Johannes Wilhelmus Franciscus Cornelis Proper

Johannes Wilhelmus Franciscus Cornelis Proper
Johannes Wilhelmus Franciscus Cornelis Proper
Algemene informatie
Geboortedatum 12 april 1886Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Ambarawa
Overlijdensdatum 17 augustus 1962Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Den Haag
Werk
Beroep academicus, academisch docentBewerken op Wikidata
Werkgever(s) Koninklijk Instituut voor Technisch Hoger Onderwijs in Nederlands-Indië
Functies rector van ITB/THB
Studie
School/universiteit Technische Universiteit Delft
Persoonlijk
Talen Nederlands
De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata.
U kunt die informatie bewerken.

Johannes Wilhelmus Franciscus Cornelis Proper (Ambarawa, 12 april 1886 - Den Haag, 17 augustus 1962)[1] was hoogleraar civiele techniek en waterbouwkunde en de dertiende rector van de Technische Hoogeschool te Bandoeng, in functie van 1 augustus 1940 tot 1 augustus 1941.

Jeugd en opleiding

Proper werd geboren op 12 april 1886 in fort Willem I te Ambarawa bij Semarang op Midden-Java, als zoon van Franciscus Cornelis Proper en Anna Catharina Jacoba Ruijsch. Zijn vader was genie-officier, luitenant-kolonel van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). In 1904 werd hij wegens ziekte gepensioneerd en gerepatrieerd naar Nederland. Hij ging in Gouda wonen waar hij bij de PTT verantwoordelijk werd voor inkoop en keuring van materialen.[2] Op 26 juli 1905 voltooide Proper zijn middelbare schoolopleiding aan de HBS in Gouda.[3] Hij vervolgde zijn studie aan de Technische Hoogeschool te Delft, waar hij civiele techniek studeerde en op 6 juli 1910 afstudeerde.[4]

Op 3 maart 1911 trouwde Proper in Den Haag met Geertruida Muijselaar (geboren in Den Haag, 18 oktober 1887 - overleden in Den Haag, 20 december 1964).

Eerste werkkringen

In 1910 was zijn eerste opdracht als aspirant-ingenieur bij de Dienst van den Waterstaat en 's Lands Burgerlijke Openbare Werken in Nederlands-Indië (BOW). Op 12 november 1910 vertrok Proper vanuit Amsterdam op het schip S.S. Koning Willem I naar Batavia.[5] Vanaf 16 januari 1911 werd hij officieel aspirant-ingenieur[6] in Batavia, daarna verhuisde hij naar Irrigatie Afdeeling Serajoe in Banjarnegara (juni 1911), Purworejo en Probolinggo. Met deze opdracht kon hij de kennis die hij op de TH Delft had opgedaan toepassen in de praktijk, wat hem professioneler maakte, vooral op het gebied van irrigatie.

Tijdens een tweejarig sabbatical in Nederland (december 1918-december 1920) werd hij benoemd tot assistent bij de irrigatiecolleges aan de TH Delft. Na zijn terugkeer uit Nederland eind 1920 (januari 1921) en van januari 1924 tot januari 1924 werd hij geplaatst bij de Sectie-ingenieur te Bondowoso, onder het hoofd van de irrigatieafdeling Pekalen-Sampean. Vervolgens werd hij in februari 1924 geplaatst bij het hoofd van de irrigatieafdeling Pemali-Tjomal in Tegal. In oktober 1924 werd hij teruggeroepen naar het hoofdkantoor in Batavia.[6]

BOW was van plan een Warerloopkundig Laboratorium in Nederlands-Indië op te richten, dat onder leiding zou komen te staan van ir. Proper. Daarom stelde het Ministerie van Koloniën Ingenieur hem voor om tijdens zijn verlof van april 1925 tot april 1927 een vergelijkend onderzoek uit te voeren naar waterloopkundige laboratoria in Nederland, Duitsland en Oostenrijk. De bouwkosten bleken echter onbetaalbaar.

