Parcours
De etappe startte in Mantes-la-Ville. Daarna volgden de beklimmingen van de vierde categorie Côte de Bazemont en Côte du Pavé des Gardes, waarna Parijs binnengereden werd.
Sinds 1975 bestaat het slot van het parcours van de laatste etappe uit een aantal ronden over de Champs-Élysées en rond de Tuilerieën, met uitzondering van 1989 (toen een tijdrit werd verreden met finish op de Champs-Élysées) en 2024 (toen de ronde in Nice eindigde).
Dit jaar was het slotparcours anders. Na de doorkomst door het Louvre werden eerst drie traditionele ronden over de Champs-Élysées gereden, met iets na de derde doorkomst van de finish de tussensprint. Vervolgens werden drie grotere ronden gereden, die naast het circuit over de Champs-Élysées ook een lus over de heuvel van Montmartre bevatte (volgens een ander parcours dan in de Olympische wegwedstrijd van 2024).[1] Op de Côte de la Butte Montmartre (vierde categorie) was elke ronde een punt voor het bergklassement te verdienen. De finish lag nog steeds op de Champs-Élysées.
Vanwege het slechte weer werd besloten de tijdwaarneming voor het eindklassement op de vierde finishpassage, vóór de eerste passage van Montmartre, te leggen.[2]
Koersverloop
Het begin van de laatste etappe was traditioneel: op lage snelheid, waarbij de verschillende ploegen of truien afwisselend voorop reden voor een fotomoment.
Vanaf de aankomst op de Champs-Élysées ging de snelheid sterk omhoog. Bij de eerste lus door Montmartre ontstond een kopgroep van zes renners, waaronder leider in het algemeen klassement Tadej Pogačar en Wout van Aert. Bij de laatste beklimming van de Montmartre plaatste Van Aert een demarrage waarop ook Pogačar moest passen. Van Aert bouwde zijn voorsprong uit en kwam uiteindelijk met negentien seconden voorsprong over de streep. Het was voor het eerst sinds de slotrit van de Tour van 1994 dat een etappe op de Champs-Élysées niet in een massasprint eindigde.
Klassementen
Ploegenklassement
Bronnen, noten en/of referenties