdracht van de Technische Hogeschool van Bandoeng aan de staat, ondertekend door gouverneur-generaal Dirk Fock en het hoofd van het College van Directeuren K.A.R. Bosscha.

Op 1 juli 1924 begon het vijfde studiejaar begon met in totaal ongeveer 96 studenten, bestaande uit 15 vierdejaarsstudenten, 26 derdejaarsstudenten, 17 tweedejaarsstudenten en 38 eerstejaarsstudenten (29 nieuwe studenten plus 9 studenten van het voorgaande jaar die het vak moesten overdoen). Het totale aantal studenten dat zich tot dan toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 155.

Dit studiejaar kende verschillende belangrijke gebeurtenissen, waaronder:

  • 9 oktober 1924 - De Hooger Onderwijswet Ordonnantie werd voor het eerst van kracht;
  • 18 oktober 1924 - De TH Bandoeng werd overgenomen door de Nederlands-Indische regering;
  • 28 oktober 1924 - De Rechtshoogeschool te Batavia (RHS) werd geopend;
  • 7 april 1925 - Het eerste eredoctoraat werd toegekend aan J. W. IJzerman, gepromoveerd door prof. ir. Jan Klopper.[25]

De TH wordt een staatsinstelling.

Oorkonde overdracht TH aan Nederlandse overheid

Op zaterdag 18 oktober 1924 vond in de inauguratieceremonie plaats ter gelegenheid van de overname van TH Bandoeng, in aanwezigheid van gouverneur-generaal Dirk Fock. In zijn toespraak stelde de gouverneur-generaal dat deze overdracht niet zo belangrijk was als de opening van TH in 1920. Niettemin moet die dag worden beschouwd als een belangrijke mijlpaal in het leven van TH, namelijk de overgang van een particuliere naar een overheidsinstelling.

Toen TH een overheidsinstelling werd, werd KIHTONI geliquideerd en werd het College van Directeuren, als vertegenwoordiger van de Raad van Beheer in Indonesië, ontbonden. De algemeen directeur van de Raad van Beheer, K.A.R. Bosscha, werd vanaf dat moment benoemd tot algemeen directeur van het College van Curatoren. Aan het begin van zijn toespraak noemde de gouverneur-generaal hem daarom algemeen directeur en aan het einde president-conservator. De officiële overdracht werd geformaliseerd in een charter ondertekend door gouverneur-generaal Dirk Fock en het hoofd van het College van directeuren, K.A.R. Bosscha.

De Technische Hoogeschool te Bandoeng. van links naar rechts: Barakgebouw B (1920 - Laboratorium voor materialenkennis en onderzoek van bouwstoffen) - een tennisbaan (1923) - Barakgebouw A (1921 - hoofdgebouw en aula) - Teekenzaal en collegezaal (1923) - Bosscha-Laboratorium Natuurkunde (1922).

Na de ceremonie vond een kennismakingsceremonie plaats ter nagedachtenis aan de verdiensten van K.A.R. Bosscha. Het natuurkundecomplex kreeg toen de naam Bosscha Laboratorium. Een foto van Bosscha werd tevens aan de directie van het Bosscha Laboratorium overhandigd om in de studiezaal te worden geplaatst.

Bandoengsch Technische Hoogeschool-fonds

Bandoengsch Technische Hoogeschool-fonds (BTH-fonds) is een stichting die is opgericht om de ontwikkeling van TH Bandoeng in bredere zin te ondersteunen. BTH-fonds is gevestigd in Nederland en heeft een vertegenwoordiging in Indonesië die verbonden is aan TH Bandoeng.[26]

In verband met de liquidatie van KIHTONI moet het financiële saldo van ƒ 350.000,- (€ 5,5 miljoen in 2025) aan de staat worden gestort, maar met goedkeuring van de Minister van Koloniën en de Gouverneur-Generaal werd vervolgens het bedrag van ƒ 100.000,- gereserveerd om te worden gebruikt als kapitaal voor het Bandoengsch Technische Hoogeschool-fonds, dat werd opgericht op 16 februari 1926. Uit de fondsen die toen werden gespaard en belegd verleent de Stichting BTH-fonds regelmatig steun aan TH Bandoeng.

De statuten van Stichting BTH-fonds bepalen dat zolang er een "technische hogeschool" in Bandoeng bestaat, de doelstellingen van de stichting niet kunnen worden gewijzigd. Stichting BTH-fonds bestaat nog steeds in Nederland en blijft steun verlenen, met name beurzen, aan afgestudeerden van het ITB. De stichting draagt bij door beurzen te verstrekken aan winnaars van de Ganesha-prijs van ITB. Deze stichting is een van de schakels die ITB verbindt met haar geschiedenis: Technische Hoogeschool te Bandoeng.

De Wet op het Hoger Onderwijs van 1924

In verband met de overname van de TH Bandoeng door de staat (zaterdag 18 oktober 1924) en de opening van de RHS (dinsdag 28 oktober 1924) werden de twee instellingen voor hoger onderwijs gereguleerd door de Wet op het Onderwijs/Hoger Onderwijsinstellingen in Nederlands-Indië, hierna te noemen de Ordonnantie van 9 oktober 1924 nr. 1 van de Hooger Onderwijswet 1924, waarin onder andere het volgende is bepaald:

Een hoogeschool omvat niet meer dan één faculteit; een faculteit kan zijn onderverdeeld in meerdere afdelingen, die elk een specifieke discipline vertegenwoordigen; meerdere instellingen voor hoger onderwijs kunnen worden samengevoegd tot een universiteit.

Burgers kregen automatisch de mogelijkheid om hoger onderwijs te volgen aan:

  • de Faculteit der Ingenieurswetenschappen; en
  • de Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

De Faculteit der Ingenieurswetenschappen bestond op dat moment alleen uit de afdeling weg- en waterbouwkunde. De studietijd aan de TH Bandoeng was vier jaar; het examen aan het einde van de derde graad heette het candidaatsexamen; geslaagden voor het afsluitende examen ontvingen een getuigschrift.

Bezitters van een diploma als civiel ingenieur behaald aan de TH Bandoeng, of een ingenieursdiploma in een of meer opleidingen behaald aan de TH Delft, konden promoveren tot de titel "Doctor in de Technische Wetenschappen".

Met de uitvaardiging van deze wet in 1924 werd de basis van de twee instellingen voor hoger onderwijs verder versterkt: de ene was voortgekomen uit een gesubsidieerde particuliere instelling, de Technische Hogeschool in Bandoeng; de andere, een eigen initiatief van de Nederlands-Indische overheid, de Rechtenfaculteit in Dakarta. Drie jaar later, in 1927, werd er nog een instelling voor hoger onderwijs aan het land toegevoegd: de Medische Hogeschool in Djakarta.

Docenten

In juli 1924 werd dhr. dr. Harmen Westra benoemd tot bijzonder hoogleraar Bestuursrecht aan de TH Bandoeng. Per 1 september 1924 werd Charles Prosper Wolff Schoemaker benoemd tot vast hoogleraar Gebouwen, naast de vakken die hij al bekleedde. Het totale aantal hoogleraren voor dit academisch jaar was veertien, bestaande uit zes vast hoogleraren en acht buitengewoon hoogleraren

De 5e dies (eerste lustrum) en studieresultaten

Zaterdag 4 juli 1925 – Het vijfde lustrum en eerste lustrum van de Technische Hogeschool Bandoeng werden gehouden in de Hal/Barakgebouw A, ditmaal onder leiding van de nieuwe faculteitsvoorzitter, prof. dr. Jacob Clay. Vervolgens hield prof. ir. W.H.A. van Alphen de Veer zijn wetenschappelijke rede getiteld "De ontwikkeling van onze kennis van de bouwmaterialen".[27] In dit studiejaar studeerde de TH Bandoeng voor de tweede keer acht civiel ingenieurs af – allen Europeanen – uit 15 kandidaten die het eindexamen hadden afgelegd. Tegen deze tijd had de TH Bandoeng 20 ingenieurs afgeleverd, van wie er 19 hun diploma in vier jaar behaalden (95%) en één die vijf jaar studie voltooide (5%). De gemiddelde tijd tot afstuderen was 4,05 jaar. Van de 26 ingeschreven derdejaarsstudenten deden er 25 mee aan het eindexamen, waarvan er 19 slaagden voor de vierde graad en 6 zakten. Van de 17 ingeschreven tweedejaarsstudenten deden er 15 mee aan het eindexamen, waarvan er 14 slaagden voor de derde graad en 1 zakte. Van de 38 ingeschreven eerstejaarsstudenten deden er 31 mee aan het eindexamen, waarvan er 19 slaagden voor de tweede graad, 1 herkanste en 11 zakten.

6e jaar (1925-1926)

Borstbeeld van dr J.W. IJzerman te Bandoeng, ontworpen door prof. A.W.M. Odé,
onthulling van het borstbeeld van dr. J.W. IJzerman in Bandoeng in 1926

Her 6e academiejaar had in totaal 77 studenten ingeschreven in vier niveaus: 25 in het 4e niveau, 19 in het 3e niveau, 18 in het 2e niveau en 15 in het 1e niveau (14 nieuwe studenten plus 1 student uit de vorige klas die moest overdoen).[28] Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 169.

In lijn met het plan van de overheid om het hoger onderwijs te ontwikkelen, was de eerste vereiste de ontwikkeling van adequaat secundair en hoger onderwijs. Hiertoe was de TH Bandoeng van plan om opleidingen in werktuigbouwkunde en elektrotechniek toe te voegen.[28] Dit plan werd echter pas gerealiseerd in het academisch jaar 1940-1941 met de opening van de opleiding Scheikundige Technologie, en in het academisch jaar 1941-1942 met de opening van de opleiding Werktuigbouwkunde-Elektrotechniek – en zelfs toen gebeurde dit op initiatief van het docentenkorps van de TH Bandoeng (dat nog geen toestemming en goedkeuring van de overheid had gekregen).

Docenten

De samenstelling van het hooglerarenkorps onderging slechts één belangrijke wijziging: Prof. Ir. Jan Klopper kon niet terugkeren naar de TH Bandoeng, terwijl Prof. Ir. A.S. Keverling Buisman terug moest naar Delft.[28]

Met ingang van het daaropvolgende academisch jaar, namelijk op 2 juni 1926, werd het hooglerarenkorps van de TH Bandoeng versterkt met de aanstelling van een ingenieur van de afdeling Energieopwekking en Elektriciteit – Prof. Ir. C.G.J. Vreedenburgh tot hoogleraar mechanica.[29] Het totaal aantal hoogleraren voor dit academisch jaar was veertien, bestaande uit zes vaste hoogleraren en acht buitengewone hoogleraren.

6e dies en studieresultaten

De 6e dies van de TH Bandoeng werd gehouden op 3 juli 19225 in de Hal/Barakgebouw.[28] Na een toespraak van het hoofd van de faculteit, prof. dr. Jacob Clay, hield prof. ir. Hendrik Christiaan Paulus de Vos zijn wetenschappelijke rede getiteld "Bevloeiing, Welzijn en Cultuur".[28]

Bij deze gelegenheid overhandigde K.A.R. Bosscha de ambtsketen van de faculteitsleerstoel aan prof. dr. Jacob Clay, onder applaus van het publiek. De ketting was een geschenk van dr. J.W. IJzerman.

Hierna volgde de onthulling van de buste van Dr. IJzerman in het IJzermanpark. Tijdens de Japanse bezetting werd deze verwijderd en vervolgens opgeslagen in het rectoraatsgebouw van de TH. In 2001 werd deze verplaatst naar Villa Merah, een van de eigendommen van de ITB, eveneens gelegen aan de Jl. Taman Sari in Bandoeng, waar nu het ITB Tourism Research Center is gevestigd. De buste werd gemaakt door Prof. Arend Odé uit Delft en geschonken aan het stadsbestuur van Bandoeng. De burgemeester van Bandoeng, Bertus Coops, betuigde namens de gemeenteraad zijn dank voor dit prachtige geschenk.[28]

Dit academisch jaar markeerde de derde keer dat TH Bandoeng twintig civiele ingenieurs afstudeerde (oorspronkelijk 19, met één persoon die later afstudeerde vanwege ziekte). Onder deze jonge ingenieurs bevonden zich de eerste vier inheemse Indonesiërs die een ingenieursdiploma behaalden aan TH Bandoeng o.a. Soekarno.[30] In zijn toespraak verklaarde prof. dr. Jacob Clay: "Aan het eind-examen voor ingenieurs namen 22 personen doel, hiervan gekomen er 19, w.o. 3 Javaansche jongelui."[28] Van deze 19 jonge ingenieurs voltooiden er 3 hun opleiding in 6 jaar, 7 voltooiden hun opleiding in 5 jaar en 9 voltooiden hun opleiding in 4 jaar.

Bij deze diploma-uitreiking had TH Bandoeng 40 ingenieurs afgeleverd: 29 ingenieurs behaalden hun diploma in vier jaar (72,5%), 8 voltooiden hun studie in vijf jaar (20%) en 3 voltooiden hun studie in zes jaar (7,5%). De gemiddelde afstudeertijd was 4,35 jaar.

De studieresultaten voor het academiejaar 1925-1926 waren dat van de 77 studenten die colleges volgden, op basis van de resultaten van het eindexamen, 14 personen slaagden voor niveau 4; 11 personen slaagden voor niveau 3 (plus 3 personen deden mee aan het verlengingsexamen); en 5 personen slaagden voor niveau 2 (plus 1 persoon deed mee aan het verlengingsexamen)[28] Van de 25 studenten van niveau 4 slaagden 19 personen voor het ingenieursexamen (eindexamen niveau 4 - ingenieursexamen), terwijl één persoon na het behalen van het verlengingsexamen later volgde vanwege ziekte.[30] Van de 19 studenten van niveau 3 slaagden 14 personen voor het kandidatenexamen (bevorderingsexamen van niveau 3 naar niveau 4). Van de 18 tweedejaarsstudenten slaagden er 11 voor het examen voor bevordering van het tweede naar het derde jaar. Van de 15 eerstejaarsstudenten slaagden er 5 voor het examen voor bevordering van het eerste naar het tweede jaar; 1 deed mee aan het verlengingsexamen; 7 trokken zich terug, 3 zakten.[30]

7e jaar (1926-1927)

Het 7e studiejaar begon op 1juli 1926 met 23 nieuwe eerstejaarsstudenten.Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 192.