Op 15 februari 1927 vertrok Proper vanuit Amsterdam aan boord van de S.S. Jan Pieterszoon Coen en arriveerde op 20 maart 1927 in Batavia.[7] Vanaf 23 mei 1928 was hij tewerkgesteld bij het BOW-hoofdkantoor in Batavia als inspecteur van de waterstaat voor de gebieden buiten Java en Madura.[8] Vervolgens verhuisde hij naar Soerabaja en werd benoemd tot hoofd van de Solovalleiwerken (de aanleg van het Bengawan Solo kanaal) inclusief de Patjal wadoek.[9]

TH Bandoeng

In 1930 plande BOW, met enkele aanpassingen en vereenvoudigingen, de bouw van een waterloopkundig laboratorium op de campus van de TH Bandoeng, met een initiële toewijzing van ƒ 125.000,-.[10] Dit laboratorium zou eigendom blijven van BOW voor praktisch onderzoek, en de resultaten van het onderzoek konden vervolgens worden gebruikt voor de academische belangen van de TH Bandoeng. Het hoofd van het laboratorium zou vervolgens benoemd worden tot buitengewoon hoogleraar, zoals ook het geval was bij het BOW-laboratorium voor Bouwstoffenonderzoek, onder leiding van prof. dr. ir. W. H. A. van Alphen de Veer. Prof. dr. ir. H. C. P. de Vos, hoogleraar waterbouwkunde, stelde echter dat het onmogelijk was een nieuwe hoogleraar te benoemen omdat alle posities al vervuld waren. Een alternatief was om een van de zittende hoogleraren tot directeur van het laboratorium te benoemen. Blijkbaar was het niet het juiste moment voor Proper om zich bij het hooglerarenkorps van de TH Bandoeng aan te sluiten. Het was echter ook niet het juiste moment voor de TH Bandoeng om een eigen laboratorium te hebben, aangezien een financiële crisis dit plan later vertraagde.

Toen prof. dr. ir. H. C. P. de Vos aftrad in juni 1934 nam Proper zijn plaats in. Op 21 december 1934 werd hij officieel geïnaugureerd als hoogleraar irrigatie, waterbouwkunde en gezondheidstechniek aan de TH Bandoeng. Zijn inauguratierede was getiteld "Het experimenteel Onderzoek van hydraulische problemen op waterbouwkundig gebied".[11]

Met de benoeming van Proper tot hoogleraar werden de plannen voor de bouw van het waterloopkundig laboratorium hervat en deze keer ook daadwerkelijk gerealiseerd. Het waterloopkundig laboratorium werd geopend op 5 juni 1936 en behoorde tot de Dienst Openbare Werken (BOW) en was gelegen ten zuiden van Bosscha-Laboratorium (opm. dit is niet het Bosscha-observatorium). Prof. dr. Jacob Clay staat bekend als de oprichter van het Bosscha-Laboratorium in 1922 en als de eerste leider ervan). Proper was de eerste directeur van dit waterloopkundige laboratorium.

Van 18 juli 1938 tot 1 augustus 1940 was hij gedurende twee termijnen secretaris van de Faculteit Technische Wetenschappen van de TU Bandoeng en daarna rector van de TH tot 1 augustus 1941. Tijdens zijn verblijf in Bandoeng woonde hij aan het IJzermanpark 4.

Daarnaast was Proper ook bestuurslid van de "Nederlandsch-Indische Sterrenkundige Vereeniging" (NISV), de organisatie die de "Bosscha Sterrenwacht" beheert. Hij ontving de onderscheiding Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw op basis van het Koninklijk Besluit van 23 augustus 1948 en de Orde van Oranje-Nassau.

Op 1 januari 1949 werd hij ontheven van zijn taken als hoogleraar irrigatie en waterbouwkunde op zijn verzoek om met pensioen te gaan.

Op 17 augustus 1962 stierf Proper in Den Haag.

Publicaties