Algemene Middelbare School (Nederlands-Indië)

De Algemene Middelbare School (AMS) was een onderwijsniveau in Nederlands-Indië en Suriname gedurende een groot deel van de 20e eeuw.
Onderwijsreglementen van 1848, 1892 en het Ethisch Beleid van 1901
De regeling betreffende het basisonderwijs voor de bevolking in Nederlands-Indië werd voor het eerst uitgevaardigd in 1848 en verfijnd in 1892. Deze regeling vereiste dat er basisonderwijs werd aangeboden in elke residentie, regentschap, district, ambachtscentrum, handelscentrum of andere locatie die nodig werd geacht. De definitieve regelgeving (1898) werd in 1901 ingevoerd naar aanleiding van het Ethische politiek van het Koninkrijk der Nederlanden van 1901. Het beleid richtte zich op drie belangrijke thema's: irrigatie, emigratie (transmigratie) en educatie (onderwijs).
Tijdens de periode van Nederlands-Indië gingen kinderen op 6-jarige leeftijd naar de lager school. Er waren geen kleuterscholen, dus gingen ze direct naar de lagere school en volgden daar 7 jaar onderwijs. Daarna konden ze doorstromen naar MULO, de AMS of de Kweekschool.
De onderwijsroutes voor Nederlandse en Europese kinderen in Nederlands-Indië waren:
- Europeesche Lagere School (ELS) - HBS V
- Europeesche Lagere School (ELS) - HBS III - HBS V
- Europeesche Lagere School (ELS) - Gymnasium/Lyceum
- Europeesche Lagere School (ELS) - MULO - AMS.
Het schooltraject voor Nederlandse kinderen was ook toegankelijk voor geselecteerde inheemse en Chinese kinderen, terwijl voor de meeste inheemse mensen (niet de aristocratie) het onderwijstraject HIS - MULO - AMS was. (HIS is de Hollandsch-Inlandsche School)
Mensen van Chinese afkomst kozen doorgaans voor het HCS-traject (Hollandsche Chinese School) omdat naast Nederlands ook Chinees als instructietaal werd onderwezen.

Naast het officiële onderwijstraject van de Nederlandse overheid waren er ook particuliere instellingen zoals Taman Siswa, Perguruan Rakyat van Arnold Mononutu, christelijke en katholieke scholen. Binnen het islamitische onderwijstraject waren er scholen van Muhammadiyah, islamitische kostscholen en andere. Een en ander vergelijkbaar met het Nederlandse systeem van openbare en bijzondere scholen, een kopie van de verzuiling.
Onderwijstraject AMS
Tot het begin van de 20e eeuw was het middelbaar onderwijs in Nederlands-Indië zeer beperkt. Om door te stromen naar de universiteit moesten studenten naar de HBS gaan – een vijfjarige middelbare school die alleen toegankelijk was voor Nederlanders, Europeanen en geselecteerde inheemse Indonesiërs. Het aantal HBS'en was ook klein; er waren er in 1915 slechts vier in Nederlands-Indië: de Koning Willem III School te Batavia (opgericht in 1860), de HBS Soerabaja (1875), de HBS Semarang (1877) en de HBS Bandoeng (1915).
Om de inheemse bevolking betere toegang te bieden, werd er uiteindelijk een nieuw middelbaar onderwijssysteem in Nederlands-Indië gecreëerd. In 1916 accepteerde de koloniale regering van Nederlands-Indië een voorstel van een commissie voor het Algemeen Middelbaar Onderwijs (AMS). Dit middelbaar onderwijssysteem werd in twee delen in zes jaar voltooid. Het eerste deel heette "MULO afdeling der AMS"– als uitbreiding van het lagere onderwijs, en het tweede/hogere deel heette “Voorbereidend Hoger Onderwijs afdeling van het Algemeen Middelbaar Onderwijs" (VHO AMS). Afgestudeerden van de VHO-afdeling werden volgens de regels toegelaten tot universiteiten in Nederland.
Op zaterdag 5 juli 1919 werd de eerste AMS-afdeeling B (afdeling wiskunde en natuurwetenschappen) geopend in Yogyakarta[1]en vervolgens AMS-I (afdeling westerse klassieke literatuur) in Bandoeng[2] in 1920.