De faculteit van de TH Bandoeng was niet bepaald optimistisch over de kwaliteit van de nieuwe studenten. Dit bleek uit het dalende slagingspercentage voor het eerstejaarsexamen in de afgelopen jaren. Dit percentage daalde verder van het studiejaar 1921-1922 naar het studiejaar 1926-1927, van 60, 43, 61, 48, 44 en uiteindelijk, dit jaar, naar 34 procent.[31]

Jacob Clay, hoofd van de faculteit, betoogde dat de kwaliteit van het voorbereidend hoger onderwijs op middelbare schoolniveau sinds 1921 achteruitging. De wiskundelessen aan de HBS werden ingekrompen, evenals de vakken mechanica en natuurkunde – allemaal vakken die essentieel zijn voor toekomstige ingenieurs. Andere factoren die hieraan bijdroegen, waren het toenemende aantal leerlingen per klas, het toenemende aantal lesuren per docent en de toenemende docent-leerlingratio, die allemaal leidden tot een afname van de kwaliteit van het onderwijs op de HBS.[31] Hij stelde verder dat, om studieproblemen aan de TH Bandoeng te voorkomen, toekomstige studenten op de middelbare school minimaal een 7 voor wiskunde en natuurkunde moesten halen.[31]

Docenten

In het schooljaar 1927 tot 1928 werd het hoofd van de faculteit Prof. Ir. Hendrik Christiaan Paulus de Vos, die waarnam als interim-hoofd tijdens het verblijf van prof. dr. Jacob Clay in het buitenland voor een jaar. Het totaal aantal hoogleraren voor dit academisch jaar was veertien, bestaande uit zes vaste hoogleraren en acht buitengewone hoogleraren.

7e dies en studieresultaten

De 7e dies op 2 juli 1927 werd gehouden in de Hal/Barakgebouw A .[31] De bijeenkomst begon met een toespraak van het hoofd van de faculteit, prof. dr. Jacob Clay. Vervolgens hield prof. ir. Jelte Nicolaas van der Leij een wetenschappelijke rede getiteld "Elektriciteit als factor in het leven van de maatschappij".[31][32]

Dit academisch jaar was het de vierde keer dat de TH Bandoeng civiel ingenieurs afstudeerde, met 14 civiel ingenieurs van de 19 kandidaten die het eindexamen aflegden. Tot aan deze afstudeerdatum had TH Bandoeng 54 ingenieurs voortgebracht, 35 ingenieurs behaalden hun diploma in vier jaar (65%), 13 andere ingenieurs studeerden vijf jaar (24%) en 6 anderen hadden zes jaar nodig (11%).[31] Het totale aantal autochtone ingenieurs dat bij de TH Bandoeng was afgestudeerd, bedroeg toen 10 personen.

De studieresultaten voor boekjaar 1926-1927 waren gebaseerd op de eindexamenresultaten; maar liefst 11 personen slaagden voor niveau 4. Drie mensen gingen door naar niveau 3; en vijf mensen studeerden af naar niveau 2.

8e jaar (1927-1928)

Het achtste schooljaar begon op 4 juli 1927met in totaal 51 leerlingen ingeschreven in vier niveaus: 17 in de vierde klas, 8 in de derde klas, 7 in de tweede klas en 19 in de eerste klas (16 nieuwe leerlingen plus 3 leerlingen uit de vorige klas die moesten blijven zitten). Het totale aantal leerlingen dat zich tot dan toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe leerlingen) was 208.

Docenten

Vanaf juni 1928 werd het hoogleraarschap van de TH Bandoeng versterkt met de benoeming van prof. ir. Paulus Pieter Bijlaard, ingenieur van de Staatsspoorwegen, tot vast hoogleraar op het gebied van de wegen- en bruggenbouw, ter vervanging van prof. dr. ir. Johan Herman Adolf Haarman, die eerder was afgetreden.[33] Het totale aantal hoogleraren voor dat academisch jaar was veertien, bestaande uit zes vast hoogleraren en acht buitengewoon hoogleraren.

8e dies en studieresultaten

De 8e dies van de TH Bandoeng werd gehouden op 30 juni 1928 en begon met een toespraak van het hoofd van de faculteit, prof. ir. Hendrik Christiaan Paulus de Vos, gevolgd door een wetenschappelijke rede van prof. ir. G.H.M. Vierling, buitengewoon hoogleraar Werktuigbouwkunde aan h,de TH Bandoeng. Deze gaf een overzicht en beschrijving van de rol van Nederlandse technici in de ontwikkeling van stoomturbines en scheepsmotoren ("Aandeel van de Nederlandsche technici in de ontwikkeling van stoommachine en motor voor scheepsbedrijf").[34]

Dit academisch jaar is het vijfde jaar op rij dat de TH Bandoeng civiel ingenieurs afstudeert, met acht van de 17 kandidaten die het eindexamen afleggen. Tot dan toe had de TH Bandoeng 62 ingenieurs afgeleverd: 40 ingenieurs behaalden hun diploma in vier jaar (64,5%), 13 ingenieurs voltooiden vijf jaar studie (21%) en negen deden er zes jaar over (14,5%). De gemiddelde afstudeertijd is 4,5 jaar.] Het totale aantal autochtone ingenieurs dat afstudeerde aan de TH Bandoeng was 13.

De eindexamenresultaten, waren: van de 8 derdejaarsstudenten die het examen aflegden, slaagden er 5 voor niveau 4; van de 7 tweedejaarsstudenten die het examen aflegden, slaagden er 5 voor niveau 3; en van de 19 eerstejaarsstudenten die het examen aflegden, slaagden er 11 voor niveau 2, één mocht een inhaalexamen afleggen, drie moesten het examen opnieuw afleggen en vier zakten.

9e jaar (1928-1929)

Het 9e studiejaar begon op 2 juli met 32 nieuwe eerstejaarsstudenten.Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 240.Van 18 tot en met 25 mei 1929 vond aan de TH Bandoeng het Vierde Pacific Science Congres plaats, dat werd bijgewoond door wetenschappers uit landen in de Stille Oceaan.[35]

Docenten

Jacob Clay zou in deze periode benoemd worden tot hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. De functie van vast hoogleraar natuurkunde werd vervolgens vervuld door prof. dr. Herman Robert Woltjer, die onlangs was benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Prof. ir. Cornelis Benjamin Biezeno, hoogleraar toegepaste mechanica en hoofd van de afdeling Werktuigbouwkunde en Scheepsbouw aan de Technische Hogeschool Delft, vertrok in mei 1929 uit Nederland om gedurende het academisch jaar 1929-1930 als gewoon hoogleraar te doceren aan de Technische Universiteit Bandoeng, ter tijdelijke vervanging van prof. ir. C. G. J. Vreedenburgh, die met verlof in Nederland was. Het totale aantal hoogleraren voor dit academisch jaar was veertien, bestaande uit zeven vast hoogleraren en zeven buitengewoon hoogleraren.

9e dies en studieresultaten

De 9e dies vond plaats op 29 juni 1929 in de Hal/Barakgebouw A,in aanwezigheid van onder anderen de directeur van Onderwijs en de leerstoelen van de faculteiten van Batavia (RHS en GHS).

De bijeenkomst begon met een toespraak van prof. dr. Jacob Clay, gevolgd door een wetenschappelijke rede van prof. mr. dr. Harmen Westra, bijzonder hoogleraar Staatsrecht, Staatsbestuursrecht en Handelsrecht aan de TH Bandoeng, die een overzicht gaf en uitleg gaf over het belang van een heroriëntatie op de rechtswetenschap (Overzicht en beteekenis van de heroriëntering der rechtswetenschap).[36]

Dit academisch jaar was het de zesde keer dat de TH Bandoeng civiel ingenieurs afstudeerde, met 10 civiel ingenieurs van de 13 kandidaten die het eindexamen aflegden. Tot nu toe had de TH Bandoeng 72 ingenieurs afgeleverd. 42 behaalden hun diploma in vier jaar (58,3%), 15 deden er vijf jaar over (20,8%), 10 deden er zes jaar over (13,9%), 3 deden er zeven jaar over (4,2%) en 2 deden er acht jaar over (2,8%). De gemiddelde afstudeertijd was 4,72 jaar. Het totale aantal inheemse ingenieurs dat afstudeerde aan de TH Bandoeng was 14.

Van de 10 tweedejaarsstudenten die het examen aflegden, er slaagden er 6 voor het derdejaarsniveau; één moest het examen opnieuw afleggen; en 3 zakten.[60] Van de 24 studenten niveau 1 die het examen aflegden, slaagden er 15 voor niveau 2; twee moesten het examen opnieuw afleggen; en 7 zakten.

10e jaar (1929-1930)

Het 10e studiejaar begon op 1 juli 1929 met een totale inschrijving van ongeveer 87 studenten, bestaande uit 49 Europeanen, 32 autochtone Indonesiërs en 6 Chinezen.[37] Dit aantal bestond uit 11 vierdejaarsstudenten; 10 derdejaarsstudenten; 16 tweedejaarsstudenten; en 50 eerstejaarsstudenten (40 nieuwe studenten plus 10 studenten uit eerdere klassen die moesten blijven zitten).

Docenten

Eind 1929 telde het onderwijzend personeel 22 personen, bestaande uit 15 hoogleraren, 3 docenten en 4 tijdelijke docenten. Daarnaast waren er 7 oud-hoogleraren (die niet meer werkzaam waren aan de TH Bandoeng). Er waren 11 assistenten.

De vaste hoogleraarspositie voor natuurkunde werd vervuld door prof. dr. Herman Robert Woltjer, die onlangs was benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit Leiden. In het studiejaar 1929-1930 verving prof. ir. C. B. Biezeno, hoogleraar toegepaste mechanica en hoofd van de afdeling Machinebouw en Scheepsbouw aan de Technische Universiteit Delft, tijdelijk prof. ir. C. G. J. Vreedenburgh, die met verlof in Nederland was.

Buitengewoon hoogleraar Werktuigbouwkunde - prof. ir. G. H. M. Vierling, werd op 30 juni 1929 op eigen verzoek eervol ontslagen uit zijn functie als buitengewoon hoogleraar aan de TH Bandoeng. Derhalve benoemde de TH in het studiejaar 1929-1930 ir. J.E.A. van Wolzogen Kühr werd buitengewoon lector (buitengewoon lector) voor Werktuigbouwkunde. Wolzogen Kühr was ingenieur graad I bij het bedrijf "Staats Spoor- en Tramwegen" op Java.[64][38] Het totale aantal hoogleraren voor dat academisch jaar was vijftien: zeven vaste hoogleraren, zeven buitengewone hoogleraren en één tijdelijk hoogleraar.

10e dies (2e lustrum) en studieresultaten

Het 10-jarig jubileum en het 2e lustrum van de TH Bandoeng vond plaats op 28 juni 1930,waar prof. ir. Charles Prosper Wolff Schoemaker, hoogleraar Architectuur aan de TH Bandoeng, zijn wetenschappelijke rede hield getiteld "De aesthetiek der architectuur en de kunst der modernen"[39]

Dit academisch jaar markeerde de zevende keer dat TH Bandoeng civiele ingenieurs afstudeerde, waarbij zes van de elf kandidaten het eindexamen deden. Tot dan toe heeft TH Bandoeng 78 ingenieurs voortgebracht: 45 behaalden hun diploma in vier jaar (57,7%), 16 voltooiden vijf jaar (20,5%), 12 voltooiden zes jaar (15,4%), 3 voltooiden zeven jaar (3,8%) en 2 voltooiden acht jaar (2,6%). De gemiddelde afstudeertijd was 4,73 jaar. Het totale aantal inheemse ingenieurs dat aan de TH Bandoeng is afgestudeerd, bedraagt 16.

De resultaten van het onderzoek voor het academiejaar 1929-1930 waren die van de 87 studenten die colleges volgden. Op basis van de resultaten van het eindexamen waren er van de 10 derdejaarsstudenten die het examen aflegden, 6 geslaagd voor niveau 4 (1 deed een verlengingsexamen); van de 16 tweedejaarsstudenten die het examen aflegden, slaagden er 9 voor niveau 3 (6 zakten, 1 deed een verlengingsexamen); en van de 38 eerstejaarsstudenten die het examen aflegden, slaagden er 18 voor niveau 2, moesten er 7 het examen opnieuw afleggen, zakten er 11 en trokken er zich terug uit het examen.[40]

Gedurende de tien academische jaren schreven zich 736 studenten in, waarvan 508 Europeanen, 170 inheemse Indonesiërs en 58 Chinezen. Het cijfer 736 vertegenwoordigt het aantal aanmeldingen van alle niveaus (I tot en met IV), maar het totale aantal eerstejaarsstudenten (eerstejaars) bedroeg 338.

11e jaar (1930-1931)

Het 11e studiejaar begon op 30 juni 1930 met in totaal 111 ingeschreven studenten, waarvan 66 Europeanen, 36 autochtone Indonesiërs en 9 Chinezen. Dit aantal bestond uit 11 vierdejaarsstudenten, 12 derdejaarsstudenten, 24 tweedejaarsstudenten en 64 eerstejaarsstudenten (46 nieuwe studenten plus 18 studenten van het voorgaande jaar die moesten overdoen). Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 326.

