Vestingwerken van Asperen

Vestingwerken van Asperen
Asperen in 1649
Asperen in 1649
Locatie Asperen
Algemeen
Bouwmateriaal baksteen
Gebouwd in vanaf de 14e eeuw
Monumentale status rijksmonument
Monumentnummer  8399

De vestingwerken van Asperen omvatten het stelsel van verdedigingswerken in de Nederlandse stad Asperen, provincie Gelderland. De oudste delen stammen uit de middeleeuwen en betreffen onder andere de stadsmuur, terwijl de meest recente onderdelen afkomstig zijn uit de 19e-eeuwse Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Geschiedenis

In 1204 werd het kasteel Wadenborg, gelegen aan de noodzijde van Asperen, verwoest door de Hollandse graaf Willem I. De eerste heer van Asperen was Otto I van Heukelum en Asperen (1225-1285), afkomstig uit de destijds machtige familie Van Arkel. Zijn zoon Otto II (1265-1345) droeg Asperen in 1313 in leen op aan graaf Willem III. Nu Asperen een belangrijke grensvesting werd voor Holland, kon Johan van Arkel het kasteel Wadenborg weer herbouwen.[1] Door huwelijk kwam Asperen in 1366 vervolgens in handen van de familie Van Polanen.

Er was ook aan de zuidzijde van Asperen een kasteel: Lingestein. Dit kasteel werd in 1329 door Otto van Asperen opgedragen aan de Hollandse graaf, om het direct weer in leen terug te ontvangen.

De nederzetting Asperen is ontstaan op een oeverwal langs de Linge en kreeg in 1314 stadsrechten. In datzelfde jaar werd het tevens een vrije heerlijkheid. Asperen lag strategisch in het Land van Arkel, tussen het graafschap Holland en het graafschap (en later hertogdom) Gelre in. De familie Van Arkel had hier de mogelijkheid om de scheepvaart op de Linge te controleren.

Arkelse Oorlogen

De Hoekse en Kabeljauwse twisten zorgden in de 14e eeuw voor problemen in Asperen. De Kabeljauwse familie Van Arkel was steeds machtiger geworden, waarna de graaf van Holland - die aan de Hoekse zijde stond - hen in 1401 de oorlog verklaarde. Tijdens deze Arkelse Oorlogen stond Otto van Polanen aan de Hoekse zijde, waardoor hij zijn stad Asperen moest verdedigen tegen aanvallen van de Van Arkels. Toen er in 1412 een einde kwam aan de oorlogen, had de familie Van Arkel de strijd verloren en raakten ze al hun macht en bezittingen kwijt.

Pieck

Nadat Johan van Polanen in 1431/1432 was overleden, ontstond er onenigheid over het bezit van Asperen. In 1441 werd het conflict opgelost door Asperen te verdelen tussen de families Van den Boetzelaer en Pieck. Toen Aernt Pieck in 1460 echter Rutger van den Boetzelaer liet ombrengen, werd Asperen door Filips de Goede (als Graaf van Holland) toegewezen aan zijn eigen zoon Karel de Stoute. Na Karels dood in 1477 deed Gijsbert Pieck een mislukte poging om Asperen weer in zijn bezit te krijgen: hij bezette het kasteel Lingestein.

Oorlogen met Gelre

Asperen rond 1560

In de strijd tussen Holland en Gelre werd Asperen in 1508 en 1513 deels verwoest.

In 1517 nam de Zwarte Hoop - een huurlingenleger in dienst van Gelre - de stad in en zorgde voor plundering en verwoesting. Lingestein is waarschijnlijk toen afgebroken.

Aan de strijd tussen Gelre en Holland kwam een einde in 1543 toen ook Gelre onderdeel werd van de Habsburgse bezittingen.

Tachtigjarige Oorlog

Nadat in 1568 de Tachtigjarige Oorlog was uitgebroken, kozen de Tieler- en Bommelerwaard in 1572 de zijde van de Opstand. Hiermee kwam ook Asperen toe aan de prins van Oranje, maar al in 1574 nam de Spaanse veldheer Vitelli de stad in. Twee jaar later was Asperen weer Staats en bleef dat nu ook.

Vanaf de 17e eeuw

In het Rampjaar 1672 werd Asperen door de Fransen bezet. Toen ze een jaar later vertrokken staken ze de stad in brand. Het zwaar beschadigde Wadenborg werd hierna afgebroken.

Na de Franse Tijd in 1815 werd begonnen met de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Asperen kwam binnen de linie te liggen, met de forten Asperen en Nieuwe Steeg en twee inundatiesluizen. In 1959 werd de vesting officieel opgeheven.

Beschrijving

Stadsmuren en poorten

De stadsmuur van Asperen (2017)

De oudste verdedigingswerken van Asperen dateren uit begin 14e eeuw. Waarschijnlijk waren het niet meer dan omgrachte aarden wallen met palissaden en houten toegangspoorten. Na het midden van de 15e eeuw werd tegen de buitenzijde van de wallen een bakstenen muur gebouwd, voorzien van een borstwering en zeventien halfronde torens en rondelen. In 1527 werden de stadsmuren verder versterkt en de grachten werden dieper gemaakt.

