Canisiusziekenhuis
Het Canisiusziekenhuis is een voormalig ziekenhuis in de binnenstad van Nijmegen. Het was van rooms-katholieke signatuur.
Het ziekenhuis werd in 1850 opgericht. De locatie is daarna meerdere malen veranderd, totdat het Canisiusziekenhuis ten slotte in 1974 met het protestantse Wilhelminaziekenhuis opging in het huidige Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ). Dit laatste ziekenhuis is sinds 1992 gevestigd aan de Weg door Jonkerbos.
Geschiedenis



De eerste basis voor wat later het Canisiusziekenhuis zou worden werd gelegd in 1844. Op 1 mei van dat jaar werd in het tijdschrift De Batavier een oproep gedaan aan de katholieke Nijmeegse bevolking om een eigen ziekenhuis te stichten. Aamvankelijk was het idde dat dit ziekenhuis zouworden geleid door de vanuit Tilburg overgekomen congregatie van de Zusters van Liefde. Zij hadden aan de toenmalige Houtmarkt ook een armenschool gesticht.
De allereerste vestiging van het ziekenhuis opende op 20 april 1850. Het gebouw in kwestie stond op de hoek van de Houtmarkt en Pauwelstraat.[1] Vanaf 1857 stond het ziekenhuis gedurende enkele jaren onder leiding van het Rooms Katholiek Parochiaal Armbestuur. Als gevolg van een conflict met het laïcale bestuur riep bisschop Joannes Zwijsen enkele jaren later de zusters vanuit Nijmegen terug. Het ziekenhuispand aan de Pauwelstraat was toen al behoorlijk verouderd en kon bovendien niet meer dan 30 patiënten opnemen. Onder meer de Sint-Vincentiusvereniging maakte zich hard voor de bouw van een nieuw en beter katholiek ziekenhuis. Dit kon inderdaad worden gerealiseerd nadat Zwijsen 5000 gulden beschikbaar had gesteld.
Het ziekenhuis heette gedurende de eerste 14 jaar van zijn bestaan R.K. Ziekenhuis. In 1864 werd de naam gewijzigd in Sint Canisius Ziekenhuis: een verwijzing naar Petrus Canisius, een bekende 16e-eeuwse theoloog uit Nijmegen.[2]
Vanaf december 1866 was het Sint Canisius Ziekenhuis gedurende twintig jaar gevestigd aan de toenmalige Doddendaal. De Zusters van Liefde hadden naast dit ziekenhuis hun eigen klooster, en zij toonden zich bereid om de verpleging op zich te nemen. Het pand aan de Pauwelstraat was inmiddels overgedragen aan de gemeente en hier werden in deze tijd nog cholerapatiënten verpleegd. In de periode 1869-1871 had de stad opnieuw te kampen met zware uitbraken van tyfus en cholera, waarbij een flink beroep op het Sint Canisius Ziekenhuis werd gedaan. Jan Berends, een van de artsen die in het ziekenhuis werkte, pleitte omstreeks 1876 voor een snelle verdere uitbreiding van het ziekenhuis, maar hij ving op dat moment bot.[3]:79-80
In 1882 (het 25-jarig jubileum van het R.K. Parochiaal Armbestuur) werden enkele panden aan de Houtstraat opgekocht met het oog op de uitbreiding van het Canisiusziekenhuis. Vier jaar later kwam op deze plek het nieuwe hoofdgebouw hiervan gereed, met meer ruimte voor de patiënten.[4] Op 4 mei 1886 werd het ziekenhuis aan de Houtstraat ingezegend door bisschop Adrianus Godschalk. Toen vervolgens ook dit nieuwe ziekenhuispand niet groot genoeg bleek, werden er in de periode 1892-1898 enkele naastliggende panden aangekocht door het ziekenhuisbestuur. Het ziekenhuis bleef voorlopig nog volop van katholieke signatuur. Kloosterzusters namen weer de verpleging op zich, al stonden ze wel onder leiding van een leek.[5] Ook deze locatie aan de Houtstraat bleek ondanks alles uiteindelijk te klein, bovendien beschikte men hier niet over de juiste indelingsmogelijkheden. Omstreeks 1900 gingen er dan ook massaal stemmen op voor de bouw van een geheel nieuw ziekenhuispand, waarbij de naam ongewijzigd zou blijven.[3]:80 In 1903 kwam er een lobbycommissie tot stand voor de realisatie van dit plan. Het armenbestuur kocht hiervoor aanvankelijk een te krap terrein aan de Dommer van Poldersveldtweg op. De in 1911 opgerichte Vereniging R.K. Ziekenhuisfonds overtuigde het armenbestuur van de ongeschiktheid van deze grond.