Het tweede doctoraat

Na de uitreiking van het eredoctoraat aan J. W. IJzermanibn in 1925, werd in dit jaar voor het eerst aan de TH Bandoeng een doctoraat in de ingenieurswetenschappen uitgereikt, niet honoris causa, te weten aan ir. Nicolaas Hendrik van Harpen, scheikundig ingenieur. Hij studeerde in 1924 af aan de TH Delft, en was onderzoeker bij AVROS in Medan ( de Algemeene Vereeniging van Rubberplanters ter Oostkust van Sumatra). Op donderdag 9 oktober 1930 verdedigde Ir. N. H. Harpen met succes zijn proefschrift getiteld "De electrometrische bepaling van de waterstofionenconcentratie in de latex van Hevea brasiliensis en hare toepassing op technische vraagstukken".[41] Als promotor trad op prof.ir. Voorzitter was prof. dr. W. H. A. van Alphen de Veer (oorspronkelijk prof. dr. O. de Vries, maar vervangen toen hij naar Groningen vertrok), terwijl de ondersteunende staf dr. P.J.F. Beumée-Nieuwland.[42]

Docenten

In juni 1930 werd Dr. Ir. Cornelis Pieter Mom, hoofd van het onderzoeksbureau voor waterzuivering in Manggarai, benoemd tot buitengewoon hoogleraar assaineering (=gezondheidstechniek).[43] In juli 1930 benoemde de Technische Hogeschool van Bandoeng Ir. Ferdinand Taco Mesdag tot buitengewoon hoogleraar (buitengewoon lector) voor de ingenieursgeologie; Ir. P. F. A. van Wolzogen Kühr werd buitengewoon hoogleraar (buitengewoon lector) voor de werktuigbouwkunde; Prof. Ir. Paulus Pieter Bijlaard – naast zijn vaste hoogleraar Wegen- en Bruggenbouw, werd ook benoemd tot hoogleraar Havenbouw en Maritieme Werken; Prof. Ir. C. G. J. Vreedenburgh – naast zijn vaste hoogleraar Werktuigbouwkunde, werd ook benoemd tot hoogleraar Havenbouw en Maritieme Werken en Gezondheidstechniek. Vanaf 8 november 1930 ging prof. ir. P. N. Max – buitengewoon hoogleraar bij Bruggen – met negen maanden overzees verlof. Een jaar later keerde hij echter niet terug naar Nederlands-Indië. Daarom werd hij op 31 december 1931, op eigen verzoek, eervol ontslagen uit zijn functie bij de Staatsspoorwegen.

Buitengewoon hoogleraar staatsrecht, staatsbestuursrecht en handelsrecht – prof. H. Westra – werd op 20 mei 1931, op eigen verzoek, eervol ontslagen uit zijn functie als buitengewoon hoogleraar. Sinds 3 mei 1930 is prof. ir. H. van Breen ging negen maanden met verlof naar het buitenland en keerde niet terug naar Nederlands-Indië. Daarom werd hij op 30 juni 1931 op eigen verzoek eervol ontslagen uit zijn functie als vast hoogleraar Waterleidingbedrijf. Intussen werd generaal-majoor (bd.) prof. dr. H. M. Neeb per 30 juni 1931 eervol ontslagen uit zijn functie als buitengewoon hoogleraar Hygiëne/Milieu.

Er waren in totaal twaalf hoogleraren in dit studiejaar, bestaande uit zes vast hoogleraren en zes buitengewoon hoogleraren.

11e dies en studieresultaten

De 11e dies werd gehouden op 4 juli 1931 waar prof. dr. H. M. Neeb, buitengewoon hoogleraar hygiëne en sanitaire techniek aan TH Bandoeng, zijn wetenschappelijke rede hield met de titel "Hygiëne en gezondheidszorg in tropisch Nederland".[44]

Dit academiejaar was de achtste keer dat TH Bandoeng afstudeerders had als burgerlijk ingenieur, waarbij negen van de elf kandidaten het eindexamen aflegden. Tegen het einde van deze studie had TH Bandoeng 87 ingenieurs voortgebracht: 47 studeerden af in vier jaar (54%), 20 voltooiden vijf jaar (23%), 12 voltooiden zes jaar (13,79%), 3 voltooiden zeven jaar (3,45%), 4 voltooiden acht jaar (4,6%) en 1 voltooide tien jaar (1,15%). De gemiddelde afstudeertijd was 4,86 jaar. Het totale aantal inheemse ingenieurs dat afstudeerde aan TH Bandoeng was 19.

De resultaten van het academiejaar 1930-1931 waren: van de 111 studenten die de colleges bijwoonden, gebaseerd op de resultaten van het eindexamen, van de 12 derdejaarsstudenten die het examen aflegden, slaagden er 10 voor niveau 4 (1 zakte); van de 24 tweedejaarsstudenten die het examen aflegden, slaagden er 10 voor niveau 3 (5 zakten, 4 moesten het examen opnieuw afleggen, 2 mochten het examen opnieuw afleggen vanwege ziekte); en van de 48 eerstejaarsstudenten die het examen aflegden, slaagden er 16 voor niveau 2, moesten 13 het examen opnieuw afleggen en zakten er 19.[45]

12e jaar (1931-1932)

Begin juli 1931 begon het 12e studiejaar met in totaal 128 studenten, bestaande uit 12 vierdejaars, 15 derdejaars, 29 tweedejaars en 72 eerstejaars (49 nieuwe studenten plus 23 studenten van het voorgaande jaar die het vak moesten overdoen). Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 375.

Docenten

Op 17 september 1931 werd Prof. Ir. Jan Jacob Iman Sprenger benoemd tot vast hoogleraar Waterbouwkunde. Bij zijn inauguratie hield Sprenger een wetenschappelijke rede getiteld "Beton als materiaal voor waterbouwkundige projecten".[46]

Met het pensioen van prof. dr. H. M. Neeb werd de functie van bijzonder hoogleraar op het gebied van Hygiëne en Sanitatietechnologie vervuld door prof. dr. ir. Cornelis Pieter Mom. De inauguratie van C. P. Mom als hoogleraar vond plaats op vrijdag 18 december 1931 met een wetenschappelijke rede getiteld "Over het verband tusschen drinkwater, bodemverontreiniging en darmziekten".[47]

Op 23 maart 1932 werd Martin August Gustav Harthoorn benoemd tot bijzonder hoogleraar op het gebied van Staatsrecht, Staatsbestuursrecht en Handelsrecht, ter vervanging van prof. dr. Harmen Westra. Bij zijn inauguratie hield hij een rede getiteld "De Huidige Crisis".[48] Het totale aantal hoogleraren voor dit academisch jaar bedroeg twaalf, bestaande uit zeven vaste hoogleraren en vijf buitengewone hoogleraren.

12e dies en studieresultaten

De 12e dies op 2 juli 1932 begon met een toespraak van het hoofd van de faculteit, prof. Willem Boomstra, waarin hij verslag deed van de ontwikkeling van de TH in het afgelopen jaar. Vervolgens hield prof. ir. J.H.G. Schepers, buitengewoon hoogleraar Landmeetkunde, Waterpassing en Geodesie, zijn wetenschappelijke rede getiteld "Problemen van de Hogere Geodesie - Gebieden groter dan 50 x 50 km² “

Tijdens dit jubileum werd voor het eerst de Bosscha-medaille uitgereikt. De medaille werd uitgereikt door Dr. K.W. Dammerman, voorzitter van de Nederlands-Indische Raad van Wetenschappen aan Dr. Matthieu Gérard Jacques Marie Kerbosch voor zijn verdiensten op het gebied van landbouwkunde. Na het overlijden van K.A.R. Bosscha werd een stichting opgericht ter nagedachtenis aan hem. Met een startkapitaal van ƒ 4.000, beheerd door de Nederlands-Indische Raad van Wetenschappen, zou om de twee jaar een gouden medaille worden uitgereikt aan personen die uitblonken in landbouwkunde of techniek. Volgens de statuten van de stichting moet de uitreiking van de Bosscha-medaille plaatsvinden mert de dies van TH Bandoeng.

Dit academisch jaar studeerde TH Bandoeng voor de negende keer ingenieurs af, met 10 civiel ingenieurs van de 12 kandidaten die het eindexamen aflegden. Bij deze diploma-uitreiking had TH Bandoeng 97 ingenieurs voortgebracht: 53 ingenieurs behaalden hun diploma in vier jaar (54,64%), 21 voltooiden vijf jaar (21,65%), 15 voltooiden zes jaar (15,46%), 3 voltooiden zeven jaar (3,09%), 4 voltooiden acht jaar (4,12%) en 1 voltooide tien jaar (1,03%). De gemiddelde afstudeertijd was 4,85 jaar. Onder deze jonge ingenieurs bevonden zich Roosseno Soerjohadikoesoemo (TH 1928) Het totale aantal inheemse ingenieurs dat afstudeerde aan TH Bandoeng was toen 21.

De studieresultaten voor het academisch jaar 1931-1932 zijn gebaseerd op de resultaten van 128 studenten die aan het programma deelnamen. Op basis van de eindexamenresultaten trok een van de 15 ingeschreven derdejaarsstudenten zich tijdens het examen terug, slaagden 13 voor het vierdejaarsniveau en moest één het examen opnieuw afleggen.Van de 29 ingeschreven tweedejaarsstudenten werd één student geschorst wegens ongepast gedrag, trok één student zich tijdens het examen terug, slaagden 15 voor het derdejaarsniveau, moesten twee studenten het examen opnieuw afleggen en zakten er 10. Van de 72 ingeschreven eerstejaarsstudenten trokken er 13 zich tijdens de opleiding terug, trokken er 11 zich vóór of tijdens het examen terug, slaagden 23 voor het tweedejaarsniveau, moesten vijf studenten het examen opnieuw afleggen en zakten er 20.

13e jaar (1932-1933)

Het 13e schooljaar begon op 4 juli 1932 met in totaal 133 leerlingen, verdeeld over vier niveaus: 16 in de vierde klas, 17 in de derde klas, 38 in de tweede klas en 62 in de eerste klas (38 nieuwe leerlingen plus 24 leerlingen uit de vorige klas die moesten blijven zitten). Het totale aantal leerlingen dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe leerlingen) is 413.

Docenten

Dit academisch jaar telde de TH Bandoeng in totaal twaalf hoogleraren, bestaande uit zeven vaste hoogleraren en vijf buitengewone hoogleraren.

13e dies en studieresultaten

De 13e dies was op 1 juli 1933. Bij deze gelegenheid hield prof. dr. ir. C. G. J. Vreedenburgh een wetenschappelijke rede getiteld "Grepen uit de ontwikkeling der mechanica".[49]

Dit academisch jaar was het de tiende keer dat bij de TH Bandoeng civiele ingenieurs afstudeerde: 14 van de 16 kandidaten die het afsluitende examen aflegden, terwijl twee kandidaten zakten. Tot aan dit afstuderen had de TH Bandoeng 111 ingenieurs afgeleverd. Het totale aantal autochtone ingenieurs dat afstudeerde aan de TH Bandoeng was 26.

De studieresultaten over het academiejaar 1932-1933 waren dat van de 133 studenten die colleges volgden, gebaseerd op de eindexamenresultaten, van de 17 ingeschreven derdejaarsstudenten er 11 slaagden voor het vierde jaar, 1 het examen moest overdoen en 5 zakten. Van de 38 ingeschreven tweedejaarsstudenten deden er 35 examen, met als resultaat dat 14 slaagden voor niveau 3, 2 het examen moesten overdoen en 19 zakten. Van de 62 ingeschreven eerstejaarsstudenten trokken er 13 zich terug tijdens de cursus die aan het examen voorafging, waardoor er 49 overbleven om het examen af te leggen, met als resultaat dat 16 slaagden voor niveau 2, 7 het examen opnieuw moesten afleggen en 26 zakten.

14e jaar (1933-1934)

Het 14e schooljaar begon op 3 juli 1933 met in totaal 138 leerlingen in vier niveaus: 14 in jaar 4, 21 in jaar 3, 38 in jaar 2 en 65 in jaar 1.[84] (42 nieuwe studenten plus 23 studenten uit de vorige klas die moesten overdoen). Dit aantal bestond uit 73 Europeanen, 47 inheemsen en 18 Chinezen.  Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 455.

Van 2 tot en met 8 oktober 1933 werd een studiereis georganiseerd voor oudere studenten naar het project in Krawang, de waterzuiveringsinstallatie in Manggarai, de laboratoria van Geneeskundige Hoogeschoool te Bartavia het havenproject in Tandjoeng Priok, het irrigatieproject Cisadane, de "Archipel Brouwerij" en de waterbron voor Batavia in Buitenzorg. Kleinere veldstudies werden ook uitgevoerd rond Bandoeng. De collegeperiode liep tot 24 maart en 6 april 1934, gevolgd door een examenperiode die begon op 16 april 1934, waarvan de uitslag op 11 mei 1934 bekend werd gemaakt.

Docenten

Op 16 juni 1934 nam Prof. Ir. H.C.P. de Vos, na 13 jaar dienstverband, ontslag bij de TH om terug te keren naar Nederland. Zijn vervanger was Ir. J.W.F.C. Proper, die de colleges irrigatie en hydrauliek zou geven.

Ter vervanging van Prof. Ir. W. H. A. van Alphen de Veer, die met verlof naar het buitenland was, en Ir. W.J.Th. Amons van het Laboratorium voor Bouwstoffenonderzoek werden aangesteld als tijdelijk docent. Ter vervanging van Prof. Dr. Willem Boomstra, die sinds 27 juni 1934 met verlof naar het buitenland was, werden Dr. A. J. Leckie en Ir. O. Stevens – beiden assistenten aan de Technische Hogeschool Bandoeng – en Drs. J. H. Van Lint, docent aan de HBS, aangesteld als tijdelijk docenten voor de wiskundecolleges. Naast de wisselingen in de professorensamenstelling fungeerde Ir. A.L. van der Laaken, hoofd van de Dienst Openbare Werken en Spoorwegen bij de Staatsspoorwegen, als buitengewoon docent voor de Spoorwegbouw.

Het totale aantal hoogleraren voor dit studiejaar bedroeg twaalf, bestaande uit zeven vaste hoogleraren en vijf buitengewoon hoogleraren.

14e dies en studieresultaten

Op 3 augustus 1934 werd de 14e dies gehouden. Om 10.00 uur waren, onder begeleiding van het lied "Gaudeamus igitur", leden van de Curatoriale Raad en hoogleraren van de TH Bandoeng, samen met vertegenwoordigers van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en de Faculteit der Geneeskunde in Batavia, in de Hal aanwezig. De bijeenkomst begon met een toespraak van de voorzitter van de faculteit, prof. ir. Charles Prosper Wolff Schoemaker, die verslag deed van de ontwikkeling van de TH in het afgelopen jaar. De toespraak werd doorgaans gehouden door de aftredende voorzitter van de faculteit, aangezien het tevens de laatste toespraak van het semester is. Omdat prof. ir. H.C.P. de Vos echter al met pensioen was gegaan (16 juni 1934), werd de jubileumtoespraak gehouden door de nieuwe voorzitter van de faculteit, prof. ir. Charles Prosper Wolff Schoemaker.

