Het ijzeren schild

Het ijzeren schild
Het ijzeren schild
Originele titel Le Bouclier arverne
Stripreeks AsterixBewerken op Wikidata
Volgnummer 11[a]
Scenario René Goscinny
Tekeningen Albert Uderzo
Land FrankrijkBewerken op Wikidata
Pagina's 48
Eerste druk 1968
Uitgever Hachette
ISBN 9782012101012
Vorige Asterix als legioensoldaat
Volgende Asterix en de Olympische Spelen
Lijst van albums van Asterix
Portaal  Portaalicoon   Strip

Het ijzeren schild, vroeger bekend als Asterix en het ijzeren schild, is een verhaal uit de Asterix-serie uit 1968, geschreven door René Goscinny en getekend door Albert Uderzo.

Verhaal

Het verhaal begint met de overwinning van Caesar bij Alesia in 52 v.Chr., waar de Gallische leider Vercingetorix zijn wapens aan de voeten van Caesar werpt. Het schild wordt door een soldaat meegenomen en verandert een paar keer van eigenaar.

Een aantal jaar later heeft het Gallische dorp van Asterix inmiddels een grote reputatie. Het dorpshoofd Heroïx heeft last van zijn lever gekregen door te veel uitbundige feesten. Hij wordt door de Panoramix naar een kuuroord in Auvergne (Vichy) gestuurd, Asterix en Obelix escorteren hem. Daar wordt het dorpshoofd aan een stevige kuur gehouden. Asterix en Obelix moeten de kliniek echter verlaten, omdat ze de anderen jaloers maken met hun eetgedrag. Ze besluiten de omgeving van Gergovia te verkennen. Onderweg komen ze een tribuun van Caesar tegen, Tullius Lusuncus (Frans: Fanfrelus), die ze een pak slaag geven. Tullius keert terug naar Caesar om verslag uit te brengen dat de plaatselijke bevolking opstandig is. Hierop besluit Caesar dat hij zijn macht nog eens wil tonen door een triomftocht te maken op het schild van Vercingetorix, maar dat schild moet eerst gevonden worden.

Asterix en Obelix worden opgenomen bij Droesemix (Frans: Alambix) en diens gezin. Daar mogen ze een aantal dagen verblijven. Bij het avondeten komen de Romeinen huiszoeking doen in het dorp van Droesemix zowel in uniform als, enkele uren later, de volgende dag, in vermomming. Als Asterix begrijpt dat ze het schild van Vercingetorix zoeken, wil hij ze voor zijn. Er begint een race tegen de klok om het schild, waarbij ze het relaas van het schild volgen en onder meer bij een fabrikant van wielen, een herbergier, een kuuroord en uiteindelijk weer bij Droesemix passeren. Droesemix blijkt het schild een tijdje in handen te hebben gehad alvorens het aan een onbekende Galliër te geven in ruil voor een amfoor. Net als Droesemix dit berouwvol vertelt aan Asterix en Obelix, komt Heroïx, hun stamhoofd, binnen. Droesemix herkent hem meteen, hij is (dankzij de kuur) nog net zo mager als vroeger, en hij is degene die het schild van Droesemix kreeg. Hij heeft het schild nog steeds bij zich.

Net als Lucuncus terugkeert van zijn zoektocht naar het schild, wordt hij door Caesar verrast. Beide Romeinen worden op hun beurt te kijken gezet als de Gergoviërs, met Obelix voorop, het schild boven het hoofd dragend en de magere Heroïx daarbovenop, in parade voorbij komen.

Verslagen koelt Caesar zijn teleurstelling door Lucuncus naar Africa te verbannen, en de dronken centurio Aquavitus (Frans: Ballondebaudrus) tot tribuun, en de even dronken legionair Slampampus (Frans: Caius Joligibus) tot centurio te promoveren teneinde de zaak zoveel mogelijk in de doofpot te stoppen.

Voldaan keren de Galliërs terug naar hun dorp, onderweg kweekt Heroïx de verloren omvang weer aan. Het stamhoofd krijgt van zijn vrouw een verbod om deel te nemen aan het feestelijke banket.

Personages

  • Vercingetorix: Beroemde Gallische leider uit de geschiedenis.
  • Droesemix: Frans: Alambix. Een ondernemer in wijn en kolen, die opvalt met uitspraken als ik heb een eigen sjaak en ik heb je nog nooit gesjien. Zijn naam verwijst naar droesem.
  • Tullius Lusuncus: Een afgezant van Caesar die het ijzeren schild koste wat het kost terug wil vinden. Hij krijgt regelmatig klop van Asterix en Obelix, en beklaagt zich als enige naar Arvernus te komen om klappen in ontvangst te nemen (in plaats van de rust van een kuuroord).
  • Lucius Sorus: Frans: Cocelus. Ondernemer in wielen, een van de tijdelijke bezitters van het ijzeren schild. Zijn fabriek is in Nemessos, het latere Clermont-Ferrand, waar thans de bandenfabriek Michelin gevestigd is. Zijn naam is een woordspeling op "sores", wat men in Nederland vaak pleegt te zeggen wanneer men in een lastig parket zit.
  • Caius Slampampus: Frans: Joligibus. Een slome soldaat die spion moet spelen maar met een beker wijn op niet veel meer klaarspeelt, behalve klagen over halve tegels. Zelf is hij een karikatuur van Guust Flater. Zijn naam verwijst naar een slapjanus.
  • Aquavitus: Frans: Ballondebaudrus. Een eveneens dronken centurio, die echter nog zeer bij de pinken is. Enkel omdat ook hij tijdelijk het schild in zijn bezit had komt hij weer onder de aandacht. Zijn naam verwijst naar het levenswater, ook wel Eau de Vie of Aquavit genoemd.