Er waren vier toegangspoorten:

  • Gellicumse Poort: deze landpoort lag aan de zuidzijde en bestond uit een buiten- en een binnenpoort. De buitenpoort had een weergang en overwelfde toegang. De vierkante binnenpoort beschikte over een verdieping met een kamer; daarboven was een omgang met borstwering aangebracht.
  • Heukelumse Poort: deze landpoort lag aan de westzijde van de stad. Het vierkante, overwelfde bouwwerk werd bekroond door vier arkeltorentjes op de hoeken. Elk torentje had een eigen spits, maar die zijn er in 1624 afgewaaid. Hierna is een nieuwe kap aangebracht met een trapgevel aan de stadszijde.
  • Begijnepoort: een waterpoort over de Min, tussen het kasteel en het Begijneklooster in. In de 18e eeuw was deze poort teruggebracht tot een brug in de ommuring.
  • Waterpoort: een waterpoort op het punt waar de Min en de Linge samen kwamen. De poort bestond uit twee ronde torens.
De Heukelumse Poort

In 1740 was er een dijkdoorbraak waarbij de twee landpoorten zwaar werden beschadigd en een groot deel van de wallen werd weggeslagen. De Gellicumse Poort was dermate beschadigd dat deze in 1746 werd afgebroken en door een barrière met poortwachters vervangen. De Heukelumse Poort werd nog wel hersteld, maar komt op de kadastrale kaart van 1823 niet meer voor; de bijbehorende poortwachterswoning is in 1967 gesloopt nadat deze onbewoonbaar was verklaard.

Bewaard gebleven restanten

De gerestaureerde oostelijke stadsmuur (1981)

De stadsmuur is in de jaren 1978-1982 aan vooral de oostzijde weer hersteld, met een waterkeringsmuur en drie halfronde muurtorens. Het onderste gedeelte van de Waterpoort is eveneens opgemetseld. De walmuur in de Achterstaat is in 2011-2012 gerestaureerd.

Aan de zuidzijde, bij de Oranjewal, is de stadsmuur in 1981 eveneens opnieuw aangelegd en een rondeel opgemetseld. De walhuizen van de Oranjewal zijn overigens gebouwd bovenop de stadsmuur, waarvan nog een 18 meter lang deel met schietgaten bewaard is gebleven. De bewaard gebleven fundering behoort vermoedelijk tot het kasteel Lingestein.

Aan de noordzijde van Asperen was tot in de 20e eeuw nog een restant van de stadsmuur aanwezig, maar dit deel werd in 1988 verwijderd wegens de uitbreiding van het gemeentehuis.

Kasteel Wadenborg

Aan de westzijde is de stadsmuur verdwenen onder een aarden talud.

Kastelen

Wadenborg

Zie Waddestein voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het slot Wadenborg of Waddestein bestond al vóór 1204, want in dat jaar werd het verwoest door de Hollandse graaf Willem I. In 1313 droeg Otto II Asperen in leen op aan graaf Willem III waarna het kasteel is herbouwd.

Een tekening uit 1646 laat een omgracht vierkant slot zien met drie woonlagen en in de voorgevel een grote ronde toren. Een houten brug gaf toegang tot het kasteel.

In het Rampjaar 1672 werd het kasteel opgeblazen door de Fransen, waarna de restanten zijn afgebroken en er een vijver werd aangelegd. De voorburcht met de poort, stalling en tuinmanswoning bleven toen wel behouden. De vijver is al eind 18e eeuw gedempt en op ongeveer deze locatie bouwde S.A. Suter, heer van Asperen, in 1893 een villa. De gemeente kocht de villa in 1951 en nam het in gebruik als gemeentehuis.

Lingestein

De eerste vermelding van Lingestein dateert uit 1329: Otto van Asperen droeg op 20 september het 'steen huys' op aan de Hollandse graaf Willem, om het direct weer in leen terug te ontvangen. Toen het huurlingenleger de Zwarte Hoop in 1517 Asperen in nam en plunderde, betekende dit waarschijnlijk ook het einde van Lingestein en is het afgebroken.

Het kasteel zal aan de zuidzijde van Asperen hebben gestaan, nabij de Gellicumse Poort. Een bewaard gebleven fundering behoort waarschijnlijk toe aan Lingestein.

Hollandse Waterlinie

Fort Asperen

In 1787 werd de Hollandse Waterlinie verschoven naar de Diefdijk, die voortaan dus meetelde in de verdedigingslinie. Dit maakte het noodzakelijk om bij Asperen extra verdedigingswerken aan te brengen: in 1794 verscheen op de Noorder Lingedijk de batterij Castor en op de Zuider Lingedijk de batterij Pollux. Deze laatste spoelde in 1809 grotendeels weg en is later geheel verdwenen toen in 1815 de zuidelijke inundatiesluis werd aangelegd. Bij deze sluis verrees in 1845 de Wapenplaats.

Nieuwe Hollandse Waterlinie

In 1815 werd begonnen met de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Er kwamen inundatiesluizen in de twee Lingedijken, terwijl tevens de Nieuwe Zuider Lingedijk werd aangelegd. De sluizen kregen elk een post als verdediging.

Tussen 1847-1850 werd het torenfort Asperen gebouwd dat de sluizen beter kon beschermen. Ten oosten van het fort werd het Fort Nieuwe Steeg aangelegd.

In zowel 1914 als 1940 is de westelijke Tielerwaard geïnundeerd. Een Duitse poging om in 1945 opnieuw het gebied onder water te zetten mislukte door sabotage van de bevolking.

In 1959 is de vesting opgeheven.

Zie de categorie Vestingwerken, Asperen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.