Bij deze gelegenheid hield prof. ir. Paulus Pieter Bijlaard een wetenschappelijke rede getiteld "De factoren, die het materiaalverbruik in constructies beïnvloeden".

Dit jubileum markeerde de tweede keer dat de Bosscha-penning werd toegekend, en de eerste op het gebied van de ingenieurswetenschappen. De penning, die tweejaarlijks wordt toegekend, werd uitgereikt door dr. K.W. Dammerman, voorzitter van de Natuurwetenschappelijke Raad van Nederlandsch-Indië, aan ir. W. F. Einthoven, hoofd van het PTT-bureau, voor zijn verdiensten op het gebied van de telecommunicatietechniek. Die avond vond een diner plaats in Grand Hotel Preanger, bijgewoond door leden van het College van Curatoren en hoogleraren, waaronder vertegenwoordigers van beide faculteiten (RHS en GHS), en andere genodigden, waaronder ir. Einthoven. De toespraak ter uitreiking van de Bosscha-penning werd uitgezonden op de Nederlandsch-Indische Radio Omroep Maatschappij (NIROM) in heel Nederlands-Indië.

Dit academisch jaar was het de elfde keer dat de TH Bandoeng een civiel ingenieur afstudeerde, met 10 van de 14 kandidaten die het eindexamen aflegden. Tot nu toe had de TH Bandoeng 121 ingenieurs afgeleverd: 65 ingenieurs behaalden hun diploma in vier jaar (53,7%), 27 in vijf jaar (22,3%), 18 in zes jaar (14,9%), 4 in zeven jaar (3,3%), 5 in acht jaar (4,13%) en 2 in tien jaar (1,65%). De gemiddelde afstudeertijd was 4,88 jaar.

15e jaar (1934-1935)

Prakticumlokaal van de Technische Hoogeschool te Bandoeng, 1935

Het 15e studiejaar begon op 6 augustus 19334 met in totaal 151 studenten ingeschreven in vier niveaus: 21 in het 4e jaar, 22 in het 3e jaar, 37 in het 2e jaar en 71 in het 1e jaar (49 nieuwe studenten plus 22 studenten van het voorgaande jaar die moesten blijven zitten).  Met ingang van dit studiejaar is de aanvang van de lessen vastgesteld op de eerste werkdag van augustus. Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 504.

Van 6 tot en met 14 oktober 1934 werd een grootschalige studiereis gehouden voor studenten van het 3e en 4e jaar onder leiding van prof. ir. Jan Jacob Iman Sprenger bezocht Singapore om technische projecten te bekijken, zoals de aanleg van een haven, een stedelijk rioolbedrijf, het Gunung Pulai (Johor)-project voor schoon water, het Johore Causeway-project en andere. Voordat de excursiegroep naar Singapore vertrok, bezocht ze de haven van Tanjung Priok. Na terugkeer uit Singapore ging de groep naar Muntok om de tinwinning te inspecteren. Naast de grotere excursie vonden er tijdens de colleges ook kleinere excursies plaats. Op 28 september 1934 bezochten vierdejaarsstudenten een irrigatieproject rond Bandoeng, onder leiding van prof. ir. Proper, na een introductie van ir. M.F. Adams, een ingenieur van de Provinciale Irrigatiedienst.

Op 28 november 1934 bezochten tweedejaarsstudenten, onder leiding van prof. ir. Amons, een kalkoven in Cipatat en een andesietgroeve op Mount Misigit. Van 16 tot en met 23 januari 1935 bezocht dr.ir. Geert Otten, werktuigbouwkundig ingenieur van de sectie Militaire Luchtvaart, gaf op verzoek van de faculteit een lezing over vliegtuigbouw aan vierdejaarsstudenten. Aansluitend volgde op 29 januari 1935 een bezoek aan de faciliteiten van de sectie Militaire Luchtvaart, onder leiding van prof. ir. Bijlaard. De lezing en excursie werden enthousiast bezocht, zelfs door meerdere hoogleraren.

Docenten

Prof. ir. C.G.J. Vreedenburgh nam de functie van faculteitsvoorzitter op zich, ter vervanging van prof. dr. Willem Boomstra, die van 27 juni 1934 tot 13 februari 1935 met verlof naar het buitenland was. Ir. O. werd Stevens aangesteld als tijdelijk docent voor het vak Beschrijvende Meetkunde.

Op 3 september 1934 werd A.D.H. Bosch tijdelijk belast met het doceren van de opleiding Landbouwkunde/Landbouwkunde. Op 7 september 1934 hield de buitengewoon hoogleraar Nieuwe Spoorwegbouw, ir. A.L. van der Laaken, een openbare voordracht getiteld "Een en ander over spoorwegverbindingen in en om groote steden". Op 24 september 1934 werd ir. Ferdinand Taco Mesdag eervol ontslagen als buitengewoon hoogleraar Toegepaste Geologie in verband met zijn terugkeer naar Nederland. Ir. G. Pott werd op 1 oktober 1934 als zijn opvolger benoemd.

Op 20 september 1934 werd prof. ir. Jelte Nicolaas van der Ley, na 12 jaar dienst, eervol ontslagen uit zijn functie als buitengewoon hoogleraar Elektrotechniek. Ir. G. van der Harst werd benoemd tot buitengewoon hoogleraar Elektrotechniek, waar hij op 16 november 1934 een algemene lezing hield getiteld "Over een merkwaardig verband tusschen hier te lande door bliksemslag veroorzaakt schaden aan bovengrondsche elektrische transmissieleidingen en de natuurlijke afwatering van het aardoppervlak".

Op 21 december 1934 werd prof.ir. Johannes Wilhelmus Franciscus Cornelis Proper werd benoemd tot vast hoogleraar Waterbouw. Zijn inauguratierede was getiteld "Het experimenteel Onderzoek van hydraulische problemen op waterbouwkundig gebied".[50] Prof.Ir. W.H.A. van Alphen de Veer, die met verlof naar het buitenland was, vroeg zijn pensioen aan, zodat hij in januari 1935, na 23 dienstjaren, eervol werd ontslagen uit zijn functie als buitengewoon hoogleraar Kennis en Onderzoek van Bouwmaterialen. Na sinds augustus 1934 als tijdelijke vervanger te hebben gediend, werd Ir. W. J. Th. Amons, tevens hoofd van het laboratorium, werd per 1 april 1935 benoemd tot bijzonder hoogleraar op het gebied van "Kennis en Onderzoek van Bouwstoffen".  Het totale aantal hoogleraren in dit academisch jaar bedroeg twaalf, bestaande uit zeven vaste hoogleraren en vijf buitengewoon hoogleraren.

15e dies (3e lustrum) en studieresultaten

De 15e dies was op 2 augustus 1935. Het evenement begon met een toespraak van de faculteitsvoorzitter, prof. dr. Charles Prosper Wolff Schoemaker, waarin hij verslag deed van de ontwikkeling van de TH in het afgelopen jaar. Bij deze gelegenheid hield prof. dr. Herman Robert Woltjer een wetenschappelijke rede getiteld "Variaties in de cosmische straling".[51]

Dit academisch jaar was het de twaalfde keer dat de TH Bandoeng een civiel ingenieursdiploma uitreikte, met 12 van de 19 kandidaten die het eindexamen aflegden. Tegen het einde van deze studie had TH 133 ingenieurs voortgebracht: 70 ingenieurs behaalden hun diploma in vier jaar (52,63%), 30 voltooiden vijf jaar studie (22,56%), 21 voltooiden zes jaar (15,79%), 5 voltooiden zeven jaar (3,76%), 5 voltooiden acht jaar (3,76%) en 2 voltooiden tien jaar (1,5%). De gemiddelde afstudeertijd was 4,89 jaar. Het totale aantal inheemse ingenieurs dat afstudeerde aan TH Bandoeng was 32. In dit laatste jaar studeerde ook een ingenieur af die later een van de oprichters en professoren zou worden van de opleiding Technische Natuurkunde van de ITB, Go Pok Oen (TH 1931)– die later beter bekend werd als Prof. Ir. Adhiwiyogo.

Op basis van de verlengingsexamens die in augustus 1934 werden afgenomen voor het schooljaar 1933-1934, waren de uitslagen voor niveau 3 als volgt: 4 leerlingen geslaagd; niveau 2: 2 leerlingen geslaagd; en niveau 1: 3 leerlingen geslaagd.De uitslagen voor het schooljaar 1934-1935 werden op 8 juni 1935 bekendgemaakt voor de 149 ingeschreven leerlingen:

  • Voor het kandidaatsexamen niveau 3 trokken 22 leerlingen zich terug, slaagden 7 leerlingen, zakten 3 leerlingen en moesten 11 leerlingen het examen herkansen.
  • Voor het examen niveau 2 trokken 37 leerlingen zich terug, slaagden 16 leerlingen, zakten 7 leerlingen en moesten 7 leerlingen het examen herkansen.
  • Voor het examen niveau 1 trokken 71 leerlingen zich terug, slaagden 20 leerlingen, zakten 24 leerlingen en moest 1 leerling het examen herkansen.

Gezien het steeds lagere slagingspercentage voor het eindexamen techniek, zal het eindexamen vanaf dit schooljaar in twee delen worden gesplitst, één in juni en één in december.

16e jaar (1935-1936)

Luchtfoto van de Technische Hoogeschool te Bandoeng in 1935

Begin augustus 1935 begon het 16e schooljaar, met in totaal 149 leerlingen verdeeld over vier niveaus: 26 in de 4e klas, 27 in de 3e klas, 26 in de 2e klas en 70 in de 1e klas (48 nieuwe leerlingen plus 22 leerlingen uit de vorige klas die moesten blijven zitten). Het totale aantal leerlingen dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe leerlingen) is 552.

Docenten

Na een jaar, vanaf het schooljaar 1936-1937, werd de functie van hoofd van de faculteit bekleed door Prof. Ir. Paulus Pieter Bijlaard. Dit werd besloten in de faculteitsvergadering op 9 juni 1936.

Op 30 augustus 1935 hield de directeur van het Laboratorium voor Materiaalonderzoek van het Departement van Economische Zaken, Ir. W.J.Th. Amons, die in april 1935 was benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de Bouwstoffenkunde, zijn wetenschappelijke oratie getiteld "Enkele ervaringen op het gebied van onze bouwstoffen, in Nederlandsch-Indië, van belang voor den civiel-ingenieur".[52]

Het totale aantal hoogleraren voor dit academisch jaar bedroeg elf, bestaande uit zeven vaste hoogleraren en vier buitengewone hoogleraren.

16e dies en onderzoeksresultaten

De 16e dies was op 31 juli 1936. Om 10.00 uur, begeleid door het lied "Gaudeamus igitur", waren leden van het College van Curatoren en hoogleraren van de TH Bandoeng, samen met vertegenwoordigers van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en de Faculteit der Geneeskunde in Batavia, in de hal aanwezig. De bijeenkomst begon met een toespraak van het hoofd van de faculteit, prof. dr. ir. C. G. J. Vreedenburgh, die verslag deed van de ontwikkeling van de TH in het afgelopen jaar. Dit jaar is ook een boekje uitgegeven met alle wetenschappelijke publicaties van de TH Bandoeng.[53]

Vervolgens hield prof. dr. M. A. G. Harthoorn, buitengewoon hoogleraar staatsrecht, staatsbestuursrecht en handelsrecht aan de TH Bandoeng, zijn wetenschappelijke rede getiteld "Sociaal economische ordening”.[54]

Dit jubileum markeerde de derde keer dat de Bosscha Medaille werd uitgereikt, de tweede keer op het gebied van landbouwkunde. Deze medaille, die tweejaarlijks wordt uitgereikt, werd uitgereikt door prof. dr. J. Boerema, voorzitter van de Natuurwetenschappelijke Raad van Nederlandsch-Indië, aan dr. P. van der Goot, hoofd van het Instituut voor Plantenziekten te Buitenzorg voor zijn verdiensten op het gebied van landbouw. 's Avonds vond een diner plaats in het Grand Hotel Preanger, bijgewoond door leden van het College van Curatoren en hoogleraren, waaronder vertegenwoordigers van beide faculteiten (RHS en GHS) en andere genodigden, waaronder prof. dr. J. Boerema en dr. P. van der Goot.

Dit academisch jaar is het de dertiende keer dat de TH Bandoeng civiele ingenieurs afstudeert. Van de 18 kandidaten die het eindexamen hebben afgelegd, zijn er acht afgestudeerd (oorspronkelijk waren er 26 ingeschreven als vierdejaarsstudenten). Van deze acht pas afgestudeerden behaalden er vier hun diploma in vier jaar, één in zes jaar, twee in zeven jaar en één in acht jaar, met een gemiddelde afstudeertijd van 5,5 jaar. Tot nu toe heeft de TH Bandoeng 141 ingenieurs voortgebracht, met een gemiddelde afstudeertijd van 4,9 jaar. Het totale aantal inheemse ingenieurs dat aan de TH Bandoeng is afgestudeerd, bedraagt 34.

De uitslagen van het academisch jaar 1935-1936 werden op 9 juni 1936 bekendgemaakt voor de 149 ingeschreven studenten:

  • Voor het examen niveau 3 (kandidaatsexamen) deden 27 studenten mee, waarvan er 20 slaagden, 5 zakten en 2 het examen moesten herkansen.
  • Voor het examen niveau 2 deden 19 studenten mee, waarvan er 8 slaagden, 7 zakten, 1 een uitgesteld examen kregen en 3 het examen moesten herkansen.
  • Voor het examen niveau 1 deden 45 studenten mee, waarvan er 11 slaagden, 27 zakten, 1 een uitgesteld examen kregen en 6 het examen moesten herkansen.