Achtergrond

De slag bij Alesia was inderdaad de veldslag waarbij de Gallische leider Vercingetorix werd verslagen. In dit verhaal wordt dit ook een verklaring gegeven waarom historici vandaag de dag nog steeds niet zeker zijn waar deze locatie precies lag: de veteranen van de veldslag weigeren over hun nederlaag te praten en ontkennen dat ze de precieze locatie van Alesia weten.

Trivia en verwijzingen

  • Droesemix en de andere generatiegenoten spreken met een 'sj'-accent, een parodie van het Auvergne-accent. In de Nederlandse vertaling klinkt dit als een parodie op het Hollands (wat Obelix overigens aldus interpreteert en 'sjaak' als 'sjakie' vertaalt). Wanneer anderen het proberen te spreken verstaat Droesemix 'artisjokken' als 'artisokken'. Jongeren spreken het niet meer, behalve één die Droesemix vermoedt te "sjlissen" (lispelen).
  • Het land van Arvernus was in de Romeinse tijd al bekend als rijk aan bronnen. Het kuuroord van onder meer Vichy (hier Aquae Calidae, letterlijk "warme wateren") bestond in die tijd al.
  • De Romeinse tribuun heet in het Frans Fanfrelus, wat de Arverners uitspreken als Fanfreluche. Dat is de Franse naam van de pop van Wiske.
  • De wielenmaker Sorus in het verhaal verwijst naar de banden van Michelin, die in Clermont-Ferrand (toen Nemessos) zijn hoofdvestiging heeft.
  • In Nemessos staat een standbeeld van Julius Caesar. Tegenwoordig staat er in het huidige Clermont-Ferrand een standbeeld van Vercingetorix.
  • Wanneer de druïde-directeur van het kuuroord bij klachten gaat kijken waar de lijfwachten van Heroïx (Asterix en Obelix) zijn, meldt deze 'in de volle' te vinden. Dit is een vertaling van een Frans gezegde, over hoe een Fransman altijd zijn weg vindt naar geluk ("God in Frankrijk").
  • Legionair Slampampus is een parodie op Guust Flater, die eveneens lui is, voor alles een uitleg vindt en steevast door zijn geklungel in de problemen raakt.
  • Bij de werkstraf van Slampampus, die de tegels van zijn kazerne veegt, wil hij niet 'over de tegel gaan'. Dit is een andere zegswijze voor niet (te) dronken te geraken.
  • Centurio Aquavitus, een bijna constant dronken Romein, is een karikatuur verwijzend naar het sterk alcoholisch karakter van Aquavit, een Noorse geestrijke drank.
  • De pygmee die boodschappen rond draagt is een parodie op een intercom die op veel kantoren in de jaren 70 in zwang was.
  • Droesemix verkoopt, net als zowat alle aanpalende buren, wijn en kolen. Dit verwijst naar de bougnat, een aanduiding voor hoe men van de streek emigreerde in de negentiende eeuw naar grote steden zoals Parijs, en hun eigen onderhoud bekostigden door wijn en kolen te verkopen.
  • Wanneer Asterix vraagt waar de slag om Alesia plaats heeft gevonden, weigeren Heroïx en Droesemix hierop te antwoorden en zijn diep beledigd door de vraag. Dit is een typische uiting van Gallisch (en later Frans) chauvinisme om de smadelijke nederlaag die de Galliërs er leden uit hun leven te verbannen.
  • Asterix, Obelix en Droesemix bezoeken een centraal bergmassief, het huidige Puy de Dôme.
  • Wanneer Lucunsus aan Caesar gaat melden dat het ijzeren schild niet bij de schatten te vinden is (wel een Helvetisch uurwerk, Gotisch en Belgisch bier, onder meer), antwoordt Caesar met "Geen commentaar". Dit is een knipoog naar zowel het feit dat politici weinig praatgraag zijn tegen de pers, als een knipoog naar zijn Commentarii de Bello Gallico.
  • Bij hun bezoek aan Sorus de wielenmaker in Nemessos dagdroomt Obelix over een eigen bedrijf compleet met marmeren bureau voor zijn menhirs. Dit wordt later het centrale thema in Obelix & Co.
  • Het is een van de weinige verhalen waarin Heroïx niet door zijn dragers vergezeld of rondgedragen wordt, en de eerste van twee keer dat Obelix hem alleen op het schild rond zal dragen.
  • De originele covertekening voor dit album werd in 2017 op een veiling verkocht voor 1,197 miljoen euro.[1]

Uitgave

Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Asterix 11 1968 Asterix als legioensoldaat Asterix en de Olympische Spelen