AMS gebruikte Nederlands als voertaal en tegen de jaren dertig waren AMS-scholen alleen te vinden in enkele provinciehoofdsteden van Nederlands-Indië: Medan (Sumatra), Bandoeng (West-Java), Semarang (Midden-Java), Soerabajya (Oost-Java) en Makassar (Oost-Indonesië). Daarnaast zijn er AMS-scholen in Yogyakarta, Surakarta en verschillende steden met een eigen vestigingsplaats, zoals Malang. Verder waren er een aantal particuliere AMS-scholen die als staatseigendom worden beschouwd. Er waren geen AMS-scholen in de provincie Borneo.
Veel ouders stuurden hun kinderen naar AMS in de hoop dat ze hun opleiding kunnen voortzetten op een hoger niveau, zoals de Technische Hoogeschool te Bandoeng opgericht in 1920, de Rechtshoogeschool te Batavia (in Wetevreden) opgericht in 1924, de Geneeskundige Hoogeschool te Batavia opgericht in 1927, in Batavia de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte opgericht in 1940, of in Buitenzorg de Faculteit der Landbouwwetenschap opgericht in 1940. Voor toelating tot AMS was het vereist dat eerst het MULO-programma was afgerond, dat verspreid is over acht provincies. HBS was alleen beschikbaar in Soerabaja, Semarang, Bandoeng, Djakarta of Medan.
Ontwikkeling
Het onderwijsniveau aan de AMS werd op hetzelfde niveau gehouden als scholen in Nederland, waardoor het niet ongebruikelijk was dat leerlingen voortijdig stopten vanwege onvoldoende studieresultaten. Niettemin studeerde in 1922 de eerste lichting van 32 studenten af aan AMS B.
Deze eerste 32 afgestudeerden bestonden uit 13 Europeanen, 14 inheemse Indonesiërs en 5 etnische Chinezen. Slechts drie vrouwen behoorden tot de 32 afgestudeerden van dat jaar. Van de 32 afgestudeerden vervolgden er 12 hun opleiding aan de Technische Hoogeschool te Bandoeng. De anderen zetten hun opleiding voort in Nederland.
AMS wordt beschouwd als een succesvolle school in het verbeteren van het middelbaar onderwijs in Nederlands-Indië, met name voor de inheemse bevolking. Na de opening van de eerste AMS in Yogyakarta in 1919, volgden AMS A.II in Bandoeng in 1920, AMS A.I in Soerakarta in 1926 en AMS B in Malang in 1927.
In de 10 jaar van haar bestaan studeerden er 292 studenten af aan AMS B. Achtendertig studenten vervolgden hun opleiding aan de Technische Hoogeschool te Bandung en nog eens 12 behaalden een diploma in de civiele techniek. Van de alumni die hun opleiding in Nederland voortzetten, gingen er zeven naar Delft. Daarnaast gingen velen geneeskunde en rechten studeren in Weltevreden.
Opvallend is het aantal inheemse studenten dat afstudeerde aan AMS B Yogyakarta. In tien jaar tijd studeerden er 168 inheemse studenten af aan AMS B. Dit aantal vertegenwoordigt ongeveer 57,5% van alle afgestudeerden van AMS B. Dit aantal is hoger dan het gecombineerde aantal inheemse afgestudeerden van de vier HBS-scholen in Nederlands-Indië. Gedurende het meer dan zestigjarige bestaan van HBS in Nederlands-Indië werden er slechts 147 inheemse HBS-afgestudeerden geregistreerd. Vergelijk dit met de 168 inheemse alumni van AMS B in tien jaar tijd. Dit weerspiegelt het succes van AMS B in het verbeteren van het middelbaar onderwijs in Nederlands-Indië, maar laat ook zien hoe beperkt de toegang tot onderwijs voor inheemse studenten destijds was. Het relatief grote aantal inheemse leerlingen in Yogyakarta had vermoedelijk te maken met de aanwezigheid van lokale adelijke families uit de Vorstenlanden.
AMS-leraren
In die tijd waren AMS-leraren hoogopgeleid en afkomstig van RHS, THS, GHS of LHS, of een Nederlandse universiteit. Zo droegen wiskundeleraren over het algemeen de titel Ir., geschiedenisleraren de titel Mr., biologieleraren de titel Dr.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Algemeene_Middelbare_School op de Indonesischtalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Referenties
- ↑ "Algemene middelbare school", Preanger bode, 8 juli 1919. Geraadpleegd op 14 december 2025. – via Delpher.
- ↑ "RK-MULO en AMS te Weltevreden", Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indi, 9 juni 1927. Geraadpleegd op 14 december 2025. – via Delpher.