In zijn toespraak raakte het hoofd van de faculteit de afnemende prestaties van de studenten aan door een uitspraak van prof. dr. Jacob Clay uit 1927 aan te halen, waarin hij aanbeval dat, om succesvol te zijn op de TH, het gemiddelde cijfer voor de vakken op de middelbare school minstens boven de 7 moest liggen.

17e studiejaar (31 juli 1936–14 augustus 1937)

Begin augustus 1936 begon het 17e studiejaar met in totaal 151 ingeschreven studenten: 62 Europeanen, 59 autochtonen en 30 Chinezen. Van hen waren er 70 afgestudeerd aan de HBS: 45 Europeanen, 11 autochtonen en 14 Chinezen. Ondertussen zijn 81 mensen afgestudeerd aan de Algemene Middelbare School (AMS), bestaande uit 17 Europeanen, 48 autochtonen en 16 Chinezen. Dit aantal bestaat uit 39 vierdejaarsstudenten, 16 derdejaarsstudenten, 28 tweedejaarsstudenten en 68 eerstejaarsstudenten (44 nieuwe studenten plus 24 studenten uit de vorige lichting die moesten overdoen). Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 596.

Van 3 tot en met 13 oktober 1936 werd een excursie/studie uitgevoerd naar de haven van Surabaya, gevolgd door een reis naar Bali om het irrigatiesysteem te bekijken dat wordt beheerd met een hindoeïstische culturele achtergrond. Deze grote excursie werd geleid door prof. C.P.W. Schoemaker en ir. Happe. Daarnaast werden ook verschillende kleinere excursies uitgevoerd, waaronder naar de waterkrachtcentrale van Lamajang.

Op 25 februari 1937 werd de campus van de TH bezocht door gouverneur-generaal Jonkheer, de heer Alidius Warmoldus Lambertus Tjarda van Starkenborgh Stachouwer. Op 29 april 1937 werd de campus bezocht door voormalig gouverneur-generaal Johan Paul van Limburg Stirum, tijdens wiens bestuur de TH werd opgericht.

Van 3 tot en met 13 augustus 1937 vond op de campus de Intergouvernementele Conferentie van Verre Oostenlanden over Plattelandshygiëne plaats, georganiseerd door de Volkenbond. De conferentie opende met een toespraak van gouverneur-generaal Stachouwer, gevolgd door toespraken van dr. Ludwik Rajchman, directeur-generaal van de Volkenbond Gezondheidsorganisatie, en dr. J. Offringa, hoofd van de Gezondheidsdienst, die de conferentie voorzat.

Docenten

Hoofd van de faculteit: Prof. Ir. Paulus Pieter Bijlaard; Secretaris: Prof. Dr. Herman Robert Woltjer tot 1 februari 1937, daarna vervangen door Prof. Ir. Jan Jacob Iman Sprenger. Na een jaar, van het academisch jaar 1937-1938, werd de functie van voorzitter van de faculteit bekleed door Prof. Ir. Jan Jacob Iman Sprenger.

De samenstelling van de hoogleraren bleef ongewijzigd; een aantal van hen ging enkele maanden met verlof naar het buitenland, onder wie Prof. Ir. J. W. F. C. Proper (sinds 24 juni 1937) en Prof. Dr. Herman Robert Woltjer (sinds 7 juli 1937). Als tijdelijke vervanger werd Ir. P. L. E. Happe aangesteld om irrigatie, hydraulica en sanitaire techniek te doceren; terwijl Dr. A. J. Leckie werd benoemd tot docent natuurkunde.Het totale aantal hoogleraren in dit academische jaar bedroeg elf personen, bestaande uit zeven vaste hoogleraren en vier buitengewone hoogleraren.

17e dies en studieresultaten

De 17e dies was op 14 augustus 1937. Om 10.00 uur, begeleid door het lied "Gaudeamus igitur", waren leden van de Curatoriale Raad en hoogleraren van de TH, samen met vertegenwoordigers van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en de Faculteit der Geneeskunde in Batavia, in de Aula aanwezig. De aanwezige vertegenwoordiger van de Delftsche Zusterfaculteit was prof. ir. R.L.A. Schoemaker, zelf voormalig hoogleraar aan de TH van Bandoeng (1921-1924). De bijeenkomst begon met een toespraak van het hoofd van de faculteit, prof. ir. Paulus Pieter Bijlaard, die verslag deed van de ontwikkeling van de TH in het afgelopen jaar, inclusief zorgen over de bezuinigingen op het onderwijsbudget in de afgelopen jaren. Het aantal gepubliceerde wetenschappelijke artikelen was aanzienlijk gedaald. Deze problemen werden getracht te verzachten met jaarlijkse financiële steun van het Bandoengsch Technische Hoogeschool-fonds, maar het is onmiskenbaar dat er veel meer bereikt zou kunnen worden met meer budgettaire en personele steun van de overheid.

Door de ontwikkeling van de bouwtechnologie en de toenemende diepgang van de aangeboden opleidingen werd de vierjarige studieperiode aan de TH Bandoerng veeleisender dan toen deze voor het eerst werd geopend. Dit blijkt uit het feit dat aanvankelijk een aanzienlijk aantal studenten binnen vier jaar afstudeerde, maar na verloop van tijd steeds minder. Van de 28 kandidaten in de lichting van 1920 studeerden er 12 binnen vier jaar af (43,86%); in de lichting van 1921 studeerden 37 studenten op tijd af (18,92%); dit percentage bleef dalen totdat van de lichting van 1932 slechts vier van de eerste 40 kandidaten op tijd afstudeerden (10%). Hoewel slechts een beperkt aantal studenten die serieus studeren aan de TH Delft binnen de vijfjarige studieperiode kunnen afstuderen, zou het zeker nog uitdagender zijn als het programma over een periode van vier jaar zou worden uitgevoerd, zoals aan de TH Bandoeng, met dezelfde studielast. Daarom stelt de TH Bandoeng al enkele jaren voor om de studieperiode te verlengen van vier naar vijf jaar. Met een studieperiode van vijf jaar, zoals aan de TH Delft, zou de overstap van studenten van de TH Bandoeng naar de TH Delft en vice versa gemakkelijker zijn. Dit voorstel is echter dit studiejaar nog niet goedgekeurd.

Vervolgens hield prof. dr. ir. Jan Jacob Iman Sprenger, vast hoogleraar Waterbouwkunde, zijn wetenschappelijke oratie getiteld "Het Suezkanaal: Enkele Technische Problemen".[55]

In dit academiejaar studeerde TH Band0eng voor de veertiende keer af als burgerlijk ingenieurs, namelijk 20 burgerlijk ingenieurs van de 36 kandidaten die het afsluitende examen aflegden (oorspronkelijk waren er 39 mensen ingeschreven als vierdejaarsstudenten) die waren afgestudeerd aan de examens in december 1936 en juni 1937. Bij het ingenieursexamen in december 1936 studeerden 10 ingenieurs af. Tot aan deze afstudeerdatum heeft TH Bandoeng 161 ingenieurs voortgebracht. Het totale aantal autochtone ingenieurs dat door TH Bandoeng is afgestudeerd, bedraagt 40 personen.

De studieresultaten voor het boekjaar 1936-1937 voor 151 ingeschreven studenten waren:

  • Van de 16 ingeschreven studenten deden 15 studenten het examen (kandidaat-examen) en 7 personen slaagden, 4 personen slaagden niet, 1 persoon kreeg vrijstelling om het examen uit te stellen en 3 personen moesten een herexamen afleggen.
  • Van de 28 ingeschreven studenten deden 24 studenten het examen (niveau 2), 11 personen slaagden, 7 personen zakten niet en 6 personen moesten een herexamen afleggen.
  • Van de 68 ingeschreven studenten deden er 49 mee aan het examen niveau 1, 20 slaagden, 23 zakten en 6 moesten het examen opnieuw afleggen.[95]

18e jaar (1937-1938)

Begin augustus 1937 begon het 18e studiejaar, met in totaal 148 studenten: 21 in het 4e jaar, 21 in het 3e jaar, 30 in het 2e jaar en 76 in het 1e jaar (51 nieuwe studenten plus 25 studenten van het voorgaande jaar die moesten overdoen). Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 647.

Van 9 tot en met 19 oktober 1937 vond de jaarlijkse excursie/studiereis voor studenten uit het 3e en 4e jaar plaats in Bangka en Palembang. Deze grootschalige excursie werd geleid door prof. ir. J. W. F. C. Proper en prof. ir. W. J. Th. Amons. Daarnaast werden diverse kleine excursies gemaakt, onder andere naar het Serayu-spoorbrugproject, projecten in Citarum, Batujajar en Cililin, de NV Steenfabriek in Dayeuh Kolot en de waterzuiveringsinstallatie van badhuis Het Centrum onder leiding van prof. dr. ir. C. P. Mom.

Een belangrijk punt dat de afgelopen jaren naar voren is gekomen, is de verlenging van de normale studieduur van vier naar vijf jaar. Bij de opening van de TH Bandoeng was de opleiding civiele techniek ontworpen als een vierjarig curriculum, in tegenstelling tot het vijfjarige curriculum aan de TH Delft. De oprichters van de TH Bandoeng hadden aanvankelijk minimaal 40 weken per jaar voor onderwijsactiviteiten gepland. De ervaring heeft echter anders uitgewezen: er zijn meer officiële feestdagen en langere periodes voor examens en voorbereiding, wat resulteert in een afname van de effectieve studietijd met ongeveer 20%. Om het cursusmateriaal aan de TH Delft op hetzelfde niveau te houden, is een gedegen training vereist, met name in de tekenpraktijk, die een integraal onderdeel is van de ingenieursopleiding. Als reactie op deze ongewenste overstuwing besloot de TH het probleem aan te pakken. In 1933 stelde de faculteit voor de studieperiode te verlengen tot vijf jaar, aangezien de gemiddelde afstudeertijd inmiddels was gedaald tot vijf jaar. Dit plan werd echter niet gesteund door het Ministerie van Onderwijs, omdat de Raad van Curatoren zelf niet volledig akkoord was gegaan met het voorstel. Enkele verbeteringen om de onderwijsuitdagingen aan te pakken, waren echter het houden van het afsluitende ingenieursexamen in december (voorheen werd het afsluitende ingenieursexamen slechts één keer per jaar, in mei, gehouden, waardoor studenten die zakten het examen een jaar later konden herkansen. Met het afsluitende examen in december kon de wachttijd met een half jaar worden verkort). Na kritiek op het te veeleisende curriculum, het gebrek aan tijd voor zelfstudie in hun gekozen vakken en het gebrek aan tijd voor praktische tekenoefeningen, besloot de faculteit het voorstel te herzien. Deze keer steunde de Raad van Curatoren het unaniem. De faculteit wacht nu met spanning op de uitslag. De uitslag van het meest recente ingenieursexamen bevestigt deze mening. Van de 17 afgestudeerden studeerden er slechts twee op tijd af, met een studietijd van vier jaar en een gemiddelde studietijd van 5,06 jaar.

Docenten

De samenstelling van de hoogleraren bleef ongewijzigd, met een aantal hoogleraren die enkele maanden met verlof naar het buitenland gingen, waaronder Prof. Ir. Paulus Pieter Bijlaard (sinds 8 september 1937) en Prof. Ir. Jan Jacob Iman Sprenger (sinds 18 juli 1938). Als tijdelijke vervanger werd Ir. W. P. C. Hennequin, hoofdingenieur van de Staatsspoorwegen, aangesteld om het vak Bruggenbouw en Gewapend Beton te doceren; terwijl Ir. W. Kamp - voormalig hoofdingenieur van het project Zuiderzeewerken - werd aangesteld om het lectoraat Funderingstechniek en Waterbouwkunde te bekleden. In totaal waren er elf hoogleraren in dit studiejaar, bestaande uit 7 vaste hoogleraren en 4 buitengewone hoogleraren.

18e dies en studieresultaten

De 18e dies was op 29 juli 1938 en werd bijgewoond door een aantal functionarissen, waaronder vertegenwoordigers van het Departement van Onderwijs en Godsdienst; alle leden van het College van Curatoren, hoogleraren, docenten, assistenten, studenten en afgestudeerden van de TH Bandoeng; en alle vertegenwoordigers van de Colleges van Curatoren van de Hogescholen van Batavia, de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en de Faculteit der Geneeskunde.

De bijeenkomst begon met een toespraak van het hoofd van de faculteit, prof. dr. Herman Robert Woltjer, waarin hij verslag deed van de ontwikkeling van de TH in het afgelopen jaar. Normaal gesproken wordt de toespraak gehouden door het aftredende hoofd van de faculteit en is het tevens de laatste toespraak van zijn termijn. Omdat prof. ir. Jan Jacob Iman Sprenger, de vorige faculteitsvoorzitter, nam op 18 juli 1938 ontslag om met verlof naar het buitenland te gaan. De jubileumrede werd daarom uitgesproken door de nieuwe faculteitsvoorzitter.

Vervolgens hield prof. dr. ir. Cornelis Pieter Mom, bijzonder hoogleraar Hygiëne en Gezondheidstechniek , zijn wetenschappelijke rede getiteld "De bacteriën en de hygiëne".[56]

Dit academisch jaar studeerde er aan de TH Bandoeng voor de vijftiende keer ingenieurs af, namelijk 17 civiel ingenieurs die de examens van december 1937 en juni 1938 hadden behaald. Bij het ingenieursexamen van december 1937 slaagden 12 ingenieurs. Bij het ingenieursexamen van juni 1938 slaagden 5 ingenieurs. Van de 17 nieuwe afgestudeerden behaalden er 2 hun diploma in 4 jaar, 6 voltooiden hun diploma in 4,5 jaar, 1 voltooide hun diploma in 5 jaar, 5 voltooiden hun diploma in 5,5 jaar, 2 voltooiden hun diploma in 6 jaar en 1 voltooide hun diploma in 6,5 jaar. De gemiddelde afstudeertijd bedroeg 5,06 jaar. Op het moment van afstuderen had TH Bandoeng 178 ingenieurs voortgebracht. Het totale aantal inheemse ingenieurs dat aan TH Bandoeng was afgestudeerd, was 48.

