Gein (metrostation)


Gein
Gein
Afkorting GEN
Opening 27 augustus 1982
Vervoerder GVB
Metrostation
Perrons 1
Perronsporen 2
Metro
LijnRichtingVolgend station

IsolatorwegReigersbos
GeinEindpunt

Centraal StationReigersbos
GeinEindpunt

Tram en/of bus
Stadsbus 47
Nachtbus N85
Ligging
Plaats Amsterdam
Coördinaten 52° 18 NB, 4° 59 OL
Gein (metro van Amsterdam)
Gein
Locatie van het metrostation
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Amsterdam
Een van de ingangen

Gein is een station van de Amsterdamse metro, gelegen in de gelijknamige wijk in het stadsdeel Amsterdam-Zuidoost. Het station was al in 1975 in ruwbouw gereed en lag zeven jaar in het niemandsland in een kale vlakte.

Algemeen

Het bovengrondse metrostation opende op 27 augustus 1982 als zuidoostelijk eindpunt van de Geinlijn; sinds 28 mei 1997 wordt station Gein ook bediend door Ringlijn 50, die hier zijn tracé met lijn 54 deelt. De naam Gein verwijst naar de wijk Gein die weer vernoemd is naar het gelijknamige riviertje dat tussen Abcoude en de Gaasp stroomt.

Het metrostation ligt op de Wageningenmetrobrug (brug 1629) boven de Wageningendreef en heeft een eilandperron. Het station kent twee uitgangen. Aan de zijde van de westelijke uitgang bevindt zich het gelijknamige winkelcentrum. In de oostelijke stationshal hangt een van de twee herinneringsplaquettes voor de Betonprijs, die in 1981 aan de gehele architectuur en infrastructuur van de Oostlijn werd toegekend. Voorbij het station ligt een opstelterrein met vier sporen.

Op 15 januari 1983 brandde de helft van een metrostel van de Geinlijn door brandstichting volledig uit waarbij ook het houten dak op het viaduct voor een deel werd verwoest en moest worden herbouwd.[1]

Ontwerp

Brutalistisch beton op Gein (2020)

Het uiterlijk van het station maakt deel uit van een hele serie aan bouwwerken die waren ontworpen voor deze metrolijn. Sier van Rhijn en Ben Spängberg waren de hoofdontwerpers voor de Publieke Werken. In beginsel was niet iedereen blij met deze bouwwerken in brutalistische stijl. Ze werd onder meer vergeleken met de betonnen Atlantikwall (Berend Boudewijn) , oprit naar concentratiekamp Sobibór en labyrintische grafkelder (Gerrit Komrij). Toch waren er ook positieve meningen van onder meer architecten Pi de Bruin en Izak Salomons. Met de toenemende waardering voor de stijl brutalisme in de 21e eeuw kwam de Oostlijn en dit station in een beter daglicht te staan. Toch verdwenen een aantal brutalistische stations uit de reeks. In 2018 kregen alle stations aan de Oostlijn opknapbeurten. Dit had bijvoorbeeld tot gevolg dat er nieuwe belettering werd aangebracht bij de in- en uitgangen, ook de in- en uitgangen kregen een opener uiterlijk. De belettering is afkomstig uit de fabrieken van Koninklijke Tichelaar Makkum.

2023

De schrijvers Arjen den Boer, Martijn Haan, Martjan Kuit, Teun Meurs en fotograaf Bart van Hoek namen het gebouw mee in hun boek Bruut - Atlas van het brutalisme in Nederland (2023, ISBN 9789462585379), waarin de top 100 binnen die bouwstijl te vinden is. Zij benoemden de gehele Oostlijn en dit station mee in hun boek en zetten de bouwwerken van de Oostlijn gezamenlijk op nummer 12 in hun top 20 van brutalistische bouwwerken. Bovendien kwam er in dat boek ook een artikel over de (hoofd)ontwerper van station Gein Sier van Rhijn. Zij deden verhaal dat het gehele traject een soort Gesamtkunstwerk werd. Stations en kunstwerken kregen alle een soortgelijk uiterlijk, die doorging voor een huisstijl bij het metrotraject. Bijzonder was dat de architecten dit doorvoerden in zowel de ondergrondse als bovengrondse metrostation. Binnen die huisstijl vielen bijvoorbeeld ook zitjes, prullenmanden en asbakken. Alle nadruk viel op het beton alsnog te ontdekken bouwmateriaal. De stations waaronder Gein werden ter plekke opgebouwd met houten bekistingen, waarvan de afdrukken zichtbaar werden gelaten; verder is er grof afgewerkt beton te vinden in de stations. Hun korte omschrijving gaat toch naar Berend Boudewijn, maar dan in positief verband

Spoor van oorlogsbunkers

— Bruut - Atlas van het brutalisme