In eerste instantie hield men nog de optie open om het Canisiusziekenhuis dan maar aan de Houtstraat gevestigd te laten, en het pand aldaar aan te passen en verder uit te breiden. Echter, in 1913 kreeg de Vereniging R.K. Ziekenhuisfonds 100.000 gulden subsidie van het armenbestuur, waarmee er alsnog voldoende kapitaal beschikbaar was gekomen voor de bouw van een geheel nieuw ziekenhuispand elders in de stad. Het eerste ontwerp hiervoor van de hand van Cuypers was in hoge mate gebaseerd op een ziekenhuis in Keulen, het Städtiches Krankenhaus Lindenburg. Doordat echter de Eerste Wereldoorlog korte tijd later uitbrak, liep de realisatie van het nieuwe ziekenhuis enkele jaren vertraging op; de verdere bouwplannen moesten worden uitgesteld. Cuypers moest zijn oorspronkelijke ontwerpplannen ook wat herzien en nam nu het ziekenhuis in Düsseldorf als voorbeeld.[3]:85-86 In 1922 kocht men een stuk grond in een van de zuidelijke wijken van de stad, aan de St. Annastraat nabij de Hatertseweg. Op die plek werd gedurende de volgende paar jaar een voor die tijd uiterst modern en groot ziekenhuis gebouwd. Het ontwerp hiervoor was van Eduard Cuypers (die ook onder meer het sanatorium van Dekkerswald had ontworpen).[6] Op 18 mei 1926 ging deze nieuwe locatie van het Canisiusziekenhuis open.[7] Het ziekenhuis stond op dat moment onder leiding van de Zusters Onder de Bogen, die ook werkzaam waren als verpleegsters in de sanatoria Dekkerswald.[3]:86-87
Het nu niet meer functionele ziekenhuispand aan de Houtstraat werd begin 1928 overgekocht door de karmelieten, die op deze plek hun eigen studiehuis bouwden. Alleen de kapel die bij het Canisiusziekenhuis aan de Houtstraat had gehoord, bleef behouden. Alles op deze plek zou echter tijdens de Tweede Wereldoorlog worden verwoest, door het bombardement dat op 22 februari 1944 een flink deel van de Nijmeegse binnenstad trof.[3]:88 Direct na ditzelfde bombardement belandden er 789 zwaargewonden in het Canisiusziekenhuis aan de St. Annastraat, dat eigenlijk was gebouwd om maximaal 600 mensen op te vangen. Alle beschikbare bloeddonoren in de stad werden direct opgeroepen, de nood was zo hoog dat sommige mensen min of meer werden gedwongen om ook bloed te doneren.[8] Het andere vroegere ziekenhuispand aan de Doddendaal stond net buiten het door het bombardement getroffen deel van de binnenstad. Korte tijd later zijn er vanuit dit pand foto's van de nabije verwoesting in de rest van de Doddendaal gemaakt.[9] Dit pand aan de Doddendaal is kort na de Tweede Wereldoorlog afgebroken.
Het Canisiusziekenhuis fuseerde uiteindelijk in 1974 samen met het Wilhelminaziekenhuis tot het huidige CWZ. De ziekenhuizen bleven echter in eerste instantie elk nog op hun eigen locatie. Pas in 1992 verhuisde het CWZ naar de nieuw gebouwde locatie aan Weg door Jonkerbos, die op 16 april van dat jaar werd geopend. Het ziekenhuispand aan de St.Annastraat is hierna geheel gesloopt, ervoor in de plaats kwam een nieuwe woonwijk.[10] Van het ziekenhuis op deze plek zijn nog wel enkele sporen zichtbaar. [11]
- ↑ Ons ziekenhuis bestaat 175 jaar! Deel uw verhaal., CWZ
- ↑ Bots, Hans, Jan Brabers (2005). Nijmegen. Geschiedenis van de oudste stad van Nederland (deel 3). Inmerc, Wormer, "Negentiende en twintigste eeuw", pp. 146-147. ISBN 90 6611 2301.
- 1 2 3 4 5 E.M., Dolné (1989). Een veelkleurig habijt kloosters in Nijmegen in de negentiende en twintigste eeuw. Alfa, Grave. ISBN 9070407353.
- ↑ RK Parochiaal Armbestuur, Regionaal Archief Nijmegen
- ↑ Bunge, J.W.F., C.Peeters (1989). Rondgezicht vanaf de Stevenstoren. SUN, p. 86. ISBN 90 6168 320 3.
- ↑ Norbruis, Obbe (2025): Eduard Cuypers Leven & Werk. Hoe hij verdween uit onze architectuurgeschiedenis en zijn gehele oeuvre, Edam, LM Publishers, ISBN 9789460229527 Deel 1 (194-195, 210-211) Deel 2 (322-324)
- ↑ J.van Bergen, Toen in Nijmegen: Het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis aan de St. Annastraat. indebuurt (8 december 2021). Geraadpleegd op 31 december 2025.
- ↑ Canisiusziekenhuis toevluchtsoord na bombardement 1944, CWZ
- ↑ Doddendaal en Sint-Franciscuskerk, noviomagus.nl
- ↑ Historie, CWZ
- ↑ Canisiusziekenhuis, noviomagus.nl