De resultaten van het academisch jaar 1937-1938 voor de 148 ingeschreven studenten waren als volgt:

  • Van de 21 ingeschreven studenten deden er 18 mee aan het examen Niveau 4, waarvan er 6 slaagden voor Deel A, 6 voor Deel B en 6 zakten.
  • Van de 21 ingeschreven studenten deden er 18 mee aan het examen Niveau 3, waarvan er 8 slaagden, 8 zakten en 2 het examen opnieuw moesten afleggen.
  • Van de 30 ingeschreven studenten deden er 25 mee aan het examen op niveau 2, waarvan er 11 slaagden, 9 zakten en 5 het examen opnieuw moesten afleggen.
  • Van de 76 ingeschreven studenten deden er 55 mee aan het examen op niveau 1, waarvan er 17 slaagden, 31 zakten, 1 een uitgesteld examen kreeg en 6 het examen opnieuw moesten afleggen.

19e jaar (1938-1939)

Begin augustus 1938 begon het 19e studiejaar met in totaal 174 studenten: 13 in vierdejaars A, 16 in vierdejaars B, 22 in derdejaars, 34 in tweedejaars en 89 in eerstejaars (55 nieuwe studenten plus 34 studenten van het voorgaande jaar die moesten overdoen). Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 702.

Van 9 tot en met 16 oktober 1938 werd de jaarlijkse excursie/studiereis naar Midden-Java ondernomen om verschillende irrigatie- en waterkrachtprojecten te bezoeken, waaronder de stad Semarang, waar het hydrodynamisch laboratorium, de luchthaven, de haven en diverse andere projecten met betrekking tot civiele techniek werden bezocht. Deze grote excursie werd geleid door prof. ir. J. W. F. C. Proper, prof. ir. W. J. Th. Amons en prof. ir. C. G. J. Vreedenburgh. Verschillende partijen die aan deze excursie meewerkten, waren onder meer de directeuren van de Nederlandsch-Indische Staatsspoorwegen, de Nederlands-Indische Spoorweg Maatschappij, Semarang-Cheribon Stoomtram Maatschappij, de Algemeene Nederlandsch-Indische Electriciteits-Maatschappij, het Centraal Javaans Provinciaal Irrigatie Agentschap en het stadsbestuur van Semarang. Daarnaast werden ook enkele kleine excursies uitgevoerd, waaronder naar de Artillerie-Constructiewerkplaats onder leiding van prof. ir. J. W. F. C. Proper en ir. W. P. C. Hennequin, de waterzuiveringsinstallatie van het badhuis Het Centrum onder leiding van prof. dr. ir. C. P. Mom, de NV Steenfabriek in Dayeuh Kolot, een geologische excursie naar Curug Jompong onder leiding van ir. Amons, ir. Pott en ir. Harting - Hoofd Geologisch Onderzoek bij de Mijnbouwdienst.[102]: I.228

Het derde doctoraat

Op dinsdag 30 mei 1939 om 11.00 uur verdedigde Ir. Willem Johan van Blommestein met succes zijn proefschrift getiteld "Een nieuw pompsysteem in Nederlands-Indië voor irrigatie en drainage."[57] Promotoren waren Prof. Ir. C.G.J. Vreedenburgh en prof. ir. J. W.F.C. Proper.

Docenten

Vanaf 2 augustus 1938 ging prof. ir. Charles Prosper Wolff Schoemaker met verlof naar het buitenland. Ter tijdelijke vervanging van verwante vakken gedurende het academisch jaar 1938-1939 doceerde prof. ir. R.L.A. Schoemaker, hoogleraar aan de TH Delft en tevens voormalig hoogleraar aan de TH Bandoeung (1921-1924), dezelfde vakken. Vanaf 3 april 1939 beëindigde Prof. Ir. J. H. G. Schepers - buitengewoon hoogleraar Landmeten, Waterpassen en Geodesie zijn termijn na meer dan 17 jaar lesgeven aan de TH Bandoeng. Vervolgens werd Ir. P. H. Poldervaart, die ook diende als het nieuwe Hoofd van de Triangulatie-brigade van de Topografische Dienst, aangesteld om tijdelijk het vak te doceren. Ir. P. H. Poldervaart was zelf sinds het academisch jaar 1926-1927 actief als docent aan de TH Bandoeng. Prof. Ir. Jan Jacob Iman Sprenger die van 18 juli 1938 tot 13 juli 1939 met verlof in het buitenland was, zou in het academisch jaar 1939-1940 weer actief lesgeven. Het totale aantal hoogleraren in dit academisch jaar was elf personen, bestaande uit 7 vaste hoogleraren en 4 buitengewone hoogleraren.

19e dies en studieresultaten

De 19e dies van de TH Bandoeng werd bijgewoond door een aantal functionarissen, waaronder vertegenwoordigers van het Departement van Onderwijs en Godsdienst; alle leden van het College van Curatoren, hoogleraren, docenten, assistenten, studenten en afgestudeerden van de TH Bandoeng; en alle vertegenwoordigers van de Colleges van Curatoren van de faculteiten in Batavia, de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en de Faculteit der Geneeskunde van Batavia.

De bijeenkomst begon met een toespraak van het hoofd van de faculteit, prof. dr. Herman Robert Woltjer, die verslag deed van de ontwikkeling van de TH in het afgelopen jaar. Vervolgens sprak prof. ir. J. W. F. C. Proper, hoogleraar Waterbouwkunde aan de TH Bandoeng, hield zijn wetenschappelijke rede getiteld "Water-, zand- en grindbewegingen bij watervangen"[58]

In dit studiejaar studeerde de TH Bandoeng voor de zestiende keer af, met twaalf civiel ingenieurs die de examens van december 1938 en juni 1939 afrondden. Zeven ingenieurs slaagden voor het examen van december 1938. Vijf ingenieurs slaagden voor het examen van juni 1939. Van de 12 nieuwe afgestudeerden behaalde 1 persoon zijn diploma in 4 jaar, 5 personen studeerden 4,5 jaar, 3 personen studeerden 6 jaar, 1 persoon studeerde 6,5 jaar, 1 persoon studeerde 7 jaar en 1 persoon studeerde 8,5 jaar. Tot aan deze afstudeerceremonie heeft TH Bandoeng 190 ingenieurs voortgebracht. Het totale aantal autochtone ingenieurs dat door TH Bandoeng is afgestudeerd, bedraagt 53 personen.

De resultaten van het schooljaar 1938-1939 onder 174 ingeschreven studenten waren als volgt:

  • Voor het examen Niveau 4 Deel A deden 12 studenten mee, waarvan er 11 slaagden voor Deel A en 1 zakte.
  • Voor het examen Niveau 4 Deel B deden 16 studenten mee, waarvan er 12 slaagden voor Deel B en 3 zakten.
  • Voor het examen Niveau 3 deden 19 studenten mee, waarvan er 7 slaagden, 9 zakten en 3 het examen moesten overdoen.
  • Voor het examen Niveau 2 deden 28 studenten mee, waarvan er 10 slaagden, 7 zakten, 1 uitstel kreeg en 10 het examen moesten overdoen.
  • Van de 89 ingeschreven studenten deden er 52 mee aan het examen Niveau 1. Van de 89 geslaagde studenten zakten er 20, kreeg 1 uitstel en moesten 8 het examen overdoen.

20e jaar (1939-1940)

Eind juli/begin augustus 1939 begon het 20e studiejaar met in totaal 182 ingeschreven studenten, bestaande uit 15 vierdejaarsstudenten in sectie A, 14 vierdejaarsstudenten in sectie B, 30 derdejaarsstudenten, 35 tweedejaarsstudenten en 88 eerstejaarsstudenten (60 nieuwe studenten plus 28 studenten uit de vorige lichting die moesten overdoen). Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 762.

Een hangbrug voor voetgangers en karren, gebouwd door de N.V. Machinefabriek Braat te Soerabaja en bestemd voor verschillende plaatsen in Nederlands-Indië

Van 8 tot en met 15 oktober 1939 werd een jaarlijkse excursie/studiereis uitgevoerd voor derde- en vierdejaarsstudenten naar Oost-Java om verschillende projecten te bezoeken, waaronder de bouw van het Algemeen Zeieknhuis van Soerabajal, de nieuwe luchthaven in Morokrembangan, Marine Etablissement, Raillassen in de werkplaats van Staatsspoorwegen, de rivierwaterzuiveringsinstallatie in Soerabaja, de NV Machinefabriek Braat, de hangbrug bij Kali Mas en andere projecten gerelateerd aan civiele techniek. Deze grote excursie werd geleid door prof. ir. J. W. F. C. Proper en prof. ir. Jan Jacob Iman Sprenger. Verschillende partijen die meewerkten aan de uitvoering van deze excursie waren onder andere de directeuren van Staatsspoorwegen, de commandant van de marine, de provinciale irrigatiedienst van Oost-Java en het stadsbestuur van Soerabaja. Daarnaast werden ook diverse kleinere excursies uitgevoerd, waaronder naar de werkplaats voor militaire luchtvaartinstallaties in Andir onder leiding van prof. ir. W. J. Th. Amons en ir. M. E. Akkersdijk, de schoonwaterinstallatie van het stadsbestuur van Bandoeng onder leiding van prof. dr. ir. C. P. Mom, de kalkoven en de kliffen van Cipatat, de teakboomteelt en diverse geologische objecten.

Omzetting van de vierjarige studieperiode naar vijf jaar

Na jaren van wachten werd de omzetting van de vierjarige studieperiode naar vijf jaar door de overheid goedgekeurd volgens het Gouvernementsbesluit van 16 september 1939 met ingang van het studiejaar 1939-1940, zoals ingevoerd aan de TH Delft. De vierjarige studieperiode, die duurde tot 1939, werd herzien na observatie van de steeds langere gemiddelde studieperiode van studenten (4,00 jaar in 1924; 4,83 jaar in 1930; en zelfs meer dan zes jaar in 1929 en 1931). Dit was ook bedoeld om de overstap van studenten tussen de TH Bandoeng en de TH Delft en vice versa te vergemakkelijken.

Plannen voor de opening van drie nieuwe opleidingen

Een van de problemen waarmee Nederlands-Indië kampte, was de verstoring van de aanvoer van vakkrachten uit Nederland door de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Dit leidde ook tot het verlies van mogelijkheden voor afgestudeerden van de HBS en het Lyceum in Nederlands-Indië om hun studie in Nederland voort te zetten. Hogescholen in Nederlands-Indië (TH Banoeng, RHS en GHS) konden geen oplossing bieden voor dit probleem, met name de TH Bandoeng, die een stagnerende ontwikkeling kende, zoals vertragingen in de bouw van laboratoriumgebouwen en andere academische faciliteiten, en het ontbreken van goedkeuring voor de opening van nieuwe opleidingen.

Er waren zeven opleidingen aan de TH Delft (civiele techniek, bouwkunde, werktuigbouwkunde, elektrotechniek, chemische technologie, mijnbouwkunde en scheepsbouwkunde), terwijl er aan de TH Bandoeng slechts één opleiding bestond (civiele techniek). De opening van een opleiding chemische technologie werd pas in 1942 voorgesteld. Door de veranderende situatie voelden verschillende docenten van de TH Bandoeng zich echter geïnspireerd om tijd en energie te steken in het verzorgen van voorbereidende colleges (propedeutische colleges) en praktijkopdrachten voor de opleidingen chemische technologie, werktuigbouwkunde en elektrotechniek. De faculteit en het College van Curatoren namen dit aanbod aan en de directeur Onderwijs was zeer te spreken over het initiatief en steunde het van harte.

Nadat de inschrijving was geopend, was het aantal aanmeldingen voor de opleidingen werktuigbouwkunde en elektrotechniek gering en voldeed het niet aan de criteria voor het instellen van een opleiding. Op 15 juli 1940 waren er 15 aanmeldingen voor de opleiding chemische technologie, dus werd besloten deze opleiding open te stellen voor het academisch jaar 1940-1941.

Docenten

Op 26 juli 1939 ging Prof. Ir. C. G. J. Vreedenburgh met verlof naar Nederland en vertrok in september 1939, waar hij vanaf 10 mei 1940 tijdelijk doceerde aan de TH Delft.  Zijn positie werd tijdelijk waargenomen door Prof. Ir. A.S. Keverling Buisman, hoogleraar mechanica aan de TH Delft, waar dit zijn tweede bezoek was nadat hij in het studiejaar 1925-1926 van plaats had gewisseld met Prof. Ir. Jan Klopper. Deze tijdelijke aanstelling bleek permanent te zijn. C. G. J. Vreedenburgh kon vanwege de Duitse inval in Nederland niet terugkeren naar Nederlands-Indië, en ook Buisman kon vanwege de Japanse inval in Nederlands-Indië niet terugkeren naar Nederland tot zijn dood in 1944 in het jappenkamp Bandoeng.

Na sinds 2 augustus 1938 met verlof in het buitenland te zijn geweest, keerde prof. ir. Charles Prosper Wolff Schoemaker op 4 november 1939 terug naar zijn taken aan de Technische Hogeschool Bandoeng. Ondertussen voltooide E. H. T. Leidelmeyer, de Pedel die 20 jaar had gewerkt sinds de oprichting van de TH, zijn termijn en werd vervangen door F. J. Schram. Aan het einde van de termijn van prof. ir. J. H. G. Schepers, buitengewoon hoogleraar Landmeetkunde, Waterpassen en Geodesie, op 3 april 1939, bedroeg het totale aantal hoogleraren voor dit academisch jaar tien: zes vaste hoogleraren, één tijdelijk hoogleraar en drie buitengewone hoogleraren.

20e dies (4e lustrum) en studieresultaten

De 0e dien was op 1 augustus 1940 en werd ] bijgewoond door een aantal functionarissen, waaronder vertegenwoordigers van het Departement van Onderwijs en Godsdienst. Het evenement begon met een toespraak van het hoofd van de faculteit, prof. dr. Willem Boomstra, die verslag deed van de ontwikkeling van de TH in het afgelopen jaar. Gegevens over afgestudeerden van de TH Bandoeng sinds 1924, toen de TH Bandoeng voor het eerst civiele ingenieurs afstudeerde, inclusief de huidige werkterreinen van deze ingenieurs, werden eveneens gepresenteerd; en er werden plannen gepresenteerd voor de opening van nieuwe opleidingen.

