Strandvliet (metrostation)


Strandvliet
Strandvliet
Afkorting SVT
Opening 14 oktober 1977
Vervoerder GVB
Metrostation
Perrons 1
Perronsporen 2
Metro
LijnRichtingVolgend station

IsolatorwegDuivendrecht
GeinAmsterdam Bijlmer ArenA

Centraal StationDuivendrecht
GeinAmsterdam Bijlmer ArenA

Ligging
Plaats Amsterdam
Coördinaten 52° 19 NB, 4° 56 OL
Strandvliet (metro van Amsterdam)
Strandvliet
Locatie van het metrostation
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Amsterdam

Strandvliet is een station van de Amsterdamse metro, gelegen op de grens van Amsterdam-Zuidoost en de gemeente Ouder-Amstel, in de wijk Venserpolder. Het bovengrondse metrostation is geopend op 14 oktober 1977 en maakt deel uit van Geinlijn 54. Sinds 28 mei 1997 wordt station Strandvliet ook bediend door Ringlijn 50, die hier zijn tracé met lijn 54 deelt.

Ligging en geschiedenis

Het station ligt iets ten noorden van het Ajax-stadion, de Johan Cruijff ArenA, tussen de sporen van de NS-lijn Amsterdam - Utrecht. Net ten zuiden van het station buigen de twee enkelsporige viaducten van de Utrechtboog van NS af in westelijke richting.

De naam Strandvliet is afkomstig van een historische boerderij uit 1750[1], gesitueerd aan de voormalige Rijksstraatweg 110 in Duivendrecht, die in 1972 werd afgebroken om plaats te maken voor de verhoogde spoor- en metrobaan.

Zijn huidige en oorspronkelijke naam herkreeg station Strandvliet op 10 december 2006. De toevoeging ArenA, die het station droeg sinds de opening van het stadion in 1996, verviel en in plaats daarvan werd station Amsterdam Bijlmer (ten zuiden van het stadion) hernoemd tot Amsterdam Bijlmer ArenA. In metromaterieel van voor dit jaartal duikt de toevoeging ArenA nog weleens op.

Het station heeft een eilandperron met aan beide uiteinden een uitgang. De zuidelijke uitgang vervult een rol in het stadionvervoer ten behoeve van de ArenA. Daarvoor zijn aan de westzijde van deze stationshal dranghekken aangebracht, die alleen na afloop van wedstrijden of concerten dienstdoen. Beide uitgangen kennen een identieke hoofdopzet die langs de Oostlijn ook is toegepast op alle andere stations met een of twee toegangen aan de uiteinden. De liftschacht van de noordelijke uitgang is echter, net zoals op het twee stations zuidelijker gelegen Bullewijk niet van een lift voorzien en afgesloten.

De glaspanelen van de lichtstraten in de schuin oplopende daken van de beide stationshallen zijn uitgevoerd in de kleuren van de regenboog. Dit kunstwerk is vervaardigd door Rolf Adel.

Ontwerp

Het uiterlijk van het station maakt deel uit van een hele serie aan bouwwerken die waren ontworpen voor deze metrolijn. Sier van Rhijn en Ben Spängberg waren de hoofdontwerpers voor de Publieke Werken. In beginsel was niet iedereen blij met deze bouwwerken in brutalistische stijl. Ze werd onder meer vergeleken met de betonnen Atlantikwall (Berend Boudewijn), oprit naar concentratiekamp Sobibór en labyrintische grafkelder (Gerrit Komrij). Toch waren er ook positieve meningen van onder meer architecten Pi de Bruin en Izak Salomons. Met de toenemende waardering voor de stijl brutalisme in de 21e eeuw kwam de Oostlijn en dit station in een beter daglicht te staan. Toch verdwenen een aantal brutalistische stations uit de reeks. In 2018 kregen alle stations aan de Oostlijn opknapbeurten. Dit had bijvoorbeeld tot gevolg dat er nieuwe belettering werd aangebracht bij de in- en uitgangen, ook de in- en uitgangen kregen een opener uiterlijk. De belettering is afkomstig uit de fabrieken van Koninklijke Tichelaar Makkum naar ontwerp van Knip.

2023

De schrijvers Arjen den Boer, Martijn Haan, Martjan Kuit, Teun Meurs en fotograaf Bart van Hoek namen het gebouw mee in hun boek Bruut - Atlas van het brutalisme in Nederland (2023, ISBN 9789462585379), waarin de top 100 binnen die bouwstijl te vinden is. Zij benoemden de gehele Oostlijn en dit station mee in hun boek en zetten de bouwwerken van de Oostlijn gezamenlijk op nummer 12 in hun top 20 van brutalistische bouwwerken. Bovendien kwam er in dat boek ook een artikel over de (hoofd)ontwerper van metrostation Holendrecht Sier van Rhijn. Zij deden verhaal dat het gehele traject een soort Gesamtkunstwerk werd. Stations en kunstwerken kregen alle een soortgelijk uiterlijk, die doorging voor een huisstijl bij het metrotraject. Bijzonder was dat de architecten dit doorvoerden in zowel de ondergrondse als bovengrondse metrostation. Binnen die huisstijl vielen bijvoorbeeld ook zitjes, prullenmanden en asbakken. Alle nadruk viel op het beton alsnog te ontdekken bouwmateriaal. De stations waaronder Strandvliet werden ter plekke opgebouwd met houten bekistingen, waarvan de afdrukken zichtbaar werden gelaten; verder is er grof afgewerkt beton te vinden in de stations. Hun korte omschrijving gaat toch naar Berend Boudewijn, maar dan in positief verband

Spoor van oorlogsbunkers

— Bruut - Atlas van het brutalisme


Zie ook