Ter gelegenheid dit lustrum werd voor de vierde keer de Bosscha Medaille uitgereikt, en voor de derde keer in de richting landbouwkunde/landbouw. In 1938 zou de medaille worden uitgereikt voor prestaties op het gebied van de techniek, maar de beoordelingscommissie besloot deze niet toe te kennen. Conform het reglement werd de onderscheiding in 1940 uitgereikt in de richting landbouwkunde/landbouw. De voortzetting van deze medailleceremonie leidde tot controverse, aangezien Nederland te maken had met vijanden en de dreiging van oorlog in Nederlands-Indië. De medaille, die tweejaarlijks werd uitgereikt, werd door prof. dr. W. A. Mijsberg, voorzitter van de Natuurwetenschappelijke Raad van Nederlandsch-Indië, uitgereikt aan H. van Lennep, directeur van de "Gouvernements Landbouwbedrijven te Batavia", voor zijn verdiensten in de landbouw.

In dit studiejaar studeerde TH Bandoeng voor de zeventiende ingenieurs, namelijk 12 civiel ingenieurs die de examens van december 1939, januari en juni 1940 hadden afgerond. Bij het ingenieursexamen van december 1939 slaagden 4 ingenieurs, bij het ingenieursexamen van januari 1940 slaagde 1 ingenieur. Bij het ingenieursexamen in juni 1940 slaagden 7 ingenieurs, waaronder Johan. A. Manusama (1930).

Van de 12 nieuwe afgestudeerden behaalden 3 personen hun diploma in 4 jaar, 2 personen studeerden 4,5 jaar, 1 persoon studeerde 5,5 jaar, 1 persoon studeerde 6 jaar, 2 personen studeerde 7 jaar, 2 personen studeerde 7,5 jaar, 1 persoon studeerde 10 jaar. Tot dit moment heeft TH Bandoeng 202 ingenieurs voortgebracht waarvan 122 Europeanen, 56 Inheemsen en 24 Chinezen. Het totale aantal afgestudeerden van de drie Nederlands-Indische hogescholen in 1940 (GHS, RHS en THS) bedroeg 79.

De resultaten voor het studiejaar 1939-1940 voor de 182 ingeschreven studenten waren:

  • Voor het examen Niveau 4 Deel A deden 15 ingeschreven studenten mee, waarvan er 12 slaagden voor Deel A en 1 zakte.
  • Voor het examen Niveau 4 Deel B deden 14 ingeschreven studenten mee, waarvan er 11 slaagden voor Deel B en 2 zakten.
  • Voor het examen Niveau 3 deden 26 ingeschreven studenten mee, waarvan er 22 slaagden, 2 zakten en 2 het examen opnieuw moesten afleggen.
  • Van de 35 ingeschreven studenten deden er 34 mee aan het examen Niveau 2, waarvan er 22 slaagden, 4 zakten, 2 een uitgesteld examen kregen en 6 een herexamen deden.
  • Van de 88 ingeschreven studenten deden er 52 mee aan het examen op niveau 1, waarvan er 21 slaagden, 25 zakten en 6 een herexamen deden.

Jaar 21 (1940-1941)

Begin augustus 1940 begon het 21e studiejaar met in totaal 248 studenten: 10 in het vierdejaars A, 28 in het vierdejaars B, 34 in het derdejaars, 33 in het tweedejaars (waarvan 3 overstappers van de TH Delft) en 143 in het eerstejaars, bestaande uit 109 studenten civiele techniek en 34 studenten chemische technologie. Van deze 143 eerstejaars waren er 115 nieuwe studenten, plus 28 studenten uit eerdere klassen die de opleiding moesten overdoen. Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 880 (inclusief 3 nieuwe tweedejaarsstudenten die overstapten van de TH Delft).

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had gevolgen voor het economische, sociale en politieke landschap van Nederlands-Indië. Het verbreken van de banden tussen Nederland en zijn overzeese gebiedsdelen verstoorde de goederen- en personenstroom. De lokale overheid werd gedwongen op alle gebieden zelfvoorzienend te worden, inclusief het leveren van arbeidskrachten op de gebieden die voorheen uit Nederland afkomstig waren. Nederlands-Indië organiseerde onmiddellijk onderwijsprogramma's op diverse gebieden, waaronder opleidingen voor bestuursambtenaren, landbouwkundigen, officieren van de landmacht, marine en luchtmacht, evenals opleidingen voor scheikundigen en werktuigbouwkundigen.

De spoorbrug ocver deTjilame in Priangan West-Java
De Walahardam in de Tjitarum

Van 7 tot en met 13 oktober 1940 werd jaarlijks een excursie/studiereis georganiseerd voor derde- en vierdejaarsstudenten naar West-Java en Batavia. De studenten bezochten verschillende locaties, waaronder de versterking van de spoorbrug Tjilame, de Walahardam, de haven van Tanjung Priok, scheepswerven, een verffabriek, het vliegveld Kemayoran, een opiumfabriek, een irrigatieproject in Tangerang, een waterbron voor Batavia, het Boschbouwproefstation in Bogor en de bandenfabriek Goodyear. Deze grote excursie werd geleid door prof. ir. Jan Jacob Iman Sprenger en prof. ir. A. S. Keverling Buisman. Er werden ook verschillende kleinere excursies voor eerstejaarsstudenten georganiseerd, waaronder een op 6 oktober 1940 naar de Tjitarumvallei, onder leiding van ir. M. E. Akkersdijk, en een op 20 december 1940 naar een dakpannenfabriek in Ujung Berung, onder leiding van prof. ir. W. J. Th. Amons.

Andere externe activiteiten van de faculteit omvatten het bijwonen van een hoorzitting met de resident van Priangan (31 augustus 1940); de viering van het jubileum van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (RHS), waarbij tevens een eredoctoraat werd uitgereikt aan dr. H. J. van Mook, directeur van de Dienst Economische Zaken (28 oktober 1940); de viering van het jubileum van de Faculteit der Geneeskunde (GHS) (16 augustus 1940); Opening van de Hoogere Krijgsschool (2 december 1941) en de Koninklijke Militaire Academie (1 oktober 1940); opening van de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte (Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte – de vierde faculteit in Nederlands-Indië) door de Gouverneur-Generaal in het RHS-gebouw te Batavia (4 december 1940); receptie in de HBS-hal te Bandoeng (20 december 1940) ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan; en een receptie op Paleis Rijswijk in Batavia ter ere van de minister van Koloniën en de minister van Buitenlandse Zaken (25 april 1941).

Scheikundige technologie – tweede opleiding (1 augustus 1940)

Plannen om een opleiding tot scheikundige technologie te openen aan de TH Bandoeng bestonden al meer dan 20 jaar, inclusief locaties voor de opleidingen scheikunde, werktuigbouwkunde, elektrotechniek en mijnbouw. Een volledig curriculum voor de opleiding tot scheikundige technologie was samengesteld door prof. S. Hoogewerff van de TH Delft. De onzekere financiële situatie van Nederlands-Indië in de daaropvolgende jaren verhinderde echter de uitvoering van het plan.

In 1938 informeerde de Volksraad bij de regering naar de mogelijkheid om een opleiding tot scheikundige technologie te vestigen aan de TH Bandoeng. De TH Bandoeng stelde dat de oprichting van een opleiding chemische technologie de Nederlands-Indische economie ten goede zou komen door toenemende industrialisatie en de vestiging en uitbreiding van fabrieken.

De opleiding chemische technologie in Bandoeng volgde het curriculum van de TH Delft niet volledig. In Bandoeng werden de theoretische scheikundevakken ingekort en vervangen door kennis van werktuigbouwkunde en elektrotechniek, en werden bedrijfskunde, economie en marketing gedoceerd.

Er werd expliciet gesteld dat de opleiding chemische technologie in Bandoeng en Delft in wezen gelijkwaardig was, maar niet volledig identiek. De hoor- en praktijkprogramma's waren gestructureerd over een periode van vijf jaar.

Op 1 augustus 1940, samenvallend met het nieuwe studiejaar aan de TH, werden op initiatief van prof. dr. H. R. Woltjer, prof. ir. W. J. Th. Amons en prof. dr. ir. C. P. Mom, colleges en practica in natuurkunde en scheikunde aangeboden aan de eerste lichting studenten van de opleiding chemische technologie.

Universiteit van Nederlandsch-Indië

Tijdens dit academisch jaar werden plannen gemaakt voor de oprichting van de "Universiteit van Nederlandsch-Indië". Deze universiteit zou niet strikt de organisatie van universiteiten in Nederland kopiëren, maar zou profiteren van de ervaringen van elk van de bestaande hogeronderwijsinstellingen aldaar. De directeur van deze universiteit zou de "President van de Universiteit" worden genoemd. De Technische Hogeschool Bandoeng zelf had bedenkingen bij dit plan. De opname van de TH Bandoeng in de universiteit zou een aparte beoordeling vereisen. De grootste moeilijkheid voor de TH was de afstand tussen Bandoeng en Batavia indien het bestuur gecentraliseerd zou worden binnen de universiteit. De leiding van de TH zag geen verbetering in de integratie van de TH in de universiteit. Naast de afstand tot het centrale bestuur zou er ook geen specifieke curator voor de TH zijn die direct leiding zou kunnen geven aan de Faculteit der Ingenieurswetenschappen binnen de universiteit. De universiteit zelf kon pas worden opgericht na een wijziging van de "Hooger Onderwijs Ordonnantie". Een ontwerp van de nieuwe verordening is ter beoordeling aan de faculteit voorgelegd en aan dit verzoek zal zo spoedig mogelijk worden voldaan. Dit plan werd echter niet uitgevoerd met de val van Nederlands-Indië in maart 1942.

Koninklijke Militaire Academie en Koninklijke Militaire Academie

Een ander uniek kenmerk van dit collegejaar was eveneens een gevolg van de oorlogssituatie. Voor het eerst in de geschiedenis van de TH Bandoeng werden colleges gegeven aan officieren van de Hogere Krijgsschool (HKS, opleiding voor hogere stafofficieren) en cadetten van de Koninklijke Militaire Academie (KMA). Nadat het contact met Nederland was verbroken, werden beide militaire onderwijsinstellingen in Nederlands-Indië opgericht: de Koninklijke Militaire Academie, geopend op 1 oktober 1940 in Bandoeng, en de Hogere Krijgsschool, geopend op 1 december 1940 in Bandoeng. De hoogleraren die vanaf 1 maart 1941 aan de KMA werden toegewezen, waren prof. dr. Willem Boomstra, die 10 uur per week wiskunde doceerde; prof. ir. Jan Jacob Iman Sprenger, die 2 uur per week waterbouwkunde doceerde; en prof. ir. W. J. Th. Amons, die 1 uur per week bouwmaterialen doceerde. Intussen waren degenen die van 1 december 1940 tot eind mei 1941 waren toegewezen om les te geven aan de HKS Prof. Dr. Herman Robert Woltjer - die 2 uur per week natuurkunde gaf; en Prof. Dr. Ir. C. P. Mom - die 2 uur per week scheikunde gaf.[59]

Luchtbescherming

In oktober 1940 werden instructies ontvangen om een mogelijke Japanse luchtaanval te anticiperen en tegenmaatregelen voor te bereiden om de gebouwen van de Technische Hogeschool Bandoeng te beschermen. Vervolgens vond er een vergadering plaats met het hoofd van de sector Luchtbeschermingsdienst, de civiele beschermingsdienst voor mogelijke luchtaanvallen. De faculteit vormde een implementatieteam dat primair verantwoordelijk was voor brandpreventie en -bestrijding, inclusief eerste hulp. Het secretariaat van de TH fungeerde als commandopost voor de lokale sector en haar personeel.

Vierde doctoraat

De TH Bandoeng behaalde op 19 november 1940 om 11.00 uur in de Hall/Barakgebouw A haar derde doctoraat in de ingenieurswetenschappen (of vierde eredoctoraat). Ir. Joseph Antoine Wiesebron, scheikundig ingenieur en afgestudeerd aan de TH Delft, verdedigde met succes zijn proefschrift. De promotoren waren prof. dr. ir. C. P. Mom en prof. dr. Herman Robert Woltjer, terwijl de opponenten ir. Thijsse en ir. G. Meesters en prof. ir. W. J. Th. Amons.[110][60]

Docenten

Per 31 december 1940 beëindigde prof. Charles P. Wolff Schoemaker zijn ambtstermijn als hoogleraar na 19 jaar les te hebben gegeven aan de TH.[61] Als zijn opvolger werd op 28 juni 1941 ir. Wijnand Lemei werd benoemd tot hoogleraar Bouwkunde, Architectuurgeschiedenis en Decoratieve Kunsten, Bestek- en Begrotingskunde, en Stedenbouwkunde.

Op 11 februari 1941 beëindigde prof. dr. Martin August Gustav Harthoorn zijn termijn als bijzonder hoogleraar aan de TH Bandoeng. De heer N. S. Blom werd op 1 april 1941 benoemd tot zijn vervanger, maar trad drie maanden later af vanwege zijn benoeming tot directeur van het Ministerie van Justitie.  Zijn opvolger, de heer Willem Frederik Prins, werd met ingang van 1 augustus 1941 benoemd tot bijzonder hoogleraar Staatsrecht, Staatsbestuursrecht en Handelsrecht aan de TH Bandoeng.[62]

Op 23 mei 1941 werd ir. P. H. Poldervaart, tevens hoofd van de Triangulatiebrigade van de Topografische Dienst, werd officieel benoemd tot buitengewoon hoogleraar Landmeten, Waterpassing en Geodesie, na ongeveer twee jaar de vacante positie van J. H. G. Schepers tijdelijk te hebben vervangen.

Het totale aantal hoogleraren voor dit academisch jaar bedroeg elf, bestaande uit zes vaste hoogleraren, één tijdelijk hoogleraar en vier buitengewone hoogleraren.

21e dies en studieresultaten

Op 1 augustus 1941 was de laatste dies van de Technische Hogeschool Bandoeng. Deze werd bijgewoond door een aantal burgerlijke en militaire functionarissen, waaronder de resident van de Preanger Residency - E. Tacoma; de Commandant van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) - Luitenant-generaal Gerardus Johannes Berenschot; het Hoofd van het Bevoorradingsbureau van het Ministerie van Oorlog - H. van Galen Last; het Hoofd van het PTT-bureau - Ir. C. Hillen; een lid van de Volksraad - W. R. van Nauta Lemke; de Voorzitter van het College van Cuyratoren van de TH Bandoeng; vertegenwoordigers van de hoogleraren van de Faculteit Rechten van de Rechts Hoogeschool de Faculteit Geneeskunde en de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte; vertegenwoordigers van de Hoogere Krijgsschool en de Koninklijke Militaire Academie; Leden van de Raad van Curatoren, professoren, docenten, assistenten en studenten van de TH Bandoeng.[63]

Het evenement begon met een toespraak van het hoofd van de faculteit, prof. ir. J. W. F. C. Proper, die verslag deed van de ontwikkeling van de TH in het afgelopen jaar. Vervolgens hield prof. ir. W. J. Th. Amons, hoogleraar Analytische Chemie en Bouwmaterialen aan de TH Bandoeng, zijn wetenschappelijke rede getiteld "Corrosieve Symptomen ".

Dit academisch jaar markeerde de achttiende afstudeerceremonie van de civiel ingenieurs van de TH Bandoeng, met zeven civiel ingenieurs die in juni 1941 hun diploma behaalden. In de toespraak van de faculteitsvoorzitter tijdens het 21-jarig jubileum werd gemeld dat het totale aantal afgestudeerden tot nu toe 209 bedroeg, met een gemiddelde studieperiode van 5,15 jaar.

De studieresultaten voor het academisch jaar 1940-1941 voor de 248 ingeschreven studenten waren:

  • Van de 10 ingeschreven studenten deden er 9 mee aan het examen Niveau 4 Deel A, 7 slaagden voor Deel A en 2 zakten.
  • Van de 28 ingeschreven studenten deden er 25 mee aan het examen Niveau 4 Deel B, 21 slaagden voor Deel B en 4 zakten.
  • Van de 34 ingeschreven studenten deden er 32 mee aan het examen Niveau 3, 21 slaagden, 5 zakten, 1 kreeg een uitgesteld examen en 5 moesten het examen opnieuw afleggen.
  • Van de 33 ingeschreven studenten deden er 31 mee aan het examen Niveau 2, 22 slaagden, 3 zakten en 6 moesten het examen opnieuw afleggen. Van de 109 ingeschreven studenten stopten er 11 met de opleiding Civiele Techniek en 29 stopten met het examen, waarmee het totaal aantal studenten dat het examen aflegde op 69 kwam.
  • Van de 34 ingeschreven studenten stopten er 6 met de opleiding Chemische Technologie en overleed er 1 student, waarmee het totaal aantal studenten dat het examen aflegde op 24 kwam.

22e jaar (1941-1942)

Begin augustus 1941 begon het 22e studiejaar met 132 nieuwe studenten.  Het totale aantal studenten dat zich tot nu toe voor het eerst heeft ingeschreven (nieuwe studenten) is 1.014 (inclusief 3 tweedejaarsstudenten die in het studiejaar 1940-1941 van de TH Delft zijn overgekomen).

Van 6 tot en met 11 oktober 1941 maakten ongeveer 40 ouderejaarsstudenten van de TH Bandoeng een excursie naar Soerabaja en Madura onder leiding van prof. ir. Paulus Pieter Bijlaard en prof. ir. W. Lemei. De bezochte locaties omvatten instanties/instellingen en bedrijven, waaronder de SS-spoorwegwerkplaats, het Gubeng-station en een scheepswerf.[64]

Werktuigbouwkunde - Derde studierichting (1 augustus 1941)

Als gevolg van de verbreking van de betrekkingen tussen Nederland en Nederlands-Indië was een tekort aan werktuigbouwkundigen onvermijdelijk. Zelfs na de oorlog zouden ingenieurs in Nederlands-Indië niet direct beschikbaar zijn. Daarom zou de oprichting van werktuigbouwkundige opleidingen in Nederlands-Indië zeer nuttig zijn, zoals voorgesteld door de TH Bandoeng om een opleiding tot werktuigbouwkundig ingenieur op te zetten. Dit voorstel behoefde de goedkeuring van de Raad van Toezicht, de Directeur van Onderwijs en Godsdienst en de Volksraad. Buitengewoon hoogleraar Werktuigbouwkunde, Dr. Ir. Geert Otten, hoofd van de Dienst Militaire Luchtvaarttechniek, speelde een cruciale rol bij de oprichting van de opleiding.

TH Campus wordt militair hoofdkwartier

Ongeveer gelijktijdig met het uitbreken van de oorlog met Japan in december 1941 werd een deel van de campus van de TH Bandoeng overgenomen door de militaire autoriteiten en omgedoopt tot het "Algemeen Hoofdkwartier (AHK) van Oorlog". De overname verliep soepel, waardoor de onderzoeksactiviteiten in de laboratoria konden worden voortgezet en de onderwijsactiviteiten, zij het op beperkte schaal, konden worden voortgezet. De bibliotheek werd gehuisvest in een open stalen ruimte met een uitschuifbaar frontpaneel, waardoor de uitleen van boeken tijdelijk werd opgeschort. Ten behoeve van het personeel van de TH werd een loopgraaf aangelegd en een Luchtbeschermingsdienst (LBD) geïnstalleerd.[65]

De bouw van semi-permanente barakken rond de campus begon, waaronder een bombestendige betonnen bunker voor het hoofdkwartier. Begin februari 1942 werd de bouw van de bunker versneld, zodat deze direct in gebruik kon worden genomen door de Operatieafdeling van de AHK, geallieerde verbindingsofficieren, communicatie- en inlichtingendiensten. Begin februari 1942 werden de Koninklijke Marine en het Geallieerde Marinehoofdkwartier (American-British-Dutch-Australian Command ABDA-FLOAT) verplaatst van Batavia naar de locatie van de TH in Bandoeng. Het ABDACOM-hoofdkwartier zelf was gevestigd in het Grand Hotel Lembang. Vanaf begin maart 1942 was het marinehoofdkwartier gevestigd op de bovenverdieping van de betonnen bunker.[66] De locatie van de betonnen bunker bevindt zich ten westen van de TH-campus (de bunker bestaat nog steeds en wordt gebruikt als het ITB - Laboratorim. Metrology Industri).

Docenten

Met de aanvang van het onderwijs in chemische technologie in het academisch jaar 1940-1941 en de officiële opening ervan in het academisch jaar 1941-1942 werden in het academisch jaar 1941-1942 hoogleraren en docenten aangesteld voor de opleiding Chemische Technologie, waaronder:

  1. Prof. Ir. W. J. Th. Amons, hoofd van het Laboratorium voor Materiaalonderzoek van de Faculteit Economische Zaken en buitengewoon hoogleraar Bouwkunde aan de TH Bandoeng), werd benoemd tot hoogleraar Analytische Chemie en Bouwkunde.
  2. Dr. Kees Posthumus, rector van het Christelijk Lyceum te Bandoeng, werd benoemd tot buitengewoon hoogleraar Anorganische Chemie en Fysische Chemie.
  3. Ir. M. E. Akkersdijk, inspecteur bij de afdeling Mijnbouw, werd naast buitengewoon docent Geologische Ingenieurswetenschappen aan de TH Bandoeng), benoemd tot buitengewoon hoogleraar Mineralogie.
  4. Dr. J. K. Baars, onderzoeker niveau I aan het Eijkman Instituut in Jakarta, werd benoemd tot buitengewoon hoogleraar Organische Chemie.

Per 1 september 1941 werd ir. Thomas Karsten benoemd tot buitengewoon hoogleraar Planologie. Op 3 oktober 1941 hield prof. ir. W. Lemei, de nieuwe hoogleraar Bouwkunde, Architectuurgeschiedenis en Decoratieve Kunsten, Specificatie en Schatting, en Stedenbouw, een wetenschappelijke rede getiteld "De bouwkunst in de 19e en 20e eeuw." Tegen het einde van 1941 werd ir. J. L. B. Gribling benoemd tot hoogleraar Werktuigbouwkunde.

Dit academiejaar zijn er zestien hoogleraren: acht vaste hoogleraren, één tijdelijk hoogleraar en zeven buitengewone hoogleraren:

  • Prof. dr. Willem Boomstra – Vast hoogleraar Wiskunde
  • Prof. ir. Paulus Pieter Bijlaard – Vast hoogleraar Wegen- en Bruggenbouw; Havenbouw en Maritieme Werken
  • Prof. dr. Herman Robert Woltjer – Vast hoogleraar Natuurkunde
  • Prof. ir. Jan Jacob Iman Sprenger – Vast hoogleraar Waterbouw
  • Prof. ir. Johannes Wilhelmus Franciscus Cornelis Proper – Vast hoogleraar Waterbouw
  • Prof. ir. W. J. Th. Amons – Vast hoogleraar Analytische Chemie en Bouwstoffenkunde
  • Prof. ir. A. S. Keverling Buisman – Tijdelijk hoogleraar Mechanica en Grondmechanica
  • Prof. ir. W. Lemei – Vast hoogleraar Bouwkunde, Architectuurgeschiedenis en Decoratieve Kunsten, Specificatie en Schatting, en Stedenbouw
  • Prof. ir. J. L. B. Gribling – Hoogleraar Werktuigbouwkunde
  • Prof. dr. ir. Cornelis Pieter Mom – Bijzonder hoogleraar Hygiëne- en Sanitatietechnologie
  • Prof. mr. Willem Frederik Prins - Bijzonder hoogleraar Staatsrecht, Bestuursrecht en Handelsrecht
  • Prof. ir. P. H. Poldervaart - Bijzonder hoogleraar Landmeten, Waterpas stellen en Geodesie
  • Prof. dr. Kees Posthumus - Bijzonder hoogleraar Anorganische Chemie en Fysische Chemie
  • Prof. ir. M. E. Akkersdijk - Bijzonder hoogleraar Mineralogie
  • Prof. dr. J. K. Baars - Bijzonder hoogleraar Organische Chemie
  • Prof. dr. ir. Geert Otten - Bijzonder hoogleraar Werktuigbouwkunde

Eindresultaten

Dit studiejaar was het de negentiende keer dat de TH Bandoeng een diploma burgerlijk ingenieur uitreikte, met 14 van de 17 kandidaten die het eindexamen aflegden. Eén kandidaat zakte en twee kandidaten moesten het examen opnieuw afleggen. In december 1941 had de TH Bandoeng 223 ingenieurs afgeleverd. Het totale aantal inheemse ingenieurs dat is afgestudeerd aan de TH Bandoeng bedraagt 60, naast 40 studenten van Chinese origine en 131 Europeanen.

Epiloog

Een groot deel van de (Nederlandse) staf werd na de Japanse inval geïnterneerd in jappenkampen. Op 1 april 1944 heropende de Japanse militaire regering de Hogeschool onder de naam Bandung Kogyo Daigaku. Bandung Kogyo Daigaku (BKD) had drie afdelingen: Civiele Techniek (Dobubuka), Chemische Technologie (Oyakagabuka) en Elektrotechniek en Werktuigbouwkunde (Denki en Kikaika). De studie tot ingenieur (kogakusi) duurde drie jaar en volgde het curriculum dat destijds werd ingevoerd aan de Tokyo Kogyo Daigaku (Technologisch Instituut van Tokio). Tijdens de Indonesische onafhankelijkheid, in augustus 1945, werd de naam veranderd in Sekolah Tinggi Teknik Bandung. Op 21 januari 1946 richtte de NICA (Nederlandsch Indische Civiele Administratie) de Nood-Universiteit van Nederlands-Indië op. Een van de faculteiten was de Technische Faculteit (faculteit ingenieurswetenschappen), ter vervanging van de STT Bandung op de locatie van de voormalige THS-campus. Het merendeel van de faculteit bestond uit voormalige THS-docenten die onlangs waren vrijgelaten uit Japanse interneringskampen. Op 12 maart 1947 richtte NICA de Universiteit van Indonesië op, met hoofdkantoor in Jakarta. De THS-campus en haar faculteit werden de Faculteit Technische Studies. Op 6 oktober 1947 werd de Faculteit Exacte Studies opgericht. Faculteit Ingenieurswetenschappen en Faculteit Exacte en Natuurwetenschappen, Universiteit van Indonesië, Bandung (1950-1959) Deze werden later, met ingang van 2 februari 1950, de Faculteit Ingenieurswetenschappen en Faculteit Exacte en Natuurwetenschappen van de Universiteit van Indonesië in Bandoeng.

Direct na afloop van de Japanse bezetting werden er in Bandoeng drie afdelingen geopend: Wegen- en Waterbouw, Scheikunde en Werktuigbouwkunde en Elektrotechniek, met een vierjarige studieperiode. In 1946 werd STT Bandung verplaatst naar Yogyakarta (er kwam toen een door de NICA opgerichte organisatie in Bandoeng), maar door de Nederlandse inval in Yogyakarta werd STT Bandung in Yogya op 19 december 1948 gedwongen te sluiten. Enige tijd later, in 1949, heropende de school met alleen de afdeling Civiele Techniek en werd de voorloper van de Faculteit Ingenieurswetenschappen aan de Gadjah Mada Universiteit.

De huidige benaming (Gadjah Mada Universiteit) is ontstaan in 1959 nadat het zich als zelfstandig instituut afsplitste van de Universiteit van Indonesië.

Gebouwen

De oudste hoofdgebouwen

De oudste gebouwen bij de hoofdingang zijn door de architect Henri Maclaine Pont ontworpen in een Minangkabause stijl. Vanwege ziekte kon hij niet bij de officiële opening door de Gouverneur-Generaal in 3 juli 1920 aanwezig zijn. Ook een aantal van de latere gebouwen is in deze stijl gebouwd. Voor de hoofdingang werd een park aangelegd, genoemd naar de oprichter IJzerman.

Lijst van Rectoren

Bekende oud-studenten

Zie de categorie Technische Hoogeschool te Bandoeng van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.